• Volg ons:
  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube

Archive for the ‘Wereldpodium eerder’ Category

Verslag 7 februari 2011: ‘Doet u nog mee?’

Publicatiedatum: 10 mei 2011


Maakbaar, leefbaar, dankbaar

De bezoekers van het Wereldpodium doen volop mee aan de samenleving. Dat bleek uit de grote opkomst bij dit laatste podium en uit alle geïnteresseerde vragen en reacties. Toen presentator Meike de Jong het publiek vroeg naar vrijwilligerswerk, gingen veel handen omhoog. Een bezoeker meldde dat hij samen met zijn Iraanse vriend was gekomen. Elke week brengen ze samen een avond door, goed voor de onderlinge verstandhouding en voor het Nederlands! De conclusie van de avond leek dan ook: het gaat zeker niet slecht met de sociale verbanden in Brabant en in Nederland. Op enkele uitzonderingen na, is iedereen best tevreden. En daar is ook reden toe betoogde Paul Schnabel, directeur van het SCP en hoofdspreker van de avond.
Ter afsluiting van het programma speelden Zjef Naaijkens en de Fanfarettes een ballade voor de postbodes. Het klonk mooi weemoedig, een eerbetoon aan alle mensen die de vaart van deze dynamische samenleving niet altijd bij kunnen houden.

Participatie in Brabant
Jeanette den Hartog van het onderzoeksinstituut PON, medeorganisator van de avond, liet wat resultaten zien uit de Brabantse participatiemonitor die de ontwikkelingen volgt van 1999 tot 2009. In die tijd nam de bijdrage aan georganiseerd vrijwilligerswerk af. De groep die dit werk draagt, zit in de leeftijd van 65 tot 74 en krijgt niet veel steun van de jongere generatie. De drukbezette groep tussen 30 en 50 jaar is wel actief in de buurt en bij vrijwilligersactiviteiten voor de kinderen, bijvoorbeeld op school. Jongeren en alleenstaanden zijn niet zo betrokken bij de samenleving maar zouden dat wel meer willen. ‘Er is dus nog potentieel’, meende de onderzoekster. Alleen vraag en aanbod weten elkaar niet altijd te vinden. Daarom zijn intermediaire organisaties zoals de stichting Present of Hulp in Praktijk, belangrijk om flexibele inzet eenvoudig te koppelen aan vraag. Ook de sociale netwerken kunnen helpen om vrijwilligerswerk hipper en aantrekkelijker te maken. Over het algemeen zijn de Brabanders tevreden over hun sociale contacten. Een uitzondering zijn chronisch zieken die hun contacten als minder gelijkwaardig ervaren. Ook is er in Brabant een belangrijk verschil tussen participatie van allochtonen en autochtonen bij sportverenigingen. Tegen 43% autochtone leden staan maar 24% allochtonen, een verschil dat in andere provincies maar een paar procent is. “Onze sportverenigingen zijn blijkbaar niet zo toegankelijk”, concludeerde Den Hartog eufemistisch.

Familiebanden hechter
De boodschap van de onderzoeksbureaus was helder. Als het gaat om sociale participatie, insluiting en uitsluiting hoeft Nederland zich niet te schamen. Ons land staat hoog in de lijsten van civil society, vrijwilligerswerk en goede doelen. Ook is de situatie de afgelopen jaren niet verslechterd. In zijn ludieke en informatieve lezing stipte Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau een paar maatschappelijke veranderingen aan. Zo zijn moderne vrijwilligers meer geïnteresseerd in incidentele activiteiten, naar eigen smaak en op eigen condities ingericht. De verenigingsstructuur met lokale, regionale en landelijke vergaderingen, is al lang op zijn retour. Daarnaast is de arbeidsparticipatie in Nederland hoog en de groep tussen 30 en 50 leeft in het spitsuur. Naast werk en gezin doen zij vaak ook nog mantelzorg. Daarnaast is de groep van 50 tot 70 nog volop actief, niet zozeer op de arbeidsmarkt, maar wel in de zorg voor kinderen en kleinkinderen én voor zeer oude ouders. ‘De familiebanden zijn hechter geworden’, weet Schnabel, ‘Dat gaat ten koste van de aandacht voor andere groepen in de samenleving.’ Hij constateert de merkwaardige paradox dat Nederlanders dik tevreden zijn over hun privé-wereld maar ontevreden over de samenleving en de politiek. Bij zichzelf constateren zij geen verslechtering, bij anderen wel. Veel van dit soort beelden worden volgens Schnabel gevoed door de media. “Een journalist heeft belangstelling voor de uitzondering, want dat is nieuws. Onderzoekers kijken naar de regel en dan kunnen we constateren dat Nederlanders een zeer bevoorrecht volk is. En daar mogen we best wat meer dankbaar voor zijn”, aldus de SCP-directeur. “Zeker als je onze situatie vergelijkt met die in Roemenië.”

Euro-wezen in Roemenië
In dit podium was er speciale aandacht voor dit voormalige Oostblokland dat sinds 2007 lid van de Europese gemeenschap. Delia Costan uit de regio Timisoara en werkzaam bij Social Affairs & Child Protection (sociale zaken en kinderzorg) vertelde over verschillende groepen die het in haar samenleving knap moeilijk hebben. Bekend zijn de Roma, met name de traditioneel levende Roma. Zij participeren niet in het onderwijs, de arbeidsmarkt of de sociale instituties en hebben daarom geen perspectief om in de samenleving te integreren. Costan bekommerde zich in het bijzonder om een nieuwe groep die met uitsluiting wordt bedreigd: de Euro-orphans (Euro-wezen), kinderen en jongeren van wie een of twee ouders in het buitenland werkzaam zijn. Deze kinderen zijn op jonge leeftijd al heel zelfstandig. Dit lukt over het algemeen wonderlijk goed, vooral omdat deze kinderen hun ouders niet willen teleurstellen.

Coöperatie van dorpsbewoners
Het Wereldpodium sloot af met een bemoedigend voorbeeld van sociale participatie van Brabantse bodem. Esbeek (gemeente Hilvarenbeek) is een typisch Brabants dorp van 1100 inwoners en 35 verenigingen. In 2007 dreigde het laatste dorpscafé te sluiten. De bewoners sloegen de handen ineen en richten een coöperatie op om samen het café te kopen en te verbouwen. In drie stappen toverden vrijwilligers, tevens aandeelhouders, het gebouw om in dorpshuiskamer, een streekmuseum en een dorpscafé. Het dorp won er vorig jaar de DorpenDerby mee, een wedstrijd van de provincie Brabant. Dorpsbewoner en bestuurder van de coöperatie, Piet Verhoeven verklaart het succes uit de informele structuur en de doe-democratie. Een goede mix tussen een klein bestuur (voor de plannen en de budgetten) en een groot vrijwilligersnetwerk (voor de deskundigheid en het handwerk) leidt tot grote resultaten. Het spreekwoordelijke voorbeeld van waar een klein dorp groot in kan zijn.


Tekst: Marianne Dagevos www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Reacties bezoekers

Naam: Jan-Kees van den Wijngaard
Woonplaats: Gemonde
Beroep: Dierenarts
Met: Partner
Reden: Presentatrice Meike de Jong is familie, maar ik kom ook voor Paul Schnabel
Doet u nog mee? Ja, ik werk, heb veel gereisd en ken mijn buren
Pluspunt: Meike natuurlijk, maar ik heb ook genoten van Paul Schnabels verhaal
Minpunt: Het verhaal over Roemenië kwam niet echt uit de verf
Opgemerkt: Meermaals kwam ter sprake dat allochtonen weinig meedoen in het verenigingsleven, maar je moet er ook maar tussen komen. Als westerling bleef ik in Gemonde toch lange tijd een beetje een buitenstaander.
Neemt mee naar huis: Ik ben geïnspireerd geraakt om het vrijwilligerswerk weer op te pakken. Ik zat vroeger in een schoolbestuur, in een vakvereniging en werkte mee aan de verkeersveiligheid in het dorp. Maar dat is alweer even geleden, ik ga weer wat doen.
Komt u terug? Ja, dit was de eerste keer. Maar nu vind ik het zonde dat ik nog niet eerder ben geweest.


Naam: Peggy Trienekens
Woonplaats: Den Bosch
Beroep: Senior beleidsmedewerker Armoede & WMO, Gemeente Tilburg
Met: Een aantal (oud)collega’s
Reden: Een collega tipte me
Doet u nog mee? Ja, ik werk en doe ook vrijwilligerswerk
Pluspunt: Paul Schnabels verhaal en het voorbeeld van de coöperatie in Esbeek
Minpunt: Het deel over Roemenië paste niet echt bij de rest
Opgemerkt: Drie procent van de Nederlanders voelt zich geïsoleerd. Dat is een erg kleine groep, waar wij veel tijd en moeite voor doen. Maar hoe groot is de kans dat je hen werkelijk kunt bereiken? Dat is iets om over na te denken.
Neemt mee naar huis: Op basis van onderzoek blijkt dat het Nederland goed gaat. Dat sterkt me om door te gaan met ons werk, en er een positieve insteek aan te koppelen.
Komt u terug? Als het onderwerp me weer aanspreekt.

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Marloes Coppes

Dit podium werd mogelijk gemaakt door Provincie Noord Brabant.

 

Bezoeker Peggy Trienekens: “Ja, ik doe nog mee”

Publicatiedatum: 9 mei 2011

Interview bezoeker Wereldpodium “Doet u nog mee?” (7 februari 2011)

Woonplaats: Den Bosch

Beroep: Senior beleidsmedewerker Armoede & WMO, Gemeente Tilburg

Met: Een aantal (oud)collega’s

Reden: Een collega tipte me

Doet u nog mee? Ja, ik werk en doe ook vrijwilligerswerk

Pluspunt: Paul Schnabels verhaal en het voorbeeld van de coöperatie in Esbeek

Minpunt: Het deel over Roemenië paste niet echt bij de rest

Opgemerkt: Drie procent van de Nederlanders voelt zich geïsoleerd. Dat is een erg kleine groep, waar wij veel tijd en moeite voor doen. Maar hoe groot is de kans dat je hen werkelijk kunt bereiken? Dat is iets om over na te denken.

Neemt mee naar huis: Op basis van onderzoek blijkt dat het Nederland goed gaat. Dat sterkt me om door te gaan met ons werk, en er een positieve insteek aan te koppelen.

Komt u terug? Als het onderwerp me weer aanspreekt.

Een verslag van het podium ‘Doet u nog mee?’ van 7 februari met Paul Schnabel vindt u hier.

Verslag 3 maart 2011: Goed doen in tijden van crisis

Publicatiedatum: 8 mei 2011

Donateurs worden investeerders, economische en maatschappelijke belangen gaan goed samen

Over een ding zijn ze het eens: ontwikkelingshulp moet leiden tot zelfredzaamheid. Verder hanteren de drie sprekers van dit Wereldpodium verschillende strategieën, werken ze voor verschillende doelgroepen en gebruiken ze verschillende fondsen. Rutger Wijnands van het Bernard van Leerfonds kan royaal putten uit eigen middelen, afgelopen jaar zo’n 17 miljoen; Pierre van Hedel van de Rabobank Foundation heeft jaarlijks tientallen miljoenen te besteden uit de winst van de bank en Evelijne Bruning moet de middelen voor The Hunger Project bij elkaar sprokkelen bij het bedrijfsleven. Ze haalde afgelopen jaar 1,6 miljoen op, alles bij bedrijven en niets bij de overheid of particulieren. En daar wilde het Wereldpodiumpubliek, grotendeels werkzaam bij maatschappelijke organisaties, graag wat meer over weten.

Meehelpen is leuk
‘Goed doen in tijden van crisis’ was het thema en presentator Ralf Bodelier opende deze sessie van het Wereldpodium met cijfers over de goedgeefsheid van de Nederlandse burgers en bedrijven. Van de 4,3 miljard die jaarlijks aan goede doelen wordt geschonken, komt 1,3 miljard van bedrijven. Ooit was dat merendeels sponsoring maar tegenwoordig is ongeveer de helft ‘gewoon’ een gift. Steeds meer bedrijven tonen hun maatschappelijke betrokkenheid door goede doelen te steunen met geld, kennis en vrijwillige inzet. Belangrijkste motieven: ‘Iets terugdoen voor de samenleving’ en ‘Meewerken aan een goed doel is leuk’.

Exclusieve club
Ondernemers associëren zich liever met Robin Hood dan met Dagobert Duck, een beeld dat Evelijne Bruning kan bevestigen. Zij is directeur van het Amerikaanse initiatief The Hunger Project, een concreet project om de honger de wereld uit te helpen. Evelijne als directeur en haar collega ‘director of corporate engagement’, betrekken bedrijven door het project zo zakelijk mogelijk te presenteren. Donateurs zijn investeerders in zelfredzaamheid die georganiseerd zijn in netwerken en elkaar uitnodigen. Een exclusieve club van 60 ondernemers (goed voor minimaal € 10.000 per jaar voor minstens vier jaar) gaat op reis naar de projecten in Benin om te zien hoe het de mensen daar vergaat. In een filmpje zien we de vrouwen van Benin die inderdaad spreken van empowerment, commitment en leiderschap. “Ons werk verschilt niet van andere ngo’s”, verklaart Bruning, “Maar onze aanpak is zakelijker en resultaatgerichter. Wij vinden het geen probleem als bedrijven zelf profijt hebben van hun inzet voor ons project.”

Direct herkenbaar
Ook Pierre van Hedel plaatst vraagtekens bij de efficiëntie van menige ngo. De projecten in de Derde Wereld die de Rabobank Foundation steunt, zijn direct herkenbaar: ze hebben te maken met boeren, platteland en kredietverlening en ze zijn gestoeld op economische principes. “Daarvan hebben wij verstand”, aldus Van Hedel, “Dan kunnen we inschatten of een project kans van slagen heeft.”

Tilburgse bijdragen
Een project dat is gesteund is door de plaatselijke Rabobank Tilburg is de stichting Raakveld van de beroemde Tilburger Zjef Naaijkens. Medewerkers van deze stichting zorgen dit Wereldpodium voor licht en geluid, voor de hapjes en voor de bar. “De hapjes zijn mee de hand gesneden en aan prikkers gestoken. De Raakveld-bar is beroemd om zijn nazit. Een andere Tilburgse bijdrage aan dit podium wordt geleverd door Joosje en Monique, samen MaJoJo. Joosje heeft een stem als een klok en Monique begeleidt haar en schrijft ook de teksten en muziek. Beiden studeerden aan de Tilburgse Rockacademie en staan nu klaar om de wereld te veroveren. Tijdens dit podium lukte dat al heel goed!

Fondsen opgeschud
Bernard van Leer was een eigenzinnige Joodse zakenman die in de oorlog naar Amerika vluchtte en besloot zijn vermogen in een fonds te stoppen. Daarvoor moest hij wel zijn vrouw en kinderen onterven maar dat leek hem een goede oplossing tegen ‘verwennerij’. De vele miljoenen worden traditioneel belegd en het dividend wordt jaarlijks gespendeerd aan projecten voor kinderen van 0 tot 8 jaar. “Die groep levert het meeste rendement als het goed met ze gaat”, legt Rutger Wijnands uit. “Als jonge kinderen gezond zijn en naar school gaan, leveren ze lange tijd een positieve bijdrage aan de samenleving.” Wijnands geeft toe dat ook fondsen, net als ngo’s, van tijd tot tijd moeten worden opgeschud. “We zijn nu pas begonnen om een morele code op te stellen voor onze beleggingen”, vertelt hij, “Tegelijk denken we erover na of we projecten, behalve met giften, ook op andere manieren kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door een borgstelling of een lening.”

Lessons learned
Tegen het eind van de avond inventariseerde Ralf Bodelier samen met het publiek  de lessen van de avond:
– presenteer een project helder, met duidelijke doelen en resultaten;
– laat zien dat je verstand hebt van wat je doet, houd het project beheersbaar;
– betrek de investeerders en doe een beroep op hun kennis, ervaring en netwerken;
– voer goede gesprekken die voor iedereen leerzaam zijn;
– laat zien dat in een project een beroep wordt gedaan op eigen verantwoordelijkheid en dat mensen leren wennen aan marktomstandigheden zodat ze niet altijd van hulp afhankelijk blijven.

Veel tips voor fondsenwervers en maatschappelijke organisaties, veel minder voor kleine bedrijven die maatschappelijke en economische doelen combineren in hun bedrijfsvoering. Wellicht een interessant thema voor een ander podium?

Tekst: Marianne Dagevos  www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Reacties bezoekers


Naam: Gert Ruepert
Woonplaats: Nijmegen
Beroep: Docent aardrijkskunde op een VMBO school
Met: Een collega van de stedenband Nijmegen-Pskov (Rusland)
Reden: Het COS Gelderland vroeg me mee
Is het crisis? Nog niet, maar de subsidie van de gemeente is onzeker
Pluspunt: De opzet met muziek, presentator, interviews en hapjes was voor mij een verassing, erg leuk
Minpunt: De Rabobank Foundation en Bernard van Leer Foundation steunen geen stedenbanden
Opgemerkt: Evelijne Bruning vertelde dat één sponsor uit het bedrijfsleven een opening kan betekenen naar een heel netwerk.
Neemt mee naar huis: De doelstelling van onze stedenband is contact tussen burgers van Nijmegen en Pskov. We hebben het locale bedrijfsleven daar nog niet echt bij betrokken, maar met de juiste strategie is dat wellicht goed mogelijk.
Komt u terug? Zeker, als ik weer met iemand mag meerijden.

Naam: Marijke Clabbers
Woonplaats: Arnhem
Beroep: Geen, ik ben hier als voorzitter van de Stichting Nimba, wij hebben een opleidingscentrum voor kansarme, gehandicapte kinderen opgericht in Conakry in Guinee
Met: Mijn zus
Reden: We zoeken meer fondsen
Is het crisis? De voedsel- en brandstofprijzen in Guinee zijn de afgelopen tijd verdubbeld, dus we kunnen veel minder doen met ons huidige budget
Pluspunt: Pierre van Hedel van de Rabobank durfde echt te zeggen waar het om draait
Minpunt: Guinee blijkt telkens weer achter het net te vissen, het is geen donor darling
Opgemerkt: Het Hunger project besteedt elf procent van het opgehaalde geld aan fondsenwerving en administratie, en dat is laag voor een grote club. Wij komen uit op vier of vijf procent, dat is toch een voordeel van kleine organisaties.
Neemt mee naar huis: Ik heb het niet eerder zo gezien, maar onze donateurs zijn in feite ook investeerders. We moeten hen beter informeren wat we met hun investering hebben bereikt.
Komt u terug? Ja, we komen regelmatig naar het Wereldpodium, dit was de vierde of vijfde keer

 

Verslag 24 maart: Arm en gehandicapt – de vergeten 260 miljoen

Publicatiedatum: 7 mei 2011

Waarom staan mensen met een handicap niet hoog op de agenda van ontwikkelingsorganisaties? En hoe krijgen we ze daar? Daarover gaat het Wereldpodium Select ‘Arm en gehandicapt, de vergeten 260 miljoen’ georganiseerd door het Wereldpodium en het Liliane Fonds, de stichting die jaarlijks meer dan 80.000 kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden helpt.Met een goed gevulde zaal in het Provinciehuis, opinieartikelen in het Brabants Dagblad en Trouw en filmopnamen voor het tv-journaal van Omroep Brabant is de start voortvarend. Presentator Jan Jaap van der Wal kondigt een drukke middag aan met interviews, debat, een column, de presentatie van een gids en de vuurdoop van de nieuwe voorzitter van het Liliane Fonds.

Durfbeleid
Maar allereerst is het woord aan de ‘gastheer’ van het Provinciehuis: Commissaris van de Koningin Wim van de Donk. Van de Donk typeert het werk van het Liliane Fonds als “het organiseren van hoop”. “Kinderen die met een achterstand beginnen zijn een doelgroep waar je, als mens, niet om heen kan.” De methode van het Liliane Fonds ziet hij als het “organiseren van vertrouwen”. In een tijd waar het zelfs bij banken mis gaat, steunen mensen initiatieven op basis van een smetteloze reputatie en juist op dat terrein heeft het Liliane Fonds terecht een uitstekende naam, aldus de Commissaris. Van de Donk benadrukt dat ontwikkelingsorganisaties zich niet moeten laten gijzelen door de doelstellingen van beleidsmakers bij de overheid. Zij hebben juist de verantwoordelijkheid om andere opvattingen en doelen te realiseren. Particuliere initiatieven bereiken plekken waar de overheid niet komt door op eigen risico en initiatief en met onverdachte reputatie aan het werk te gaan – zonder de vraag te stellen: ‘Vindt de rekenkamer dit wel goed?’. Het werk van organisaties als het Liliane Fonds vergt durfbeleid en risico nemen. Juist daar zit de meerwaarde van particuliere initiatieven.

Confronterend
Jacco Holthuis, griffier bij de Raad van State, was ambassadeur van gehandicapt Nederland in 2009/2010 en maakte in dat kader een reis naar Nicaragua. Daar ontmoette hij onder andere Jorge, een jongetje met een beperking en Mauricio een ambitieuze student rechten met -net als Jacco- spastische benen. Ze zijn te zien in een documentaire die Jaap Jongbloed maakte. Presentator Van der Wal praat met Holthuis over zijn ervaringen.”Iemand met een handicap wordt in Nicaragua gezien als minderwaardig”, vertelt Jacco. “Een handicap is een vloek. Ik schrok er van dat Jorge op geen enkele school welkom was en dat Mauricio in elkaar is geslagen, enkel en alleen vanwege zijn handicap.” Mauricio overwon veel tegenwerking en studeert nu rechten. “Hij heeft een echte vechtersmentaliteit. We herkenden dat in elkaar. Het is erg belangrijk om jezelf een doel te stellen en daar is Mauricio een meester in gebleken.” Jacco ervoer zijn reis als confronterend, leerzaam en emotioneel. “Het relativeert je eigen situatie en leert je weer dat het niet zozeer draait om een aangepaste schoen of beugel. Dat iemand de opleiding kan volgen waar hij of zij verder mee komt is minstens zo belangrijk.” Jacco hoopt Mauricio terug te zien in Den Haag, als hij zijn doel, werken bij de VN, heeft gerealiseerd.

Mensenrechtenverdrag
Directeur Kees van den Broek van het Liliane Fonds werkte als fysiotherapeut in Afrika. Toen hij terugkeerde naar Nederland zocht hij een functie waarin hij zich nog steeds kon inzetten voor kinderen met een handicap. Hij leidt nu een organisatie van 35 werknemers en ruim honderd vrijwilligers die met een budget van 16,5 miljoen jaarlijks 87.000 kinderen in 30 landen ondersteunt. Een filmpje van het Liliane Fonds illustreert dit werk.Op de vraag van interviewer Ralf Bodelier wat de missie van het Liliane Fonds is, luidt het antwoord kort en krachtig: meedoen. Kinderen met een beperking moeten meetellen in het gezin, op school en in de buurt. “Het gaat niet zozeer om het bonnetje van de beugel”, verduidelijkt Van den Broek. “Wij willen zien dat een kind een opleiding krijgt en daadwerkelijk een kans krijgt mee te doen in de maatschappij.”

Terwijl de VN becijfert heeft dat één op de vijf mensen die leven van minder dan één dollar per dag een beperking heeft, blijken mensen met een handicap nauwelijks in beeld bij andere ontwikkelingsorganisaties zijn. Hoe komt dat? Van den Broek vertelt dat hij een rondje langs alle ontwikkelingsorganisaties om verandering te bewerkstelligen. Hij werd overal vriendelijk ontvangen, maar zijn missie slaagde niet. Van den Broek noemt twee belangrijke redenen. De eerste is dat kinderen met een beperking ‘onzichtbaar’ kunnen zijn. Ze worden uit schaamte binnenshuis gehouden of hebben een lichte verstandelijke beperking die niet direct in het oog springt. Daardoor is het probleem minder zichtbaar en dwingend. Een tweede reden is dat mensen met een handicap moeten concurreren met de vele en vaak ‘hippere’ prioriteiten in ontwikkelingssamenwerking zoals vrouwenemancipatie of duurzaamheid.Het Liliane Fonds verwacht verbetering zodra Nederland het mensenrechtenverdrag van de VN voor mensen met een handicap ratificeert. “Hoe eerder dit gebeurt, hoe beter”, stelt Van den Broek. “Dan zal elke ontwikkelingsorganisatie moeten rapporteren hoe zij rekening houden met deze doelgroep.” Het huidige ontwikkelingsbeleid stemt Van den Broek somber: “De nadruk ligt op economische ontwikkeling en niet op onderwijs en gezondheidszorg. Mensen met een beperking worden daar evident de dupe van.”

Vrijheid
“Mensen met een handicap die leven van één dollar per dag hebben me verbaasd”, vertelt Petra Jorissen in haar column. Jorissen is medeauteur van het indrukwekkende boek ‘Helden op Stokken’. Zij reisde naar ontwikkelingslanden om de verhalen van arme mensen met een handicap op te tekenen. “Arm, zonder stem in de maatschappij en verstoken van alles wat mij het leven waard lijkt, weten zij een menswaardig bestaan te leiden. Zij hebben me laten zien dat echte vrijheid van binnen komt.”

Op het netvlies
Onder leiding van Ralf Bodelier discussiëren experts en publiek verder over de vraag waarom mensen met een beperking niet hoger op de agenda staan van ontwikkelingsorganisaties en hoe dit te veranderen is. Op het podium: Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking in Nijmegen en directeur van onderzoeksinstituut CIDIN, en Jack van Ham, voormalig directeur van ICCO en kersverse voorzitter van het Liliane Fonds. Vanuit de zaal praten onder meer Monique Wijnen, voormalig ambassadeur van gehandicapt Nederland, Paulien Bruijn van Stichting Dark & Light, actievoerder Jan Troost en Roelie Wolting van DCDD mee.

Onderwerp deze middag zijn mensen met een beperking in ontwikkelingslanden en hun kansen om mee te doen. Maar hoe zit het in Nederland? Monique Wijnen: “Bij mijn geboorte zeiden artsen tegen mijn ouders: verwacht er niet teveel van. Ze zal niet kunnen zitten en incontinent blijven. Daar kan ik me nog steeds erg boos over maken.” Jan Troost: “Mensen zien een handicap nog steeds als een medisch probleem. Maar als de samenleving aangepast is, vallen mijn beperkingen weg. In de VS kan ik overal zonder problemen komen. Wij moeten hier zelf ook nog veranderingen afdwingen.”

De staf van het CIDIN blijkt geen mensen te tellen met een beperking, net zo min als het ICCO. En er staat ook niets expliciets over mensen met een beperking in de millenniumdoelen, vertellen Hoebink en Van Ham. “De politieke druk is lange tijd te laag geweest”, vindt Van Ham. “We moeten meer lobbyen.” Maar tegelijkertijd meent hij dat de overheid op dit moment “een heilloze weg” is. “We moeten ons meer richten op maatschappelijke mobilisatie. Dat klinkt misschien jaren 70, maar dat is het zeker niet.” Hoebink vindt dat het vooral ontbreekt aan focus. “Zaken als toegankelijkheid kun je eenvoudig inbouwen in programma’s, dat het nauwelijks gebeurt, laat zien dat beperkingen niet op het netvlies staan in ontwikkelingssamenwerking.”

Hoe belangrijk is de rol van cultuur en tradities in ontwikkelingslanden voor mensen met een beperking? Paulien Bruijn relativeert: “Ook al gelooft een moeder dat haar kind met een beperking het resultaat is van hekserij, toch zal ze alles doen om het kind medische zorg te geven. Het is uiteindelijk vooral de omgeving waar een andere houding nodig is. En op dat terrein kun je veel bereiken via empowerment van mensen met een handicap.” Hoebink is wars van cultuurrelativisme. “De conventies zijn helder en duidelijk. Toen albino’s vervolgd werden in Tanzania heeft de woede van het buitenland ook direct effect gehad. De autoriteiten traden meteen op.” Van Ham: “Globalisering geldt ook voor normen en waarden. We zijn continu bezig elkaar te beïnvloeden. Roelie Wolting: “Kennis is het sleutelwoord. Hoe gebrekkiger de kennis over beperkingen, hoe minder kansrijk mensen zijn.”

Het publiek wijst er op dat er CBR-guidelines bestaan: een dikke ‘bijbel’ waarin precies beschreven staat hoe lokale ontwikkelingsorganisaties mensen met een handicap bij hun project kunnen betrekken. Probleem opgelost? Hoebink antwoordt dat hij niet zo in bijbels gelooft en ook Van Ham denkt dat opschrijven niets meer oplost. “Hoe mensen met een handicap kansen kunnen en moeten krijgen, is bekend. De kwestie is dat ontwikkelingsorganisaties de verantwoordelijkheid moeten oppakken.” En met deze oproep eindigt het podium.

Gids: Meedoen
Voor kleine (en grote) ontwikkelingsorganisaties in Nederland hebben Wereldpodium en Liliane Fonds een gids gemaakt met praktische tips & trics hoe zij kinderen met een handicap bij hun projecten kunnen betrekken. De gids is getiteld: Meedoen. Open uw project voor kinderen met een handicap. Auteurs zijn Mirjam Vossen en Marga van Zundert. Vanmiddag krijgen Els Geerts en Els Keepers van Stichting Jasinga symbolisch het eerste officiële exemplaar uitgereikt door scheidend en komend voorzitter van het Liliane Fonds Cor Oostveen & Jack van Ham. Stichting Jasinga, een initiatief van drie vriendinnen, heeft een basisschool gebouwd in Jasinga, Indonesië, en werken er aan om op deze school ook kinderen met een beperking een opleiding te kunnen geven.Hoe u de gids kunt bestellen, leest u binnenkort op www.uitgeverijwereldpodium.nu

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Anjès Gesink

Bezoeker Dave van Opdorp: ‘Graag vaker zo’n twitterwall’

Publicatiedatum: 5 mei 2011

Interview bezoeker Wereldpodium

‘De Twitterrevolutie: hoe internet de wereld verandert’
(7 april 2011)

Naam: Dave van Opdorp

Woonplaats: Tilburg

Beroep: Journalist en presentator bij brabant10.

Met: Vriendin, ouders en collega.

Reden: Ik kom regelmatig naar het Wereldpodium en dit onderwerp, social media, boeit me.

Twittert u zelf? Ja, voor mijn werk en ook privé zo’n drie tweets per dag.

Opgemerkt: Twitteren is delen. Eigenlijk sluit het idee meer aan bij Afrika en Azië dan bij het individualistische westen.

Pluspunt: Tom America vond ik verassend leuk.

Minpunt: De presentator had meer kunnen inhaken op de tweets van vanavond. Zo’n twitterwall mag van mij bij alle podia.

Neemt mee naar huis: Stof tot nadenken. Wiel Schmetz praatte bijvoorbeeld over angst, dat angst ook mogelijkheden schept. Sorry, ik formuleer het nu erg vaag, maar dat komt omdat ik er zelf nog over moet peinzen.

Komt u terug? Ik ben een trouwe klant en dit was weer een erg leuke avond.

Het verslag van het Twitterpodium leest u hier.

Tekst: Marga van Zundert
Foto: Marloes Coppens

 

 

Verslag 20 april: Congo, grondstoffen en bloedmobieltjes

Publicatiedatum: 4 mei 2011

Sprookjesachtig mooi. Zo herinnert Alphonse Muambi zich Kivu, een gebied in het oosten van Congo. Muambi ontvluchtte het land in 1994 en keerde 2006 terug als verkiezingswaarnemer. De schok was groot. Het prachtige Kivu was veranderd in een desolaat gebied, met vluchtelingenkampen, massagraven en talloze bewoners die dierbaren hadden verloren. In het oosten van Congo woedt een oorlog, die al aan 4 miljoen mensen het leven heeft gekost.

Wat is gebeurde er in Congo, in de 15 jaar nadat zo hoopvol dictator Mobutu werd verdreven? Hoe werd dit schilderachtige ‘Zwitserland van Afrika’ het toneel van zo’n hardnekkig conflict? En wat hebben wij, als gebruikers van laptops en mobieltjes, daarmee te maken? Het zijn geen eenvoudige vragen, maar op dit speciale Wereldpodium over ‘failed state Congo’, worden ze grondig uitgediept.

Jan Pronk, oud-minister voor ontwikkelingssamenwerking, schetst in sneltreinvaart een aantal factoren die van Congo een falende staat hebben gemaakt. Congo treft het niet met zijn geschiedenis. In de koloniale tijd werd het een natiestaat zonder dat zijn inwoners zich één geheel voelden. Het feit dat Congo een groot en heterogeen land is, bemoeilijkt die eenwording. Gevolg: de officiële machthebbers hebben geen gezag, en daardoor verschrompelt de staat.

De mix van ‘falende staat’ en ‘rijkdom aan grondstoffen’ is een voedingsbodem voor conflicten. Alphonse Muambi schetst hoe het er aan toe gaat. Rond de mijnen in Oost-Congo, waar onder andere coltan, goud en tin wordt gewonnen, vechten fracties van drie verschillende rebellenlegers, deels gesteund door Rwanda. Ook het leger van Congo is een partij. Daarnaast zijn er talloze kleine, opportunistische fracties, die een graantje willen meepikken. “Het is voor niemand overzichtelijk, ook voor Congolezen zelf niet.”

En in die wirwar worden kostbare grondstoffen gedolven, die uiteindelijk hun weg vinden naar Nederland. Jan-Willem Scheijgrond van het Philips Corporate Sustainability Office schetst de route van de Congolese delver in de mijn, naar louche tussenhandelaren, naar smelters in China, naar de fabrieken, en uiteindelijk naar de Nederlandse consument. De tussenschakels zijn talrijk, en dat maakt meteen duidelijk waarom er moeilijk grip op te krijgen is. “We kunnen aan een stukje tin of goud niet zien waar het vandaan komt.”

En toch moeten bedrijven proberen daar grip op te krijgen, vindt Tim Steinweg van SOMO, een ngo die onderzoek doet naar multinationale ondernemingen. In Amerika zijn er al initiatieven om bedrijven te dwingen tot meer transparantie over de herkomst van metalen uit Congo. Ingewikkeld, dat beseft Steinweg zich terdege. Het grote gevaar is dat bedrijven dan maar helemaal metalen uit Congo gaan weren. En dat is niet de bedoeling: “Congolese groepen vrezen dat dit de lokale economie verder om zeep helpt, en het conflict verergert.”

Hoe moet het dan wel? Daarover ontspint zich in levendige discussie, met een bijdrage van studenten Elodie Kooiman en Ilse van Roermund. Bedrijven hebben hun verantwoordelijkheid, daarover is ook Philips het eens. Ze kunnen werken aan een certificeringssysteem voor ‘eerlijke’ grondstoffen uit Congo. Maar zij kunnen het niet alleen. Overheden kunnen helpen door eisen aan bedrijven te stellen. Consumenten kunnen druk op de fabrikanten opvoeren, en zuiniger omgaan met hun elektronica. Maar uiteindelijk moet het vooral in Congo zelf gebeuren. “De grondstoffen oorlog en de falende staat hangen samen”, zegt Jan Pronk. “Je moet beide oplossen. Je moet werken met degene die macht heeft. Zelfs met rebellengroeperingen moet je samenwerken. En als consument moet je beseffen dat jij ook een onderdeel bent van deze keten. Daarmee ben je een deel van het probleem, maar ook van de oplossing.”

Tekst: Mirjam Vossen
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 7 april 2011: de twitterrevolutie

Publicatiedatum: 6 mei 2011

Bezoekers van het Wereldpodium zijn geen digibeten. Bijna de helft twittert, een even groot deel zit op Facebook. De uitkomst van deze snelle publiekspeiling door presentator Ralf Bodelier is misschien niet verwonderlijk: het thema van de avond is ‘de twitterrevolutie: hoe internet de wereld verandert’. Vanuit de zaal kan zelfs volop worden getwitterd, en de tweets rollen live over de muur achter het podium.

Wat zeggen de recente ontwikkelingen in Noord-Afrika ons over de kracht van social media? Loopt lopen wij wel altijd voorop met nieuwe ict-ontwikkelingen, of is Afrika ons ditmaal voor? En wat kunnen wij daarvan leren?  Drie gasten mogen hun tanden daarop stukbijten. Zij worden afgewisseld door twee kunstenaars die op eigen wijze de wereld van nieuwe media verbeelden. Klankkunstenaar Tom America toont beeld- en geluidverhalen over gebeurtenissen in China en Limburg, die vóór de tijd van social media die wereld in gingen. Kunstenaar Helena Klakocar geeft een voorproefje van haar nieuwe project First World Peace. In honderden tekeningen schetst Klakocar een toekomst waarin oorlogen alleen nog maar worden uitgevochten in de virtuele wereld.

Transformatie
Social media transformeren onze maatschappij in razend tempo. Dat betoogt Wiel Schmetz, oud-directeur van de Academie van Journalistiek en docent Nieuwe Media. Het sleutelwoord in deze transformatie is ‘delen’, zegt Schmetz. “Je kunt al je kennis en ervaringen op elk moment beschikbaar stellen aan iedereen. Dat kon vroeger niet.” Dat verandert de rol van de burger in die van burgerjournalist. “Burgers leggen vaak eerder vast wat er gebeurt dan journalisten.” ‘Gewone’ journalisten blijven volgens Schmetz nodig, om uit de enorme hoeveelheid berichten de informatie te zeven die relevant is. “Maar zij hebben steeds minder vaak de primeur.”

Burgerjournalistiek in Iran
Burgerjournalistiek: Kiaa Parsa Alipour uit Iran maakt er dankbaar gebruik van. Alipour vluchtte tien jaar geleden uit Iran. Nu werkt hij als journalist en online marketing manager voor radio Zamaneh, dat vanuit Amsterdam wereldwijd uitzendt via internet. Zamaneh werkt met 150 ‘burgerjournalisten’: bloggers, deels uit Iran, die via social media hun nieuws met Zamaneh delen. “Het is gevaarlijk werk”, zegt Alipour. “Velen doen het anoniem”.

We blikken terug op de gebeurtenissen die ´de twitterrevolutie´ een naam gaven: de spontane opstanden na de Iraanse presidentsverkiezingen van 2009. Werden deze revolutie veroorzaakt door social media? “Nee”, zegt Alipour: “Het verzet was er al. Je kunt dat zien als losse druppels. Wanneer die allemaal bij elkaar komen, dan kunnen ze een keiharde rots uithollen. Maar je moet die druppels eerst mobiliseren. En dat gebeurt in een virtuele sfeer.”

De mobiliserende kracht van social media is enorm, zo blijkt uit recente opstanden in de Arabische wereld. Maar ook de tegenkracht is sterk. Alipour vertelt hoe de Iraanse overheid zijn radiostation belaagt. Een jaar geleden werd Zamaneh gehackt door de cyberarmy van de Iraanse Revolutionaire Garde. “De overheid wil angst zaaien”, zegt Alipour. Ze hackt daarom websites van kritische organisaties, vervalst Facebook-pagina’s van sleutelfiguren in de opstanden en maakt eigen weblogs die volstaan met propaganda. Zo zetten social media de spanning tussen burgers en autoritaire overheden op scherp, waarbij elke partij dezelfde social media inzet om de ander te dwarsbomen of te omzeilen.

Een wolk van vertrouwen
Bezoekers en buitenstaanders twitteren intussen naar hartenlust mee. “Wat maakt deze recente ‘twitterrevoluties’ anders dan hun voorgangers, wil een twitteraar weten. “Sociale media versterken het wij-gevoel,” zegt de derde gast, Caroline Figuères van IICD. “In eerdere revoluties moest je eerst een vertrouwensband opbouwen. Dat is niet makkelijk in samenleving waar je niemand kon vertrouwen. Nu ben je vriend van elkaar, ook als je iemand niet kent.”

Sociale netwerken scheppen een wolk van vertrouwen. Maar dan moet je eerst toegang hebben tot die digitale omgeving. Hoe zit dat in Afrika? Die toegang groeit in rap tempo, zegt Figuères. Haar organisatie IICD is opgericht om de digitale kloof tussen het Westen en de derde wereld te dichten. IICD steunt mensen om met mobiele technologie hun levensomstandigheden te verbeteren. Vrouwengroepen in Burkina Faso leren hoe ze via internet prijzen kunnen checken en producten kunnen verkopen. In Mali vinden vrouwen elkaar via internet om te strijden tegen huiselijk geweld. Onder de oppervlakte steunt IICD zo emancipatie- en democratiseringsprocessen.

Afrika koploper
Het beeld dat het Westen altijd voorop loopt met ict-ontwikkelingen, mag van Figuères op de schop. We zien een filmpje van Ushahidi, software waarmee je brandhaarden of rampen kunt lokaliseren. Het is gemaakt in Kenia, maar werd ook ingezet na sneeuwstormen in Amerika en de overstroming in Japan. “Mensen in Afrika zijn heel creatief”, zegt Figuères. “Ze hebben geen geavanceerde technologie, zoals wij. Daarom zoeken simpele en robuuste oplossingen, bijvoorbeeld om te bankieren via de mobiele telefoon.”
Wiel Schmetz denkt dat Afrika wel eens een voordeel zou kunnen hebben ten opzichte van het Westen: “Het ‘delen’, het sleutelwoord in deze transformatie, zit meer in de Afrikaanse cultuur. Nu Afrika de technologische achterstand inloopt, kan dat hen een enorme voorsprong geven.”

We keren terug naar Nederland, naar ons eigen leven tussen blogs en tweets. Een bezoeker verzucht dat ze niet meer weet wat ze moet met al die tweets vol tegenstrijdige informatie. “Het feit dat je zoveel informatie krijgt, moet jou niet in verwarring brengen”, zegt Caroline Figuères. Het moet jou aan het denken zetten: wat vind ik zélf? In die diversiteit van informatie moet je leren je eigen mening te vormen.” Dat is een mooi besluit van de discussie, en een prachtige boodschap om met iedereen te delen.

Tekst: Mirjam Vossen
Foto’s: Marloes Coppes

Reacties bezoekers

Bezoeker Dave van Opdorp:”Graag vaker zo’n twitterwall”


Naam: Dave van Opdorp
Woonplaats: Tilburg
Beroep: Journalist en presentator bij brabant10.
Met: Vriendin, ouders en collega.
Reden: Ik kom regelmatig naar het Wereldpodium en dit onderwerp, social media, boeit me.
Twittert u zelf? Ja, voor mijn werk en ook privé zo’n drie tweets per dag.
Opgemerkt: Twitteren is delen. Eigenlijk sluit het idee meer aan bij Afrika en Azië dan bij het individualistische westen.
Pluspunt: Tom America vond ik verassend leuk.
Minpunt: De presentator had meer kunnen inhaken op de tweets van vanavond. Zo’n twitterwall mag van mij bij alle podia.
Neemt mee naar huis: Stof tot nadenken. Wiel Schmetz praatte bijvoorbeeld over angst, dat angst ook mogelijkheden schept. Sorry, ik formuleer het nu erg vaag, maar dat komt omdat ik er zelf nog over moet peinzen.
Komt u terug? Ik ben een trouwe klant en dit was weer een erg leuke avond.

 

 

Bezoeker Alice van Alphen:”Ik ga niet morgen twitteren, maar wel nadenken”


Naam: Alice van Alphen
Woonplaats: Tilburg
Beroep: Ik ben met prepensioen, maar was docent.
Met: Echtgenoot
Reden: Klinkt misschien vreemd, maar ik heb helemaal niets met Twitter, vandaar.
Twittert u zelf? Nee dus, maar mijn man wel.
Opgemerkt: Twitteren is niets nieuws onder de zon.
Pluspunt: Het verhaal over social media in Iran. Het Wereldpodium slaagt er telkens goed in een onderwerp in een globale context te plaatsen die mij aanspreekt.
Minpunt: Ik kan niet tegelijkertijd een gesprek volgen en tweets lezen.
Neemt mee naar huis: Ik ga nog steeds niet twitteren. Maar het was een eyeopener te horen hoe social media conflicten kan beïnvloeden. Daar ga ik over nadenken en er over praten met anderen.
Komt u terug? Ja, ik kom niet echt regelmatig, maar bij vlagen.

 

 

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Marloes Coppes

donderdag 21 april: Filmdebat “Udaan”: Indiase jongeren vluchten naar vrijheid

Publicatiedatum: 3 mei 2011

Op 21 april opende het vijfde Mundial Filmfestival in Cinecitta met de vertoning van de Indiase film Udaan. De film vertelt het verhaal van een tienerjongen die in opstand komt tegen zijn autoritaire vader. Daarmee staat Udaan – letterlijk ‘vlucht’ – symbool voor de cultuurclash tussen jonge en oudere generaties in het razendsnel veranderende India.

Samen met Cinecitta en Mundial organiseerde het Wereldpodium een speciaal programma rondom Udaan. Voorafgaand aan de film ging presentator Ralf Bodelier in gesprek met schrijfster, journalist en India-kenner Brigitte Ars. Na afloop praatten bezoekers verder in de foyer met Brigitte Ars en Satish Narayanan, Indiër en directeur van Techmarq Consultancy in Breda.

Het publiek discussieerde met de gasten over de film en over de veranderende samenleving in India en Azië: de invloed van globalisering en economische groei op de jongere generatie, de verhouding tussen ouders en kinderen, en de opkomst van maatschappij-kritische ‘art-house films’ als tegenhanger van Bollywoord-producties.

 

Verslag 15 mei: Naar een afvalarme wereld

Publicatiedatum: 2 mei 2011

Lekkende waterkokers, kapotte telefoons, oude krultangen… Bezoekers van de Dag van het Afval mochten op 15 mei een afgedankt apparaat meenemen naar popcentrum 013. In ruil daarvoor kregen ze een felgroen fleecedekentje, gemaakt van afgedankte petflessen. Met deze ludieke actie was thema van de middag gezet: afval is grondstof. Bijvoorbeeld voor kunstwerken. Beeldend kunstenaar Guus Voermans showde objecten van afgedankte strijkijzers, verfkwasten en staatlantaarns. Of muziekinstrumenten: Harm Goslink Kuiper speelde romantische liedjes op zelfgebouwde gitaren van olieblikken en afvalhout.

Maar de Dag van het Afval begon met de enorme berg die wij elk jaar weggooien. Volgens André Habets van Wecycle, recyclaar van elektronisch afval, gooien we met zijn allen zo’n 300 miljoen kilo elektronische apparatuur per jaar weg. Ongeveer 120 miljoen kilo wordt opgehaald. Wecycle krijgt e-waste van gemeenten, retailers en scholen en zorgt dat het voor 97% verantwoord wordt hergebruikt.

Het hergebruik van afval gaat steeds beter. Dat zegt Joris van de Meulen van Nedvang, het bedrijf dat namens producenten verantwoordelijk is voor het hergebruik van afval. Bij het grote publiek is Nedvang beter bekend van de Plastic Heroes. De inzameling van plastic stijgt en Van de Meulen laat wat ermee gebeurt: petflesjes worden plastic bakjes, t-shirts en fleecedekentjes.

Afval is grondstof. Maar miljoenen kilo’s afval belanden niet in de recyclestroom. Elke maand komen in Ghana 500 containers aan met elektronisch afval uit Europa, zegt Mike Anane, milieujournalist uit Ghana. Het zijn computers en beeldschermen, verscheept als hulpgoederen, waarvan 80% niet meer werkt. Die kapotte apparaten belanden op stortplaatsen, waar kinderen het verbranden, op zoek naar restjes koper en ander metaal. De gevolgen zijn afschuwelijk. Kinderen werken 12 uur per dag in de schadelijke dampen, met hoofdpijn, loodvergiftiging en ademhalingsklachten tot gevolg. “De schamele dollar die ze verdienen, gaan op aan medicijnen”, zegt Anane. “Veel kinderen gaan dood aan kanker voor ze de volwassen leeftijd bereiken.”

Volgens Anane zit een enorme lek in het recyclesysteem. Dat leidt tot verontwaardiging bij het publiek: hoe is mogelijk, vragen bezoekers, dat Nederland zoveel afgedankte apparatuur uit onze havens glipt? De sprekers kennen het probleem. Het is echter al minder erg dan vroeger, betoogt oud-milieuminister Jacqueline Cramer. Als minister zorgde zij dat gemeenten betaald kregen voor het inzamelen van e-waste, waardoor er nu minder afval in handen komt van louche handelaren.

Vooralsnog kunnen louche handelaren echter nog te gemakkelijk een dikke boterham verdienen. Dag zegt Emile Lindemuller, environmental crime officer bij Interpol. Het opsporen van milieucriminaliteit nog veel te weinig prioriteit, zegt Lindemuller: “Wij zien de slachtoffers niet, er liggen hier geen lijken op straat. Bovendien zijn de straffen laag”. Dus gaat de Italiaanse maffia door met het illegaal afzinken van schepen, en vullen handelaren containers met computers naar Ghana of Nigeria. Interpol weet af en toe met succes een lading tegen te houden, maar nog niet vaak genoeg.

De inzameling van afval moet beter, milieucriminaliteit moet stoppen. De vraag is wie daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Volgens Frans Föllings van afvalverwerker Aterro moeten gemeenten meer doen om de burgers aan te zetten tot betere afvalscheiding. “Driekwart van wat er in een container zit, hoort daar niet. Nog altijd zit die container voor een groot deel vol met gft-afval, glas, papier en kunststof.” Aterro haalt dat er alsnog uit tijdens een proces van nascheiding. Jacqueline Cramer vindt dat gemeenten het de burgers vooral gemakkelijker moet maken. “Stadsbewoners op driehoog achter hebben geen plaats om drie afvalbakken in huis te zetten. Zorg voor veel voorzieningen in de wijk. En zorg dat mensen er iets voor terugkrijgen.”

De meest prangende vraag blijft over voor het slotdebat: hoe pak je afvalcriminaliteit aan? Zou het helpen wanneer het in Ghana winst kan maken met recyclen? Ja, vindt Emile Lindemuller: “Zorg dat mensen in Ghana er iets aan verdienen. Het milieuprobleem gaat hand in hand met het armoedeprobleem.” Nee, zegt André Habets van Wecycle echter: “Recyclen kost geld. Ghana kán daar niets aan verdienen. Afval moet hier blijven en hier worden verwerkt.” Zou het, ten slotte, helpen wanneer onze kliko’s 80% kleiner worden? Dat vindt niemand een goed idee. Het lijdt alleen maar tot afvaltoerisme en lange files bij de Milieustraat. Slim ontwerpen, waterdicht inzamelen en hergebruiken blijft de beste route naar een afvalarme wereld.

Fotografie: Marloes Coppes

 

Verslag 25 mei: Een crisis kun je elkaar ook aanpraten!

Publicatiedatum: 1 mei 2011

Het valt niet mee om wijs te worden uit alle, soms tegenstrijdige berichten over de economische crisis. Gaat het nu beter of dreigt een nieuwe, nog ergere crisis? Gaan de bezuinigingen mij of mijn naasten treffen en verkoop ik ooit nog mijn huis? Om maar te zwijgen van mijn pensioenuitkering of de ouderenzorg. Desondanks gaan we elk jaar een of meer keer op vakantie en leven een luxe leventje. Nederlanders zijn een gelukkig volk, blijkt uit de Happiness-index van de wereld en toch klagen we wat af. Uitleg en verklaringen kwamen tijdens dit Wereldpodium van een socioloog, een psycholoog en een econoom. Het Wereldpodium speelde dit keer een thuiswedstrijd: alle aandacht was gericht op Brabant en Nederland.

Brabanders over de crisis Eerste spreker is Kees Nauta, onderzoeker bij het Brabantse kennisinstituut Pon. Samen met presentator Meike de Jong neemt hij de resultaten door van het onderzoek over wat de Brabanders merken van de crisis. In 2009 en in 2011 is aan de deelnemers van het Brabantpanel gevraagd of de crisis invloed heeft op werk, wonen en inkomen. Zo worden verschuivingen zichtbaar. De zaal mag raden naar de uitslagen en al gauw blijken de tegenstrijdigheden. Wel meer bezuinigen op uitgaven maar minder bang voor baanverlies, wel meer moeite met rondkomen maar meer optimisme over de Brabantse economie dan in 2009. Belangrijkste resultaat van het onderzoek is volgens Nauta de toenemende onzekerheid en het afnemende vertrouwen. Burgers weten niet wat ze van de toekomst moeten verwachten en dat leidt tot somberheid, ook als er in het dagelijks leven niets aan de hand is. Zeker niet somber zijn Marlon van Mook op de contrabas en haar medemuzikanten. Met diverse instrumenten onder de arm en binnen handbereik zingen ze driestemmig ‘What a wonderful world’ pom-pom-pom-pom, sja-la-la-la.

Negatieve dingen vallen op

Seger Breugelmans is sociaal psycholoog en doet onderzoek naar economische beslissingen. Ook hij heeft gemerkt dat de grote berichten over de economie en de kleine dagelijkse ervaringen thuis vaak niet bij elkaar passen. “Ons gevoel volgt de media”, aldus de psycholoog en, “Hoe meer ergens over wordt gepraat, hoe hoger het realiteitsgehalte.” Bovendien zijn mensen bang om af te wijken van de heersende opinie en horen het liefst bij een groep. Nog een weetje: ‘Negatieve dingen vallen ons meer op dan positieve. En negatieve emoties komen in veel meer vormen voor dan positieve.” Om deze ontnuchterende feiten te verzoeten, presenteert de catering van het Tilburgs Theater een schattig pauzehapje; een hartje van pannacotta met een rood suikerlaagje en kleine marshmallows eromheen. Lief en lekker.

Orkestratie van rechts

Na de pauze schuift hoogleraar economie en cultuur Arjo Klamer aan. Ralf Bodelier gaat met hem in gesprek over verschillende actuele kwestie. Zo heeft Klamer een duidelijke visie op de eurocrisis. Zijn pleidooi: Griekenland stapt uit de euro en gaat terug naar de drachme. Deze keldert in waarde en zodoende wordt Griekenland een extra aantrekkelijk vakantieland en kan het gaan exporteren. De voorgestelde cold turkey benadering waarover nu in Europa gesproken wordt, noemt hij onbeschaafd en hardvochtig. Ook over de bezuinigingen in Nederland heeft hij een heldere mening: deze regering voert een neoliberaal beleid en dat betekent, snijden in de collectieve uitgaven zodat de private uitgaven zomin mogelijk verstoord worden. In de publieke opinie wordt het beeld gewekt dat we ons niets meer kunnen permitteren, terwijl de maatregelen zelf voor crisis zorgen. Want de economische crisis, aldus Klamer, bestaat niet. Omdat het economische beleid gefixeerd is op groei en stijging van het BNP, wordt een probleem gecreëerd. In werkelijkheid zijn er met de regelmaat van de klok schommelingen aan het financiële front. De hoogleraar deinst er niet voor terug om in de crisis een orkestratie van rechts te zien bedoeld om de problemen van de banken te verhullen.

Voldoening door wat te doen

Om aan deze vicieuze cirkel te ontsnappen, moeten we anders gaan denken, is de boodschap van dit Wereldpodium. Armoede en rijkdom niet uitdrukken in geld maar in sociale relaties. Geluk vervangen door voldoening. Voldoening kun je halen uit je werk, je omgang met vrienden, je inzet voor de samenleving, je zorg voor je gezin en ga zo maar door. Voldoening krijg je door wat te doen, het is geen lot dat je treft. Psycholoog Breugelmans beaamt de redenering van Klamer: het plezier van materiele goederen is na een paar dagen verdampt, het plezier van activiteiten en ervaringen blijft veel langer bestaan. Over wat de meeste waarde heeft, verschillen de academici enigszins. Klamer zoekt het in de sociale contacten, Breugelmans in de autonomie. Beiden zijn het erover eens dat ‘sociale vergelijking’ alleen maar tot ontevredenheid en consumptiedwang leidt en dat we een hoop onrealistische verwachtingen naast ons neer moeten leggen. Een sterk persoonlijk bewustzijn en een levensbeschouwing kunnen daarbij helpen.

Voldaan

Na afloop van de gesprekken met de deskundigen constateren ook Meike de Jong en Ralf Bodelier veel voldoening: een mooi thema, goede sprekers, een leuk publiek, een volle zaal, interessante gesprekken, kortom, een heleboel redenen om heel gelukkig en voldaan weer op huis aan te gaan.

Tekst: Marianne Dagevos www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Kinderworkshop: Portretschilderen met Afval

Publicatiedatum: 21 april 2011

Van afval kun je mooie dingen knutselen. Deze middag mag je een portret komen ‘schilderen’ in de stijl van Picasso. Lege gekleurde plastic flessen, licht metalen voorwerpen, oude eierdopjes en oud speelgoed kun je nu gebruiken in deze workshop. Kies zelf je ‘verf’ en componeer met afval. Wie schilder jij? Je beste vriend(in), je opa, je favoriete popster of misschien jezelf?

De workshop portretschilderen met afval (6+) vindt plaats op de Dag van het Afval onder leiding van ontwerpster Jessica Donders (Ink & Glue). Er is plaats voor maximaal 25 kinderen. De workshop is tegelijkertijd met het podium “Uw schroot, mijn brood”. Kinderen van bezoekers aan de Dag van het Afval hebben voorrang bij inschrijving.

Wat? Workshop Portretschilderen met afval
Voor wie? kinderen vanaf 6 jaar
Door wie? Ontwerpster Jessica Donders

Waar? Popcentrum 013
Wanneer? 15 mei 14.00-17.00 uur
Kosten? 3,50 euro (inclusief ranja)
Vooraf inschrijven? Ja, via onderstaand inschrijfformulier (volgt)

nb. Deze workshop start bij deelname van minimaal 10 kinderen.

Zaterdag 28 mei: de Dag van de Spoorzone

Publicatiedatum: 2 april 2011

Op zaterdag 28 mei organiseert Tilburg Debatstad ‘De Dag van de Spoorzone’: een grote manifestatie in het Spoorzonegebied met theater, exposities, muziek, lezingen en debatten. De Dag van de Spoorzone blikt vooruit op de ingrijpende verandering van het Spoorzonegebied de komende 15 tot 20 jaar. Wat kan de Spoorzone de stad Tilburg en de Tilburgers opleveren?

Het Wereldpodium en ondernemersvereniging Next Move organiseren tijdens de Dag van de Spoorzone van 14.45 tot 15.45 uur een brainstormsessie met ondernemers uit binnen- en buitenland: hoe bouwen we een Spoorzone waar iedereen zich thuis voelt? De uitkomst wordt aangeboden aan ‘Spoorzonewethouder’ Marieke Moorman. Dichter Jace van de Ven spreekt een column uit.

Meer informatie op www.tilburgspoorzone.nl.

Zaterdag 28 mei; 11.00 – 17.00 uur; Spoorzonegebied, Tilburg

 

Opinie Brabants Dagblad: Stop de oorlog in Congo, eis eerlijke telefoons

Publicatiedatum: 19 maart 2011

Door Tim Steinweg, onderzoeker bij SOMO en gastspreker op het Wereldpodium op 20 april

De afgelopen 15 jaar heeft er een hevige strijd gewoed in het oosten van de Democratische Republiek Congo, waarbij naar schatting al meer dan vijf miljoen slachtoffers zijn gevallen. Daarnaast zijn er tienduizenden, zo niet honderduizenden vrouwen verkracht door rebellengroepen, die het geweld tegen vrouwen gebruiken als wapen om angst bij de lokale bevolking in te boezemen. Niet veel mensen weten dat er een link bestaat tussen deze verschikkingen in het midden van Afrika, en de mobiele telefoons waar wij dagelijks gebruik van maken.

De verschillende rebellengroepen, en ook het nationale leger van Congo, strijden vooral om controle over de waardevolle grondstoffen die in de regio voorkomen. Partijen gebruiken de opbrengsten van de mijnbouw om wapens mee te kopen. De grondstoffenhandel is een belangrijk financieel motief om vooral door te blijven gaan met de strijd. De grondstoffen – tin, tantalum, tungsten en goud –  worden voornamelijk gebruikt in mobiele telefoons en andere consumentenelektronica.

De vraag naar deze grondstoffen is dus direct gelinkt aan onze vraag naar de nieuwste elektronische gadgets. Naar schatting worden er elke minuut zo’n 6.000 mobiele telefoons verkocht, en de kans bestaat dat in elk van die telefoons een stukje Congo is verwerkt. Dat werpt de vraag op welke verantwoordelijkheid wij als consumenten van deze elektronica hebben, als het gaat om het vinden van een oplossing voor de oorlog in Congo. Wat kunnen wij doen?

Ten eerste zouden wij onze elektronica langer kunnen gebruiken, en het niet elk jaar door het nieuwste model vervangen. Dit kan bijvoorbeeld ook door kapotte modellen te laten repareren, in plaats van weg te gooien. Ten tweede zouden we ervoor kunnen zorgen dat onze oude mobiel gerecycled wordt, bijvoorbeeld door het terug te brengen naar de winkel als we een nieuwe kopen. Allebei deze maatregelen verminderen de vraag naar nieuwe modellen, en dus ook de druk om maar te blijven mijnen in regio’s zoals Oost-Congo.

Ten derde kunnen wij als consument de elektronicabedrijven oproepen om producten te ontwikkelen die niet zijn gelinkt aan oorlog en uitbuiting. “Fair trade mobieltjes” dus.  Consumenten moeten op het juiste moment de juiste vragen stellen aan verkopers van mobiele telefoons. Daarmee laten ze zien dat zij dit een belangrijke overweging vinden in hun koopgedrag. Ook wanneer de verkoper geen bevredigend antwoord heeft,  geeft zo’n vraag een duidelijk signaal af. Hoe meer vragen de grote elektronicamerken krijgen, hoe groter hun bereidheid zal zijn om zo’n fair trade product te ontwikkelen.

Dat bedrijven gevoelig zijn voor druk van consumenten, bleek afgelopen maand tijdens een debat waar KPN ook aanwezig was. KPN deed de toezegging dat zij “faire telefoons” zal aanschaffen, zodra 100.000 consumenten er om vragen. Daarop werd prompt een twitteractie ontketend, die massaal gehoor vond onder het publiek. Zo’n actie verdient navolging. Het is een begin, maar het is dé manier om als consument een bijdrage te leveren aan vrede in Congo.

Tim Steinweg

Voor meer informatie over eerlijke elektronica, zie www.makeitfair.org.

 

Bezoeker Marijke Clabbers: “Onze donateurs zijn in feite ook investeerders”

Publicatiedatum: 11 maart 2011

Naam: Marijke Clabbers
Woonplaats: Arnhem
Beroep: Geen, ik ben hier als voorzitter van de Stichting Nimba, wij hebben een opleidingscentrum voor kansarme, gehandicapte kinderen opgericht in Conakry in Guinee
Met: Mijn zus
Reden: We zoeken meer fondsen
Is het crisis? De voedsel- en brandstofprijzen in Guinee zijn de afgelopen tijd verdubbeld, dus we kunnen veel minder doen met ons huidige budget
Pluspunt: Pierre van Hedel van de Rabobank durfde echt te zeggen waar het om draait
Minpunt: Guinee blijkt telkens weer achter het net te vissen, het is geen donor darling
Opgemerkt: Het Hunger project besteedt elf procent van het opgehaalde geld aan fondsenwerving en administratie, en dat is laag voor een grote club. Wij komen uit op vier of vijf procent, dat is toch een voordeel van kleine organisaties.
Neemt mee naar huis: Ik heb het niet eerder zo gezien, maar onze donateurs zijn in feite ook investeerders. We moeten hen beter informeren wat we met hun investering hebben bereikt.
Komt u terug? Ja, we komen regelmatig naar het Wereldpodium, dit was de vierde of vijfde keer

Een verslag van het Wereldpodium ‘Goed doen in tijden van crisis’ van 3 maart vindt u hier.

Opinie Brabants Dagblad: Goede doelen hebben stevige marketingcursus nodig

Publicatiedatum: 4 maart 2011

Brabants Dagblad, 3 maart 2011

Tachtig miljard bezuinigen en een rechts kabinet: dat betekent dat de overheid zich terugtrekt.
Dat betekent dat er steeds minder geld is voor milieu, cultuur, sport en ontwikkelingswerk. Of we het nu leuk vinden of niet, nu subsidiepotten van het Rijk, de provincie of de gemeente op slot gaan, moeten maatschappelijke organisaties elders op zoek naar geld. Velen kloppen daarom aan bij het bedrijfsleven. Want met het einde van de crisis in zicht, wordt daar langzaam maar zeker weer geld verdiend.

Nu is er goed nieuws: ondernemers willen een deel van dat geld best uitgeven aan maatschappelijke doelen. Bovenal willen ze zich ook persoonlijk inzetten: als bestuurder, als coach of als vrijwilliger. Een recent onderzoek van ING en De Zaak constateert dat vier op de vijf ondernemers zich eerder zien als Robin Hood dan als Dagobert Duck. Vier op de vijf willen iets teruggeven aan de samenleving waar ze zoveel aan te danken hebben. En, belangrijker nog: vier op de vijf vinden het ‘leuk’ om maatschappelijke organisaties te steunen. Of dit ’teruggeven’ hun bedrijf ten goede komt, doet er minder toe, zo zeggen de ondernemers. Zeker, meer gemotiveerde medewerkers en een beter imago voor de onderneming, dat is mooi meegenomen. Maar voorop staat het niet. Voor ondernemers is het belangrijkste dat zij zich thuis voelen bij een maatschappelijke organisatie, en dat ze zich met de doelstellingen kunnen identificeren.

Het liefst helpen ondernemers door hun eigen kennis en ervaring met anderen te delen. Maar ook het doneren aan projecten scoort nog steeds hoog. Alleen het sponsoren van verenigingen laat na: sportclubs en zangkoren zullen helaas iets anders moeten bedenken.

Nu zou een ondernemer geen ondernemer zijn, wanneer hij niet zou willen weten wat er met zijn geld en inzet gebeurt. Bovendien zijn ondernemers gewend om met hun geld weer nieuw geld te maken. En die mentaliteit nemen ze mee in hun steun aan een milieuclub, een kunstenaarscollectief of ontwikkelingsorganisatie.

Dat is voor deze organisaties even wennen. Ook overheden wilden weten wat er met hun subsidies gebeurde, maar een ondernemer wil meer. Hij ziet zijn betrokkenheid als een investering die rendement moet opleveren. Dat hoeft geen financieel rendement te zijn, maar wel maatschappelijk rendement. Een toneelvereniging of ontwikkelingsorganisatie mag er niet zijn omwille van zijn goede intenties, maar om werkelijk verschil te maken. De uren en euro’s die ze aan het toneelproject fourneren, moeten leiden tot een professionele voorstelling, uitverkochte zalen en positieve recensies. De investering in een milieuproject mag niet stranden in bureaucratisch overleg, maar moet leiden tot een goed georganiseerd wandelgebied. Het geld voor een ontwikkelingsorganisatie moet niet wegvloeien in overhead, maar in het vestigen van nieuwe bedrijvigheid in Manilla of de bouw van een nieuwe wijk in Burkina Faso.

Gemakkelijk zal het voor maatschappelijke organisaties niet worden, maar heilzaam is het wel. Gewend aan easy money en de relatief grote vrijheid om naar eigen inzicht te handelen, voelen ook zij nu de tucht van het bedrijfsleven. Organisaties die in deze tijd willen overleven, en, beter nog, die willen floreren, zullen zich flink moeten aanpassen. Weg met de eindeloze vergaderingen, de boekhouding in een schoenendoos en de hooggestemde idealen. Op naar een cursus marketing, een fatsoenlijke boekhouding en tastbare en haalbare doelstellingen. Niet iedereen zal deze slag kunnen of willen maken. Hen rest niets anders dan wachten tot de overheidspotten weer gaan stromen, of in schoonheid te sterven.

Mirjam Vossen is journalist, ontwikkelingsgeograaf en redacteur van het Wereldpodium in Tilburg.

Opiniestuk Paul Schnabel Brabants Dagblad: Gelukkig, de meeste mensen doen nog mee!

Publicatiedatum: 4 maart 2011

Brabants Dagblad, 11 februari 2011

De laatste tijd is er veel discussie over de groeiende sociale kloof in onze samenleving. We lijken overtuigd van het feit dat we steeds minder betrokken zijn bij onze omgeving, dat we elkaar steeds minder zien en dat we ons steeds minder inzetten voor anderen. Kortom, we mopperen wat af over onszelf, en de media doen daar graag een schepje bovenop.

Dat beeld van een almaar verkillende, afstandelijke samenleving klopt echter niet. Lid zijn van een vereniging, vrijwilligerswerk doen, geven aan een goed doel of mantelzorg bieden is in Nederland nog altijd heel vanzelfsprekend. Meer dan 40% van de volwassen Nederlanders zet zich in georganiseerd verband in voor iets waar hij niet voor betaald wordt. Wie nog tot de regelmatige kerkgangers behoort – een kleine minderheid – doet dat zelfs het meest. Ouders met kinderen op de lagere school merken al snel dat tegenwoordig als voorleesmoeder of schoolreisjevader een beroep op hen wordt gedaan, dat hun eigen ouders niet hebben gekend. Elke zaterdag rijden duizenden vaders en moeders hele jeugdteams door het land om ergens competitie te kunnen spelen. Bijna drie miljoen Nederlanders bieden aan zieke of gehandicapte familieleden vaak vele jaren en vele uren per week mantelzorg. Dat doen we niet minder, maar juist veel meer dan pakweg vijftig jaar geleden.

Het gebeurt wel anders dan vroeger. Steeds minder mensen willen echt lid van een vereniging worden, laat staan op zaterdag zitten vergaderen met notulen en begrotingen. Het is allemaal informeler geworden, maar een straatbarbecue wordt overal verbluffend snel en professioneel georganiseerd. Wie geen zin heeft om lid te worden van een tennisclub, huurt met vrienden een baan en wie graag hardloopt, vindt op ‘keep on running’ alle informatie over ‘lopen’ in het hele land. De vrijwilliger komt nog met de collectebus aan de deur, maar het echte geld voor het goede doel wordt automatisch afgeschreven. Dat klinkt minder betrokken, maar het levert wel veel meer op.
Onder de 27 landen van de Europese Unie hoort Nederland met Zweden en Denemarken tot de top op het gebied van het vrijwilligerswerk en het lidmaatschap van maatschappelijke organisaties. Ook wat geven van geld aan goede doelen staan we met een tweede plaats hoog genoteerd.

Ondanks het feit dat in Nederland zelf het gevoel bestaat dat mensen steeds minder bereid zijn wat voor elkaar en voor de samenleving te doen, is wat in de wetenschappelijke literatuur meestal de ‘civil society’ genoemd wordt, nog springlevend. Wel moeten de organisaties meer moeite doen om de mensen te bereiken en het vrijwilligerswerk zo te organiseren dat het bij hun dagindeling en levensstijl past. Er wordt weleens vergeten dat er veel meer mensen dan vroeger aan het werk zijn. In Nederland werkt nu bijna 80% van de mannen tussen 15 en 65 jaar, en 60% van de vrouwen. Dat is vergeleken met zelfs dertig jaar geleden een enorme verandering, zeker bij de vrouwen. Nederland hoort nu tot de landen met de allerhoogste arbeidsparticipatie, ook al werkt van de vrouwen 75% en van de mannen 25% in deeltijd. In het ‘spitsuur van het leven’ hebben zij meestal ook de zorg voor kinderen en dat is meer dan vroeger ook voor de man, zelfs voor een minister een belangrijke taak geworden.

Vrijwilligerswerk wordt vooral veel gedaan door jongeren zonder gezin en door ouderen zonder thuiswonende kinderen. Juist de leeftijdsgroep van ongeveer 50-55 tot 70-75 jaar zorgt voor de kinderopvang, helpt vaak ook nog de eigen zeer oude ouders en is op allerlei fronten maatschappelijk actief. Het is zelfs een van de redenen waarom mensen vervroegd met pensioen gaan. Ze hebben financieel weinig zorgen meer en zetten zich graag in ‘tot nut van het algemeen’, te beginnen met de eigen familie. Van de volwassen Nederlanders heeft 86% minstens een keer per week direct persoonlijk contact met de eigen familie en 81% met vrienden. Echt geïsoleerd voelt zich naar eigen zeggen ongeveer 3% van de volwassenen. Dat is een laag percentage, maar toch altijd nog bijna een half miljoen mensen.

De kansen om sociaal uitgesloten te zijn en geen deel te kunnen hebben aan de samenleving, is het grootst voor wie laag opgeleid, werkloos, arm, chronisch ziek of allochtoon is. Dat zijn heel vaak de mensen in de bijstand, de eenoudergezinnen en de migranten van de eerste generatie. Als arm is bijna 6% van alle Nederlandse huishoudens te beschouwen, maar van de eenoudergezinnen is dat 20% en van de gezinnen in de bijstand zelfs bijna de helft. Vaak gaat het dan ook om gezinnen die al langer dan drie jaar van een heel laag inkomen moeten rondkomen.
Deze groep verdient aandacht en zorg van ons allemaal. Maar met een verkillende samenleving heeft dat weinig te maken. We zijn veel betrokkener dan we denken. Laten we elkaar geen probleem aanpraten dat er niet is.
Paul Schnabel
Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

Woensdag 25 mei: Gelukkig in tijden van somberheid

Publicatiedatum: 4 maart 2011

‘Uw pessimisme is ongegrond. Uw crisisgevoel is aangepraat. Bekijk uw leven eens wat realistischer en besef dat voor uw somberheid maar amper aanleiding is.’ Deze stelling zal prof. dr Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie in Rotterdam verdedigen tijdens het Wereldpodium ‘Gelukkig in tijden van Somberheid’. 
Heeft Arjo Klamer gelijk? Wellicht. Maar van veel Brabanders zal hij het niet krijgen. Tijdens het Wereldpodium zal PON-onderzoeker drs Kees Nauta cijfers presenteren uit zeer recent onderzoek, waaruit blijkt dat de somberheid bij de gemiddelde Brabander alleen nog maar toeneemt. Hij maakt zich meer en meer zorgen over zijn werk, over zijn financiele situatie, over de betrouwbaarheid van de banken en over de toekomst. En dat is opmerkelijk. Want het humeur van de gemiddelde Nederlander blijkt daarentegen te stijgen. Volgens landelijk onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau is het aantal Nederlanders dat zonnig is over de toekomst gestegen van 26 naar 32 procent. Met name onder stemmers op de VVD, het CDA en de PVV groeit het optimisme. Zij prijzen dan ook de frisse daadkracht van het kabinet Rutte en het feit dat tal van problemen eindelijk eens worden aangepakt. En het economisch herstel dient zich aan!
Wat is er met de Brabanders aan de hand? Waarom zijn zij zo somber gestemd? Waarop baseren zij hun oordelen? Welke sociale en psychologische mechanismen spelen een rol.  Over deze vraag buigt de Tilburgse sociaal-psycholoog dr. Seger Breugelmans zich. En zijn antwoord zal ontnuchterend zijn. Bassiste Marlon van Mook zorgt voor muzikaal commentaar


Datum: woensdag 25 mei 2011

Tijd: 20.00 – 22.30

Locatie: Theaters Tilburg: Studiozaal Schouwburg

Entree: € 2,=

Opinie Brabants Dagblad: Nederland negeert armen met een handicap

Publicatiedatum: 28 februari 2011

Door Kees van den Broek, directeur Liliane Fonds

Kalume is een tiener uit Kenia met epilepsie en een misvormd been, waardoor hij moeilijk kan lopen. Zijn familie hield hem jarenlang thuis, uit het zicht van de buitenwereld. De omgeving beschouwde de familie van Kalume als outcasts. Ze meenden dat epilepsie besmettelijk is. Pas nadat een wijkverpleegster zich om de familie bekommerde, verbeterde er langzaam iets aan de situatie.

 

Het geval van Kalume staat niet op zichzelf. In ontwikkelingslanden worden tal van men-sen met een handicap uitgesloten en in de marge geduwd. Daarom missen ze elke kans om zich te ontwikkelen en te ontplooien. En veel mensen in arme landen zijn gehandicapt. Veel meer dan in rijke, westerse landen. Naar schatting wonen in de armste landen meer dan 260 miljoen mensen met een beperking. Van de allerarmste inwoners heeft één op de vijf een handicap.

Het Kabinet Rutte bezuinigt de komende jaren fors op ontwikkelingshulp. Toch heeft de Nederlandse regering ook na de bezuinigen nog zo’n 4,3 miljard aan ontwikkelingsgelden te besteden. Je zou verwachten dat ons land er alles aan doet om juist mensen met een handicap te bereiken. Het tegendeel is echter het geval. De nieuwe koers die het kabinet met ontwikkelingssamenwerking inzet, zal mensen met een handicap verder achterstellen en in de marge drukken. Want een groot deel van het ontwikkelingsgeld gaat onder Rutte naar het bedrijfsleven. Naar ondernemers in Afrika en Azië, maar ook naar ondernemers in Nederland. ‘Helpen’ moet plaatsmaken voor ‘investeren’. En het belang van de armsten moet ook in het belang zijn van ons, de rijksten. Dat alles betekent dat vooral op gezondheidszorg en onderwijs flink zal worden bezuinigd. En dat zijn nu net de sectoren waar mensen met een handicap het meest van profiteren.

De onverschilligheid van dit kabinet begint overigens al in ons eigen land. Sinds 2007 is er een VN verdrag voor de ‘rechten van mensen met een handicap’. Dit verdrag garandeert dat mensen met een beperking dezelfde kansen en rechten hebben op scholing, werk, vrijetijdsbesteding en huisvesting. Het is belangrijk dat landen dit verdrag ratificeren, zodat mensen met een handicap ook daadwerkelijk van die rechten gebruik kunnen maken. Vrijwel alle Westerse landen hebben dat inmiddels gedaan. Behalve Nederland. Ons land schuift de ratificatie al drie jaar lang voor zich uit.

Dat Nederland zich zo laks opstelt ten opzichte van de allerzwaksten in de Derde Wereld, heeft zijn wortels in het vorig jaar verschenen rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid WRR. Te lang, aldus dit rapport, voerden menslievende motieven de boventoon in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Nu is het tijd voor economische ontwikkeling. Daarom moeten gelden worden verschoven van de sociale sector naar de economische. De huidige staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen was lid van de WRR en mag nu de daad bij het woord gaan voegen.

Deze koersverschuiving pakt dramatisch uit voor de zwakste groepen in ontwikkelingslanden. Gehandicapten profiteren nooit vanzelf van vooruitgang en economische groei. Regeringen die ontwikkelingshulp geven, moeten daarom in hun plannen vastleggen dat het geld ook ten goede moet komen aan mensen met een handicap. De documenten waarin Ben Knapen zijn nieuwe beleid ontvouwt, reppen echter met geen woord over hen.

De gevolgen zijn groot. Zo stagneert het terugdringen van wereldwijde armoede wanneer een op de vijf armen niet worden bereikt. Wanneer 260 miljoen mensen worden genegeerd en geen kans krijgen om zichzelf te ontplooien en een eigen inkomen te verdienen, komt ook de door dit kabinet zo gewenste economische groei niet tot stand. De belangrijkste consequentie ligt echter op het menselijke vlak. Wanneer een kind met een beperking leert lopen, praten en lezen, of wanneer het de kans krijgt om zich met een rolstoel te verplaatsen, dan verhoogt dat zijn kwaliteit van leven. Daarmee haal je een kind uit zijn isolement. Het doet mee en het doet er toe. Zelfs al levert dit geen on-middellijk financieel rendement op, het laten meedoen van mensen met een beperking in hun gemeenschap is een waarde die niet in cijfers valt uit te drukken.

Voor het huidige kabinet lijkt dit menselijke motief echter niet te tellen. Met enerzijds de inzet op economische groei en zelfredzaamheid, en anderzijds de kortingen op onderwijs en zorg, verliest zij de zwakste groepen in de samenleving uit het oog. Het is de hoogste tijd dat staatssecretaris Knapen en minister Rosenthal oog krijgen voor mensen met een handicap. Allereerst in eigen land, door eindelijk het VN verdrag voor mensen met een handicap te ratificeren. Vervolgens in de Derde Wereldlanden waarmee het kabinet een ontwikkelingsrelatie heeft. In alle afspraken met arme landen moeten bepalingen worden opgenomen hoe ook het meest kwetsbare deel van de bevolking van onze ontwikkelings-hulp kan genieten.

Zondag 15 mei 2011: Dag van het Afval – Uw schroot, mijn brood

Publicatiedatum: 16 februari 2011

Afval bestaat niet meer. Afval is grondstof, handelswaar, hard kapitaal. Afval is goud waard; het wordt vergist, verbrand, gerecycled en upcycled. Afval wordt omgetoverd tot compost, groen gas, fleecetruien en spaanplaat. Machines halen er automatisch de laatste resten kunststof uit om opnieuw te gebruiken.

Maar niet overal gaat het zo voortvarend. De ‘afvalloze’ wereld kent ook duistere kanten: giftig e-afval verziekt het milieu in arme landen als Ghana, de Probo Koala kon haar louche lading in Ivoorkust lozen en de Italiaanse maffia sluit deals met Somalische warlords om gifschepen af te zinken voor de kust.

Wat moet en wat kan er gebeuren om noord en zuid op één duurzame lijn te krijgen? Is het mogelijk ooit álle afval als grondstof te zien? Welke technieken brengt de afvalbranche in stelling om afval te scheiden en te verwerken? En hoe zit het met upcycling? Uit welk laagwaardig afval kunnen we vandaag al hoogwaardige grondstoffen produceren? Plus de ultieme hamvraag: wat gooit u eigenlijk weg?

Gastsprekers zijn o.a. Mike Anane, milieujournalist uit Ghana, Jacqueline Cramer, hoogleraar Duurzaam innoveren en oud-minister van VROM, Frans Föllings, directeur Markt & Technologie afvalverwerker Aterro, en Emile Lindemulder, hoofd van INTERPOL Environmental Crime Programme.

Ook deze dag: Kinderworkshop “Portretschilderen met Afval”

Uw schroot, mijn brood , is een gemeenschappelijke productie van TilburgDebatStad. De redactie is in handen van Marga van Zundert, voor de productie tekent Jeroen Bezem. Presentatie Michel Jehae en Ralf Bodelier. Met een speciaal optreden van Goslink, dé afval-band van Nederland.

Met medewerking van Wecycle, Attero, Brabants Afval Team en Nedvang

 

 

 

Datum: zondag 15 mei 2011
Tijd: 14.00 – 17.00
Locatie: Popcentrum 013, Veemarkstraat 44, Tilburg
Entree:  3 Euro of  1 defect elektronisch apparaat

 


Woensdag 20 april 2011 – Congo: de vloek van grondstoffen

Publicatiedatum: 13 februari 2011

Dit podium live volgen? Klik hier en bekijk de livestream.
Dit podium live volgen via uw iPhone of iPad? Klik hier!

congoCongo staat nummer vijf op Failed States Index van het tijdschrift Foreign Policy. Sinds 1994 is het land in oorlog. Het geweld concentreert zich in provincies die zeer rijk zijn aan grondstoffen: aan diamant, goud, olie en coltan, een onmisbare grondstof voor mobiele telefoons. Tot nog toe kostte de Congolese grondstoffenoorlog aan meer dan vijf miljoen mensen het leven.

Welke mechanismen houden Failing State Congo in hun greep? Waarom lukt het internationale vredesmachten van de VN en de Afrikaanse Unie niet om het geweld te beëindigen? Wat kan de buitenwereld, bijvoorbeeld Nederland, doen om het geweld in Congo te verminderen? En kunnen kopers van mobiele telefoontjes daar hun steentje aan bijdragen?

Sprekers op dit speciale Wereldpodium over Failed States, met speciale aandacht voor de Congolese grondstoffenoorlog, zijn onder meer Jan Pronk, voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking, Tim Steinweg, onderzoeker van SOMO, en Alphonse Muambi, afkomstig uit Congo en auteur van ‘Democratie kun je niet eten’ en Jan Willem Scheijgrond, Philips Corporate Sustainability Office.

 

“Congo: de vloek van grondstoffen” is een samenwerking tussen het Wereldpodium en de minor Global Development Issues van de Fontys Lerarenopleiding in Tilburg. Het podium maakt deel uit van Global Failed States, een project over de vraag wat te doen met de mislukte staten van deze wereld. Dit project wordt georganiseerd door het Wereldpodium, Tumult en LUX en mogelijk gemaakt door NCDO.

Surf voor meer informatie over Global Failed States naar www.failedstates.nl.

Datum: Woensdag 20 april 2011
Tijd: 17.00 tot 20.00 uur
Locatie: Fontys Hogescholen, Mollergebouw, Stappegoorweg 1-01
Entree: 2 Euro

Donderdag 7 april: De twitterrevolutie – hoe internet de wereld verandert

Publicatiedatum: 12 februari 2011

‘Twitterrevoluties’ is de populaire naam voor de volksopstanden van de afgelopen maanden in de Arabische wereld.  Arabische jongeren maakten gebuik van sociale media als Twitter en Facebook om met elkaar te communiceren en opstanden te organiseren. De wereld keek toe hoe machtige dictaturen in Egypte en Tunesië hun greep op het volk verloren.

De virtuele revolutie verandert in moordend tempo onze samenleving. Het geeft onmondige burgers een stem en zet dictaturen onder druk. Het verschaft Indiase boeren toegang tot nieuwe markten en mobiliseert gemarginaliseerde groepen in arme landen. Maar het  biedt ook ruimte aan terroristen die een ongrijpbaar netwerk willen spinnen en aan overheden die hun volk willen onderdrukken.

Hoe verandert de virtuele revolutie de internationale verhoudingen, onze maatschappij en ons eigen leven? De potentie van internet is enorm. Maar brengt het de ‘global village’ werkelijk dichterbij?

Met  Geert Lovink van het Institute of Network Cultures, Caroline Figueres van ‘ict-ngo’ IICD en Kiaa Parsa Aalipur van het Iraanse radiostation Zamaneh en de Iraanse progressieve jeugdbeweging IranPY . En optredens van kunstenaars Tom America en Helena Klakocar. Het pauzehapje wordt verzorgd door Super Sane.

Twitter mee op de Twitterwall tijdens dit podium via #wereldpodium.

Datum: donderdag 7 april 2011

Tijd: 20.00 – 22.30

Locatie: Deprez-gebouw, Lange Nieuwstraat 174

Entree: € 2 Euro

Dit podium is een productie van Tilburg Debatstad, in samenwerking met het Wereldpodium en het Science Café. Mogelijk gemaakt door NCDO.

Donderdagmiddag 24 maart 2011: Arm en gehandicapt, de vergeten 260 miljoen

Publicatiedatum: 11 februari 2011

WERELDPODIUM SELECT

Bijna negen van de tien de kinderen in ontwikkelingslanden gaan inmiddels naar school. Mooie getallen, maar voor kinderen met een handicap zijn die veel minder florissant: negen van deze tien kinderen gaan niet naar school. Ook op het gebied van armoedebestrijding waar belangrijke stappen voorwaarts zijn gemaakt, blijven mensen met een beperking achter. Zij maken bijna een kwart uit van de allerarmsten.

Conclusie: ontwikkelingsorganisaties moeten meer oog hebben voor kinderen en mensen met een handicap in ontwikkelingslanden. arm-gehandicaptTerwijl steeds meer ontwikkelingsorganisaties ervan uitgaan dat alle mensen over capabilities – mogelijkheden – beschikken om zich zelf boven de armoede uit te werken, lijken deze 260 miljoen alleen nog maar verder achterop te raken.

Waarom is er meer aandacht nodig voor mensen met een handicap? Hoe betrekken we hen bij ontwikkelingsprojecten? Welke hulp is nodig en hoe kunnen we deze het beste organiseren? En wat zijn dilemma’s bij hulp aan kinderen met een beperking?

Op deze middag presenteren het Liliane Fonds en het Wereldpodium ook een handzame gids met praktische tips en aanwijzingen voor ontwikkelingsorganisaties: hoe kunnen zij in hun beleid en projecten rekening houden met kinderen met een beperking? De gids is bestemd voor reguliere ontwikkelingsorganisaties: grote en kleine NGO’s en particuliere initiatieven.

Met:  Wim van de Donk, Commissaris van de Koningin in Noord Brabant, Jacco Holthuis, jurist bij Raad van State en winnaar CAP Award 2009, Kees van den Broek, directeur Liliane Fonds, Jack van Ham, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Liliane Fonds, Paul Hoebink, bijzonder hoogleraar ontwikkelingssamenwerking Radboud Universiteit Nijmegen.

Presentatie: Jan Jaap van der Wal & Ralf Bodelier; columnist: Petra Jorissen, medeauteur van ‘Helden op stokken’;  redactie: Marga van Zundert

Dit podium komt tot stand in samenwerking met het Liliane Fonds

Datum: donderdag 24 maart 2011

Tijd: 14.00-17.00 uur

Locatie: Provinciehuis Den Bosch. Klik hier voor de routebeschrijving naar het Provinciehuis.

Entree: gratis

28 februari 2011: Workshop Meedoen zonder beperking

Publicatiedatum: 9 februari 2011

Wereldpodium en Liliane Fonds organiseren workshops voor particuliere initiatieven

260 miljoen mensen in ontwikkelingslanden hebben een fysieke of verstandelijke handicap. Vaak zijn zij ‘onzichtbaar’ voor de buitenwereld. Kinderen met een beperking worden uit schaamte binnengehouden, jongeren krijgen geen opleiding, volwassenen zijn veroordeeld tot de bedelstaf. De uitsluiting van bijna één-vijfde van alle armen is een immens probleem en wordt nog maar amper onderkend. Zónder hen is ontwikkeling echter uitgesloten en worden de Millenniumdoelen niet gehaald.

Ook ontwikkelingsorganisaties, van groot tot klein, hebben maar amper oog voor het grote aantal gehandicapten onder hun doelgroep. Speciaal voor hen organiseert het Wereldpodium samen met het Lilianefonds een serie praktische workshops. Wat kun je als ontwikkelingsorganisatie doen om mensen met een beperking te herkennen, te bereiken en te betrekken? Hoe ontdek je ‘verborgen kinderen’? Hoe laat je óók mensen met een beperking profiteren van een ontwikkelingsproject?

De laatste workshop in de reeks vindt plaats op maandag 28 februari in Leiden. Samen met mensen die betrokken zijn bij (kleinschalig) ontwikkelingswerk gaan experts van het Liliane Fonds in op de oorzaken en gevolgen van uitsluiting van mensen met een beperking. Met de deelnemers spreken zij praktijkvoorbeelden door en geven praktische adviezen. Met de ervaringen, dillemma’s en tips van de deelnemers schrijven twee auteurs van het Wereldpodium een praktische gids over de insluiting van mensen met een handicap.

logo_lilianefonds

Voor wie? Grote en kleine particuliere ontwikkelingsinitiatieven

Door wie? Kees van de Broek & Henk Hofsté (Liliane Fonds) & Mirjam Vossen (Wereldpodium)

Waar?
28 februari: Leiden

Tijdstip: 20.00 – 22.00 uur

 

Kosten: geen

Inschrijven is verplicht


Donderdag 3 maart 2011: Goed doen in tijden van crisis

Publicatiedatum: 8 februari 2011

Maar liefst vier op de vijf ondernemers wil zich inzetten voor een goed doel. Ze identificeren zich liever met Robin Hood dan met Dagobert Duck, zo blijkt uit recent onderzoek van ING en De Zaak. Dat is goed nieuws voor milieu-, sport- en ontwikkelingsorganisaties. Nu de overheid bezuinigt, zoeken zij steeds vaker hun toevlucht tot het bedrijfsleven.

Maar de groeiende betrokkenheid van het bedrijfsleven heeft een prijs. Ondernemers zijn gewend om met hun geld nieuw geld te maken. Ze zien hun betrokkenheid als een investering die financieel of maatschappelijk rendement moet opleveren. Kunnen en willen maatschappelijke organisaties die in deze tijd willen overleven, zullen zich flink moeten aanpassen. Willen ze dat en kunnen ze dat? Wat hebben bedrijven en goede doelen elkaar te bieden?

‘Goed doen in tijden van crisis’ verkent de kansen en pijnpunten van Corporate Philantropy. Met Rutger Wijnands, Financial Manager van de Bernard van Leer Foundation, Pierre van Hedel, directeur van de Rabobank Foundation en Evelijne Bruning, directeur van The Hunger Project.

De Bernard van Leer Foundation investeert jaarlijks rond de negen miljoen euro in projecten die de ontwikkeling stimuleren van jonge kinderen. De Rabobank Foundation zet bijna 15 miljoen euro om in leningen en subsidies, waarvan drie kwart in ontwikkelingslanden en een kwart in Nederland. De Nederlandse tak van The Hunger Project, opgericht door countryzanger John Denver, krijgt jaarlijks bijna een miljoen euro van het bedrijfsleven ter bestrijding van honger wereldwijd.

Datum: Donderdag 3 maart 2011
Tijd: 20.00 – 22.30
Locatie: Deprez-gebouw, Lange Nieuwstraat 174
Entree: € 2,-

Maandag 7 februari 2011
Doet u nog mee?
Over de groeiende kloof in onze samenleving

Publicatiedatum: 4 januari 2011

Komen Mohammed en Pieter-Jan elkaar ooit nog tegen? Zitten Kimmy en Antoinette nog op dezelfde sportclub? Spelen Fatima en Veerle nog wel eens samen? De kans is klein en wordt alleen maar kleiner. Hoog- en laagopgeleide Nederlanders staan steeds vaker met de rug naar elkaar. Ze wonen in aparte buurten, ontmoeten elkaar niet meer en trouwen niet met elkaar. Het proces van sociale stijging stokt en de sociale ongelijkheid neemt toe. Niet iedereen doet volwaardig mee aan de samenleving. Kwetsbare groepen zoals laag-opgeleiden lopen risico op uitsluiting.

doet u nog meeOok in andere Europese landen groeit de sociale ongelijkheid, al heeft uitsluiting in elk land een eigen gezicht. Terwijl Nederland worstelt met de vraag hoe we jonge Marokkanen mee kunnen laten doen, groeit in het Roemeense Timisoara en Poolse Krakow de zorg over euro orphans, jongeren wiens ouders in West-Europa werken om het hoofd boven water te kunnen houden.

Wie doen in 2011 mee in Brabant en wie niet? Wie valt uit de boot in Nederland en hoe zit het in de rest van Europa? Hoe pakken wij het probleem aan en hoe doen andere landen het? Wat gaat fout en wat gaat goed? Wat kunnen we van elkaar leren? Wat leren de bewoners van sommige Brabantse dorpen ons met hun succesvolle ‘Doe democratie’? Waarom zijn de Integrale Dorps Ontwikkelings Plannen en Dorpen Derby zo’n succes?

Met prof. dr Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau SCP, Jeannette den Hartog van het PON, Piet Verhoeven, voorzitter van de coöperatie Esbeek, winnaar van de DorpenDerby 2010 en Delia Costan van Social Affairs and Child Protection in Timisoara, Roemenië (partner in het Europese SHARE IT project en PEOPLE programma met Provincie Noord-Brabant).

Dit podium komt tot stand in samenwerking met kennisinstituut PON.

Datum : maandag 7 februari 2011
Tijd: 20.00 – 22.30
Locatie: Deprez-gebouw, Lange Nieuwstraat 174
Entree: € 2,

 

pon_logo

People

Logo EU

logo provincie Noord-Brabant

Emile Lindemulder: “Georganiseerde misdaad zit in e-waste”

Publicatiedatum: 4 januari 2011

 

Emile Lindemulder (Interpol) spreekt op de Dag van het Afval (15 mei)

Het begon bij de varkenspest. Ondanks het transportverbod verdwenen er varkens. Emile Lindemulder zag met eigen ogen dat sommige mensen willens en wetens milieu- en gezondheidsregels aan hun laars lappen uit puur winstbejag. “Er is altijd een kleine groep die het systeem misbruikt. En daarvoor heb je keiharde opsporing nodig”, aldus Lindemulder. Inmiddels voert hij als environmental crime officer bij het hoofdbureau van Interpol in Lyon het Milieuprogramma aan. In de stroom aan informatie die politiediensten uit 188 landen aanleveren, speuren Lindemulder en collega’s naar de kwade breinen achter illegale lozingen, handel in afval en bedreigde dieren. Een gesprek over e-waste, elektronisch afval. Want dat is hét internationale afvalprobleem op dit moment.

Waarom is e-waste zo’n probleem?
Afgedankte telefoons, computers en koelkasten bevatten waardevolle onderdelen en grondstoffen. Die zijn met winst te verkopen, maar de rest van het apparaat verantwoord recyclen kost geld. In landen als Ghana worden de nuttige bestanddelen zoals metalen vaak op volstrekt onverantwoorde wijze geïsoleerd en verkocht. De rest wordt gedumpt of verbrand. De handel in elektronisch afval trekt dedicated organized crime groups, de zwaarste categorie internationaal werkende criminelen. En de milieu-impact is groot. Bestrijding is lastig omdat de keten lang is: je hebt de gebruiker, hergebruikers, inzamelaars, handelaars, transporteurs en recyclebedrijven. Bovendien is de grens tussen tweedehands apparatuur en e-waste vaag.

Lees verder op IS-magazine online.

Woensdag 12 oktober: Movies that matter in Tilburg

Publicatiedatum: 11 oktober 2010

Tilburg draait mee in Movies that Matter On Tour. De eerste speelfilm ‘Min Dît – The Children of Diyarbakir’ wordt vertoond op woensdag 12 oktober om 20.00 uur in de Filmfoyer in Tilburg. Amnesty werkgroep Tilburg heeft Fréderike Geerdink als gastspreker uitgenodigd. Zij is journaliste en woonachtig in Turkije.
Klik hier voor meer informatie.

 

Verslag 17 juni: Opening of the Mundial Festival with Salman Ahmad and Leo Blokhuis

Publicatiedatum: 22 juni 2010

Festival Mundial opened its 24th edition, together with Het Wereldpodium, with an in-depth interview with Pakistani-American Rock Star Salman Ahmad and his wife Samina. The Dutch ‘Pop professor’ Leo Blokhuis led the audience through music clips by a dozen musicians who tried to change the world. ‘Not the texts of their songs changed the world; their personality as musicians brought change’.


 

Before June 2011, the Pakistani-American rock star Salman Ahmad was more or less unknown in the North-Western part of continental Europe. Since that month, Mr. Ahmad and his percussion player Sunny Jain entered the hearts and minds of many visitors of the Festival Mundial.

This festival, focussing on World Music, is one of the largest in the Benelux (Belgium, Netherlands and Luxemburg). The Festival opened on Friday June 17th with an extended interview with Mr. Ahmad, who has recently published his autobiography Rock & Roll Jihad and a cd going by the same title. Two days later, Salman Ahmad and percussionist SunnyJain performed on the Here be Dragons Stage at Festival Mundial. This year, Mundial attracted about 45,000 visitors.

The opening of Festival Mundial took place in ‘Villa the Four Seasons’, a fine mansion in the centre of Tilburg. The event was visited by 120 representatives from the national, regional and local government, as well as representatives from the cultural sector and development NGOs. None of them knew who Salman Ahmad was, but after the interview many recognized this as an omission in their knowledge of World Music in general and in their knowledge of music from the Indian subcontinent in particular.

There is a lot to say about Salman Ahmad. Born in 1963 in Lahore, Pakistan, he moved to New York as a schoolboy. In 1977, he visited a Led Zeppelin concert where he discovered the power of music and decided to become a guitar player. Returning to Pakistan in the eighties, Ahmad tried to cope with the dictatorship of president Zia ul Haq and the emerging power of radical students called the Taliban. After becoming a member of the national cricket team, followed by graduating as a medical doctor, Salman Ahmad rediscovered the guitar during a cricket match in Bangladesh. He became one of Pakistan’s most well-known musicians at the time of the presidency of Mrs. Benazir Bhutto.

Nowadays, Salman Ahmad is a living legend who has sold tens of millions of cd’s all over South Asia, in including India, Pakistan’s arch-enemy. He is a U.N. HIV/Aids goodwill ambassador, was invited by world leaders like Bill Clinton and Kofi Annan, performed together with Melissa Etheridge, Annie Lennox and Peter Gabriel, starred in BBC and CNN documentaries, is currently a college professor in New York and published a well-written autobiography called Rock & Roll Jihad.

‘Why did you include the word ‘Jihad’ in the title of your book?, interviewer Ralf Bodelier asked Ahmad: ‘Jihad is a word that frightens many people in the West. They think about beheadings, killing infidels and Nine Eleven’. Mr. Ahmad shook his head: ‘This picture of Jihad is totally wrong and I would like to change it’, he answered. ‘Jihad is nót synonymous with war or violence. Most Muslims reject the violent approach and stress a non-militant connotation of the word. In fact, Jihad means promoting peace, harmony, tolerance and assistance of other people, no matter who they are, where they live, or what they believe in’.

While the audience listens in utter concentration, Salman Ahmad elaborates on his ideas about Islam, rock & roll music, dialogue, and ‘oneness in diversity’.

‘Listening to each other’s music’, he states, ‘is learning to look at the world through a new lens. Listening to music is seeing with the heart. Music makes all the masks fall down and shows the divine beauty of the other person.’

But music, and culture in general, is vulnerable, Mr. Ahmad realizes. In the past years, life in his home country Pakistan has turned into a horror movie. Moving away from Afghanistan and the rural Swat Valley in the northern part of the country, the Taliban is gaining more influence in mainstream Pakistan. They silence music, close schools, destroy movie theatres, kill dissenters, and flog girls for consorting with men. To Salman Ahmad, the Taliban, and the encompassing movement of Wahabi-islam, are not just opposed by the Western World. It is also contrary to traditional Islam, which is strongly influenced by the tolerant and open tradition of Sufism. ‘Believe me; the majority of all Pakistanis want to grow fragrant flowers, while the extremists only sow evil weeds. If we, ordinary Pakistanis, do not unite and reject their vision of hatred and violence, the Taliban will strengthen and flourish’.

Music is key to Mr. Ahmad. Together with education, music will provide common ground for a journey of light through darkness, extremism, and dictatorship. Because of this, he tries to bring people, cultures and influences together. Interviewer Ralf Bodelier inquires how different kinds of music can influence each other in a quest for common ground. His question is illustrated with movie clips of the 1977 Led Zeppelin rock concert and a concert of the Pakistani Qawwali-singer Nusrat Fateh Ali Khan. Mr. Ahmad takes up his guitar twice, and, accompanied by Dhol-player Sunny Jain, shows the audience what it means to blend oriental and occidental musical styles.

In the eighties, Salman Ahmad met his wife, muse and manager Samina. Dr. Samina Ahmad is a medical doctor too. Besides raising their three children, Samina manages her husband’s music business and hosts popular tv-programs in the USA on healthy cooking, family issues and nutrition. The couple also launched the Salman and Samina Global Wellness Initiative, an NGO that tries to bring people together through music, media and advocacy. Samina Ahmad tells the audience about the necessity of taking care for each other, of increasing awareness of global issues and breaking down cultural boundaries.

Leo Blokhuis, a well-known connoisseur of pop music, leads the final part of the session. He takes the audience through the contemporary history of musicians who have tried to change the world they live in, from Pete Seeger to Rage against the Machine. Mr. Blokhuis states that it is not the texts of these bands that will change the world; it’s the identification with a singer or bandleader that revolutionises everything. ‘Of course, it was important that white musicians like Pete Seeger or Bob Dylan addressed the discrimination against blacks. More important were Fats Domino or Bob Marley plus the white boys and girls from Texas and Virginia who identified with them. The moment they replaced posters Jerry Lee Lewis posters with Sam Cooke’s, change set in’.

Salman Ahmad nods his head. He agrees. Although it’s not only the musician who makes the change, it’s still the music that enlightens our hearts.

Photography: Anjes Gesink www.anjes.nl
Text: Het Wereldpodium

 

 

‘Als ze aan de macht komen, ga ik emigreren’, Fred Greve

Publicatiedatum: 19 maart 2012

Reactie bezoekers Wereldpodium 13 maart 2012: De ideologie van de PVV

Naam: Fred Greve (58)
Woonplaats: Goirle
Beroep: onderwijs auditor
Samen met: echtgenote
PVV –standpunt: Als ze aan de macht komen, ga ik emigreren. Ik heb vanmiddag nog eens een artikel van Menno ter Braak uit 1937 gelezen over de opkomst van fascisme. Hij wijst wrok, onvrede en rancune aan als belangrijkste oorzaak. Verontrustend is dat Ter Braak ook zegt dat er niet veel tegen te doen is omdat de wrok geen reële basis heeft.
Opmerkelijk: Herman Vuijsje en Willem Schoonen leken bang om politiek correct te zijn. Jan Jaap de Ruiter had daar gelukkig minder last van.
Minpuntje: Helaas pakte Willem Schoonen van Trouw de beste vraag van vanavond niet echt op. De vraag kwam van één van de studenten: ‘Hoe verschillen democratie en mediacratie?’. De PVV bepaalt momenteel de agenda. Hoe kan dat? De media zeggen dat hun lezers het willen lezen. Maar vraag het de mensen en die wijzen naar de media.
Mee naar huis: Ik ben er niet geruster op geworden. Die Harrie van den Berg van de PVV is een slimme man. Hij is vanavond niet echt in de problemen gebracht. Heel salonfähig speelt hij in op allerlei vooroordelen. Zo mobiliseert de PVV onvrede, zonder werkelijk idealen te hebben.
Terug: Ik kom regelmatig naar het Wereldpodium. Ik vind het een haast ouderwets goed initiatief. En van mij mogen er meer van dit soort ‘nationale’ thema’s aan bod komen, ook al heet het ‘Het Wereldpodium’.

 

 

 

Verslag 13 maart 2012: De ideologie van de PVV

Publicatiedatum: 19 maart 2010

Ingrid was er niet, en de enige Henk die er was, verklaarde zich nooit zo’n Henk te hebben gevoeld maar best een Ingrid te willen ontmoeten. Verder veel jongeren en ouderen die samen de zaal van De Nieuwe Vorst goed vulden. Geïnteresseerd waren ze, en hier en daar bezorgd over de ideologie van de PVV. De quiz na de pauze leverde zelfs een echte PVV-kenner op. Petje af voor deze geïnteresseerde volger van het nieuws en wellicht ook van de tweets van Wilders. Die heeft namelijk 160.000 volgers op Twitter, zelf volgt hij niemand.

Schijnelite
En zo kwam het publiek bij dit Wereldpodium van alles te weten over de PVV en haar voormannen. Wilders bijvoorbeeld, woonde ooit in een kibboets in Israël, een opvallende jeugdfoto herinnerde daar nog aan. Uit een filmpje bleek dat partij-ideoloog Bosma erg geestige toespraken kan houden. Hij schreef ook ‘De schijnelite van de valse munters’ een vuistdik boek over de opvattingen van de PVV. Dit boek was aanleiding voor arabist Jan-Jaap de Ruiter, van de Universiteit van Tilburg, om die ideologie eens grondig te analyseren. Zijn boek leverde het thema voor dit Wereldpodium, dit keer een Nederlandse kwestie met internationale uitstraling. Diezelfde dag immers debatteerden de leden van het Europese parlement de hele dag over een resolutie voor de Nederlandse regering tegen het PVV-meldpunt.

Filosofen
Veel deelnemers aan het debat dit keer. Onder hen PVV-statenlid Harry van den Berg en publicist Herman Vuijsje die optrad als secondant van presentator Ralf Bodelier. Medepresentator Ilse Vossen inventariseerde de vragen van twee filosofiestudenten en van het publiek. Onder filosofen en filosofiestudenten is overigens niemand te vinden die de PVV openlijk steunt.

Bashen
Voor de pauze besprak De Ruijter de belangrijkste resultaten uit zijn analyse. Hij gaf aan dat Bosma voortdurend een zwart-wit wereldbeeld presenteert dat geen recht doet aan de complexe werkelijkheid. Bosma heeft kritiek op alles wat elite is, heeft geen goed woord over voor de islam en de moslims, positioneert het christendom als leidraad voor onze samenleving en pleit voor bescherming van verworven rechten. De Ruijter vergeleek doelbewust de PVV niet met fascistische of nationaal-socialistische partijen, omdat hij geen tegenstellingen wil creëren. Wel had hij kritiek op het bashen van moslims; deze opstelling van de PVV leidt tot uitsluiting en maakt de kans op extremisme alleen maar groter, aldus De Ruijter. PVV’er Van den Berg bestreed de discriminatie van moslims: alle mensen die zich aan de wet houden, mogen in dit land wonen, verklaarde hij. Wel moet de immigratie stevig worden beperkt, tot maximaal 1000 migranten per jaar. De verzorgingstaat gaat niet samen met een immigratiestaat, aldus de PVV’er.

Discriminatie
Ook Herman Vuijsje verzette zich tegen de vergelijking met het fascisme. De problemen die de PVV benoemt zoals criminaliteit, overlast in wijken en ongebreidelde immigratie, zijn reëel, aldus Vuijsje. Omdat andere partijen deze thema’s jarenlang hebben genegeerd, kon de vrijheidspartij in een gat springen en veel stemmen winnen.

Cyriel Triesschein van antidiscriminatiebureau Radar liet weten dat het niet hard te maken is of sinds de opkomst van de PVV, de discriminatie door moslims of van moslims is gedaald of gestegen. Veel belangrijker voor de cijfers zijn gerichte oproepen om discriminatie te melden. Zo zijn de meldingen over discriminatie op etnische afkomst gedaald maar die op geloof, sekse en geaardheid toegenomen.

Het Nederlandstalig duo Koek & Trommel schreef speciaal voor de gelegenheid een lied over de draken in de klas van juf Van Aken en andere vijandsbeelden die ons angst aanjagen. Hun advies: liever de haat elimineren en zorgen voor elkaar. In de pauze zorgde het blokje kaas met augurk en zilveruitje, voor een stevige bite. Het geheel natuurlijk bevestigd aan een prikkertje met Nederlandse vlag.

Waan van de dag
En zo vond op het Wereldpodium een ontmoeting plaats tussen een academicus, publicist, directeur van een anti-discriminatiebureau, PVV-politicus en een hoofdredacteur. Allemaal mensen die veel óver elkaar praten, maar heel weinig mét elkaar in gesprek zijn.

Willem Schoonen, hoofdredacteur van dagblad Trouw, liet weten de PVV geen single-issue partij te vinden maar één die moeilijk te plaatsen is in het politieke spectrum. Op sociaal-economische thema’s links, op maatschappelijke orde rechts. De oproep van sommige Trouw-lezers om Wilders minder media-aandacht te geven, wilde hij niet honoreren. Vuijsje vond dat Nederland een diverse, kwalitatief goede, geschreven pers heeft maar dat de pers op televisie zich te veel door de waan van de dag laat leiden. Schoonen beaamde dit, volgens hem was die tendens echter tijdelijk. Fatsoen en rust, zonder schreeuwerigheid, dat samen is een groeimarkt, aldus de hoofdredacteur.

Tegenstellingen
Het laatste woord was voor huisfilosoof Frans van Peperstraten. Hij wees op drie tegenstellingen met afbreukrisico voor de toekomst van de PVV. De spanning tussen vrijheid en nationalisme die vooral negatief uitpakt voor het internationale bedrijfsleven; die tussen de autoritaire organisatie en de populistische stem waardoor het volk zich op termijn niet meer vertegenwoordigd voelt en die tussen de media-aandacht en de resultaten. Politieke resultaten worden immers behaald door compromissen te sluiten en niet door vijanden te maken via de media. Hoe de toekomst van de PVV eruit ziet, hangt ervan af of andere politieke leiders opstaan met een goed verhaal over de thema’s die Nederlanders bezighouden, zo luidde de conclusie van de huisfilosoof.

Tekst: Marianne Dagevos
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 1 maart 2012: Achter de tralies in hotel de bajes

Publicatiedatum: 6 maart 2012

‘Het duurt iets langer eer je in slaap valt.’ Met die opmerking typeerde Frans van Peperstraten zijn nacht in een politiecel. Hij bleek een van de weinigen van het Wereldpodiumpubliek met ervaring op dit terrein. Voor de meeste anderen waren gevangenis, huis van bewaring, penitentiaire inrichting of EBI slechts termen ‘van horen zeggen’. In een dynamische spoedcursus onder de titel ‘Hotel Bajes’, brachten Ralf Bodelier en de gastsprekers daar verandering in. Op de theatervloer werden de contouren van cellen zichtbaar en voelbaar.

Drie thema’s
Frans van Peperstraten maakte dit Wereldpodium zijn entree als huisfilosoof en bewees meteen zijn ‘praktisch nut’. Aan het eind van de avond benoemde hij de besproken drie thema’s: het straffen als fenomeen; de gevangenis als verblijfplaats en de gevangenisstraf als fase in het leven.

Anton van Kalmthout, emeritus hoogleraar strafrecht en vreemdelingenrecht, vertegenwoordigde de wetenschappelijke kennis over straf en opsluiting. Talloze onderzoeken naar het nut van gevangenisstraf, de kans op recidive en het belang van resocialisatie, leveren geen geruststellende resultaten op.

Gevangenisstraf breekt veel af door mensen te isoleren van hun sociale contacten en hun dagelijks leven. Zeker 50% vervalt na de straf opnieuw in de fout en een derde belandt binnen twee jaar weer in de cel. En dan te bedenken dat gevangenisstraf zo’n 200 jaar geleden ingevoerd werd als humaan alternatief voor lijfstraffen, schandpaal en doodstraf. In al die jaren is het een probleem gebleven dat detentie de terugkeer naar de samenleving bemoeilijkt. Van Kalmthout constateerde dat in crisistijd bezuinigd wordt op resocialisatieprogramma’s waardoor recidive nog hoger wordt. De gevangenis beantwoordt dus wel aan de primaire behoefte om misdadigers te straffen en de samenleving tegen hen te beschermen, maar voldoet veel minder om op lange termijn misdaad te verminderen en criminelen weer op te nemen in diezelfde samenleving.

Kakkerlakken en zweetvoeten
Een volgende kwestie: hoe dient een gevangenis eruit te zien? Een oppervlak van 10 m2 met een bedbank, tafel, stoel, boekenplank, wc en douche voor een of twee personen, zoals in Nederland gebruikelijk is? Of een ruimte van 30 m2 voor 30 tot 40 mensen waar kou, stank en herrie de atmosfeer bepalen en de kakkerlakken welig tieren, zoals Joseph Oubelkas in Marokko meemaakte?

Om dit te ervaren, gingen de bezoekers van het Wereldpodium met z’n dertigen gewillig op de planken vloer van De Nieuwe Vorst liggen. De kakkerlakken en de zweetvoeten bleven achterwege, maar behoorlijk krap was het wel. Joseph Oubelkas belandde door een samenloop van misverstanden in de Marokkaanse gevangenis en werd veroordeeld tot 10 jaar cel. Alle ontberingen die je je daarbij kunt voorstellen, werden zijn deel. Na vier en half lange jaren, kon hij zijn straf uitzitten in Nederland en werd hier onmiddellijk vrijgesproken. Zijn bizarre ervaringen en de brieven van zijn moeder om hem overeind te houden, zijn gebundeld in het boek ‘400 brieven van mijn moeder’ waarmee Oubelkas nu op toernee is langs de Nederlandse gevangenissen. Vergelijkbare onthutsende verhalen vertelde Noa Lodeizen, oprichtster van Young in Prison, een Nederlandse stichting die zich het lot aantrekt van kinderen in gevangenissen in Malawi, Colombia, Suriname en Zuid-Afrika. Ook hier geldt: mensonterende omstandigheden en geen perspectief op een waardige terugkeer naar de samenleving. Noa memoreerde eveneens de stank, de kinderen in kooien en de zieken die er vaak ernstig aan toe zijn. De medewerkers en vrijwilligers van haar stichting werken met reïntegratieprogramma’s op basis van creativiteit, scholing en sociale vaardigheden om kinderen weer perspectief te geven. Ook in Nederland is inmiddels belangstelling voor de programma’s van Young in Prison.

Extra beveiliging
Paul Koehorst was directeur van de EBI in Vught, de Extra Beveiligde Inrichting voor criminelen met een hoog ontsnappingsrisico. Uit deze EBI, een gevangenis in een gevangenis, is nooit iemand ontsnapt maar ook Koehorst weet uit ervaring dat detentie meer moet zijn dan goede beveiliging. Eén ding is mensen opsluiten, de protocollen opstellen en de regels handhaven, een ander punt is om de samenleving als geheel veiliger te maken. Daarvoor blijft gevangenisstraf een twijfelachtig middel.

Dat het thema ook muzikaal te vertalen is, liet de Tilburgse troubadour Jacques Mees zien en horen. Met de prisonblues van Johnny Cash en Bob Dylan, maakte hij een muzikaal statement over het gevangenisleven. Olga van Wonka zorgde voor het bijpassende pauzehapje: water en brood plus: brood met kruiden en water met een smaakje.

Vrijheidsbeneming
Na de pauze kwamen, in een stevige discussie met de zaal, alle dilemma’s nogmaals langs: korter of langer straffen; een streng of een soepel regime; leven in de gevangenis al of niet vergelijkbaar met het leven daarbuiten. Alle sprekers benadrukten dat vrijheidsbeneming de eigenlijke straf is en dat de behandeling verder zo humaan mogelijk moet zijn. Dit is ook vastgelegd in de Europese regels. In de zaal werd geopperd dat lange straffen en een sober regime het leed van de slachtoffers meer compenseren. Aangezien er geen verband is tussen de compensatie door de straf en de succesvolle reïntegratie na de straf, blijven deze dilemma’s politiek en samenleving nog wel even bezighouden.

Tekst: Marianne Dagevos
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 1 juli: Tilburgse Wereldquiz als start van de T-Parade 2011

Publicatiedatum: 4 januari 2010

Vrijdagavond 1 juli startte het eerste lustrum van de T-Parade. Deze samenwerking van het Wereldpodium, het Huis van de Wereld en de T-Parade bestond uit een combinatie van onalledaagse interviews met zowel allochtone als autochtone Tilburgers, twee wervelende optredens van het Kleurrijke Mamakoor en een scherpe, afwisselende en vooral vrolijke Wereldquiz, waar prijzen niet zonder de juiste kennis van multicultureel Tilburg werden weggegeven.

De avond werd enthousiast geopend door de Kleurrijke Mama’s. Veertien vrouwen van van 35 tot 76 jaar en uit alle windstreken zongen ‘liederen met eigen verhalen’. Paul Spapens, geboren en getogen in de regio, journalist, auteur van De Encyclopedie van Tilburg en voorzitter van de Stichting Tilburgse Taol, schetste vervolgens een  historisch beeld van de mondialisering van Tilburg. De stad heeft zich sinds halverwege de twintigste eeuw razendsnel ontwikkeld tot een multiculturele samenleving. Tussen de beroemde oer-Hollandse worstenbroodjes en de exotische paprika’s, aanvankelijk geteeld in de achtertuintjes van arbeiderswoningen, ligt een uitgebreid veld van wederzijdse ontmoetingen tussen Tilburgers uit alle delen van de wereld.
 

Tilburg groeide uit tot een bruisende plek met een verscheidenheid aan talen en religies.Na deze presentatie was het tijd voor deel één van de Tilburgse Wereldquiz. Door een enthousiaste interactie van de presentatoren Nathan de Groot en Lukas Meijsen met de scherpe deelnemers in de zaal, leidde de quiz al snel tot een hoofdprijs, bestaande uit een mand vol lekkernijen uit verschillende delen van Tilburg. Vragen als ‘Hoe hoog is West-Point’ en ‘Wanneer werd het MIDI Theater geopend’ waren peulenschilletjes voor het veelkeurige publiek. Het aansluitende en wederom wervelende optreden van de Kleurrijke Mama’s vormde de opmaat naar de pauze waarin smakelijke hapjes uit verschillende culturen werden geserveerd.

Na de pauze ging Nathan in gesprek met Fara Omarzada en Fernando von Lücken. Fara Omarzada is ‘pas’ tien jaar in Tilburg na haar vlucht uit Afghanistan, inmiddels werkzaam als maatschappelijk werkster. Fernando von Lücken, tijdelijk Tilburger met Argentijns-Duitse wortels, is student psychologie sinds 2009 en ambassadeur van Tilburg University. Op de dag waarop Farah en haar zusje Rita ontdekten dat ze het oer-Hollandse woord ‘puntenslijper’ feilloos konden uitspreken, beseften ze dat hun verlangen om in Nederland te aarden ook in hun taalvermogen was doorgedrongen.

Deel twee van de Tilburgse Wereldquiz stond in het teken van kennis van kleurrijk Tilburg over onze wereld. Deelnemers die goed hadden geluisterd naar Papens’ verhaal hadden een streepje voor. Een glunderende winnares ontving opnieuw een mand met een diversiteit aan cadeautjes.In een afsluitende discussie met Paul Spapens, Fara Omarzada, Fernando von Lücken en het publiek werd duidelijk dat Tilburg iets unieks heeft van zichzelf. De stad is op een ludieke manier en bij voortduring initiatiefrijk. Denk bijvoorbeeld aan Festival Mundial, uitgegroeid tot een evenement van allure en voor iedereen. Tilburg toont het vermogen om via netwerken telkens nieuwe plannen te ontwikkelen en om verder te groeien in het samen beleven van deze veelkleurige stad. Kortom, Tilburg kan terugkijken op een geslaagde openingsavond van de T-Parade.

Tekst: Cora Westerink
Foto’s: Wendy Presser

Vrijdag 24 december 2010 – Wintervuur

Publicatiedatum: 28 november 2009

Oplaaiende vuurkorven, muziek en veel persoonlijke verhalen. Dit is de eerste editie van Wintervuur. Migranten, vluchtelingen, asielzoekers, expats en oorspronkelijke Tilburgers treffen elkaar op Kerstavond in een voormalige stoomketelfabriek in de Spoorzone.

Kom en luister naar de verhalen van Chinese studenten die booming China verlieten om in Tilburg te leren over Europa. Luister naar het verhaal van een Somalische moeder die, eenmaal in Nederland, hemel en aarde bewoog om haar vier dochters niet te laten besnijden. Kom en luister naar verhalen uit Suriname, uit Ghana, uit Iran en uit Marokko. Luister of schuif aan bij een van de dialoogtafels om ervaringen uit te wisselen met vreemden die al heel snel veranderen in verwanten.Wintervuur is bestemd voor gelovigen en ongelovigen, voor binnen- en buitenlanders, voor ouders en voor kinderen. Wintervuur laat zich inspireren door migratieverhalen. Het centrale thema is de reis die uitmondt in een nieuw leven in ongewisse omstandigheden.De Wintervuur-vertellers en muzikanten zijn Luqing Shi (China), Zahra Naleie (Somalië), Marieta Emers (Cariben), Thomas Polime (Suriname), Cynthia van Soest-Gabla (Ghana),  Tamás Schiffer (Hongarije) en vele anderen.

Kom, neem iedereen mee en beleef Wintervuur. Onderga kerstavond op een geheel nieuwe, sprankelende wijze.

Wintervuur is een coproductie van het Wereldpodium, het Huis van de Wereld, Verrassend Tilburg & Meer en Stichting Raakveld.

Datum: Vrijdag 24 december 2010
Tijd: 20.00-22.15 uur (ontvangst om 19.30 uur en na afloop tijd om na te borrelen)
Locatie: Deprez gebouw, Lange Nieuwstraat 172, Tilburg
Entree: 3 Euro, kinderen gratis

Verslag 24 december 2010: Wintervuur

Publicatiedatum: 28 november 2009

Ruim tweehonderd bezoekers lieten zich op Kerstavond onderdompelen in de levensverhalen van migranten. Het was de eerste editie van ‘Wintervuur’, een ontmoetingsavond voor expats, vluchtelingen, asielzoekers en oorspronkelijke Tilburgers. Vertellers uit China, Somalië, de Cariben, Suriname, Ghana, Iran en België deelden verhalen over hun land van herkomst en hun nieuwe leven in Nederland. Tilburgers uit binnen- en buitenland gingen met elkaar in gesprek over heimwee, verlangen en de betekenis van je thuis voelen. De sfeervolle avond werd aangekleed met Caribische kerstliederen, Hongaarse vioolmuziek, Iraanse hapjes en Hollandse erwtensoep.

Foto’s: Marloes Coppes

Wintervuur-2010-(1)Wintervuur-2010-(3)Wintervuur-2010-(4)Wintervuur-2010-(5)Wintervuur-2010-(6)Wintervuur-2010-(7)Wintervuur-2010-(8)Wintervuur-2010-(9)Wintervuur-2010-(10)Wintervuur-2010-(11)Wintervuur-2010-(12)Wintervuur-2010-(13)Wintervuur-2010-(14)Wintervuur-2010-(15)Wintervuur-2010-(16)Wintervuur-2010-(17)Wintervuur-2010-(19)Wintervuur-2010-(20)Wintervuur-2010-(21)Wintervuur-2010-(22)Wintervuur-2010-(23)Wintervuur-2010-(24)Wintervuur-2010-(25)Wintervuur-2010-(26)Wintervuur-2010-(27)Wintervuur-2010-(28)Wintervuur-2010-(29)Wintervuur-2010-(30)Wintervuur-2010-(31)Wintervuur-2010-(32)Wintervuur-2010-(33)Wintervuur-2010-(34)Wintervuur-2010-(35)Wintervuur-2010-(36)Wintervuur-2010-(37)Wintervuur-2010-(38)Wintervuur-2010-(39)Wintervuur-2010-(40)Wintervuur-2010-(41)Wintervuur-2010-(43)Wintervuur-2010-(44)Wintervuur-2010-(45)Wintervuur-2010-(46)Wintervuur-2010-(47)Wintervuur-2010-(48)Wintervuur-2010-(49)Wintervuur-2010-(50)Wintervuur-2010-(51)Wintervuur-2010-(52)

Verslag 9 december 2010: IS Live! Linkse hobby’s en rechtse daadkracht

Publicatiedatum: 27 november 2009

Linkse hobbies en rechtse daadkracht
Ontwikkelingshulp is geen linkse hobby. Dat is het nooit geweest en we moeten het ook niet zo noemen. Dat is de conclusie van talkshow ‘IS Live’ met als hoofdgasten Marcia Luyten, Duco Hellema en Thea Hilhorst.

wp-9-12-10-(1)wp-9-12-10-(2)wp-9-12-10-(5)

Uit recent onderzoek naar prioriteiten blijkt dat Nederlanders zich minder bekommeren om de wereld dan voorheen. De prioriteit ‘minder oorlog en terrorisme in de wereld’ is gezakt van plek 1 naar 5, ‘honger in de wereld’ daalde van 3 naar 7. De nieuwe nummer 1 is ‘een goede oudedagsvoorziening’ en wordt gevolgd door ‘goede gezondheidszorg’.
Wat denkt het publiek van IS Live hiervan? “Is Nederland aan het navelstaren”, vraagt gespreksleider Ralf Bodelier. De angst neemt toe”, denkt een bezoeker. “Zekerheden zoals pensioen staan onder druk. Mensen keren zich naar binnen omdat ze bang zijn verworvenheden te verliezen”. Een andere bezoeker wijst er op dat mensen gedesillusioneerd zijn door de resultaten van ontwikkelingssamenwerking. Er staan veel negatieve berichten daarover in de kranten.

wp-9-12-10-(6)wp-9-12-10-(7)wp-9-12-10-(8)

Journaliste Marcia Luyten kwam drie maanden geleden terug uit Oeganda. Wat viel haar op in Nederland? Is het land veranderd? “Toch vooral de kou”, lacht Luyten. Haar woonboot ligt vastgevroren. Maar op tv viel haar wel wat op: ze ziet vooral mannen, rechtse mannen.
Marcia’s laatste boek heet ‘Ziende blind in de sauna’, met als ondertitel hoe onze economie, politiek en cultuur Afrikaanse trekken krijgt. Wat zijn die trekken? “Steeds meer kortetermijnperspectief”, stelt Luyten. Ook signaleert ze populisme in de politiek, het draait steeds meer om mensen in plaats van partijen en ideeën en het sociaal vertrouwen neemt af. “Afrika is prachtig en de mensen fantastisch, maar de systemen zijn vaak lelijk, ze dienen een kleine elite”, aldus Luyten.
Marcia publiceert kritische stukken. “Hulp werkt vaak niet en heeft soms tot perverse gevolgen”, stelt Luyten. Als voorbeeld noemt ze het onderwijs in Oeganda. Dat is dankzij ontwikkelingshulp gratis, maar door een gebrek aan voldoende leerkrachten is het niveau extreem laag. Kinderen komen praktisch als analfabeet van school af. Ouders zien de school vooral als opvang voor kinderen van 5 tot 10 jaar die nog niet op het land kunnen werken. Luyten’s kritische publicaties hebben haar echtgenoot die als diplomaat in Oeganda werkte in moeilijkheden gebracht. Zijn contract is niet verlengd. Marcia: “Mijn kritiek is hem aangerekend. Maar ik wil betere hulp. En daarvoor is opbouwende kritiek onmisbaar.” Luyten is vanavond de ‘side kick’ van Bodelier en zal met hem in gesprek gaan met de andere gasten.

wp-9-12-10-(9)wp-9-12-10-(10)wp-9-12-10-(13)

De Utrechtse hoogleraar Geschiedenis van de internationale betrekkingen, Duco Hellema, is bekend van zijn boeken over de buitenlandse politiek van Nederland. De laatste uitgave is getiteld Nederland in de Wereld. “Is ontwikkelingssamenwerking een linkse hobby”, vraagt Bodelier. “Als historicus merk ik vaak dat beelden niet kloppen met de werkelijkheid”, antwoordt Hellema. “Historisch gezien is het beeld van OS als ‘links initiatief’ onjuist.” OS is begonnen in de jaren zestig als een brede coalitie van bedrijfsleven, kerken en de politiek. De eerste ministers waren CDA’ers, maar Jan Pronk heeft de beeldvorming bepaald. Hellema schetst OS als een mammoettanker waar op de brug veel wordt gediscussieerd maar die ondertussen stuurloos doorvaart. “De sector heeft veel te lang krampachtig gereageerd op kritiek. Er was angst voor het publieke debat.”

wp-9-12-10-(15)wp-9-12-10-(18)wp-9-12-10-(19)

Was die angst terecht? Heeft de hulp gefaald? Hellema: “In de jaren ’60 was een belangrijke doelstelling van ontwikkelingssamenwerking het verbeteren van de internationale reputatie, die had schade opgelopen door de politionele acties. Daarin is OS heel effectief geweest. Het beeld van Nederland kantelde, Nederland werd gezien als een progressieve, open samenleving.” Luyten: “Er zijn zeker successen, maar de sector heeft die te weinig geclaimd en heeft lastige vragen ontlopen.”
Tijd voor een paar vragen uit het publiek. Wat vinden de sprekers van het boek Dead Aid van Dambisa Moyo die stelt dat hulp Afrika juist remt in ontwikkeling? Luyten vindt Dead Aid een pamflet met gammele bewijsvoering. Maar een goed punt dat Moyo aan de kaak stelt, is dat regeringen die veel hulp ontvangen niet afhankelijk zijn van belastinginkomsten van hun eigen burgers. Dit ondergraaft het politieke systeem. Een tweede vraag: moet er een parlementair onderzoek komen naar OS zoals de PvdA wil? “Politieke zelfmoord”, denkt Luyten. “Daarvoor is het eigenlijk te laat, maar misschien beter laat dan nooit”, vindt Hellema.

wp-9-12-10-(23)wp-9-12-10-(24)

Na de pauze zien we een filmpje over ‘omgekeerde ontwikkelingssamenwerking‘, een project van Carin Boersma van Oxfam Novib. De kennis van mensen uit ontwikkelingslanden wordt in Nederland ingezet. Het filmpje laat Braziliaanse buurtwerkers zien die in Amsterdam Noord samen met buurtbewoners een door hen ontwikkeld spel spelen: Oasis game. Het resultaat: een tunnel vol graffiti wordt omgetoverd tot ‘bos’. Het verwilderde groen rond de moskee is een prachtige tuin met eigen kas. Een groezelige hangplek wordt opgepimpt door de buurtbewoners. “De Brazilianen hebben veel ervaring om zonder overheidshulp veranderingen te realiseren”, vertelt Boersma. In een ander voorbeeldproject helpen Zuid-Afrikanen bij het geven van voorlichting over homoseksualiteit en HIV aan moslimjongeren. Hoe kijken buurtbewoners er tegen aan dat Brazilianen hen komen helpen? “Dat is wisselend. In het begin is er veel scepsis, maar het maakt ook indruk dat mensen van zover komen voor hen.”

wp-9-12-10-(27)wp-9-12-10-(29)wp-9-12-10-(30)

“Noodhulp is hulp die de eerste nood ledigt, geen politieke doel heeft, maar vanuit een diep menselijk gevoel komt”, vertelt de volgende gastspreker, hoogleraar Thea Hilhorst. Zij stelt echter meteen dat deze theorie zelden of nooit opgaat. “Vroeger kwam het Rode Kruis en die ruimde in drie dagen het slagveld leeg. Maar in deze wereld weet je vaak niet waar je in het proces bent. Wanneer is de oorlog afgelopen? Er is een groot grijs gebied waar noodhulp stopt en opbouw begint.”
De PVV is voor afschaffing van ontwikkelingssamenwerking, maar wil wel noodhulp bieden, stelt Bodelier. Wat vindt Thea daarvan? “Ik denk niet dat Wilders en ik hetzelfde verstaan onder noodhulp. Hij denkt waarschijnlijk aan natuurrampen. Maar Palestina krijgt al bijna 50 jaar noodhulp, ik denk niet dat hij daar een voorstander van is.”
De media kopten dat in Haïti miljarden aan noodhulp verdwijnen. Wat weet Hilhorst hiervan? “Dat is simpelweg niet waar. Toen dat bericht in de media circuleerde, ben ik op zoek gegaan naar de bron. Het bleek niet zo te zijn dat twee procent van de hulp Haïti maar bereikt en de rest in zakken verdwijnt, maar twee procent van het beloofd geld was pas binnengekomen. Nova belde me voor een reactie op tv, maar toen ik ze dit vertelde, waren ze niet meer geïnteresseerd.” Luyten en Bodelier herkennen het verhaal: positief nieuws over hulp is momenteel niet erg welkom in de media.
Dit brengt Hilhorst op een andere mediahype rondom Haïti. Het aantal slachtoffers werd vrij snel geschat op 250.000 vergelijkbaar met de Tsunami. Maar de meest betrouwbare schattingen komen uit op 100.000 doden. Hilhorst: “De VN heeft het aantal van 250.000 doden klakkeloos overgenomen. Dat stoort me. Ze blazen de ramp op om meer hulp te krijgen. Dat heeft gewerkt, maar het keert zich uiteindelijk tegen je.”

wp-9-12-10-(35)wp-9-12-10-(37)wp-9-12-10-(39)

We kijken naar een filmpje waarin schrijfster Linda Polman geïnterviewd wordt door Marcia Luyten. Polman is bekend van haar boek ‘De hulpkaravaan’ over de hulp in o.a. Rwanda en Somalië waarin ze uiterst kritisch is over hulp. Hulpgelden worden vooral door war lords ingezet voor hun eigen doelen. Hilhorst: “Polman veegt alles op een hoop. De eerste maanden heerste er ernstige cholera en hongersnoden in de vluchtelingenkampen in Rwanda. Veel later ging het mis. Opstandelingen gingen zich binnen de kampen bewapenen en organiseren. En de militaire politie greep niet in door de misdadigers er uit te vissen. Het zwakste punt aan noodhulp is vaak dat organisaties niet als een eenheid werken.”

We ronden de avond af met twee laatste vragen uit het publiek. Een van de bezoekers heeft in het debat de rechtse daadkracht gemist. Hilhorst reageert: “One line oplossingen bestaan helaas niet in ontwikkelingshulp. Het is een complex proces waarin je alle spelers nodig hebt: het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld, de overheid. Dat heeft 50 jaar hulp bewezen. Maar dat willen mensen niet horen. Er heerst een soort antiautoritair sentiment in Nederland. Argumenten tellen niet meer, men heeft lak aan gezagsdragers en binnenkort wellicht ook aan ons wetenschappers.” De laatste vraag wordt een opmerking. Oud-wethouder Gon Meeuwis stelt dat ontwikkelingssamenwerking aanduiden als een linkse hobby zoals het Wereldpodium in haar titel heeft gedaan, meehelpt een verkeerd beeld te scheppen.

De muziek tijdens IS Live kwam van de jonge singer-songwriter Lisa van Schijndel. De hapjes en drankjes werden verzorgd door Wonka kookt.

Nb. De aangekondigde woordvoerders ontwikkelingssamenwerking Klaas Dijkhoff (VVD) en Sjoera Dikkers (PvdA) waren verhinderd vanwege een motie van wantrouwen in het parlement.

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Marloes Coppes

Donderdag 9 december
Talkshow IS Live / Cafe Internationaal
Linkse hobby’s & rechtse daadkracht

Publicatiedatum: 27 november 2009

Lees hier het opiniestuk ‘Nederland, stop het navelstaren‘ van Ralf Bodelier!

Het kabinet Rutte-Verhagen gaat over rechts. Voor gedoogpartij PVV zijn sympathie voor de Verenigde Naties, de Europese Unie, open grenzen en ontwikkelingshulp linkse hobbies. Tegenover deze linkse hobbies stelt het nieuwe kabinet rechtse daadkracht.
In deze eerste aflevering van de talkshow IS Live / Cafe Internationaal ontvangt Ralf Bodelier politici, hoogleraren en journalisten die de nieuwe koers van Nederland tegen het licht houden. Hij legt hen lastige vragen voor.
logo-linkse-hobby-300x284Is Nederland werkelijk veranderd? Of weet rechts zijn boodschap beter te verkopen en verkeert links in diepe slaap?
Waarom reageert het nieuwe kabinet zo kritisch op voorstellen van de Europese Unie of op vragen van de NAVO om troepen voor Afghanistan? Een wat levert deze kritische houding ons op?
Welke invloed heeft een recent rapport van de ‘Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid’ waarin wordt gesteld dat Nederland zich moet profileren op thema’s als water, voedsel en internationaal recht?
Welke invloed krijgen bedrijven en defensie op ontwikkelingshulp?
Slaagt het kabinet erin om kansarme migranten buiten de deur te houden en kansrijke migranten voor Nederland te winnen?
Verliezen we onze plek als open, internationaal georiënteerde samenleving? Of komen we opnieuw in de voorhoede terecht?

Gasten zijn de journalist en columniste Marcia Luyten, Prof. dr. Thea Hilhorst, hoogleraar ‘Humanitaire hulp en Wederopbouw’ in Wageningen, Prof. dr Duco Hellema, hoogleraar ‘Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen’ in Utrecht, dr Klaas Dijkhoff, Tweede Kamerlid van de VVD, mw Sjoera Dikkers, Tweede Kamerlid van de PvdA en mw Carin Boersma, projectleider ‘omgekeerd ontwikkelingswerk’ bij Oxfam-Novib. De muziek wordt verzorgd door singersongwriter Lisa van Schijndel.

IS Live / Cafe Internationaal. De Talkshow over Nederland in de Wereld.

IS Live is een initiatief van ISMagazine, NCDO, LUX, Wereldpodium, Lokaalmondiaal/Coolpolitics en vakblad Vice Versa.

Datum: donderdag 9 december 2010
Tijd: 20.00-22.30 uur (ontvangst vanaf 19.30 uur)
Locatie: Deprez gebouw, Lange Nieuwstraat 172, Tilburg

Tekst Peerke Donderslezing 2010

Publicatiedatum: 27 november 2009


PEERKE DONDERSLEZING VAN GUY VERHOFSTADT
VOORZITTER VAN DE ALLIANTIE VAN LIBERALEN EN DEMOCRATEN IN HET EUROPEES PARLEMENT
TILBURG, 14 NOVEMBER 2010

WAT AFRIKA VAN EUROPA MAG VERWACHTEN ?


Mijnheer de Commissaris van de Koningin in Brabant,

Dames en heren,

Tot voor kort was de zalige Peerke Donders voor mij een nobele onbekende, dat moet ik toegeven. Daar heb ik, als Belg en Vlaming, een voor de hand liggend excuus voor. Wij hebben de heilige pater Damiaan. Toch leefden ze in hetzelfde tijdsgewricht, de 2de helft van de 19de eeuw. Ze waren allebei actief op het leprafront, Peerke Donders in Suriname, pater Damiaan nog veel verder van huis, op Molokaï. En ze waren tijdgenoten van de Europese veroveraars die uitgerekend in de late 19de eeuw het overgrote deel van Afrika onder elkaar verdeelden. Peerke Donders en Damiaan leefden nog, zij het niet lang meer, toen de Belgische koning Leopold II in 1885 in het reusachtige Congobekken zijn Onafhankelijke Congostaat schiep – l’Etat Indépendant du Congo, de latere Belgische kolonie, vandaag de Democratische Republiek Congo.

Wat mij in beide figuren intrigeert, Peerke Donders en Damiaan, was hun aandacht voor wat er elders in de wereld gebeurde. Hun strijd tegen de meest levensbedreigende ziekte onder hun tijdgenoten, de nog ongeneeslijke lepra. Hun inzet voor de armsten, de zwaksten, de stervenden. En hun visie op een menselijker wereld voor iedereen. Laat ons het daarover eens zijn, het waren Europeanen die hun nek uitstaken. Zich nauwelijks bewust van de gevaren die hen zouden beloeren. Europeanen avant-la-lettre die zich niet in zichzelf lieten opsluiten. Altijd bereid om hun grenzen te verleggen. Nooit te beroerd om nieuwe wegen te gaan. Hun tijdgenoten altijd een stap vooruit. En vooral onvervaard en onverschrokken. Alsof ze hun schepen achter zich verbrand hadden, want voor hen was er geen weg terug. Daar heb ik een immense bewondering voor.

Dames en heren, als we ons inzetten voor de armsten en de zwaksten onder ons, is er geen ontkomen aan. Dan kunnen wij Europeanen ons meest nabije buitenland, het Afrikaanse continent, niet ontwijken. Altijd al deelden we dezelfde Middellandse Zee, ter hoogte van Gibraltar zo smal dat we er best een brug kunnen bouwen. Zowel voor Grieken als Romeinen was Noord-Afrika al 2000 jaar geleden een integraal onderdeel van de mediterrane wereld. Met West-Azië er bij leefden Grieken en Romeinen al in een tricontinentale wereld zonder voorgaande. Maar helaas ook zonder navolgers. Omdat het West-Romeinse rijk al in de 5de eeuw ten onder ging, snel gevolgd door de opkomst van de islam die deze tricontinentale wereld twee eeuwen later aan stukken scheurde.

Toch lag de oorzaak van de scheiding tussen Europa en Afrika niet alleen in de islam. Een veel grotere hindernis voor vroege handelscontacten tussen Europa en Zwart-Afrika was de Sahara, met zijn 9 miljoen km2 de allergrootste woestijn ter wereld. Een zo grote hindernis, een stenen woestijn van de Atlantische Oceaan tot de Rode Zee waar zelfs de Romeinen nooit doorheen raakten, de Arabieren schoorvoetend, kameel per kameel, van de ene naar de andere oase. Evenmin konden Europese schepen de Sahara ontwijken door er gewoon omheen te varen. Want Afrika is niet gezegend met waterlopen die overzee een gemakkelijke toegang garanderen. Nooit vergeet ik de Portugezen die al in 1480 de monding van de Congostroom verkenden. Vierhonderd jaar later zaten ze er nog en waren ze geen stap verder geraakt. Omdat de Congostroom, de grootste waterplas van Afrika en de tweede grootste ter wereld, als gevolg van enorme stroomversnellingen tussen Matadi en Kinshasa, over een afstand van wel 300 km absoluut onbevaarbaar is. Dat moest zelfs Stanley ondervinden die pas in 1877 vanuit het Oosten – dwars door Afrika – de naar hem genoemde Stanley Pool bereikte, ter hoogte van het latere Kinshasa. De rest van zijn ontdekkingsreis moest ook Stanley te voet verrichten. Nooit wetend of hij Boma, aan de monding van de Congostroom, wel zou bereiken.

Afrika was toen en nu een verre van gezegend continent. Veelal te warm of te koud, te droog of te vochtig, werden grote delen van Afrika voortdurend door tropische ziekten gedecimeerd. Dat was in Stanley’s tijd nog het geval voor de runderpest, die in één klap 90% van de Centraal-Afrikaanse veestapel uitroeide. Gevolgd door de slaapziekte, overgebracht door de tseetsee-vlieg, die in koning Leopold’s Onafhankelijke Congostaat in de jaren 1885-1908 meer Congolezen fataal werd dan het schrikbewind van de blanke ivoor- of rubberjagers.

De huidige situatie van Zwart-Afrika is zo bekend dat ik die in enkele volzinnen kan samenvatten. Het blijft veruit het armste en minst-ontwikkelde subcontinent ter wereld. Goed voor 12% van de wereldbevolking is de industriële productie er hooguit 1,5 % van het wereldtotaal. Ofschoon het subcontinent schatrijk is aan minerale grondstoffen – olie en gas, goud en diamant, uranium, chroom, coltan, koper, kobalt, mangaan, ijzererts – en de Congostroom alleen al genoeg waterkracht kan leveren om heel Afrika van elektriciteit te voorzien, blijft het overgrote deel van de Afrikanen straatarm. Alsof hun rijkdom een vloek is en geen zegen. Van de 1 miljard armsten in de wereld, de extreem-armsten die niet eens één dollar per dag verdienen, leeft meer dan de helft in Zwart-Afrika. De armsten leven nog van de pluk en de visvangst, of van de povere opbrengst van hun altijd bedreigde landbouwgronden. Om beurten bedreigd door extreme droogte of overstromingen, uitersten die nog versterkt worden door de eerste tekens van de klimaatverandering. Maar ook bedreigd door de grote en rendabele landbouwbedrijven die eerder voor de uitvoer produceren – koffie, cacao, suiker, palmolie, katoen –eerder dan dat ze in de voedselbehoeften van de lokale bevolking voorzien.

Toch is het in Afrika niet allemaal kommer en kwel. Dat bleek eerder deze maand nog uit het recentste verslag – het Human Development Report 2010 – van het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP. Al twintig jaar vormt het UNDP de spil van de ontwikkelingsprogramma’s van de VN. Omdat de Human Development Index van het UNDP, die alle ontwikkelingslanden bestrijkt, niet alleen rekening houdt met het bruto binnenlands product (het bbp) van de betrokken landen, maar ook kijkt naar de levensverwachting en scholing van de betrokken bevolking. Levensverwachting is een kwestie van volksgezondheid en medische infrastructuur. Scholing speelt dan weer een cruciale rol te spelen om een land uit de armoed te tillen. Bovendien houdt de Human Development Index sinds kort ook rekening met de sociale ongelijkheid, met de gender-ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en met het fenomeen van ‘de multidimensionele armoede’. Omdat armoede niet alleen een kwestie is van ‘minder dan één dollar per dag’ te verdienen maar ook van levenskwaliteit, van een falende gezondheidszorg, van weinig onderwijskansen, van een oeverloze werkloosheid en van sociale en economische uitsluiting. Op die manier verschaffen de Human Development Reports van het UNDP ons een veel genuanceerder beeld van het ontwikkelingsbeleid en van de armoedebestrijding dan het naakte bbp.

Uit dat genuanceerder beeld blijkt onder meer dat ook vele Afrikaanse landen er qua ontwikkeling en armoedebestrijding wel degelijk op vooruitgaan. ‘Over het algemeen leven mensen, ook in de ontwikkelingslanden, vandaag gezonder, rijker en beter opgeleid dan 40 jaar geleden’, schrijft het UNDP. Dat redelijk optimistische beeld geldt trouwens voor alle ontwikkelingslanden, ook voor Afrika. Op een lijst van 135 ontwikkelingslanden telt het UNDP drie uitzonderingen. Alle drie gelegen in Zuid-Afrika, de Democratische Republiek Congo, Zambia en Zimbabwe. Zij gingen er de voorbije 40 jaar op achteruit, niet op vooruit. Daar is ‘de gemiddelde Afrikaan’ er erger aan toe dan 40 jaar geleden. Anderszijds staat Ethiopië op de 11de plaats van ontwikkelingslanden die er de voorbije 20 jaar het snelst op vooruitgingen, gevolgd door drie andere Afrikaanse landen – Botswana, Benin en Burkina Faso – in de top-25 van het UNDP.

Sinds 1970 is Botswana’s bbp per inwoner zelfs vernegenvoudigd. Na lange jaren van oorlogen en conflicten in de Hoorn van Afrika kwam Ethiopië pas in de jaren 1990 op gang. Maar het is het Zwart-Afrikaanse land dat de voorbije 20 jaar nog de snelste vooruitgang optekende. Misschien gelijkt Mozambique, in Zuidelijk Afrika, nog het meest op Ethiopië. Voor zover ook Mozambique nog in de jaren 1970 en 1980 in oorlogen en conflicten is weggezonken, maar er sinds 1990 op de Human Development Index wel met 54 procent op vooruitging.

De sleutels voor deze bescheiden Afrikaanse successen liggen volgens het UNDP niet zozeer bij de prijs van hun grondstoffen. Wel bij hun inspanningen om hun markten open te stellen voor de wereldhandel, bij een bekwame en goed functionerende overheid en bij hun inspanningen om de gezondheidszorgen en hun onderwijsstelsel te verbeteren. Wat deze laatste punten betreft, is er trouwens goed nieuws. Zo is de alfabetiseringsgraad bij jongeren in Zwart-Afrika gestegen van 42 procent in 1974 tot 74 procent vandaag. In dezelfde periode daalde de kindersterfte van 244 per duizend geboortes in 1974 naar 170 vandaag. Tegelijk waarschuwt het UNDP dat geen arm land uitsluitend op eigen kracht de armoede kan overwinnen. En dat geen ‘succes’ geboekt kan worden zonder internationale steun en solidariteit. En het is net die ‘international steun en solidariteit’ die door de wereldwijde economie en financiële crisis vandaag onder grote druk staat.

Dames en heren, het is geen geheim dat vooral Zwart-Afrika afhankelijk is van de solidariteit van Europa. Ik zie trouwens vele redenen waarom Europa haar ontwikkelingsprogramma’s prioritair op Afrika moet richten. Vooreerst een historische reden. Omdat wij het zijn, ten goede en vooral ten kwade, die Afrika de voorbije eeuw op de wereldkaart gezet hebben. Omdat wij Europeanen betrokken waren bij vele rampen die vooral Zwart-Afrika de voorbije eeuw van buitenuit overvielen. Van de Atlantische slavenhandel, horresco referens, tot die delen van Afrika waar krijgsheren en grondstoffenkartels de dienst uitmaken. We hebben in Afrika een schuld te delgen.

Maar ik zie ook actuele redenen. Zo is er een significante Afrikaanse diaspora in Europa. In 1960 telde Congo vrijwel geen universitairen. Vandaag zijn het er tienduizenden, vaak opgeleid aan onze universiteiten. Maar zolang ze Afrika niet zien opveren, blijven ze liever in de diaspora. Toch vormen ze de grootste menselijke link tussen Afrika en Europa en Afrika’s grootste intellectuele reservoir. Alleen zullen ze pas naar Afrika terugkeren als ook wij Europeanen kunnen garanderen dat Afrika weer kansen krijgt, thuis en op de wereldmarkt.

Maar er zijn ook andere actuele redenen om Afrika en vooral de Afrikanen niet los te laten. Ik denk dan aan geostrategische redenen van veiligheid en mensenrechten. Geen welvarend Europa kan standhouden tegenover een zo arm en tegelijk zo onveilig Afrika ‘aan de andere kant’ van de Middellandse Zee. Een verarmd Afrika is een schande voor de wereld maar tegelijk ook een bedreiging voor ons. Omdat armoede en onveiligheid hand in hand gaan. Zeker als weer eens een Afrikaanse staat, of bondsdeel, over de kop gaat en het zoveelste machtsvacuüm schept dat dan weer door krijgsheren en avonturiers wordt opgevuld. Denken we maar aan de piraterij in de Golf van Aden, aan de zoveelste massa-verkrachting in het oosten van Congo of aan de chronische onveiligheid in de Niger-delta. Net zoals we elke winter worden geconfronteerd met nieuwe Afrikaanse emigranten die onze grenzen bestormen. Omdat het leven thuis nog onveiliger is dan de risico’s die hen op hun vlucht naar Europa boven het hoofd hangen.

Dames en heren, het is een feit dat Zwart-Afrika het meest van Europa verwacht. Maar het is ook een feit dat Europa zich het meest om Zwart-Afrika bekommert. Al tientallen jaren vormen de lidstaten van de EU en de EU zelf Afrika’s grootste donor. Europa staat al veertig jaar in voor meer dan de helft van alle officiële uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking. Dat zich thans andere belangstellenden aandienen voor Afrika’s grondstoffen, te beginnen met China en India, maar ook Amerika (altijd op zoek naar olie) en zelfs de Arabische wereld (rijk aan olie maar arm aan andere grondstoffen), blijkt niet (of nog niet) uit hun bijdragen voor de ontwikkelingssamenwerking. Op dit vlak, van vitaal belang voor de armsten, maakt Europa het verschil.

Ik denk dan aan twee forums die de Euro-Afrikaanse betrekkingen in belangrijke mate domineren. Vooreerst de ACP-overeenkomsten, overeenkomsten tussen de 27 EU-lidstaten en 79 partners/voormalige kolonies van Europese staten in Afrika, de Caraïben en de Pacific. Concreet gaat het om 48 partners in Afrika, 16 in de Caraiben, 15 in de Pacific.

De ACP-overeenkomsten kennen een lange voorgeschiedenis. Aanvankelijk, in 1963, ging het maar om 6 Europese staten en 18 Afrikaanse staten, vooral voormalige kolonies van België en Frankrijk. Pas later kwamen er de voormalige Portugese kolonies bij maar ook de veel talrijker ex-Britse gebiedsdelen. Vandaar de uitbreiding van de akkoorden naar de Caraïben en de Pacific, culminerend in de EU-ACP handelsovereenkomst van Cotonou (Benin) in het jaar 2000. Bindend voor 27 EU-lidstaten en 79 ACP-partners, met een gezamenlijke bevolking van 1,5 miljard mensen, gaat het om één van de grootste handelsovereenkomsten ter wereld.

Vernieuwend in de overeenkomst van Cotonou is de EU en hun ACP-partners hun betrekkingen niet meer baseren op het onderscheid tussen donors en begunstigden, maar dat ze elkaar als evenwaardige partners tegemoet treden. In die zin kwamen er economische partnerschapsakkoorden tussen de EU en de zes ACP-regio’s, waarvan vier in Afrika. De vier ACP-regio’s komen in belangrijke mate overeen met de belangrijkste regionale instellingen in Zwart-Afrika: de East African Community voor Oost-Afrika (5 lidstaten), SADC voor Zuidelijk Afrika (15 lidstaten), Ecowas voor West-Afrika (15 lidstaten) en Comesa voor Oost én Zuidelijk Afrika (19 lidstaten). Regionale instellingen die de EU krachtig wil ondersteunen en die stilaan steeds actiever en efficiënter worden in het bevorderen van de regionale integratie.

Het zou me te ver leiden die EU-ACP-partnerschapsakkoorden hier te concretiseren. Ik wil ze ook niet verheerlijken maar evenmin wil ik ze demoniseren. Omdat er goede en minder goede kanten aan vastzitten. Goede kanten voor zover ze de regionale integratie van de ACP-regio’s in de hand werken en ze de partnerlanden de vrije toegang van hun producten op de Europese markt garanderen. Minder goede kanten omdat die vrijhandel ook de zwaar gesubsideerde Europese landbouwproducten op de Afrikaanse markten loslaat en dat sterk ten nadele van de Afrikaanse producenten die niet met deze gesubsideerde producten kunnen concurreren.

Velen kennen de boutade dat elke Europese boer of boerin per dag 2 euro’s krijgt voor elke koe, een subsidie om de Europese landbouwsector te ondersteunen, terwijl 1 miljard mensen in de wereld van minder dan 1 euro moeten leven. Maar het klopt dat gesubsideerde Amerikaanse of Europese producten vaak een vernietigend effect hebben op de lokale markten waar deze producten ‘gedumpt’ worden. Waar ze de armoede nog verscherpen, in plaats van die effectief te bestrijden.

Een felle criticus van die Europese en Amerikaanse ‘dumping’-praktijken is de Zwitserse socioloog Jean Ziegler, vele jaren de VN-rapporteur voor ‘het recht op voedsel’. ‘Op iedere Afrikaanse markt’, schrijft Ziegler in zijn recentste boek, kan de consument Franse, Spaanse, Italiaanse, Portugese of andere Europese kippen kopen, maar ook fruit en groenten, voor de helft of eenderde van de prijs van vergelijkbare lokale producten. Geen wonder dat de lokale producent er onder door gaat en zijn niet meer rendabele landbouwproductie overlaat aan zijn grotere of sterkere concurrenten. Voor vijf landen in West- en Centraal-Afrika die bijna uitsluitend van de katoenteelt leven – Benin, Burkina, Mali, Niger en Tsjaad – is Amerika dan weer de grote boeman. Daar krijgen 6000 Amerikaanse katoenplanters van de Amerikaanse overheid 5 miljard dollar per jaar, een forse subsidie die maakt dat Amerikaanse katoen in Afrika kan verhandeld worden aan prijzen die 30 tot 40 procent lager liggen dan die van Afrikaanse katoen. Klap op de vuurpijl is Nigeria dat met een export van 2,6 miljoen vaten ruwe olie per dag de 8ste olieproducent is ter wereld, maar zelf benzine moet invoeren, omdat de drie raffinaderijen van het land – in Port Harcourt, Warri en Kaduna – door de westerse olieproducenten (bewust?) buiten bedrijf gesteld werden.

Maar er is meer aan de hand. Op vele plaatsen in Afrika worden door privé-investeerders massaal enorme stukken grond ‘aangekocht’ om er voedselproducten of andere landbouwproducten te produceren voor de buitenlandse markt, terwijl de lokale boertjes mogen ophoepelen, waardoor de eigen voedselproductie stagneert. Zo heeft China de voorbije jaren 2,8 miljoen hectare gekocht in Congo, om er de grootste exploitatie van palmolie ter wereld te vestigen. De Indiase zakenman Sai Ramakrishna Karuturi is in Kenia dan weer de grootste producent van snijrozen ter wereld, in serres met oppervlaktes van honderden hectare, met kapitaal uit India, serreplastic uit China, een irrigatiesysteem uit Israël en Duitse machines. Tegelijk liet Karuturi zijn oog vallen op 11.000 hectare landbouwgrond in Ethiopië, maar hij hoopt er op een areaal van wel 311.000 hectare om er granen te oogsten voor het buitenland. Alvast op Madagascar nam een buitenlands investeringsproject zodanig vormen aan dat er in 2009 onlusten uitbraken die de zittende president ten val brachten. Op Madagascar was sprake van landrechten voor een totaal van 1,3 miljoen hectare ten voordele van Zuid-Korea’s Daewoo Logistics, voor een periode van 99 jaar. De opbrengsten van de Daewoo Concessie op Madagascar, je waant je weer een eeuw jonger, waren uitsluitend voor de Zuid-Koreaanse markt bestemd. Geen wonder dat de voorlopige deal prompt door de nieuwe president geschrapt werden.

Dames en heren, een tweede heel ander forum naast de EU-ACP akkoorden is de Afro-Europese dialoog, op gang gekomen in het voorjaar van het jaar 2000. Gangmakers voor die dialoog waren de Millenniumdoelstellingen van de VN, het Millennium Africa Renaissance Programme dat in 2001 zou leiden tot het New Partnership for African Development NEPAD en de nakende omvorming van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid tot de Afrikaanse Unie, voltrokken in 2002. Tegelijk was ook de Europese Unie rijp voor een geïntegreerde aanpak van de Afro-Europese betrekkingen. Tot dan, en gedeeltelijk ook vandaag nog, steunde de Europese aanpak eerder op bilaterale betrekkingen van de afzonderlijke lidstaten met hun voormalige kolonies, dan op een globale Europese benadering van het hele Afrikaanse continent.

In april 2000 maakte ik als federale premier, de allereerste Afro-Europese top mee, in Caïro. Een top enerzijds ontsiert door een urenlange scheldpartij van de Libische leider Kardafi aan het adres van de Europese kolonisatoren. Een top, anderzijds, nooit eerder vertoond, van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU15 en de 53 lidstaten van de toenmalige Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (de latere Afrikaanse Unie). We lanceerden er een eerste Actieplan – the Cairo Plan of Action – om de Afro-Europese betrekkingen op een nieuwe leest te schoeien. Natuurlijk ging dat actieplan over economische samenwerking en duurzame ontwikkeling, handel en investeringen, maar ook over mensenrechten en democratie, good governance en de rule of law, vluchtelingen en ontheemden, conflictpreventie en peace-building, veiligheid en terrorisme, leefmilieu en voedselveiligheid, onderwijs en research.

Het waren thema’s die we naderhand concreter zijn gaan uitwerken in tal van Afro-Europese ministerconferenties in Brussel en Ouagadougou (Burkina), Dublin en Addis-Abeba, afwisselend in een Europese of een Afrikaanse hoofdstad. Uiteindelijk kwam het in december 2007 tot een tweede Afro-Europese top van staatshoofden en regeringsleiders, deze keer in Lissabon. Doordat onderhandelingen over de vorming van een nieuwe federale regering in Brussel in 2007 maandenlang bleven aanslepen (U ziet, er is niets nieuws onder de zon), kon ik ook die top nog als premier bijwonen. Voor het eerst brachten we er de staatshoofden en regeringsleiders van de 27 – de 15 plus 12 – samen met de 53 lidstaten van de Afrikaanse Unie, bijna een halve VN-assemblee!

Het was die top, in Lissabon, die we afsloten met ‘een strategisch partnerschap’ tussen Afrika en de EU. Een partnerschap met prioriteiten als goed bestuur en mensenrechten; handel, regionale integratie en hulp; klimaatverandering; migratie en mobiliteit. Dat strategisch partnerschap blijkt nog te weinig uit de actualiteit. Dat is in belangrijke mate een financieel probleem, sinds de G8 – ’s werelds grootste economieën – hun ‘beloften’ van de voorbije jaren niet nakomen en ze zelfs ‘de prijs’ van de Millenniumdoelstellingen – 35 miljard dollar – nauwelijks willen betalen. In een wereld waarin de ngo ActionAid onlangs nog becijferde dat ondervoeding de armste landen elk jaar 350 miljard dollar kost, het tienvoud.

Dames en heren, de voorbije tien jaar kon de Afro-Europese samenwerking niet alle wonden van de voorbije eeuw helen. Toch is in Afrika thans een generatie leiders aan de macht gekomen, veelal voor het eerst via de stembus, die me steeds minder door de wonden van de 20ste eeuw getekend lijkt. Sinds het einde van het apartheidstijdperk, in 1994, is voor het eerst geheel Afrika effectief gedekoloniseerd. Het zijn geen heiligen die Afrika vandaag besturen, (dat is bij ons ook niet zo) maar het zijn eindelijk Afrikanen. En voor mij volstaat één Mandela om mijn grieven over andere Afrikaanse leiders te milderen. Wie het voorrecht gehad heeft die uitzonderlijke man te mogen ontmoeten kan niet meer wanhopen.

Een man die 27 jaar gevangenschap zonder één spoor van wrok en met opgeheven hoofd achter zich liet om Zuid-Afrika’s eerste zwarte president te worden.

Natuurlijk neemt één man Afrika’s problemen niet weg. Het continent dat pas in de late 19de eeuw voor de buitenwereld ontsloten werd, na een natuurlijk isolement van vele millennia, ontwaakt niet van vandaag op morgen in een open en transparante nieuwe wereld. Toch staat voor mij vast dat Afrika er vandaag beter voorstaat dan pakweg tien jaar geleden. Aan de gestage achteruitgang van het armste continent, dat er in de jaren 1990 elk jaar nog met 0,3% op verarmde, zit er sinds 2002 weer een jaarlijkse groei in van ‘het Afrikaanse bbp’ van 3,4% in 2002 tot zelfs 6% in 2006. Naderhand torstte ook Afrika de fatale weerslag van de wereldeconomische en financiële crisis, maar de balans voor de jaren 2000-2010 noteert toch een gemiddelde jaarlijkse groei van 3,1%. Dit jaar is het weer 4,3%, voor 2011 wordt een gemiddelde groei van 4,6% verwacht. Gelet op de nog steile bevolkingstoename ligt de groei nog te laag om de armoede effectief te kunnen keren, maar de vooruitzichten ogen beter dan voorheen.

Dat bevestigde in september 2010 zelfs de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, de FAO, die voor het eerst in 15 jaar minder hongerlijders in de wereld telde dan voorheen. In 2009 had de extreme armoede op wereldschaal voor het eerst 1,023 miljard mensen in zijn greep, bijna één aardbewoner op zeven. In september 2010 telde de FAO er 925 miljoen, een daling met bijna tien procent op één jaar. Twee derde van die 925 miljoen hongerlijders woont in slechts zeven landen: Bangladesh, China, de Democratische Republiek Congo, Ethiopië, India, Indonesië en Pakistan. Voor China en India zal dat niet lang meer duren. Maar er zijn nog steeds kandidaten genoeg, vooral in Afrika, om de top-zeven te handhaven.

Opvallend, de voorbije jaren, was de groeiende Chinese belangstelling voor het grondstoffenrijke continent. Zo spreekt de Chinees-Congolese deal van september 2007 tot de verbeelding. Een akkoord voor een bedrag van 9 miljard dollar – het globale Congolese overheidsbudget is niet hoger dan 1,3 miljard dollar per jaar – voor de ontsluiting van Katanga, Congo’s minerale schatkamer. Voor dat bedrag worden grootse infrastructuurwerken gepland (wegen, spoorwegen, waterwegen; water, elektriciteit, onderwijs, volksgezondheid en transport) die door de RDC betaald worden met de levering van koper en kobalt. De RDC en China installeerden daartoe een joint-venture, Socomin, die in Katanga 3 miljard dollar zal investeren. Over een periode van 15 jaar zal Socomin circa 10 miljoen ton koper en kobalt produceren om een investering van 12 miljard dollar te betalen.

In feite ging het om een akkoord tussen de RDC en drie Chinese staatsbedrijven, onder wie China Eximbank. 32 % van de aandelen van Socomin zijn voor de Gécamines, 68% voor de Chinezen. Het overgrote deel van de exploitatie moet van nieuwe mijnen komen. Infrastructuurwerken voor een bedrag van 9 miljard dollar zullen uitgevoerd worden door twee publieke Chinese bedrijven: Sinohydro (elektriciteitscentrales, hoogspanningslijnen) en de China Railway Engineering Company CREC (voor een vernieuwing van het hele Congolese spoorwegnet). Sinohydro zal ook instaan voor 49 centra voor drinkbaar water, 31 hospitalen van minstens 150 bedden, 145 gezondheidscentra van minstens 50 bedden, vier grote universiteiten, en 20.000 woningen. Tenslotte zal een derde Chinees bedrijf, de Shanghai Pengxin Group LTD, 1 miljard investeren in wegenwerken.

Vele Europeanen wantrouwen de Chinese belangstelling voor Afrika. Ik doe daar niet smalend over, niet alleen omdat ook wij Europeanen geen heiligen waren in Afrika en we er als eersten zoveel grondstoffen wegsleepten die in eerste instantie onze industriële ontwikkeling ten goede kwamen. Maar ook omdat China Afrika wel degelijk iets te bieden heeft, sinds het in eigen land bewezen heeft hoe sociale en economische vooruitgang er kan uitzien, en aan welk tempo zich die vooruitgang kan voltrekken. Omdat China de kosten voor dat alles in natura betaalt, zodat Congolese machthebbers de opbrengsten van de Congolees-Chinese deal minder gemakkelijk in eigen zak kunen steken. En omdat in Afrika de ene hulpverlener – de EU – andere hulpverleners niet moet uitsluiten maar hun inspanningen kan aanvullen.

Cruciaal voor Europa en voor de Afro-Europese betrekkingen, dunkt mij, is dat Europa en Afrika nog duidelijker als Unies optreden. Omdat geen Afrikaans land zich aan zijn eigen haren uit het moeras van de onderontwikkeling kan trekken. Dat is ook geen Europees land ooit gelukt. Maar nog veel meer omdat een veelkoppig monster als de extreme armoede in zoveel Afrikaanse landen uitsluitend op basis van samenwerking kan bestreden worden. Te beginnen met de inter-Afrikaanse samenwerking, dat spreekt vanzelf. Maar laat ons als Europeanen het voorbeeld geven door onze bilaterale betrekkingen met individuele Afrikaanse staten af te bouwen ten voordele van een Europese benadering in het kader van de Afro-Europese dialoog.

Uitsluitend op Europese schaal staan we sterk genoeg om de meest voor de hand liggende problemen op Afrikaanse schaal aan te pakken. Voorbeelden van problemen op pan-Afrikaanse schaal die geen land voor zichzelf kan oplossen zijn er genoeg: armoede en onderontwikkeling, vrede en veiligheid, de klimaatverandering en de milieuzorg, landbouw en de voedselvoorziening, de Afrikaanse infrastructuur van wegen, spoorwegen en waterwegen, Afrika’s energievoorziening en zijn industriële ontwikkeling, de redding van het regenwoud – alleen al in het Congobekken een schat van 1.450.000 km2 – en de ermee verbonden bescherming van de biodiversiteit.

Dames en heren, de uitdaging is groot, maar niet onmogelijk. Want ook Zwart-Afrika evolueert wel degelijk – langzaam maar zeker – in de richting van meer stabiliteit, minder extreme armoede, meer democratie, minder schendingen van de mensenrechten en duurzame ontwikkeling. Dodelijke conflicten zoals die tien jaar geleden nog Angola, Burundi, Ethiopië, Liberia, Mozambique, Sierra Leone en Zuid-Sudan verscheurden, behoren tot het verleden. Hopelijk definitief. Sinds vijf jaar kent Zwart-Afrika een gemiddelde economische groei van meer dan 5 procent op jaarbasis. En ook het IMF telt voor het eerst een selecte groep van reeds een tiental Zwart-Afrikaanse landen die in aanmerking komen om als emerging markets erkend te worden.

Goed nieuws kwam er vrijdag ook uit de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Blijven de rijkste landen en de belangrijkste groeilanden binnen de G20 ruziën over de valutakoersen, daar werden ze het wel eens over een actieplan – redelijk ambitieus omgedoopt tot de Seoulconsensus – om hun betrekkingen met de ‘echte’ ontwikkelingslanden op een nieuwe leest te schoeien. Dat actieplan, dat de Washingtonconsensus vervangt, mikt vooral op de infrastructuur van de armste landen, maar ook op onderwijs, voedselveiligheid, handel, publieke en private investeringen, op een verbeterd belastingsregime (in de betrokken landen), op sociale bescherming en op het afbouwen van invoerrechten voor de armste landen en van landbouwsubsidies in de rijkste landen. Geen van deze accenten is nieuw. Wel nieuw is dat ze in Seoul voor het eerst in een globaal actieplan ten voordele van de ontwikkelingslanden gebundeld werden. En dat wordt afstand genomen van een eenzijdige nadruk op de privésector alleen (wat het geval was in de Washingtonconsensus).

Zo word ik met betrekking tot de millenniumdoelstellingen – natuurlijk het halveren van de extreme armoede in de wereld – ook wat optimistischer. Als het China en India de voorbije tien jaar gelukt is hun extreme armoede te halvéren – landen die in absolute cijfers tot voor kort méér extreem-armen telden dan gans Afrika bij elkaar – kan Afrika dat ook. Als het subcontinent zijn interne tegenstellingen kan overbruggen, vrede en veiligheid kan bewaren en mag rekenen op de kritische maar gulle steun van zijn rijkste partners. Dan moet Europa op de eerste rij staan, omdat Europa en Afrika sinds de 20ste eeuw ‘natuurlijke bondgenoten’ geworden zijn. Des alliés par nature. Samen sterk genoeg om ook Afrika eindelijk op te nemen in de vaart der volkeren. Ik dank u.

Dinsdag 13 april 2010 Graaiers en Gevers.
Over de gouden toekomst van de filantropie

Publicatiedatum: 27 november 2009

robin-hoodTerwijl de wereld steeds meer rijkaards telt, geven ook steeds meer mensen geld aan goede doelen. Tegenover een puissant rijke groep graaiers, staat een even puissant rijke groep gevers. Terwijl Bill Gates echter meer bezit dan alle 45 procent armste Amerikanen samen, schenkt hij op termijn zijn hele vermogen aan armste Afrikanen. Want graaiers kunnen ook gevers worden. Het omgekeerde is helaas ook waar. Voormalig directeur van de Hartstichting Volkert Manger Cats leek een gever, maar bleek een graaier. Desondanks is er een duidelijke trend richting geven. Onderzoekers voorspellen een gouden eeuw van de filantropie. Sandra CoelersVallen graaiers en gevers van elkaar te onderscheiden? Hoe worden graaiers gevers en gevers graaiers? Waar halen graaiers hun geld vandaan en waar gaat het geld van de gevers naar toe?
Daarover spreken ondermeer hoogleraar filantropie Prof. dr Theo Schuyt (VU), hoogleraar sociale psychologie Prof. dr Ilja van Beest (UvT), en Volkskrant-journalist Xander van Uffelen, auteur van ondermeer ‘Het grote graaien’.
Liedjes over geld en liefde worden gezongen door Sandra Coelers. Voor de presentatie tekenen Karin Bruers en Ralf Bodelier

Datum: Dinsdag 13 april
Tijd: 20.00-22.30u (ontvangst vanaf 19.30u)
Locatie: Studiozaal Theaters Tilburg, Louis Bouwmeesterplein 1 (ingang Schouwburgring)
Entree: 2 Euro, inclusief consumptie

Verslag 28 februari 2010: Het grote Verkiezingsdebat

Publicatiedatum: 27 november 2009

Onderwijs, integratie, milieu en cultuur als speerpunten van een beter Tilburg?

Met de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart wordt een periode van argwaan, verzuring en verstoorde verhoudingen in de Tilburgse politiek afgesloten. Althans als het goed is. TilburgDebatStad – het samenwerkingsverband tussen onder meer het Wereldpodium, de BrabantBalie, het Milieucafé, Studium Generale, het CultuurCafé en het ScienceCafé – voelde tijdens het Grote Verkiezingsdebat in popcentrum 013 de Tilburgse lijsttrekkers stevig aan de tand over hun doelen en idealen. Voor zowel trouwe fans als zwevende kiezers gingen elf van de twaalf lijsttrekkers met elkaar in debat over onderwijs, cultuur, het milieu en integratie. Partijprogramma’s en foto’s op verkiezingsborden verspreid door de stad veranderden hierdoor in tastbare doelstellingen en ‘echte’ mensen. Presentatoren Michel Jehae en Ralf Bodelier dwongen de lijsttrekkers met hun prikkelende vragen, humoristische opmerkingen en scherpe conclusies mooie praatjes achterwegen te laten en concreet te zijn.


To the Point
Omdat tijd schaars is en politiek concreet moet, kregen alle aanwezige lijsttrekkers bij de aftrap dertig seconden de tijd om de belangrijkste punten van hun partij onder de aandacht te brengen. Terwijl de secondes wegtikten, de alarmbellen rinkelden, het publiek voorzichtig applaudisseerde en soms bescheiden doch overtuigd ‘nee’ knikte vatten de lijsttrekkers hun formules voor een betere en leefbaardere stad vluchtig samen. Dat het beter of anders moet in Tilburg, daar lijkt iedereen het over eens te zijn.

28-2-2010-(9)28-2-2010-(10)28-2-2010-(12)

Studenten Lust of Last?
Het eerste discussiethema ‘studenten’ wordt enthousiast ingeleid door Mark van Pelt, voorzitter van de Stichting Overleg Tilburgse Studentenverenigingen. Tilburg telt meer dan 26.000 studenten die, naast de grote financiële bijdrage die zij aan de stad leveren, van grote sociaal-maatschappelijke waarde zijn. ‘Moet Tilburg haar studenten koesteren?’ Alle lijsttrekkers zijn het roerend met elkaar eens dat de Tilburgse student een lust is in plaats van een last. Discussie over de vraag hoe Tilburg het potentieel van haar studenten moet benutten laat echter zien dat de verschillende partijen verschillende middelen voor ogen hebben om dit doel te bereiken. Waar Nell Schoenmakers (VSP) pleit voor betaalbare studentenwoningen en graag ziet dat studenten hun handen uit de mouwen steken in de zorgsector, streeft Johan van den Hout (SP) naar maatschappijkritische wetenschap door de Tilburgse student in te zetten bij onderzoeken. Maarten van den Tillaart (CDA) beoogt het imago van Tilburg als studentenstad te verbeteren door studenten vanuit de periferie – Stappegoor en Wandelbos – naar het hart van de stad te trekken door te investeren in een campus in de Spoorzone. Van den Tillaart pleit voor een duidelijke lange termijn focus door bedrijven naar Tilburg toe te trekken en dus banen te creëren voor afgestudeerden. Terwijl Joost van Puijenbroek (Trots op NL) Tilburg als stapstad wil profileren waarin de kwaliteit van ‘bier als smeermiddel’ niet onderschat moet worden, hamert Jan Hamming (PvdA) op het feit dat Tilburg niet slecht bezig is, maar dat er wel geïnvesteerd moet worden in sport en cultuur zodat studenten na hun studie in Tilburg blijven. Marjo Frenk (GroenLinks) laat zien dat ook politici heuse mensen zijn door de liefde aan te halen als bindmiddel. Het is namelijk de liefde voor Tilburg geweest die haar heeft doen besluiten om in deze stad te blijven. Daarom is het volgens Frenk belangrijk te focussen op de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Tilburg.

28-2-2010-(14)28-2-2010-(15)28-2-2010-(17)

De Stem van het Volk en Lonneke Kruisbergen
Omdat de stem van het volk in een democratie nou eenmaal de belangrijkste is, heeft Zetrepons voor TilburgDebatStad een onderzoek uitgevoerd waarin de mening van de Tilburger centraal staat. Bijna 75 procent van het volk lijkt het met onze politici eens te zijn dat Tilburg zich meer moet profileren als studentenstad. Ter ontspanning na de eerste discussieronde verzorgde aanstormend singer-songwriter talent Lonneke Kruisbergen met haar ontroerende stem een spetterend muzikaal intermezzo. Een ieder kreeg hierdoor de ruimte even op de voorgaande discussie te reflecteren, zich te ontspannen en klaar te maken voor dat wat nog komen ging.

28-2-2010-(19)28-2-2010-(20)28-2-2010-(21)

Kunst en Cultuur in Tilburg levert meer op dan het kost
De discussie over het potentieel van de Tilburgse student verdween volledig uit beeld toen Frank van Pamelen, voormalig stadsdichter, zich in een raak en grappig gedicht hardop afvroeg of kunst en cultuur meer op leveren dan kosten. Toen eenmaal ‘het draaiende huis op de rotonde’ viel, liepen de gemoederen hoog op. Waar Möller (VVD) het liberalisme aanhaalt om zijn standpunt voor minder overheidbemoeienis- en geld kracht bij te zetten, vindt Frenk dat er voor de overheid juist een belangrijke rol is weggelegd. Deze moet zorgen voor een goed cultuurbeleid. De discussie krijgt een ‘kip-of-ei’ karakter zodra het fenomeen cultureel ondernemerschap wordt aangehaald. Trots op NL, de VVD, en D66 zijn van mening dat de politiek afstand moet nemen van kunst en cultuur zodat cultureel ondernemerschap op een zelfstandige manier winst oplevert. GroenLinks en de PvdA beargumenteren dat cultuur en ondernemerschap hand in hand gaan en dat cultuur een belangrijk punt is voor investeerders om naar Tilburg te komen. Het CDA geeft aan dat dit laatste een mooie gedachtegang is, maar dat die niet strookt met de realiteit. Delissen (TVP) neemt in deze discussie een gematigd standpunt in door haar waardering voor kunst en cultuur uit te spreken maar wijst erop dat excessen vermeden moeten worden. Zetrespons onderzocht dat bijna 75 procent van het Volk vindt dat kunst en cultuur Tilburg meer oplevert dan kost. Iets minder dan de helft van de Tilburgers is van mening dat het draaiende huis goed is voor het imago van haar stad waar eenzelfde deel van de mensen het hier juist niet mee eens is.

28-2-2010-(22)28-2-2010-(23)28-2-2010-(24)

Een beter milieu begint bij..?
Na de pauze waarin er voorzichtig gelobbyd werd, jonge aanhangers van de PvdA met bedrukte vlaggetjes van ‘hun’ partij een spelletje zwaard vechten speelden in de foyer en sommige lijsttrekkers even stoom afbliezen door de anderen toe te brommen nu eindelijk eens goed te lezen wat er in hun partijprogramma staat, ging het debat weer daverend verder. Dat leuzen als het stoppen van klimaatverandering en vermindering van de uitstoot van koolstofdioxide voor niemand meer vreemd zijn en dat veranderingen broodnodig zijn, is niemand anno 2010 nog vreemd. Dat het isoleren van oude woningen goed is voor het milieu en daarmee een eerste stap voorwaarts is, daar is iedereen het roerend over eens. Ook al hebben sommigen er niet één woord aan vuil gemaakt in hun partijprogramma. Echter, de vraag welke veranderingen er moeten komen en door wie ze geïnitieerd moeten worden, zorgt wederom voor meningsverschillen in de politiek. Want hoewel het isoleren van woningen al jaren op de agenda staat is er voor deze maatregel nog nooit een meerderheid bereikt. Al snel blijkt waarom. De TVP ziet dit als een taak van het rijk en niet van de lokale politiek; de VVD beaamt het belang maar vindt dat de burger zelf moet betalen, de SP stelt dat erover gesproken moet worden en GroenLinks is duidelijk van mening dat het nu eindelijk eens over moet zijn met al die mooie praatjes die niet tot actie leiden. Isolatie wordt bewerkstelligd. Maar met welk geld en hoeveel woningen precies? Dat weet nog even niemand zeker als de alarmbellen rinkelen en het tijd is om de laatste discussieronde in te gaan.

28-2-2010-(27)28-2-2010-(28)28-2-2010-(33)

Integratie
Rustige Arabische klanken begeleiden de ontroerende inleiding van Namira Tebbaa over Tilburgse allochtonen en integratie. ‘Allochtonen zijn een groot probleem, ze werken minder en vullende de gevangenissen’. Of ligt het eraan hoe je naar de cijfers kijkt? In perfect Nederlands en vol vechtlust stelt Namira Tebbaa de vraag wat ze moet doen voordat Tilburg helemaal tevreden is met haar en haar gezin. Integratie staat bij veel partijen niet meer als zodanig op de agenda. Toch zijn we de tijd van het wij-zij denken nog lang niet voorbij en zijn er genoeg problemen. Nordin Ghoudani van de Nederlandse Moslimpartij geeft aan dat zolang je onderscheidt blijft maken in groepen je niet verder komt. Möller (VVD) is van mening dat veel migranten een waardevolle bijdragen leveren aan Tilburg, maar dat we niet onze ogen mogen sluiten voor de grote groep die destructief bezig is. Hoe groot deze ‘grote’ groep precies is, is een definitiekwestie aldus Möller. Hij pretendeert hiermee absoluut geen PVV-light partij te zijn, maar durft de realiteit wel te benoemen en aan te pakken. De VVD wil moslimonderwijs verbieden, niet omdat ze ertegen zijn maar omdat de leerlingen van ‘zwarte scholen’ een enorme taalachterstand oplopen waardoor hun kansen reeds op vroege leeftijd verkeken zijn. Hamming (PvdA) belicht, zoals het een politicus betaamt, allereerst de positieve aspecten en verdiensten en pakt daarna meteen door op gewenste verbeterpunten. ‘Er moet geïnvesteerd worden op thema’s als werk, armoede en kinderen in de vijf probleemwijken’. Daarbij is Hamming geen voorstander van positieve discriminatie omdat de allochtoon een volwaardig burger wil zijn. Het CDA wil het niet meer hebben over specifieke groepen maar streeft naar een brede aanpak. GroenLinks sluit zich hierbij aan en zegt dat het over moet zijn met hokjesdenken.

28-2-2010-(35)28-2-2010-(39)28-2-2010-(40)

Maar de kiezer beslist
Hoewel het laatste woord nog lang niet is gezegd over de daadwerkelijke bijdrage van allochtonen aan de samenleving, sluit Herman de Regt, wetenschapsfilosoof aan de Universiteit Tilburg, het debat af met een ter plekke geschreven geestige column. De politiek moet volgens hem niet te veel naar de burger luisteren, maar juist naar mensen die er daadwerkelijk verstand van hebben. En de kiezer? ‘Ja, die moet vooral veel geduld hebben, want alleen op die manier kan een democratische rechtstaat overleven’. Het levendige debat heeft weer eens wat stof doen opwaaien en aangezet tot denken. Op 3 maart mogen we (gelukkig) allen stemmen en zo kiezen wat wij het beste vinden voor Tilburg en onze toekomst.

28-2-2010-(41)28-2-2010-(43)28-2-2010-(45)


Het Grote Geduld

Herman de Regt
Column uitgesproken tijdens
Het Grote TilburgDebatStad Verkiezingsdebat
28 februari 2010
Popcentrum 013 Tilburg

Het Grote TilburgDebatStad Verkiezingsdebat van vanmiddag, met als grote onderwerpen: studenten, cultuur, milieu, en migranten, kan onmogelijk worden samengevat in één zin. Doe ik toch een poging dan wordt het, met een kwinkslag, de volgende conclusie: “De Gemeente Tilburg voorfinanciert een concert van Guus Meeuwis in een geïsoleerd Draaiend Huis voor alcohol-vrij-bierdrinkende niet-westerse allochtone studenten, die daarna elkaar de liefde verklaren en na hun studie naar de Blaak emigreren”. Op die manier slaat Tilburg vier vliegen in één klap.

3 maart 2010, en daar gaan we weer. Behalve zij die voor het eerst gaan stemmen, de jongelingen, de hoopvollen, de enthousiastelingen, en behalve zij die opnieuw hun stem zullen uitbrengen, de idealisten, de volharders, de optimisten, zijn wij allemaal een beetje moe. Moe van de politiek.

Althans, dat is wat men ons op de mouw spelt. De ene na de andere politiek commentator geeft toe aan het gevoel dat de burgers het beu zijn. “Er is een kloof”, zeggen ze. “Er is een kloof tussen burger en politiek, tussen de straat en Den Haag, tussen de Heuvel en het Kasteel”. Zeggen ze. “De politiek na Fortuyn dient te luisteren naar de mensen in het land”. Roepen ze. “De politiek is met graagte teruggevallen in haar oude gewoontes: regeren vanaf het pluche van de Tweede Kamer, beslissingen nemen vanaf de kantelen van het paleis van Koning Willem II. Neerkijkend op het gepeupel, het volk, de Tilburgers”. Beweren ze. “Sterf, oude politiek! Ben trots en vraag wat de mensen willen. Doe wat het volk wil. Zegt het volk zus, doe zus, zegt het volk zo, doe zo. Voer het vaandel van de vrijheid en schreeuw uit: “De mensen zijn het zat, meneer””. Dat is de situatie zeggen ze. De analysten. De columnisten. De commentatoren.

Het is allemaal één grote misduiding. Het valt wel mee met de apathie, de onverschilligheid, van de burgers voor de politiek. De mensen zijn de politiek helemaal niet zat. Ja, ze zijn de huichelarij zat, de machtspelletjes, de leugens, de onwil, de onkunde, de achterbaksheid, en de arrogantie in politieke kringen, maar niet de politiek. Mensen willen echt wel vertegenwoordigd worden. Mensen willen echt wel democraten zijn. Mensen willen echt wel de raad de macht geven om beslissingen te nemen. Mensen willen echt wel via de politiek een beter leven voor henzelf en hun kinderen tot stand brengen.

Hoe kan het dan beter? Hoe kan de kwaliteit van het leven voor zoveel mogelijk inwoners van Tilburg, dat centrum van het universum, omhoog? Het kan door drie misverstanden uit de wereld te helpen.

Misverstand 1: Een politieke partij moet proberen zoveel mogelijk zetels te halen. Wat een onzin! De grootste willen zijn is het domste wat je kunt willen als politieke partij. Precies omdat het zo makkelijk is. Zoek de grootste gemene deler onder het volk en je wordt de grootste. Zoek de grootste onvrede onder het volk en je wordt de grootste. Zo moet het niet. Mensen weten heus wel dat er grote verschillende ideologieën zijn en verwachten die op de affiches. Ik hoef niet precies te weten of er een kinderboerderij in het Reeshofpark komt, hoe de Spoorzone het best ingericht moet worden, of hoe het Midi theater geëxploiteerd wordt. Ik wil kiezen uit: moet de overheid alles regelen of moet de vrijheid van het individu voorop staan; moet een groot verschil in inkomen mogelijk zijn, of moet het verschil tussen arm en rijk juist worden bestreden; vinden we een gids voor ons leven in de Bijbel of vertrouwen we op het natuurlijk menselijk verstand? Willen we alleen Cultura, alleen Industria, of beide? Dat zijn grote ideologische keuzes. Die wil ik maken. Als een uitgesproken partij toevallig de grootste wordt, is het volk uitgesproken.

Misverstand 2: Een politieke partij moet altijd luisteren naar de burgers. Wat een onzin! Als we dat doen krijgen we een onmogelijke politiek. Zelfs Fortuyn zei: “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg”. Het is juist goed dat er die kloof is. De politiek moet voor ons belangrijke problemen zien op te lossen. Niet door bij ons nog eens te komen vragen of en hoe dat dan moet. Ga het vragen bij mensen met verstand, bij mensen met kennis van zaken, bij mensen die kundig zijn. (Ik zal trots zijn op Tilburg als onze studenten – op elk niveau – uiteindelijk die cruciale deskundigen worden). Los dus op, politici, en wij rekenen jullie af op je prestaties, zoals overal gebeurt.

Het signaleren van deze twee misverstanden komt alweer te laat. Het circus draait alweer op volle toeren, het contact met de mensen wordt alweer meer dan ooit gezocht, en iedereen wil de grootste worden.

Daarom is het goed dat we ons nu concentreren op het derde misverstand. Deze keer niet aan de kant van de politici, maar juist aan de kant van de kiezer.

Misverstand 3: Politiek lost problemen stante pede op. Kiezers menen dat alle problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen na de vorming van een nieuwe raad en een nieuw college. Onzin natuurlijk. Het gaat om zeer complexe problemen die tijd vergen om op een goede manier opgelost te worden. Dat betekent enerzijds dat de politiek de tijd moet durven nemen, maar vooral anderzijds dat de kiezer geduld moet hebben. Een democratie is één grote oefening in geduld. Langzaam gaat het beter. In alle opzichten. Zolang de kiezer zich opstelt als een ongeduldig kind is het voor politici onmogelijk als verstandig over te komen.

Geduld, mensen, geduld is een schone zaak.

Wie geen geduld oefent is een gevaar voor onze samenleving.

Uiteindelijk zal blijken dat een kopvoddentax een slecht idee is. In het ergste geval is er een oorlog voor nodig om dit duidelijk te krijgen – in het ergste geval staat de democratie zelf op het spel. Denk daar eens aan als u op 3 maart in het stemhokje staat.

Kies groots, kies op idealen, kies met geduld, kies met groot geduld.


regtDr. Herman C.D.G. de Regt, geboren te Oss, studeerde Bedrijfskunde aan de Technische Universiteit van Eindhoven en Wijsbegeerte aan de Radboud Universiteit van Nijmegen (cum laude). Hij promoveerde in Nijmegen als wetenschapsfilosoof en werkt op dit moment als associate professor aan de Universiteit van Tilburg. In 2001 was hij verbonden aan het Department of History and Philosophy of Science, University of Cambridge (Cambridge, UK) en in 2007 aan de University Department of Philosophy, Princeton University (Princeton, New Jersey, USA).
De Regt schreef wetenschappelijke artikelen over de waarde van onze wetenschappelijke kennis, over de mogelijkheid het menselijke bewustzijn wetenschappelijk te bestuderen, en over de typisch Amerikaanse filosofie van het pragmatisme. Met Hans Dooremalen en Maurice Schouten schreef hij in 2007 het wetenschapsfilosofisch handboek Exploring Humans (Boom, Amsterdam).
In 2008 verscheen het succesvolle boek Wat een Onzin! Wetenschap en het Paranormale (Boom, Amsterdam, vierde druk) waarin hij samen met Hans Dooremalen de wetenschap verdedigt als de bron van onze beste kennis. Daarnaast schreef hij toegankelijke stukken over wetenschap en democratie, zoals het boek Verkeerd Verbonden! Hoe Nederland verzuimt problemen op te lossen (2006, Pepijn, Eindhoven, met Richard Engelfriet), maar ook over Europa en de Europese Unie, literatuur en wetenschap, Francis Bacon, wetenschap en religie, Intelligent Design, en andere onderwerpen. Hij was lange tijd vaste columnist voor Filosofie Magazine en de universiteitskrant Univers en er verschenen opiniestukken van zijn hand in NRC Next, NRC Handelsblad, Trouw, Brabants Dagblad, Openbaar Bestuur, en de Volkskrant.


Zondag 20 juni 2010. Meet the Music op Festival Mundial

Publicatiedatum: 27 november 2009

meet the musicAnno 2010 schalt er Westerse popmuziek uit radio’s over heel de wereld. In het Westen luisteren wij steeds vaker naar traditionele wereldmuziek, variërend van Zigeunermuziek uit het Midden-Oosten, Samba uit de favelas van Rio de Janeiro tot Funaná uit Kaapverdië. Muziek is een gemeenschappelijke deler. Muziek bindt. Muziek is voor veel mensen een groot onderdeel van hun sociale leven. Maar anders dan in de Westerse popmuziek, speelt bij de meeste muziek uit het Zuiden armoede, politiek en macht de doorslaggevende rol. Het maken van muziek is voor veel muzikanten een mogelijkheid te ontsnappen aan schrijnende armoede en een alternatief voor geweld, drugs en criminaliteit.

Tijdens Meet the Music ontdekt het Wereldpodium in samenwerking met de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek de werelden en verhalen van muzikanten uit het Zuiden áchter hun muziek. Wie zijn zij? Waar komen zij vandaan? Waarom maken zij muziek? Waarover zingen zij? En wat beogen ze met hun muziek te bereiken op zowel persoonlijk vlak, voor anderen in hun thuisland en voor de wereld?

Meike de Jong en Ralf Bodelier gaan pittige gesprekken aan met de muzikanten van vier wereldbands. Zo krijgt het publiek de kans om verschillende bandleden te ontmoeten en kennis te maken met hun sociale, economische en culturele achtergronden en tradities, hun visies op armoede en hun ideeën over internationale samenwerking.

Meet the Music vindt plaats op zondagmiddag 20 juni 2010 in de Media Lounge op Festival Mundial in Tilburg. De gesprekken met de muzikanten zijn ook live te volgen op Mundial Live Radio (107.0 FM, omgeving Tilburg) en via www.mundiallive.nl. Nog geen kaartjes voor Festival Mundial? Bestel ze hier!

Programma Meet the Music op 20 juni 2010:

13.15 – 13.35 uur: Wind Afrique (Ghana)

14.15 – 14.35 uur: Xindiro Companhia (Mozambique)

16.15 – 16.35 uur: Metzo Djatah (Senegal)

18.15 – 18.35 uur: Ikobe (Rwanda)

Meet the Music wordt mede mogelijk gemaakt door NCDO.

Zondag 14 november. Peerke Donderslezing door Guy Verhofstadt

Publicatiedatum: 27 november 2009

Op zondagmiddag 14 november 2010 spreekt de Vlaamse politicus, filosoof en schrijver Guy Verhofstadt de 2e Peerke Donderslezing uit. In zijn lezing buigt hij zich over de vraag ‘Wat betekent het rijke Europa voor het arme Afrika?’ De Brabantse Commissaris van de Koningin Wim van de Donk, die in 2009 de Peerke Donderslezing uitsprak, zal op de lezing van Verhofstadt reageren.

Verhofstadt 4Ontwikkelingssamenwerking is ‘buitengewoon belangrijk’ zegt Verhofstadt in een recent interview. ‘De tegenstelling tussen arm en rijk in

de wereld is onverdraaglijk’. ‘De armoede in de wereld verplicht ons om de wereldeconomie ingrijpend bij te sturen en ontwikkelingssamenwerking veel serieuzer te nemen’.

Europa is volgens Verhofstadt in staat om verschil te maken. En Europa doet dat ook. Een nieuwe buitenlandse dienst van de Europese Unie zal de komende jaren het Europese ontwikkelingsbeleid serieus vorm gaan geven. Maar Europa moet zich, volgens Verhofstadt ook zélf hervormen. Dat geldt met name voor de landbouwsubsidies die Afrikaanse boeren elke toegang tot de Europese markt onmogelijk maken. ‘Nu subsidiëren wij, bij wijze van spreke een Europese koe met twee euro terwijl honderden miljoenen in de derde wereld met één euro per dag rond moeten komen.’

Leon van der ZandenVoorafgaand aan de lezing is er een breed cultureel programma onder de titel ‘kijken naar Afrika’, met onder meer de Brabantse cabaretier Leon van der Zanden, de Nigeriaanse schrijfster Chika Unigwe en de televisiemakers ‘Two Ambassadors’. Aanleiding is een reisprogramma met Leon van der Zanden ‘Leon in Afrika’ dat dit najaar wekelijks wordt uitgezonden door omroep Brabant, een programma dat werd geïnitieerd en georganiseerd door Marcel Schreurs van COS Brabant.

Muzikaal wordt de lezing begeleid door Surinaams koor Pramisi, aangevuld met leden uit andere Tilburgse koren, met delen uit de Missa Peerke Donders van Harry Swinkels.

Guy Verhofstadt was van 1999 tot 2008 premier van België en is vandaag leider van de liberale fractie in het Europees Parlement. Verhofstadt is niet alleen een van de meest spraakmakende Europarlementariërs van dit moment. Hij is ook een intellectueel en wereldburger, die de ‘ondraaglijke tegenstelling tussen arm en rijk in de wereld’ een van de grootste uitdagingen voor de toekomst noemt. Logo Peerke Donderslezing

De Peerke Donderslezing is de stadslezing van Tilburg, een jaarlijks terugkerend evenement rond 1 november in het MIDI Theater in het centrum van de stad. Peerke Donders (1809-1887) was behalve pater Redemptorist ook een gewone Tilburger die verantwoordelijkheid nam voor mensen aan de andere kant van de wereld. Geboren als zoon van een arme huiswever aan de Tilburgse Heikant overleed hij in Suriname na een leven onder de melaatsen. In de lezing door Guy Verhofstadt staat de erfenis van Peerke opnieuw centraal.

De presentatie is in handen van Meike de Jong en Ralf Bodelier. Meer informatie over de lezing vindt u op de speciale site van de Peerke Donderslezing.

Datum: zondag 14 november 2010
Tijd: 15.00 – 18.00
Locatie: Midi theater, Heuvel Tilburg
Entree: 5 euro
Reserveren wordt aangeraden! Klik hier voor het inschrijfformulier.

De Peerke Donderslezing wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Jacques de Leeuw, NCDO en Provincie Noord-Brabant.

Verslag 13 april
Graaiers en Gevers. Over de gouden toekomst van de filantropie.

Publicatiedatum: 27 november 2009

Graaiers en gevers in evenwicht

Bent u een pro-social of een pro-self? Wat zijn de verschillen tussen graaiers en gevers? En waarin lijken ze weer op elkaar? Op deze en andere vragen kregen de bezoekers van het Wereldpodium op 13 april over graai- en geefgedrag en de toekomst van de filantropie antwoord.

wp-13-4-10-(2)wp-13-4-10-(3)wp-13-4-10-(7)

Bij binnenkomst in de Studiozaal schalde het nummer ‘Money’ van Pink Floyd door de zaal. Side-kick Karin Bruers zette meteen de toon. Het is veel gemakkelijker om te zeggen hoeveel je verdient dan om toe te geven dat je geld weggeeft. Pochen over hoeveel geld je weggeeft is not done in Nederland. En dat is jammer, zo zullen we later zien. Want net als bij het graaigedrag spiegelen we ons bij het geefgedrag graag aan de ander.
Presentator Ralf Bodelier trapt af met een tweegesprek met graaideskundige Xander van Uffelen, redacteur economie bij de Volkskrant en schrijver van de boeken ‘Het Grote Graaien’ en ‘Bonus’, en met geefdeskundige Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de VU in Amsterdam en hoofd van de werkgroep ‘Geven in Nederland’. Niet al het geefgedrag is ook filantropie. Bij filantropie gaat het om vrijwillig geven ten bate van het algemeen nut. Binnen deze definitie doen Schuyt en zijn werkgroep onderzoek naar geefgedrag in Nederland.

wp-13-4-10-(9)wp-13-4-10-(11)wp-13-4-10-(12)

Van Uffelen baarde ooit, geheel tegen zijn verwachting in, opzien met een artikel over de salarissen van directeuren van goede doelen organisaties. Nederland was te klein, want het kan echt niet dat je als directeur van de Hartstichting meer verdient dan premier Balkenende. De vraag is of de directeur van de Hartstichting hiermee dan ook een graaier is? Niet direct, zegt van Uffelen. Een graaier is iemand die meer verdient in verhouding tot wat hij of zij presteert. Wat we in Nederland zien, is dat de rijken relatief steeds rijker worden en dat hun rijkdom niet altijd meer in verhouding staat tot datgene wat ze doen. En dat is geen goede ontwikkeling, wat in het licht van de huidige economische crisis geen toelichting meer behoeft.

wp-13-4-10-(15)wp-13-4-10-(20)wp-13-4-10-(21)

Rijkaards en filantropen
Soms zijn rijkaards ook filantropen, maar niet altijd. In Nederland hebben we goed inzicht in de rijkaards. Op de tiende plaats staat Joop van de Ende met 1,5 miljard. Op de eerste plaats staat de familie Brenninkmeijer (C&A) met een geschat vermogen van 20,5 miljard. Bij dit soort bedragen begint de top tien in de VS pas. Ook weten we wie het meest verdient en wie meer verdient dan de Balkenende-norm van ongeveer 180.000 euro inclusief allerlei toeslagen. Topmannen van ING staan maar liefst acht keer in de top tien. Een lijstje met Nederlandse filantropen ontbreekt, terwijl in de VS van zo’n 1150 filantropen bekend is hoeveel ze geven. Filantropie wordt niet alleen ingegeven door goedheid. Soms is het een manier om je in te kopen in de elite of om je verkwanselde reputatie op te krikken. In Nederland zien we de ambiguïteit rondom graaien en geven bij iemand als Dirk Scheringa. Verdient Scheringa nu wel of geen penning vraagt Karin Bruers aan het publiek?
Van singer-songwriter Sandra Coelers moeten we op ons geld gaan zitten. Letterlijk dan. Ze vraagt of we onze portemonnee tevoorschijn willen halen en erop plaats willen nemen. Ze vraagt ons de ogen te sluiten en te voelen dat geld stroomt als water. Een verassende act met een verrassend lied over voelen wat geld met ons doet.

wp-13-4-10-(25)wp-13-4-10-(27)wp-13-4-10-(31)

Nederlands geven steeds meer. Vroeger was het normaal om te geven. Er was veel particulier initiatief. Later nam de overheid dit over. Nu is de trend dat geven weer meer particulier wordt. Goed doen maakt gelukkig, de zogenaamde Joy of Giving. Mensen geven ook meer omdat de marketing van goede doelen sterk is verbeterd. De economische crisis heeft de rem gezet op de ongebreidelde groei van bonussen. Je ziet nu dat de bonussen weer dalen, maar het graaigedrag helaas niet. Om de daling in bonussen te compenseren, stijgen de salarissen gewoon weer.
Het is tijd voor een korte pauze. Twee pauzehapjes liggen samen op een bord. Zaak dus om op zoek te gaan naar iemand waarmee je het hapje kunt delen.

wp-13-4-10-(32)wp-13-4-10-(37)wp-13-4-10-(40)

Pro-self of pro-social
Waaruit bestaat het wereldpodiumpubliek? Uit graaiers of gevers? Hoogleraar Ilja van Beest, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Tilburg, zocht het uit. Bij binnenkomst hebben alle bezoekers een vragenlijst ingevuld. Daaruit kan worden opgemaakt of iemand individualistisch of competitief is ingesteld, de zogenaamde pro-selfs, of dat iemand streeft naar gezamenlijkheid, de zogenaamde pro-socials. Onder de Nederlandse bevolking ligt de verhouding fifty-fifty (10 procent competitief, 40 procent individualist, 50 procent pro-social). Bij het wereldpodiumpubliek liggen de verhoudingen geheel anders; hier is 20 procent pro-self en maar liefst 80 procent pro-social. Beide groepen maximaliseren overigens hun eigenbelang. Het verschil is dat de pro-selfs het meeste willen voor zich zelf, en de pro-socials het meeste voor beide partijen.

wp-13-4-10-(41)wp-13-4-10-(42)wp-13-4-10-(44)

In een opiniestuk dan van Beest over graaien en geven schreef in het Brabants Dagblad betoogt hij dat transparantie graai- en geefgedrag bevordert. Het kan leiden tot competitie. Als jij weet dat de topman van een vergelijkbaar bedrijf zoveel verdient, dan wil jij daar niet voor onder doen. Dat verklaart ook de exorbitante salariëring en bonuscultuur. Bij geven werkt het echter net zo. Bij een collecte onder Tilburgers werd er meer opgehaald met een bus met de tekst “de gemiddelde Groninger geeft € 2,=”, dan met de tekst “de gemiddelde Tilburger geeft € 2,=”. Een Tilburger wil nu eenmaal niet onderdoen voor een Groninger.
Moeten we cijfers over geefgedrag nu openbaar gaan maken? Volgens van Beest toch liever maar niet. Dan gaan mensen geven zien als een transactie, als iets zakelijks. Beter is het om mensen aan te spreken op hun gevoel en geven als norm te stellen. Nu geeft 96 procent van de Nederlanders. Gemiddeld geven we 300 euro per jaar. Armen geven verhoudingsgewijs meer dan rijken. Ouderen meer dan jongeren. De naderende dood zet aan tot geven. Nederlanders lopen niet te koop met hun geefgedrag. Rijkaards geven het liefst anoniem.
Maar geven we dan echt alleen uit eigenbelang vraagt een bezorgde bezoeker zich af? Nee, er bestaat zoiets als authentiek geven. We geven omdat het ons een warm gevoel geeft, we geven omdat we graag goed doen en we geven omdat we willen dat de wereld langer voort bestaat.

Tekst: Ilse Vossen
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 14 november 2010: Peerke Donderslezing

Publicatiedatum: 27 november 2009

Wereldpodium 14 november 2010

2e Peerke Donderslezing door Guy Verhofstadt

Europa moet prioriteit geven aan Afrika in haar ontwikkelingsprogramma’s en eventueel eenzijdig de “dodelijke exportsubsidies” afbouwen. Daarvoor pleit een bevlogen Guy Verhofstadt in de Peerke Donderslezing 2010. De oud-premier van België en huidig voorzitter van de liberale fractie van het Europarlement draagt zowel historische als wel actuele redenen aan waarom Europa verplicht is het meest nabije continent te helpen. Hij maakt indruk met zijn vurige betoog vol feiten dat de donkere, maar ook de hoopvolle kanten van zwart Afrika laat zien.

pdl-14-11-10-(1)pdl-14-11-10-(3)pdl-14-11-10-(6)

Ons beeld van Afrika
Maar allereerst luistert de volle zaal in het Midi Theater deze middag naar het prachtig uitgedoste Surinaams koor Pramisi. Zij zingen delen uit de Missa Peerke Donders van Harry Swinkels samen met zo’n 25 leden van andere Tilburgse koren. Daarna start het voorprogramma ‘Kijken naar Afrika’. Eerste spreker is cabaretier en tv-maker Leon van de Zanden die onlangs twee maanden door Afrika reisde. Hij ontmoette er een tiental Brabanders die er momenteel wonen en werken. Over hen maakte hij samen met initiatiefnemer Marcel Schreurs van COS Brabant het 13-delige programma ‘Leon in Afrika‘ dat omroep Brabant uitzendt.

pdl-14-11-10-(9)pdl-14-11-10-(12)pdl-14-11-10-(13)

Voor zijn reis associeerde Leon Afrika vooral met het warme beeld van Mauritius, het geboorteland van zijn moeder, maar natuurlijk ook met de overbekende oorlog- en hongerbeelden uit journaal en kranten. Zijn plan was om in Afrika veel kritische vragen te stellen over de goedbedoelde Brabantse hulp. Maar al snel stopte hij met oordelen om eerst en vooral te kijken. “Als je een Rwandees interviewt die verschrikkelijke dingen heeft meegemaakt, verdwijnen je vragen. Ik werd er letterlijk stil van. En als je ziet hoe kansloos een kind is dat in de sloppenwijken opgroeit, dan kun je niet anders dan hulp van mens tot mens toejuichen.” Afrika heeft ons dus nodig? “Ja en nee”, vindt Leon. “Basisvoorzieningen zijn heel hard nodig, maar wij moeten niet bepalen wat goed is voor hen. Opstarten is goed, daarna moet je loslaten.”

Schrijfster Chika Unigwe is opgegroeid in Nigeria, maar woont al vijftien jaar in Nederland met haar Belgische echtgenoot. Zij kent Afrika van binnenuit en heeft minder het beeld van een arm, hulpbehoevend Afrika op haar netvlies. Niet alleen omdat zij in een rijk gezin opgroeide. “Als je elke dag armoede ziet, wordt het een deel van je leven. Voor westerlingen is de confrontatie veel schokkender.” De grote tragedie van Nigeria is, volgens Chika, de al vijftig jaar durende slechte leiders en corruptie na de plundering door Europa tijdens het kolonialisme. Ze merkt dat hoe langer ze weg is uit Nigeria, hoe kritischer ze wordt, ook over de mannelijke cultuur die er heerst.

pdl-14-11-10-(15)pdl-14-11-10-(16)pdl-14-11-10-(17)

Dan schuiven tv-makers Two Ambassadors aan, oftewel Peter Sterk en Fedor van Rossem. Zij zijn de creatieve geesten achter stopdederdewereld.nl, een initiatief om jongeren meer bewust te maken van de derde wereld. Daarvoor kiezen de twee een heel eigen aanpak, met filmpjes die ons beeld van arm, behoeftig Afrika juist op de hak nemen. De cynische filmpjes krijgen de zaal aan het schateren. Maar bevestigen ze niet juist de veelgehoorde visie dat westerse hulp niet werkt? “Dat zou jammer zijn, want dat is niet de boodschap”, benadrukken de tv-makers. “Maar we kaarten op een frisse, nieuwe manier wel de vooroordelen over Afrika en de paternalistische visie achter veel hulp aan. We willen jongeren vooral aan het denken zetten.” Oordeel zelf: [Filmpje plaatsen]

pdl-14-11-10-(19)pdl-14-11-10-(24)pdl-14-11-10-(25)

Peerke Donderslezing
Na de pauze is het woord aan de hoofdgast Guy Verhofstadt. Hij start bij de Belgische Damiaan, tijdgenoot van Peerke Donders en eveneens actief in de leprabestrijding, maar op een ander continent: Afrika. Europeanen avant-la-lettre die altijd bereid waren om hun grenzen te verleggen. n Onvervaard en onverschrokken gingen ze hun weg, waarvoor Verhofstadt een immense bewondering heeft. Zijn eigen eerste ervaring met Afrika was als verslaggever voor de Rwandacommissie die in 1996 door de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken van België werd opgesteld. Als lid van de commissie bracht Guy Verhofstadt ook een bezoek aan Rwanda. Het was “zijn ontdekking” van Afrika en sindsdien heeft Afrika hem nooit meer losgelaten.

pdl-14-11-10-(26)pdl-14-11-10-(28)pdl-14-11-10-(29)

Na een korte geschiedenisschets van donker Afrika, neemt Verhofdstadt het publiek mee naar het huidige Afrika. Het paradoxale continent, schatrijk is aan minerale grondstoffen – olie en gas, goud en diamant, uranium, chroom, coltan, koper, kobalt, mangaan, ijzererts – en waar de Congostroom alleen al genoeg waterkracht kan leveren om heel Afrika van elektriciteit te voorzien. “Toch blijft het overgrote deel van de Afrikanen straatarm. Alsof hun rijkdom een vloek is en geen zegen. Van de 1 miljard armsten in de wereld, de extreem-armsten die niet eens één dollar per dag verdienen, leeft meer dan de helft in Zwart-Afrika.”

Maar naast kommer en kwel, is er hoop, stelt Verhofstadt. Vele Afrikaanse landen gaan er qua ontwikkeling en armoedebestrijding wel degelijk op voor. ‘Over het algemeen leven mensen, ook in de ontwikkelingslanden, vandaag gezonder, rijker en beter opgeleid dan 40 jaar geleden’, schrijft het UNDP. Mooie voorbeelden zijn Botswana dat sinds 1970 het BBP per inwoner zag vernegenvoudigd. Na lange jaren van oorlogen en conflicten in de Hoorn van Afrika kwam Ethiopië pas in de jaren 1990 op gang. Maar het is het Zwart-Afrikaanse land dat de voorbije twintig jaar nog de snelste vooruitgang optekende.

pdl-14-11-10-(32)pdl-14-11-10-(34)pdl-14-11-10-(38)

De kern van het betoog richt zich op de redenen waarom Europa zijn inspanningen op ontwikkelingshulp juist op Afrika moet richten. Die zijn historisch: “Van de Atlantische slavenhandel, horresco referens, tot die delen van Afrika waar krijgsheren en grondstoffenkartels de dienst uitmaken. We hebben in Afrika een schuld te delgen.” Maar ook actueel: “Geen welvarend Europa kan standhouden tegenover een zo arm en tegelijk zo onveilig Afrika ‘aan de andere kant’ van de Middellandse Zee. Een verarmd Afrika is een schande voor de wereld maar tegelijk ook een bedreiging voor ons.”
De hulp die Verhofstadt voor ogen bestaat, bestaan niet alleen uit gelden en fondsen, maar juist ook in het afbreken van Europese subsidies en beleid dat de landen beperkt in hun economische ontwikkeling en handelsmogelijkheden. “Velen kennen de boutade dat elke Europese boer of boerin per dag 2 euro’s krijgt voor elke koe, een subsidie om de Europese landbouwsector te ondersteunen, terwijl 1 miljard mensen in de wereld van minder dan 1 euro moeten leven. Maar het klopt dat gesubsidieerde Amerikaanse of Europese producten vaak een vernietigend effect hebben op de lokale markten waar deze producten ‘gedumpt’ worden. Waar ze de armoede nog verscherpen, in plaats van die effectief te bestrijden.”

pdl-14-11-10-(39)pdl-14-11-10-(42)pdl-14-11-10-(44)

Maar er is meer aan de hand, aldus Verhofstadt. Op vele plaatsen in Afrika worden door privé-investeerders massaal enorme stukken grond aangekocht om er voedselproducten of andere landbouwproducten te produceren voor de buitenlandse markt, terwijl de lokale boertjes mogen ophoepelen, waardoor de eigen voedselproductie stagneert. Zo heeft China de voorbije jaren 2,8 miljoen hectare gekocht in Congo, om er de grootste exploitatie van palmolie ter wereld te vestigen.

Vele Europeanen wantrouwen de grote Chinese belangstelling voor Afrika met name die voor grondstoffen en mineralen. Verhofstadt is niet negatief. China heeft Afrika wel degelijk iets te bieden, sinds het in eigen land bewezen heeft hoe sociale en economische vooruitgang er kan uitzien, en aan welk tempo zich die vooruitgang kan voltrekken. En ook omdat China de kosten voor dat alles in natura betaalt, zodat Afrikaanse machthebbers de opbrengsten van de Congolees-Chinese deal minder gemakkelijk in eigen zak kunnen steken. En omdat in Afrika de ene hulpverlener, de EU, andere hulpverleners niet moet uitsluiten maar hun inspanningen kan aanvullen.

Verhofstadt is optimistisch. “Als het subcontinent zijn interne tegenstellingen kan overbruggen, vrede en veiligheid kan bewaren en mag rekenen op de kritische maar gulle steun van zijn rijkste partners. Dan moet Europa op de eerste rij staan, omdat Europa en Afrika sinds de 20ste eeuw ‘natuurlijke bondgenoten’ geworden zijn. Des alliés par nature. Samen sterk genoeg om ook Afrika eindelijk op te nemen in de vaart der volkeren.”

pdl-14-11-10-(45)pdl-14-11-10-(46)pdl-14-11-10-(51)

Na een lang applaus voor dit gepassioneerde verhaal geeft Commissaris van de Koningin Wim van de Donk een korte reactie. Hij wijst op de noodzaak ontwikkelingshulp op een nieuwe leest te schoeien door terug te gaan naar de basale vraag: Wat is eigenlijk ontwikkeling? Ontwikkelingshulp kan volgens Van de Donk alleen in samenhang worden beschouwd met allerlei mondiale ontwikkelingen. Koste een kilo katoen vorig jaar 53 euro, nu 93 euro omdat er wordt gespeculeerd met voorraden op de internationale markt. Maar Europa is voorzichtig op weg. Een aantal jaar gelden was het nog ondenkbaar dat de EU de begroting voor landbouw fors zou verminderen. Het landbouwbeleid van de toekomst moet gericht zijn op kwaliteit en behoud van leefbaarheid van het platteland. Verhofstadt rond af met een pleidooi voor een nieuw WTO-akkoord waarin “de dodelijke landbouwsubsidies worden afgebouwd”. “De VS zullen daarin inspanningen moeten doen, maar de EU dient ook zelfstandig exportsubsidies af te bouwen.” Waarna Pramisi de middag muzikaal afsluit.

Voor de integrale tekst van de lezing: klik hier.

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 20 mei
Weg met de wereld. Lang leve Nederland.

Publicatiedatum: 27 november 2009

Nationalisme en Kosmopolitisme, een tegenstelling of toch niet?

Kunnen nationalisme en kosmopolitisme hand in hand gaan of staan ze lijnrecht tegenover elkaar? En waar is de ‘gewone’ burger in Nederland, Griekenland of Zimbabwe nu het meest bij gebaat, een nationalistische of kosmopolitische agenda?

wp-20-5-20-(1)wp-20-5-20-(2)wp-20-5-20-(3)

Over de al dan niet schijnbare tegenstelling tussen de nationalist of kosmopoliet, ook wel wereldburger genoemd, gaat het wereldpodium ‘Weg met de wereld. Lang Leve Nederland’. Presentator Ralf Bodelier voelt hierover een viertal intellectuelen aan de tand, te weten historicus Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, socioloog-essayist Dick Pels, directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, Volkskrant-columnist Rene Cuperus, van de Wiardi Beckmann-stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA en politicologe Sarah de Lange, onderzoeker aan de universiteiten van Amsterdam en Antwerpen. Haar onderzoeksterrein omvat de opkomst van nationalistische partijen binnen Europa.

wp-20-5-20-(4)wp-20-5-20-(6)wp-20-5-20-(7)

De nationalist is gericht op eigen volk, eigen land, eigen cultuur en tradities. De kosmopoliet kijkt over de landsgrenzen heen, stelt zich op als wereldburger en heeft oog voor de belangen van andere volken en landen. Tijdens zijn elevator pitch maakt Patrick van Schie het punt dat nationalisme ten onrechte in het verdomhoekje zit. De kosmopoliet vertegenwoordigt het goede, de nationalist het kwade. Dat is volgens hem een valse tegenstelling. Rene Cuperus is het volledig met van Schie eens en vindt de tegenstelling improductief. Hij erkent de verschillen, maar ook het nationalisme kent positieve elementen. Zo is volgens Cuperus een sociaaldemocratie alleen mogelijk binnen landsgrenzen. Alleen Dick Pels voelt iets voor een kosmopolitische agenda. Zo is volgens hem een Europese democratie wel degelijk mogelijk. Hij ziet hierover graag een vrij en vreedzaam debat waarin democratische kernwaarden centraal staan.

wp-20-5-20-(8)wp-20-5-20-(9)wp-20-5-20-(10)

Politicologe Sarah de Lange geeft een inkijk in de opkomst van het rechts-radicalisme in Europa. Het rechts-radicalisme staat niet gelijk aan het nazisme en fascisme in tijden van het Duitsland van Hitler. De beweging is wel antiliberaal en antipluralistisch, maar niet antidemocratisch, zoals het nazisme. Wanneer er een overeenkomst is, dan is dat het op veelal etnische gronden afwijzen van gelijkheid tussen mensen. Er zijn elf nationalistische partijen in Europa die als rechts-radicaal te bestempelen zijn. Het Vlaams Belang is voor ons een van de bekendere, terwijl deze partij ‘maar’ ongeveer tien procent van de kiezers trekt. Grote nationalistische en populistische partijen vinden we in Noorwegen, Zwitserland en Italië. Deze partijen trekken rond de dertig procent van de kiezers. Oostenrijk kent twee nationalistische partijen, samen ook goed voor een vergelijkbaar percentage kiezers. Nederland is in Europa relatief laat met de opkomst van nationalistische/ populistische partijen. De invloed van deze partijen is dus redelijk groot in Europa. Te meer ook omdat de gevestigde partijen de immigratie en integratie agenda van rechts-radicale partijen deels overnemen.

wp-20-5-20-(11)wp-20-5-20-(12)wp-20-5-20-(13)

Terug bij de drie heren, die allen op een stoel in bijpassende kleur zitten. Vanaf zijn blauwe stoel brengt van Schie in dat nationale staten steeds poreuzer worden. Mensen zoeken houvast bij partijen als de PVV. Misschien draagt de rode kleur van zijn stoel bij aan de emotionele reactie van Cuperus. Hij verfoeit elke koppeling die wordt gelegd tussen fascisme en nationalisme. Daarmee worden verzetstrijders in de Tweede Wereldoorlog tekort gedaan. Volgens Cuperus is er de laatste decennia een duidelijke kloof ontstaan tussen hoog- en laagopgeleiden. Hoog opgeleiden hebben meer zekerheden en kunnen het zich daardoor beter veroorloven om kosmopoliet te zijn dan laagopgeleiden. Die raken hun banen immers veel makkelijker kwijt aan goedkopere productiebedrijven elders ter wereld of zien hun oude vertrouwde wijk drastisch veranderd door alle nieuwkomers.

wp-20-5-20-(14)wp-20-5-20-(15)wp-20-5-20-(16)

Geen wonder dat zij houvast zoeken. Volgens van Schie is het ontkennen van nationalistische gevoelens dan ook gevaarlijk. Hoe meer je deze ontkent, hoe harder ze op een gegeven moment boven komen. Nationalisme is een reactie op globalisering, immigratie en de uitbreiding van Europa. Kosmopolieten ontkennen deze gevoelens vaak. Dick Pels, zetelend in een groene fauteuil, is het niet vaak met Cuperus eens, maar ook hij vindt kosmopolitisme elitair. Al is het volgens Pels nog maar de vraag of dat zo’n probleem is. Ook Pels onderkent dat mensen een basiszekerheid nodig hebben, maar stelt dat deze niet noodzakelijk gekoppeld hoeft te zijn aan een nationale identiteit. Het afzwakken van deze identiteit is volgens hem een beschavingsmissie.

wp-20-5-20-(17)wp-20-5-20-(20)wp-20-5-20-(22)

De vraag is nu waar de Nederlandse Henk en Ingrid, de Griekse Adonis en Alexandra en de Zimbabwaanse Mabvutu en Vania het meest mee gebaat zijn? Is dat bij een meer nationalistische of een meer kosmopolitische agenda? De huidige eurocrisis is nog niet beslecht, maar zou blijvend negatief uit kunnen pakken voor de inwoners van de Noord-Europese landen, de Duitsers voorop. Dat zou tegen een kosmopolitische agenda pleiten. Maar er zijn meerdere argumenten die pleiten voor een kosmopolitische agenda. De dochter van Henk en Ingrid kan makkelijker in het buitenland studeren. De homoseksuele zoon van Adonis en Alexandra verhuist probleemloos naar Amsterdam. Amnesty International strijdt voor de mensenrechten in het land van Vania en Mabvutu en met geopolitieke isolatie kan hun politiek leider Mugabe onder druk worden gezet. Door ontwikkelingssamenwerking wordt de diepste armoede in de wereld bestreden.

wp-20-5-20-(23)wp-20-5-20-(24)wp-20-5-20-(25)

Sarah de Lange mag afsluiten met een analyse van de avond. Het feit dat we het debat überhaupt voeren is goed, maar het is geen gemakkelijk debat. De klassieke links-rechts tegenstelling bestaat niet meer. Nationalistische partijen bewegen zich op sociaal-economisch vlak juist vaak naar links, waardoor links-populistische en rechts-populistische partijen naar elkaar toe bewegen. Nationalistische partijen hanteren daarbij echter het principe van uitsluiting. En daarover is het laatste woord nog niet gezegd.

Tekst: Ilse Vossen
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 20 juni 2010
Meet de Music op Festival Mundial

Publicatiedatum: 27 november 2009

Festival Mundial, juni  2010. Meer dan 60 duizend bezoekers met bovengemiddelde interesse in de wereld buiten Nederland. En duizenden luisteraars naar de directe radio-uitzending op 107.0 FM en via Mundiallive.nl Dat was de setting voor de eerste aflevering van Meet the Music. Een nieuw programma van het Wereldpodium met muziek uit het Zuiden als aanleiding voor stevige gesprekken met de muzikanten over datzelfde Zuiden. Een pilot, die, zo hoopt het Wereldpodium, in 2011 wordt uitgerold in enkele grotere evenementen.

WP-Mundial-2010-(2)WP-Mundial-2010-(4)WP-Mundial-2010-(5)

De locatie op Mundial was de ruimte voor de Media Lounge, niet ver van de ingang. Een klein podium vergeleken met de grote podia  waarop de wereldsterren hun opwachting maakten. Maar des te intiemer, zo dicht op de zangers, blazers, drummers en dansers.  Zeker voor wie een plaatsje vond, chillend op de zitzakken of lui in het gras.

WP-Mundial-2010-(8)WP-Mundial-2010-(9)WP-Mundial-2010-(10)

Vier Afrikaanse bands maakten hun opwachting. Tussen een uur ‘s middags en zeven uur ‘s avonds verschenen Wind Afrique uit Ghana, Xindiro Companhia uit Mozambique, Metzo Djatah uit Senegal en Ikobe uit Rwanda om  te spelen, om te dansen en om te worden bevraagd door de vaste presentatoren van het Wereldpodium Meike de Jong en Ralf Bodelier .

WP-Mundial-2010-(11)WP-Mundial-2010-(12)WP-Mundial-2010-(13)

Vier groepen van hetzelfde continent maar met, zoals te verwachten, geheel  verschillende verhalen. Drie nummers speelde elke band en voor het eerst op Festival Mundial, ging het deze keer niet alleen om de muziek maar ook om de teksten. Het waren teksten, zo bleek, die direct handelen over de grote problemen waarmee het continent nog steeds worstelt. Maar ook teksten waarin vooruit werd gekeken naar de toekomst. Een toekomst die volgens vrijwel alle bands allang is aangebroken. Want ondanks de armoede, de droogtes, het wankele leiderschap, de vele ziekten en de etnische spanningen, groeien de Afrikaanse economieën stevig door. Het aantal oorlogen nam drastisch af, steeds meer landen kennen een democratisch gekozen overheid, en steeds meer leiders blijken de rechtsstaat te respecteren. Mobiele telefoon, televisie en internet zijn in Afrika niet meer weg te denken en de mondiale economische crisis lijkt één continent maar amper te raken: dat is Afrika.

WP-Mundial-2010-(14)WP-Mundial-2010-(15)WP-Mundial-2010-(16)

De Ghanese band Wind Afrique is opgetogen. De Black Stars, het Ghanese nationale elftal blijkt door te stomen in het Wereldkampioenschap voetbal, dat zich op dat moment in Zuid Afrika afspeelt. Maar Wind Afrique is überhaupt tevreden. De band legt uit dat Ghana dat het niet alleen het eerste land was dat in de jaren ’50 onafhankelijk werd, maar dat het vandaag ook een van de best bestuurde landen van Afrika is. Ghana als voortrekker van Afrika. Maar vanzelf gaat het niet. Ayaa, het eerste nummer van de Wind Afrique wordt vertaald als ‘the hand that does not work, does not eat’. Wie wil eten moet werken, zonder werk geen toekomst. Het is een lied over de luiheid en over de jeugd die liever in de disco hangt dan naar school te gaan of een bedrijf op te starten. Een jeugd, zo benadrukt de zanger die je niet alleen in Afrika aantreft, maar overal ter wereld. Het is ook een lied over de noodzaak van Afrikaanse landen als Ghana om werkgelegenheid aan te trekken.  En dat kan niet zonder God te prijzen en te eren. Dat is de boodschap van het lied Mala. Wie God bezingt, schept niet alleen plezier in zijn leven maar blijft ook optimistisch over de toekomst.

WP-Mundial-2010-(17)WP-Mundial-2010-(18)WP-Mundial-2010-(19)

Voor de  Mozambiqaanse formatie Xindiro Companhia is muziek en dans een belangrijk middel om in de dorpen en de sloppenwijken van hoofdstad Maputo sociale boodschappen door te geven.  De leden van de band vonden elkaar zestien jaar geleden op hun middelbare school en vermengen traditionele muziek met moderne pop, typisch Mozambiqaanse snaren met  westerse drums. Maar op dit Wereldpodium ligt de nadruk opnieuw op de teksten. Die handelen over arme buurten in Maputo als Maxaquene, waar de meeste bandleden wonen. In Maxaquene worstelen de bewoners met gebrek aan veiligheid, met gebrek aan schoon water en een gebrekkige infrastructuur. Een klaagzang heft de band overigens niet aan, want zingen over deze problemen is voor Xindiro Companhia de methode om mensen aan het werk te zetten rondom het voorkomen van aids, het oprichten van buurtcomités en vormgeven van het eigen leven. Daarom speelt de band doorlopend op scholen, ziekenhuizen en markten. Bovendien trainden de leden van  Xindiro Companhia inmiddels meer dan 900 schoolkinderen in het componeren en uitvoeren van muziek. Vrijwel al die kinderen spelen inmiddels in nieuwe bands.

WP-Mundial-2010-(20)WP-Mundial-2010-(22)WP-Mundial-2010-(23)

In muzikaal opzicht is Metzo Djatah uit Senegal het absolute hoogtepunt van Meet the Music. Maar de band staat dan ook in een imposante muzikale traditie waarin eerder Baba Maal, Ismael Lo en Youssou nDour opgroeiden. Niet zonder reden trekt Metzo Djatah het grootste publiek. Stonden rond de tachtig mensen te luisteren naar de muziek en de interviews van Wind Afrique en Xindiro Companhia, bij Metzo Djatah verzamelen zich meer dan honderddertig mensen bij het kleine podium. De heldere snaren van de Kora en de akoestische gitaar van zanger Metzo scheppen een vervoerende en spirituele sfeer. Die past wonderwel bij de tekst van Djatah’s meest bekende nummer Insch’alla, ‘Als God het wil’.  Op de vraag of Insch’allah geen oproep is om alles op zijn beloop te laten, antwoordt Djatah beslist dat niemand iets geschonken wordt zonder zich volop in te spannen. Maar dit succes is nooit gegarandeerd. Uiteindelijk ligt het leven open en is de toekomst onbepaald. In religieuze termen heet dat dan ‘Als God het wil’.

WP-Mundial-2010-(24)WP-Mundial-2010-(25)WP-Mundial-2010-(26)

Een vergelijkbare boodschap ligt ook vervat in het lied Mon idéal waarvan de zinnen telkens weer uitlopen op woorden als  idéal, Sénégal , égal, mental, en organisation sociale. Djatah schreef de tekst toen hij tien jaar oud was en heeft volgens hem nog steeds niet aan actualiteit ingeboet. In landen als Senegal, waar mensen arm zijn, waar hele bevolkingsgroepen op weg gaan naar Europa, is het nodig om maatschappelijke idealen te formuleren om daar ook naar te leven. Ook al ligt het maar ten dele in onze hand om deze idealen ook te verwezenlijken.

WP-Mundial-2010-(29)WP-Mundial-2010-(40)WP-Mundial-2010-(32)

Met Ikobe uit Rwanda komt een dramatische periode uit de Afrikaanse geschiedenis binnen. Want zestien jaar geleden moordden militante Hutu bijna een miljoen Tutsi en gematigde Hutu uit. Het was een slachting waar Rwanda nog steeds niet van is hersteld. Ook al trok de economie eind jaren ’90 stevig aan, ze heeft nog steeds niet de kwaliteit van vóór 1994. De genocide is, zo blijkt al snel, hét thema van Ikobe, een naam die je vrij kunt vertalen als een ‘schreeuw van vreugde’. Van vreugde omdat het nu toch zoveel beter gaat met Rwanda, maar die ook klinkt als bezwering van de vreselijke herinnering aan de massamoorden.

WP-Mundial-2010-(33)WP-Mundial-2010-(35)WP-Mundial-2010-(37)

Toch hebben de woordvoerders van de band de slachting zelf niet meegemaakt. Hun ouders , zo vertellen ze, waren al decennia eerder gevlucht, naar Congo in het westen van Rwanda en Tanzania in het Oosten. In ’94 zaten de bandleden, kinderen toen nog, in vluchtelingenkampen. De huidige president Kagama riep de vluchtelingen van weleer op om weer naar Rwanda terug te keren om het land opnieuw op te bouwen. En zo kijkt Ikobe, in een mengeling van betrokkenheid en afstand naar hun nieuwe, oude vaderland. Wederom overheerst het optimisme. Kigali, de hoofstad is in een woord schitterend. Het platteland, nu nog arm en achtergebleven zal ongetwijfeld volgen. Van Hutu en Tutsi  formeel geen sprake meer. Allen zijn nu Rwandezen en dat geldt ook voor de leden van Ikobe. Ook toen al, benadrukken ze, waren er feitelijk geen loepzuivere Hutu en Tutsi. Ook in ’94 bestond een groot deel van de bevolking uit kinderen van gemengde ouders. Etnicity is an invention. Inderdaad. En met dodelijke gevolgen, zo ervoer Afrika zestien jaar geleden.

Tekst: Ralf Bodelier

Dinsdag 6 juli 2010. Wat kost een mens? Hoe bestrijdt de farmaceutische industrie aids, malaria en tbc?

Publicatiedatum: 27 november 2009

LET OP: Het tijdstip waarop dit podium begint is gewijzigd.
We heten u welkom met een sober avondmaal om 17.30u.
Het podium begint om 18.00u.
We eindigen stipt om 20.00u waarna u ruim op tijd thuis bent voor de halve finale van het Wereldkampioenschap Voetbal.

Ja, wat kost u eigenlijk? En wat kost premier Balkenende? Of Jantje Smit? En wat kost een Roemeen, een Chinees of een Afrikaan? Het spreekt vanzelf dat de prijzen verschillen. Dat tienduizenden euro’s worden uitgetrokken wanneer u onverhoopt in het ziekenhuis belandt. En dat een Afrikaan op enkele tientjes mag rekenen; wannéér hij al het geluk heeft om in een ziekenhuis terecht te komen.
kost-een-mensDeze verschillen zijn niet te rechtvaardigen. Toch investeerden bedrijven tot voor kort maar amper in een malariavaccin. Liever staken ze miljoenen in de ontwikkeling van anti-rimpelcremes. Helaas is het wegpoetsen van ouderdomsverschijnselen in de Eerste Wereld lucratiever dan het bestrijden van een dodelijke ziekte in de Derde Wereld. Zelfs wanneer deze ziekte jaarlijks twéé miljoen doden eist.
Er begint echter iets te veranderen. Steeds meer farmaceutische bedrijven zeggen geld vrij te maken voor onderzoek naar goedkope medicijnen. Een acces to medicine-index toont of ze dat werkelijk doen. Probeert de geneesmiddelenindustrie inderdaad de armen aan medicijnen te helpen? Wie doet het goed, en wie niet? En welke resultaten kunnen we verwachten? Sprekers zijn onder meer Wim Leereveld, grondlegger van de Acces to Medicine Index,  Robert Berkelbach van der Sprenkel, Manager Public Affairs van farmaciegigant MSD en ‘Muggenonderzoeker’ Bart Knols, schrijver van het boek Mug. Knols stapte uit de wetenschap en om via malariaworld de malariamug echt uit te gaan roeien. De muziek is in handen van de beroemde flamencogitarist Maurice Leenaars. Presentatie: Ilse Vossen en Ralf Bodelier.

Datum: dinsdag 6 juli
Tijd: 18.00-20.00u (ontvangst vanaf 17.30u met soep en brood)
Locatie: Sociëteit De Harmonie, Stationsstraat 26, Tilburg
Entree: 2 Euro
Reserveren: via inschrijfformulier

Woensdag 17 maart 2010. Van Township tot Transition Town. Hoe houden wij de stad leefbaar?

Publicatiedatum: 27 november 2009

variant 2.jpg email
Collage: Marloes Coppes

De wereld urbaniseert in rap tempo, maar de leefbaarheid van de stad staat onder druk. In arme landen zien we een ongebreidelde aanwas megacities met sloppenwijken waar gangs het voor het zeggen hebben. In Amerika en Europa verhuist de middenklasse naar uitgestrekte buitenwijken, terwijl de oude binnensteden verpauperen tot zwarte ghetto’s.

Tegelijkertijd rukt de overgangsstad –transition town- op. Stadsbewoners gaan zélf aan de slag om wonen, werken en leven duurzamer te maken. Ze dringen hun energieverbruik terug, halen hun voedsel uit de buurt en organiseren zelf hun onderwijs en gezondheidszorg. Nederland telt inmiddels ruim 50 lokale initiatieven, waaronder één in de Tilburgse wijk De Nieuwe Warande.

Het Wereldpodium neemt u mee op reis door slums, suburbs en transition towns. Wat betekent de wereldwijde urbanisering voor de leefbaarheid, veiligheid en het milieu? Maakt de stad mensen gelukkiger? Wat kunnen bewoners van slums en suburbs zélf doen om hun woonomgeving te verbeteren?

Gasten zijn professor Dirk Kruijt, Zuid-Amerika deskundige en auteur van ‘Megacities’, David Hamers, cultuurwetenschapper, econoom en onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving; John Vermeer van de Brabantse Milieu Federatie en Paul Hendriksen, initiatiefnemer van Transition Towns Nederland. Multi-instrumentalist Jacques Palinckx vertolkt de klank van de slums, suburbs en de transition towns.

Dit podium wordt mede mogelijk gemaakt door het NCDO en de Provincie Noord-Brabant.

Datum: Woensdag 17 maart
Tijd: 20.00-22.30u (ontvangst vanaf 19.30u)
Locatie: Studiozaal Theaters Tilburg, Louis Bouwmeesterplein 1 (ingang Schouwburgring)
Presentatsie: Meike de Jong en Ralf Bodelier
Entree: Gratis
Reserveren: via inschrijfformulier

Verslag 18 februari 2010
Ontwikkelingshulp van confetti naar globaliseringsagenda

Publicatiedatum: 27 november 2009

Ontwikkelingshulp: van confetti naar globaliseringsagenda

Wereldpodium-SELECT over WRR-rapport

Als ze wil kan ze dagelijks op verschillende plaatsen een toelichting geven op het rapport. ‘Er is een enorm verlangen om over dit onderwerp te discussiëren’, constateert Monique Kremer, medeauteur van ‘Minder pretenties, meer ambitie’ het onlangs verschenen WRR-rapport over ontwikkelingshulp. Aan het verzoek van het Wereldpodium gaf ze gehoor en op donderdagmiddag 18 februari sprak Kremer een bomvol zaaltje toe in sociëteit De Harmonie in Tilburg.

wp-18-2-10-(1)wp-18-2-10-(6)wp-18-2-10-(7)

Links en rechts positief
Dit keer een selecte editie van het Wereldpodium, anderhalf uur aan het eind van de middag en over een beperkt onderwerp. Het WRR-rapport echter bestrijkt geen beperkt terrein, het hele ontwikkelingsbeleid van de afgelopen jaren wordt onder de loep genomen en van de nodige kanttekeningen voorzien. ‘Opvallend genoeg is het rapport positief ontvangen door links en door rechts’, vertelt Kremer in haar toelichting.‘Daarna gaat de discussie dan weer snel over de eigen stokpaardjes.’ De andere gasten van het Wereldpodium, onderzoeker Sara Kinsbergen en wethouder Gon Mevis, hebben beiden grote delen van het rapport gelezen en vinden de inhoud herkenbaar en de moeite waard. Kinsbergen, die onderzoek doet naar PI’s
-particuliere initiatieven van burgers gericht op ontwikkelingshulp- adviseert alle betrokkenen bij ontwikkelingslanden om het rapport ‘met empathie’ te lezen, alsof het over je eigen werk gaat.

wp-18-2-10-(8)wp-18-2-10-(9)wp-18-2-10-(10)

Situatie is veel complexer
In duidelijke bewoordingen vat Kremer de bevindingen van de WRR samen. Allereerst bespreekt ze het woord ‘ontwikkelingshulp’ in de titel. Ontwikkelingssamenwerking vindt de Raad versluierend: in de meeste gevallen is er immers geen sprake van een partnership. Dan het gegeven om 0,7 % van het BNP aan ontwikkelingshulp te besteden. Niet fixeren, vindt de Raad. Eerst veel beter bepalen wat we met het ontwikkelingsbeleid willen bereiken en dan de bedragen pas bepalen. Hulp zal nodig blijven, niet alleen vanuit moreel besef maar ook vanwege eigenbelang: in deze wereld zijn we in hoge mate van elkaar afhankelijk. Over de huidige ontwikkelingspraktijken is de Raad zeer kritisch. Het moet beter en professioneler. Nu is veel hulp gericht op de verbetering van de dagelijkse leefomstandigheden. Veel geld gaat naar ‘aaibare’ projecten in de gezondheidszorg en het primair onderwijs. Veel zicht op de effecten van deze projecten voor de langere termijn is er niet, ook is het twijfelachtig of ze bijdragen aan de zelfredzaamheid van de ontvangende partijen. ‘Het is een leugen dat we met een dollar per kind per dag de armoede de wereld uithelpen’, stelt Kremer. ‘De situatie is veel complexer en de ontwikkelingsmogelijkheden per land zijn heel verschillend.’

wp-18-2-10-(12)wp-18-2-10-(15)wp-18-2-10-(25)

Schot confetti
Daarom bepleit de WRR een beleid dat gestuurd wordt door de ontwikkelingsmogelijkheden van elk specifiek land en dat werkt vanuit een brede agenda. Niet alleen kijken naar armoedebestrijding maar ook naar migratiebeleid, handelsrelaties, klimaatproblemen, veiligheidsvraagstukken en belastingstelsels. Een integrale globaliseringsagenda waarbij Nederland bepaalt welke bijdrage het wil en kan leveren. Daarbij ziet de Raad geen heil in projecten die gelanceerd worden als ‘een schot confetti’ maar kiest het rapport voor beperking, in donorlanden (ongeveer 10) en in thema’s (bijvoorbeeld water, landbouw en civil society).

wp-18-2-10-(26)wp-18-2-10-(29)wp-18-2-10-(30)

Kennis verzamelen
‘Het is ongelooflijk dat we niet veel meer kennis verzamelen over de interventies die we doen in ontwikkelingslanden en de effecten daarvan’, merkt wetenschapper Kremer op. ‘Veel hulp wordt verdeeld door diplomaten die op onze ambassades werken. Diplomaten zijn geen ontwikkelingsdeskundigen en bovendien zitten ze vaak maar een paar jaar op een post. Er moet veel meer geïnvesteerd worden in kennisopbouw en dossiervorming om een goede diagnose te stellen wat een specifiek land echt gaat helpen.

wp-18-2-10-(31)wp-18-2-10-(32)wp-18-2-10-(33)

Einde aan versimpeling
De WRR realiseert zich dat een discussie over ontwikkelingsthema’s een stuk minder sexy is dan de bouw van een schooltje of het slaan van een waterpomp waar mensen zich, bijvoorbeeld in particuliere initiatieven, graag voor inzetten. Toch moet een eind komen aan deze versimpeling van ontwikkelingshulp, onderstreept Kremer, ook naar aanleiding van vragen uit het geïnteresseerde publiek. Ook Sara Kinsbergen, naar eigen zeggen gegrepen door het enthousiasme van de particulieren, is kritisch over veel van de initiatieven die zij ontplooien. ‘In veel gevallen zeg ik: bezint eer gij begint’, zegt de promovenda. ‘Het is niet erg om na een grondige voorbereiding te besluiten om een project niet uit te voeren.’ Daarnaast weet Kinsbergen dat er ook PI’s zijn die in de loop der jaren steeds professioneler zijn geworden en zich meer zijn gaan richten op maatschappijopbouw, lobby en ontwikkeling op de lange termijn.

Volop vragen
Na de inleidingen doet het publiek volop mee in de bovenzaal van De Harmonie. Er komen vragen over mensenrechten (Kremer: ‘Hulp kan niet zonder vuile handen te maken. De meeste ontwikkelingslanden hebben geen goed bestuur.’), over het draagvlak dat ontwikkelingsorganisaties creëren met projecten voor zielige kinderen en zieke moeders (Kremer: ‘U trapt daar toch ook niet meer in. Ontwikkeling is veel complexer.’), over de mogelijkheden van eerlijke wereldhandel (Kremer: ‘Het rapport gaat uitgebreid in op de rol van het bedrijfsleven maar alleen met handelsstromen gaan we de problemen ook niet oplossen.’).

Kennis en vertrouwen
In het tweede deel van het programma maakt wethouder Gon Mevis een koppeling tussen het rapport en lokaal ontwikkelingsbeleid. Tilburg heeft al vele jaren stedenbanden en heeft daarmee veel kennis en vertrouwen opgebouwd. De vragen om hulp komen nu ook ‘van de andere kant’. Dat lijkt Mevis een goed voorbeeld van de werkwijze die de WRR voorstaat. Hij hoopt dat deze traditie niet door de kerntakendiscussie en het nieuwe College om zeep geholpen wordt. Verder ziet Mevis een parallel tussen het armoedebeleid van de stad en het bestaan van een Voedselbank. ‘We hebben een beleid en kennen de armen om wie het gaat’, legt de wethouder uit. ‘Toch is in Tilburg ook een Voedselbank nodig. Is dat een tekortkoming van het beleid of zijn beleid en bank twee kanten van een medaille?’

Kiezer beslist
De laatste vraag van dit pittige Wereldpodium-SELECT is opnieuw voor Monique Kremer. Hoe gaat het verder met dit rapport dat zoveel vingers op zere plekken legt? ‘Dat ligt aan u’, antwoordt Kremer diplomatiek. De inhoud van het rapport zal verwerkt worden in de diverse verkiezingsprogramma’s. Aan de hand daarvan kan iedere kiezer beslissen welke verwerking hem of haar het meeste aanspreekt. Dat dit al op korte termijn van toepassing is, konden Kremer en het Wereldpodiumpubliek op donderdag 18 februari nog niet weten.

Tekst: Marianne Dagevos
Foto’s: Marloes Coppes

Maandag 25 januari 2010. Respect! Waarom één op de vier jongeren van HipHop houdt

Publicatiedatum: 27 november 2009

Hiphop: dat zijn Ali B in Nederland. Facção Central in Sao Paulo en Salah Edin in Marokko. Hiphop dat is deejayen, rappen, breakdancen en graffiti. Hiphop is tatoeage, bling-bling en een afgezakte broek. Hiphop vind je in de Bijlmer, in Sjanghai, de Bronx en de banlieus van Marseille.
Hiphop-in-ChinaEr is Arabische, Indiase en Nederlandse hiphop. Hiphoppers zijn zwart, geel en blank. Wat wellicht ontstond in het Amerikaanse taalgebied, is allang ingedaald in het Frans, Mandarijn, Berbers, Hebreeuws, Swahili en Spaans. Hiphop is, kortom, de belangrijkste mondiale jeugdcultuur.
Hiphop vertolkt de problemen, de verlangens en de dagelijkse zorgen van jonge mensen wereldwijd. Via muziek, teksten en videoclips bouwen jongeren ongewild aan de eerste internationale lifestyle uit de geschiedenis. Veel in hun teksten en beelden draait om kleren, uitgaan, liefde en seks. Maar veel draait ook om gezondheid, armoede, onderdrukking. Om uitsluiting en politieke conflicten.
Om Respect! Om een cultuur waarin mensen in hun waarde worden gelaten, waar niet op de ander wordt neergezien. Al is het maar de vraag of het respect krijgen niet belangrijker is dan respect geven.
Onder andere met het hiphop-duo Boef en de Gelogeerde aap, met hiphopdeskundige Henca Maduro van New Skool Rules, met cultuurwetenschapper Esther van der Zijden en haar B-boys uit Guatemala. TimmieTexPlus: het Promotieteam Intercultureel Talent, van het ROC Midden-Brabant. Presentatie: Meike de Jong en de Tilburgse hiphopartiest TimmieTex.

Datum: Maandag 25 januari
Tijd: 20.00-22.30u (ontvangst vanaf 19.30u)
Locatie: Studiozaal Theaters Tilburg, Louis Bouwmeesterplein 1 (ingang Schouwburgring)
Entree: Gratis
Reserveren
: via inschrijfformulier

Fotoverslag 4 juli 2010
Van het multiculturele drama naar het monoculturele drama?

Publicatiedatum: 27 november 2009

DSC_0493DSC_0496DSC_0503DSC_0506DSC_0507DSC_0508DSC_0510DSC_0511DSC_0513DSC_0522DSC_0529DSC_0532DSC_0537DSC_0539DSC_0545DSC_0546DSC_0558DSC_0563DSC_0572DSC_0573DSC_0578DSC_0583DSC_0595DSC_0597DSC_0604DSC_0605

Donderdag 18 februari 2010. Ontwikkelingshulp: minder pretentie, meer ambitie

Publicatiedatum: 27 november 2009

De Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid presenteerde deze maand een spraakmakend rapport over de toekomst van ontwikkelingshulp.
minder-prententie-meer-ambitie_finalOnder de titel “Minder pretentie, meer ambitie” rekent de WRR af met oude dogma’s over hulp. In plaats van de beperkte ‘helpt het wel of niet-discussie’ zet de Raad vragen op de kaart waar het écht om draait: waar kunnen we hulp het beste op richten? Hoe gaan we om met negatieve bijeffecten, zoals hulpafhankelijkheid? Hoe verbreden we hulp naar thema’s als klimaat en veiligheid? En hoe kunnen overheid, burgers en bedrijven het beste bijdragen aan een betere wereld? Inmiddels heeft zich een stevige discussie over het rapport ontwikkeld. De meest spraakmakende bijdragen vind u op de website van tijdschrift The Broker

Op donderdag 18 februari organiseert Het Wereldpodium een speciale bijeenkomst over het WRR-rapport. WRR-lid dr. Monique Kremer, een van de auteurs, licht de belangrijkste conclusies toe. De Keniaanse schrijver en politicoloog Josh Maiyo reageert. Vervolgens buigen de Tilburgse wethouder internationale samenwerking Gon Mevis en de Nijmeegse onderzoeker Sara Kinsbergen zich met lokale bestuurders, serviceclubs en particuliere initiatieven over de vraag wat de aanbevelingen van de WRR betekenen voor lokale mondiale betrokkenheid.

Deze speciale bijeenkomst van het Wereldpodium is bedoeld voor lokale en provinciale bestuurders, bedrijven, serviceclubs, migrantenorganisaties en particuliere initiatieven. De bijeenkomst vindt plaats in sociëteit De Harmonie. Na afloop is er een netwerkborrel. De entree is gratis.

Het maximaal aantal aanmeldingen is inmiddels overschreden.
Jammer genoeg is het niet meer mogelijk om in te schrijven.
U bent weer van harte welkom op een van onze volgende podia.

Datum: donderdag 18 februari 2010
Presentatie: Ralf Bodelier
Gasten: Monique Kremer (WRR); Josh Maiyo (Voice Over); Gon Mevis (Gemeente Tilburg) en Sara Kinsbergen (CIDIN)
Tijd: 16.00-17.30 uur (ontvangst vanaf 15.30u; netwerkborrel vanaf 17.30 uur)
Locatie: Sociëteit De Harmonie, Stationsstraat 26, Tilburg (Mozartzaal)
Entree: Gratis. Inschrijven niet meer mogelijk.

Dit podium wordt mede mogelijk gemaakt door NCDO.

Verslag 17 maart 2010: Van township tot Transition Town

Publicatiedatum: 27 november 2009

Prettig wonen op wereldschaal

‘Waar is het nu echt leuk wonen, waar vinden mensen het gezellig?’ vraagt presentator Meike de Jong zich herhaaldelijk af tijdens het Wereldpodium van 17 maart over ontwikkelingen in verstedelijking. In de presentaties die avond komen drie opties aan de orde:
1) favelas/sloppenwijken/townships
2) suburbs/slaapsteden
3) transition towns.
De inleidingen over deze stedelijke fenomenen worden geïllustreerd met tal van beelden uit de hele wereld. We zien impressies van miljoenensteden zoals Shenzen in China en Lagos in Nigeria; van sloppenwijken zoals Dharavi in Mumbai, India; van suburbs zoals Colorado Springs in de VS en Leidsche Rijn in Nederland en van transition towns zoals Masdar City in Abu Dhabi en Curitiba in Brazilië. Maar ook dichtbij zijn interessante voorbeelden te vinden zoals de nieuwbouwwijk Reeshof en het te ontwikkelen buitengebied De Nieuwe Warande. Kortom, het Wereldpodium bood een intensief avondje stedenbouwkunde en planologie in mondiaal perspectief.
Opvallend genoeg bleek in alle gevallen op Meike’s vraag een positief antwoord te geven. Ondanks de negatieve beeldvorming rondom sloppenwijken en suburbs zijn de bewoners daar over het algemeen best tevreden met hun woonomgeving.

wp-17-3-10-(1)wp-17-3-10-(2)wp-17-3-10-(5)

Verstedelijking zet door
De beelden uit Metropolis, een film van Fritz Lang uit 1927, zetten het thema meteen stevig neer. De verstedelijking grijpt om zich heen en rampspoed is het gevolg. Sinds 1927 zijn de steden inderdaad sterk gegroeid en ontstonden miljoenensteden, vooral in Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Inmiddels wonen meer mensen in de stad dan op het platteland. Professor Dirk Kruijt van de Universiteit van Utrecht licht de situatie toe op basis van zijn onderzoekservaringen in Latijns-Amerika. “Daar is de trek naar de stad begonnen in de vijftiger en zestiger jaren, later gevolgd door Azië (vooral China en India) en daarna door Afrika”, vertelt de professor. “De stedelijke ontwikkelingen zijn wereldwijd vergelijkbaar.”
Kort samengevat: de situatie op het platteland is uitzichtloos en de perspectieven in de stad zijn altijd beter: meer toegang tot werk, inkomsten, onderwijs en gezondheidszorg. Dat werk zit wel grotendeels in de informele sector. De mensen van het platteland komen terecht in de sloppenwijken waar ‘de overheid schaars aanwezig’ is. Hun leven speelt zich dus grotendeels af in een niet gelegaliseerde omgeving met alle kwetsbaarheden van dien. De orde wordt vaak gehandhaafd door ‘gewapende actoren’ die politici en ambtenaren (bijvoorbeeld politie en brandweer) in hun macht hebben. Desondanks verkiezen de migranten het leven in de stad boven dat op het platteland omdat er ‘kansen op succes’ voorhanden zijn.

wp-17-3-10-(9)wp-17-3-10-(11)wp-17-3-10-(13)

Geluidscreatie
Wie het beeld van de toenemende verstedelijking dan nog niet helemaal voor ogen heeft, kan zijn oren inschakelen, want na de inleiding van Dirk Kruijt interpreteert Jacques Palinckx het leven in de sloppenwijk op geheel eigen wijze. In zijn geluidscreatie horen we het gieren en knetteren, razen en toeteren. Het contrast met de latere muzikale reacties op de suburbs en op de transition towns is onthutsend.

wp-17-3-10-(15)wp-17-3-10-(16)wp-17-3-10-(19)

Saaie suburbs
De tweede inleider, David Hamers van het Planbureau voor de Leefbaarheid, is gespecialiseerd in ‘suburbs’, slaapsteden, het toonbeeld van saaiheid, voorgevormdheid en keurigheid waar zoveel mensen, vooral in de VS maar ook in andere rijke landen, toch zo graag wonen. Hamers wijst op de verschillen per continent maar ziet ook overeenkomsten. De huizen zijn gelijkvormig -mc-mansions- de tuinen groot en voorzien van hekken, de huizen hebben bij voorkeur twee garages. De bordjes ‘beware of the dog’ zijn in Amerika soms al vervangen door ‘beware of the owner’ want ook hier wordt de rol van de overheid vervangen door private beveiliging en bewaking georganiseerd door de bewoners zelf. Hamers wijst op de interessante interactie tussen de suburbs en de televisie. Veel Amerikaanse sitcoms gaan over gezinnen in de suburbs. Deze series, gemaakt door yuppen die in de binnensteden wonen, geven de bewoners van de suburbs een eigen identiteit. Hamers constateert ook tegengestelde ontwikkelingen tegen het ongebreideld uitdijen van steden. Hij noemt ‘inbreiden’: lege ruimtes in het centrum volbouwen en New Urbanism, ook wel bekend als retro bouwen.

wp-17-3-10-(23)wp-17-3-10-(24)wp-17-3-10-(32)

Peak Oil
De pauzehap, een speltkoekje van regionale en biologische ingrediënten, is een mooi bruggetje naar een nieuw stedelijk fenomeen: de Transition Town. Paul Hendriksen van Transition Towns Nederland geeft de volgende definitie: ‘Transition Town is een beweging van bezorgde burgers die streven naar een meer onafhankelijk leven van fossiele brandstoffen.’ We zien de Tilburgse initiatiefneemster Irma Lamers in haar moestuintje in wording en met de rijstpan gewikkeld in haar dekbed en we horen van Paul Hendriksen dat hij zijn elektrische deurbel heeft vervangen door een handbel. Rob Hopkins ontwikkelde in Engeland het concept ‘transition towns’ en sindsdien heeft het een grote vlucht genomen. In Nederland zijn tientallen initiatieven gestart onder meer in Tilburg. Ondanks de idyllische beelden van moestuintjes, windmolens en spelende kinderen, heeft Ralf Bodelier een paar kritische vragen voor Hendriksen. Want over de theorie van Peak Oil (de olieproductie is op een gegeven moment over zijn piek en wordt duurder en schaarser) bestaan verschillende uitleggen. Het is nog niet duidelijk wanneer die piek is bereikt en hoe snel de neergang daarna verloopt. En wat te denken van alternatieven als kolen en kernenergie?

Regionale voedselvoorziening
Bovendien is het de vraag of er voldoende voedsel voor de wereldbevolking geproduceerd kan worden als iedereen dat in zijn eigen moestuin moet doen, in ieder geval zal het assortiment veel eenzijdiger zijn dan we nu gewend zijn. Hendriksen voert aan dat meedoen aan een Transition Town in eerste instantie leuk en aantrekkelijk moet zijn, je kunt iets doen in plaats van toekijken hoe de wereldproblemen alleen maar groter worden. Bovendien krijg je meer aandacht van de mogelijkheden in je wijk, stad en regio in plaats van alles van ver te halen. John Vermeer van de Brabantse Milieufederatie geeft het verhaal van Hendriksen regionale handen en voeten. Op de zeepkist vertelt hij over projecten als buurtmoestuinen, voedselteams en de ontwikkeling van De Nieuwe Warande tot een hof voor regionale voedselvoorziening. In samenwerking met boeren en bewoners is een inrichtingsconcept voor dit gebied tussen Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout opgesteld en overhandigd aan de wethouder van Tilburg. Deze heeft dit met open armen ontvangen. Het hoeft immers niet erg te zijn als de overheid in een bepaald stadium schaars aanwezig is en burgers en bedrijven zelf initiatieven nemen ter verbetering van hun woonomgeving. Als de partijen elkaar maar weer op het juiste moment treffen en samen optrekken. En daarvan zijn voorbeelden te vinden in Tilburg maar ook in Brazilië, China en de Verenigde Staten. Met dank aan het Wereldpodium voor de mondiale scoop.

Tekst: Marianne Dagevos

Verslag 6 juli 2010: Wat kost een mens?

Publicatiedatum: 27 november 2009

Muggen, medicijnen en farmaceutische multinationals

‘Wat kost een mens?’

Een direct antwoord op deze vraag kwam er niet tijdens dit laatste Wereldpodium voor de zomer. Maar de oplettende luisteraars en slimme rekenaars konden wel een paar ge-gevens distilleren uit de meeslepende verhalen van de diverse sprekers.
Jaarlijks gaat er zo’n 800 miljard dollar om in de farmaceutische industrie. Als dit gelijke-lijk zou worden verdeeld over de 6,8 miljard wereldbewoners, kan iedereen 117 dollar per jaar verteren aan pillen en behandelingen. Dat is dus nog exclusief kosten voor zie-kenhuizen en andere gezondheidszorg. In werkelijkheid hebben echter zo’n twee miljard mensen geen toegang tot die farmaceutische producten, de 4,8 miljard anderen verbrui-ken dan gemiddeld zo’n 166 dollar.
Het zijn koele cijfers waarachter een wereld van ongelijkheid schuilgaat. Zo sterft elke 30 seconden, voornamelijk in Afrika, een kind aan malaria. Aan een ziekte waarvoor nog steeds geen geschikt vaccin bestaat. Nog maar 60 jaar geleden kwam malaria in veel grotere delen van de wereld voor maar werd in Europa, Verenigde Staten, Australië en delen van Azië effectief bestreden. In Afrika lukte dit niet.

wp-4-7-10.1wp-4-7-10.2wp-4-7-10.3

‘Wat kost een mens’ is gevaarlijk gepland: pal voor de WK- halve finale tussen Nederland en Uruguay. De bezoekers zijn uitgenodigd vanaf half zes. De organisatie van het podium zorgt voor broodjes met soep en belooft om punt acht uur te stoppen zodat de voetbal-liefhebbers zich thuis voor de buis kunnen nestelen. Voor wie het alweer vergeten is: Nederland wint uiteindelijk met 3-2. De opkomst van dit podium is lager dan normaal. Maar ondanks het hete weer, het afwijkende tijdstip, de nieuwe locatie –Sociëteit de Harmonie- en de aanstormende wedstrijd weten toch nog meer dan tachtig bezoekers het Wereldpodium te vinden.
De eerste gast is onderzoeker Bart Knols. Een man gefascineerd door muggen en het leed dat ze veroorzaken die indringend en gedetailleerd weet te vertellen hoe malaria werkt en wat eraan valt te doen. Maar eerst moesten de bezoekers van het Wereldpodi-um zelf aan de bak.

wp-4-7-10.4wp-4-7-10.5wp-4-7-10.6

Met behulp van petjes wordt door Wereldpodium-redacteur Ilse Vossen de parate kennis over muggen en malaria en getest. We leren dat muggen bijten en niet steken en dat ‘zoet bloed’ geen invloed heeft op de hoeveelheid bulten. Toeristen zijn vatbaarder voor malariabesmetting en veel knoflook eten helpt niet. De vijf mug-deskundigen die aan het eind van de afvalrace nog overeind stonden, mochten gokken hoeveel kardinalen stierven tijdens het beraad over de opvolging van paus Gregorius IX die in 1288 stierf aan malaria. De winnaar ontving een gesigneerd exemplaar van MUG, de recente bestseller van malariakenner Bart Knols.
Zelf werd Knols zelf negen keer getroffen door de ziekte maar wist te overleven. ‘Je plast coca cola’, vertelt hij over de ziekteverschijnselen. ‘Je krijgt pijn in je gewrichten, hoofdpijn en diarree. Als de bloedarmoede te hoog wordt, en dat gebeurt sneller bij kinderen, raak je in coma en kom je niet meer bij.’

wp-4-7-10.7wp-4-7-10.8wp-4-7-10.9

In een aanschouwelijk filmpje zien we de complexiteit van de ziekte die in verschillende stadia verloopt. Muggen laten een parasiet achter in het lichaam die zich vermenigvuldigt in de lever. Vandaar uit verspreiden talloze gevaarlijke beestjes zich in de bloedbaan om hun verwoestend werk te gaan doen. Na WOII werd de bestrijding van malaria voortvarend aangepakt onder andere door het gebruik van DDT. Ook betere huizen, het fosfaat in het oppervlaktewater en het verminderde contact tussen mensen en dieren hielpen mee. Inmiddels is malaria ruim 50 jaar uit Europa, de VS en Australië verdwenen en het ziet er niet naar uit dat het nog terugkomt.

In Afrika is de ziekte nog steeds een belangrijke oorzaak van (kinder)sterfte. Op grote schaal worden klamboes en muskietennetten verspreid, al of niet geïmpregneerd met insecticiden. Maar Bart Knols ziet meer in bestrijding ‘bij de bron’, en dat in letterlijke zin. De broedplaatsen van de muggen, plassen en poelen, moeten systematisch worden opgespoord en behandeld met larviciden. Zo wordt de vermenigvuldiging van de mug gestopt voordat deze gaat rondvliegen. Toepassing van deze werkwijze in Brazilië heeft geweldige resultaten opgeleverd. Ook het gebruik van DDT door het op de muren van huizen te spuiten als insectenverjager, is volgens Knols veel effectiever dan muskieten-netten. Helaas ligt er een taboe op DDT en is het gebruik in verschillende landen verboden. Daarom gaat veel geld naar gezondheidszorg en naar de verspreiding van de klamboes en een stuk minder naar waterbehandeling en gebruik van insecticiden.

wp-4-7-10.10wp-4-7-10.11wp-4-7-10.12

Van het muggenverhaal maakt presentator Ralf Bodelier een handig bruggetje naar de farmaceutische industrie. Manager Public Affairs van farmacieconcern Merck Sharp & Dohme (MSD), Robert Berkelbach van der Sprenkel is na Bart Knols de tweede gast op dit Wereldpodium. Aan hem de vraag waarom er nog steeds geen vaccin is tegen malaria. Berkelbach van der Sprenkel meldt dat hierin al heel veel geïnvesteerd is maar dat de ziekte nog steeds te complex is om afdoende te bestrijden.
Berkelbach van der Sprenkel noemt ter illustratie de samenwerking van zijn bedrijf met onderzoeksfonds de Welcome Trust om onderzoek te doen naar de hittebestendigheid van vaccins. Nu wordt de verspreiding van vaccins vaak bemoeilijkt omdat ze niet koel gehouden kunnen worden.
Er is nog een reden waarom MSD graag zijn opwachting maakt bij het Wereldpodium. Het bedrijf is namelijk dit jaar één plaats gestegen (van 3 naar 2) in de ‘Access to Medicine Index’. Deze index van de 20 grootste farmaceutische bedrijven (samen goed voor 500 miljard dollar omzet per jaar) is een initiatief van Wim Leereveld en inmiddels omarmd door de WHO (World Health Organisation) en ook door een belangrijk deel van de branche zelf.

wp-4-7-10.13-Ralf-en-Knolswp-4-7-10.14-publiekwp-4-7-10.15

Het verhaal van Leereveld, de derde gast van deze avond, is indrukwekkend. Hij om-schrijft zichzelf als een ‘geitenwollensok’ die in de farmaceutische industrie verzeild raakte om zijn hypotheek te betalen. In 11 september 2001 (9-11) wordt hij geraakt door het verhaal van een timmerman die scholen bouwt in Kenia en keert het gevoel terug dat hij iets goeds voor de wereld wil doen. Het duurt een paar jaar voor hij zijn richting vindt maar dan bedenkt hij dat hij unieke kennis heeft over de farmaceutische industrie die hij kan omzetten in een vergelijkende index tussen de bedrijven zelf.
In 2008 komt eerste versie uit van de Index. De tweede versie, die in juni 2010 verscheen is verfijnd, voorzien van meer data en bovendien internationaal erkend. Belangrijkste resultaten van de index: de farmaceutische industrie is niet over één kam te scheren, het ene bedrijf is veel inventiever en innovatiever om medicijnen ook beschikbaar te stellen aan die twee miljard bewoners in ontwikkelingslanden en bedrijven kunnen heel goed met elkaar vergeleken worden. Dat levert relevante gegevens op, houdt de bedrijven scherp en is interessant voor investeerders en ten slotte, de belangrijkste indicatoren van de index zijn de inzet en betrokkenheid van het management en het lange termijn beleid. Leereveld heeft hier een verklaring voor: bedrijven met een kwalitatief hoog management en een duidelijke toekomstvisie bereiden zich voor op nieuwe markten en zullen dus ook op lange termijn succesvol zijn. De 2010 versie van de Index ‘Access to Medicine’ is inmiddels een lijvig rapport geworden waarin bedrijven vergeleken worden op 120 meetpunten (na te lezen op www.accesstomedicineindex.org). Een index als deze lijkt ook een geschikt instrument om bijvoorbeeld voedselverwerkende bedrijven met elkaar te vergelijken of bedrijven die onderwijsmiddelen produceren.

wp-4-7-10.16-Leenaarswp-4-7-10.17-leenaarswp-4-7-10.18

En zo gingen de bezoekers van het Wereldpodium in amper twee uur van heel klein (de mug) naar heel groot (de multinational). De interessante exposés van de gasten werden afgewisseld met zomerse muziek van flamencogitarist Maurice Leenaars die onder andere het toepasselijke ‘El calor’ (de hitte) speelde. Klokslag acht uur sloten Ilse Vossen en Ralf Bodelier het Wereldpodium af met een korte evaluatie.
Vervolgens spoedde iedereen zich huiswaarts voor de halve finale Nederland-Uruguay. Inmiddels was Nederland bevangen door een oranje koorts waar geen Uruguayaans kruid tegen gewassen bleek.

Tekst: Marianne Dagevos

Verslag 25 januari 2010: Waarom 1 op de 4 jongeren van hiphop houdt

Publicatiedatum: 26 november 2009

Respect! Waarom een op de vier jongeren van hiphop houdt

Een beetje gewelddadig en seksistisch, maar vooral hoopgevend: over hiphop als life-style en ontwikkelingsinstrument.

wp-25-1-10-(1)wp-25-1-10-(2)wp-25-1-10-(3)

Het wemelt van de jongeren op deze eerste editie van het wereldpodium in 2010. Bij de ingang zijn graffitiartiesten druk bezig met de voorbereidingen van hun kunstwerk. In de foyer lopen de meiden van demoteam Non Stop opgewonden rond in hun stoere roze jacks. Uit de studiozaal klinkt het geluid van rapmuziek. Een bont gezelschap aan bezoekers – allochtoon, autochtoon, jong en oud – stroomt de zaal binnen. Hiphop leeft, dat is duidelijk! In de komende uren worden we onder andere getrakteerd op acrobatische breakdance, rapmuziek in allerlei varianten en debatterende ROC-studenten. We leren wat begrippen als doekoe en dissen betekenen en hoe een hiphopper zich kleedt. En we leren dat hiphop meer is dan het gewelddadige en seksistische beeld dat in de media veelvuldig wordt geschetst. Hiphop is vooral een manier van leven, die wereldwijd jongeren aanspreekt en die ook perspectief kan bieden.

wp-25-1-10-(4)wp-25-1-10-(5)wp-25-1-10-(6)
Tilburgse hiphoppers

Meike de Jong, inmiddels een vertrouwd gezicht bij het wereldpodium, opent de avond en stelt ons voor aan haar medepresentator: de Tilburgse rapper Timmietex. Hij studeert binnenkort als eerste af aan de Herman Brood academie. Timmietex heeft er duidelijk zin in. “Hey, Tilburg” verwelkomt hij het publiek enthousiast. Na een korte inleiding komt ‘Aap’ Thomas Waterreus van het rappersduo Boef en de Gelogeerde aap, als tweede Tilburgse rapper het podium op. Hij neemt ons mee in de geschiedenis van de hiphopmuziek. Ooit ontstaan als subcultuur onder zwarte jongeren wordt hiphopmuziek nu overal ter wereld gemaakt en beluisterd. We horen Rappers Delight van de Sugar Hill Gang en muziek van de Beasty Boys. We leren dat Ali B. en Lange Frans deel uitmaken van de commerciële hiphopmuziek. En dat er gangster rap, underground, instrumentale, poëtische en dansbare hiphopmuziek bestaat. Kortom, hiphop is aan!

wp-25-1-10-(7)wp-25-1-10-(8)wp-25-1-10-(9)

Hiphop als lifestyle
Maar hiphop is meer dan muziek. Hiphop is een lifestyle. Aan het woord is Henca Maduro, oprichtster van Epitome Entertainment en organisator van de jaarlijkse hiphop en R&B conferentie New Skool Rules. Hiphop is geen trend. Hiphop blijft volgens haar. Bovendien biedt hiphop kansen en mogelijkheden aan jongeren. En volgens Maduro zijn er heel veel jongeren met talent. Ze weten vaak alleen niet hoe ze hun talent kunnen benutten. Daarbij helpt Maduro ze. Maduro organiseert ontmoetingen met hiphoppers overal ter wereld. Jongeren herkennen zich in elkaar. Overal is het dezelfde “struggle” en heersen dezelfde vooroordelen. In de pers wordt vooral de slechte, vrouwonvriendelijke en gewelddadige kant van hiphoppers benadrukt. Maar volgens Maduro is hiphop eerder een weerspiegeling van de realiteit. Het is een expressievorm. Hiphopjongeren zijn inmiddels een doelgroep voor bedrijven en gemeentes. Zij winnen advies bij haar in over hoe ze met jongeren om moeten gaan. Zij ontwikkelt concepten voor ze. Daar moet dan wel wat tegenover komen te staan, zoals geld voor talentontwikkeling. Er is nog volop werk aan de winkel. Pas op het moment dat hiphop als kunstvorm en stroming serieus genomen wordt, is haar missie volbracht.

wp-25-1-10-(10)wp-25-1-10-(11)wp-25-1-10-(12)

Wereldwijd jong talent
Dat jong talent echt jong kan zijn, laten de meiden van het Tilburgse demoteam Non Stop zien. Deze meiden van 9 tot 11 jaar oud dansen als volleerde dansers. Moeiteloos schakelen ze over van de ene naar de andere beat. Zelfbewust en stoer staan ze op het podium.
Esther van Zijden ziet ook veel jong talent dat zich ontwikkelt. Als cultuurwetenschapper vertrok zij naar Guatamala om vrijwilligerswerk te doen in de slums. Ze kwam in aanraking met bendes en kansarme jongeren. Met het geld van de door haar opgerichte Stichting Amigos de Trasciende richtte ze een breakdance school op. Daar ziet ze hoe hiphop oftewel B-Boying jongeren kan behoeden voor een leven als bendelid. Jongeren vinden in haar school wat ze anders in een bende zoeken: respect en zelfvertrouwen. Bendes zijn een groot probleem in de sloppenwijken. Veel jongens belanden op jonge leeftijd, vaak zijn ze niet ouder dan acht jaar, in een bende. Daar gaat het van kwaad tot erger. Op haar school ziet ze deze jongeren groeien en zich ontwikkelen. Vanavond dansen twee van haar B-Boys hier in Tilburg.

wp-25-1-10-(13)wp-25-1-10-(14)wp-25-1-10-(15)
Baggy trousers, rap en hiphoptaal

In een korte impressie tonen Dennis, Tjerk en Rick ons hoe de doorsnee hiphopper over straat gaat. Je draagt baggy trousers, een petje of muts (dat laatste is meer voor skaters), een sjaaltje, T-shirt met grappige tekst of print, een stoer vest en je maakt het geheel af met sneakers van het juiste merk. Je draagt bling bling armbanden en horloges. Wel nep, want een hiphopper is meestal scare (= blut).
Dan is het tijd voor het Tilburgse rappersduo Boef en de gelogeerde aap. Boef is het muzikale brein, die meestal midden in de nacht beats bedenkt. Vervolgens maakt Aap de raps. De hiphoptaal die hierin gebruikt wordt en die hiphoppers onderling spreken is een taal apart. Hiphoptaal is een mengelmoes van Antilliaans, Surinaams en Engels. Sommige begrippen als chillen (rustig doen) en dissen (afkraken in de zin van iemand met woorden overtroeven) zijn inmiddels verheven tot algemene jongerenspreektaal. Andere begrippen, zoals doekoe (geld) en matties (vrienden) behoren nog meer exclusief tot de hiphopscene. Volgens Henca Maduro is hiphoptaal in Rotterdam inmiddels algemene spreektaal. Meike vraagt zich af of dissen wel zo leuk is. Rapper “aap” Thomas vindt van niet. Hij begrijpt het wel, want het maakt je als rapper juist scherper.
Na de pauze met overheerlijke wrap kijken we naar een wervelend optreden van twee Guatemalteekse B-Boys. Lenig en behendig brengen ze hun lichamen in allerlei posities. Ze vertolken hun act als ware bewegingskunstenaars. Soepel en met volledige controle over hun lichaam dansen ze als ware breakdance acrobaten. Met onmiskenbaar veel talent.

wp-25-1-10-(16)wp-25-1-10-(17)wp-25-1-10-(18)

Gewelddadig en vrouwonvriendelijk?
Het is tijd voor debat. Studenten van het PIT (Promotieteam Intercultureel Talent) van het ROC-Tilburg gaan met elkaar in debat over een drietal stellingen. Ze debatteren met elkaar over de vraag of hiphop al dan niet gewelddadig of vrouwonvriendelijk is. Het beeld in de media is overtrokken zeggen ze. Een klein deel van de hiphopscene verheerlijkt geweld en ziet vrouwen vooral als borsten en schuddende billen. Dat de media het negatieve beeld van de hiphopscene uitvergroot, wordt beaamd door enkele hiphoppers in het publiek. Maar een kern van waarheid is er wel. Gangsterrappers rappen over wat ze hebben meegemaakt. Ze rappen over hun leven vol geweld. Tegenwoordig kent de hiphop echter ook de social lobby, die vooral een positief geluid laat horen en oproept tot verbroedering. Maar hiphop is stoer. Dat leidt voor sommigen tot brag and boast (opscheppen), wat zijn weerslag vindt in geweld en vrouwonvriendelijkheid. En de gewillige vrouwen dan? Die laten zich hier gewoon grif voor betalen.

wp-25-1-10-(19)wp-25-1-10-(20)wp-25-1-10-(21)

Hoophiphop
Het gewelddadige en vrouwonvriendelijke imago is cliché en volgens de kenners overtrokken. Maar helpt hiphip dan om armoede tegen te gaan? Niet alle PIT-ers zijn het hier volmondig over eens. In ieder geval geeft hiphop hoop. En, zoals blijkt uit de verhalen van Esther van Zijden en Henca Maduro, biedt het kansen en mogelijkheden. Hiphop zal het armoedevraagstuk niet oplossen, maar elke jongere die je kunt behoeden voor de afgang naar een bendebestaan is er eentje, zegt Esther van Zijden. De graffitiartiesten komen hun kunstwerk tonen. Dit hebben ze gemaakt op stoffen tasjes, die de bezoeker kan kopen voor minimaal twee euro. De opbrengst van de tasjes gaat naar de stichting van Esther van Zijden. Het was een mooie, bruisende, leerzame en hoopgevende avond.

Tekst: Ilse Vossen
Foto’s: Marloes Coppes

wp-25-1-10-(22)wp-25-1-10-(23)wp-25-1-10-(24)wp-25-1-10-(25)wp-25-1-10-(26)wp-25-1-10-(27)wp-25-1-10-(28)wp-25-1-10-(29)wp-25-1-10-(30)wp-25-1-10-(31)wp-25-1-10-(32)wp-25-1-10-(33)wp-25-1-10-(34)wp-25-1-10-(35)wp-25-1-10-(36)wp-25-1-10-(37)wp-25-1-10-(38)wp-25-1-10-(39)wp-25-1-10-(40)wp-25-1-10-(41)wp-25-1-10-(42)wp-25-1-10-(43)wp-25-1-10-(44)wp-25-1-10-(45)wp-25-1-10-(46)wp-25-1-10-(47)wp-25-1-10-(48)wp-25-1-10-(49)wp-25-1-10-(50)wp-25-1-10-(51)wp-25-1-10-(52)wp-25-1-10-(53)wp-25-1-10-(54)wp-25-1-10-(55)wp-25-1-10-(56)wp-25-1-10-(57)wp-25-1-10-(58)wp-25-1-10-(59)wp-25-1-10-(60)wp-25-1-10-(61)wp-25-1-10-(62)wp-25-1-10-(63)wp-25-1-10-(64)wp-25-1-10-(65)wp-25-1-10-(66)wp-25-1-10-(67)wp-25-1-10-(68)wp-25-1-10-(69)wp-25-1-10-(70)wp-25-1-10-(71)wp-25-1-10-(72)wp-25-1-10-(73)wp-25-1-10-(74)wp-25-1-10-(75)

Donderdag 20 mei 2010. Weg met de wereld. Lang leve Nederland.

Publicatiedatum: 26 november 2009

nationalisme-1Nationalisme lijkt terug van weggeweest. Nederland wil weer trots zijn op zichzelf. We verlangen een Nationaal Museum, een Canon van Nederland en integratie, zo niet assimilatie, van migranten.
Mondiale projecten hangen in het defensief: de Europese Unie zit in het slop, klimaatakkoorden komen niet van de grond, ontwikkelingshulp ligt onder kritiek, asielzoekers zijn minder welkom, humanitaire interventies worden met argusogen gevolgd.
Wat betekent het groeiende nationalisme voor onze betrokkenheid op het buitenland? Voor onze deelname aan VN-vredesmissies, voor Europese samenwerking, voor steun aan klimaataccoorden en onze diplomatieke betrekkingen met ‘oninteressante landen’?
Sprekers zijn de historicus Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, socioloog-essayist Dick Pels, directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, Volkskrant-columnist Rene Cuperus, van de Wiardi Beckmann-stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Politicologe Sarah de Lange, is onderzoeker aan de universiteiten van Amsterdam en Antwerpen.
Van Schie schreef meerdere boeken over de ontwikkeling van het liberalisme in Nederland en Europa. Pels doceerde als hoogleraar in Groningen, Londen en Harvard. Dit voorjaar verschijnt zijn nieuwste boek ‘Het volk bestaat niet.’ Cuperus publiceerde vorig jaar ‘De wereldburger bestaat niet’. De Lange is gespecialiseerd in de opkomst van extreem-rechtse partijen. Presentatie Ralf Bodelier. Muziek komt van het herentrio ‘Harten Heren’.

fdo-logo

Datum: donderdag 20 mei.
Tijd: 20.00-22.30u (ontvangst vanaf 19.30u)
Locatie: Studiozaal Theaters Tilburg, Louis Bouwmeesterplein 1 (ingang Schouwburgring)
Entree: 2 Euro, inclusief consumptie
Inschrijven: via inschrijfformulier

Verslag 29 september: Ze werken hard, ze drinken veel en ze gaan nooit meer weg. Polen!

Publicatiedatum: 4 oktober 2009

De avond was nog maar net begonnen of er werden al verschillende vooroordelen over Polen ontkracht. Zo is het een fabeltje dat ze te weinig zouden verdienen, hebben ze prima werkomstan-digheden en zijn ze niet allemaal laagopgeleid. Polen blijken ook erg aantrekkelijk te zijn als werknemer. Zo hebben ze een erg laag ziekteverzuim en werken ze hard zonder te klagen. Door de diversiteit aan gasten werd er met verschillende visies naar de werkomstandigheden van Polen in ons land gekeken.

Één van de gasten was Anna Fendor. Zij kwam drie jaar geleden naar Nederland met haar man en kindje. Haar beeld van Nederland was erg positief. In Polen was de economie slecht en Anna kon er geen baan vinden. Ze besloot online te solliciteren naar een baan in Nederland en werd kort daarop uitgenodigd voor een gesprek. Zij en haar man kwamen naar Nederland. Eenmaal aangekomen, belandde Anna achter de lopende band en wel twaalf uur achter elkaar. Haar week bestond uit werken, slapen en werken.

‘Ik moest werken, kwam vervolgens thuis en had maar vijf uur om te slapen.’ Dat was niet bepaald het beeld dat ze in Polen voor ogen had. Vlak na aankomst in Nederland moest ze verschillende papieren tekenen die volledig in het Nederlands waren. Zo wist ze eigenlijk niet wat haar te wachten stond en wat haar rechten zijn.

Deze rechten van Poolse migranten, dat is waar de eveneens uit Polen afkomstige Ela Rodenburg zich mee bezighoudt. Met haar Pools Overlegplatform in Nederland (PLON) komt zij op voor Oost-Europeanen die kampen met slechte werkomstandigheden. Toen zij hier zestien jaar geleden arriveerde, voelde ze zich erg welkom. Nu is dat wel anders. ‘Nu is het aanbod groter dan de werkgelegenheid. We zijn inwisselbaar geworden.’ Dat is volgens haar ook één van de redenen dat Polen in slechte werkomstandigheden belanden en blijven. ‘Ze durven niet voor zichzelf op te komen. Ze zijn bang dat ze dan zo op de stoep staan.’

Nederland telt 303.157 MOE-Landers (migranten uit Midden- en Oost-Europa). Ook een Brabant wonen er veel. De meesten in Eindhoven. Ze werken voornamelijk in de Tuinbouw. Kees Nauta gaf een beeld van de MOE-landers in cijfers. Hij denkt dat er minder Polen naar Nederland zullen komen. ‘Mocht de economie in Nederland steeds slechter worden, waar we toch op af lijken te stevenen, dan zullen er ook minder Polen komen.’ Want in Polen zélf groeit de economie intussen stevig door. ‘Polen het land van de toekomst’, zegt Guido Vreuls, directeur van het Oost-Europa uitzendbureau Otto Workforce.

Otto Workforce is het grootste uitzendbureau voor Polen van Nederland. Veel uitzendbureaus worden als malafide gezien en brengen de Polen in slechte omstandigheden. OTTO Work Force staat niet op die lijst. Zij proberen het goed te regelen voor hun uitzendkrachten. Maar ook zijn bedrijf krijgt kritiek. Zo zouden ook zij geen goede werk- en woonomstandigheden creëren. ‘We moeten dingen verbeteren, maar laten we niet doen of het hel en verdoemenis is.’ Vreuls woont al tien jaar in Polen en vindt bovendien dat we niet in negatieve zin over de Poolse werknemers moeten oordelen. ‘Er bestaat een verkeerd beeld van Polen. Bovendien is het lang niet altijd beter zoals wij het doen.’

De muzikale intermezzo’s op de avond werden verzorgd door de Poolse feestzangers Heaven. In de pauze werden Poolse hapjes geserveerd: papavercake en kwarkgebak. Eerst zong Heaven een Nederlands nummer. Het publiek klapte voorzichtig mee. Maar toen er een Pools liedje werd gezongen, werd het meteen een stuk levendiger. Om de avond helemaal goed af te sluiten werden en nog shotjes wodka uitgedeeld. Hoe we ook over de Polen denken, ze zijn er en ze werken hard. En ja, ze houden van een drankje maar hé, daarin verschillen ze toch niet van de Brabanders?

Tekst: Doortje Cornelissen
Fotografie: Marloes Coppes

Verslag 6 november: Peerke Donderslezing 2011

Publicatiedatum: 30 juli 2009

‘Anderen helpen door onszelf te helpen’

Voor de derde keer op rij organiseerde het Wereldpodium, in samenwerking met vele partners, de Peerke Donderslezing. Dit jaar met Femke Halsema als hoofdspreker en Wim van der Donk als vaste gast en evaluator. Poppodium 013, gewoonlijk rustig op de zondagmiddag, puilde nu uit met ruim 600 bezoekers, ongeveer de helft had voorafgaand aan de lezing, een bezoek gebracht aan de Tilburgse Voedselbank.

Als een cipier zit hij achter zijn bureau. Voor hem staan drie mandjes met zwarte, beige en rode munten. Aan de andere kant munten in dezelfde kleuren maar dan met een gat in het midden. “Daar hebben we het varken uitgehaald”, zegt hij lachend. We staan in het voorportaal van de Tilburgse Voedselbank. Hier staan elke vrijdag mensen in een lange rij te wachten tot ze ‘het paradijs’ mogen binnentreden. De munt bepaalt op welk pakket ze recht hebben: zwart voor grote gezinnen, beige voor kleine of rood voor alleenstaanden/echtparen, al of niet halal. Nu staan wij er. Zo’n driehonderd weldoorvoede, betrokken burgers uit Tilburg en omgeving, de meeste nog nooit bij een Voedselbank binnen geweest of hooguit als vrijwilliger. Een aantal vooroordelen moeten dus eerst uit de wereld geholpen worden. Nee, niet al het eten hier is over de datum, ook de voedselbank moet voldoen aan de Voedsel- en Warenwet en nee, de Voedselbank is er niet voor iedereen en voor altijd, maar alleen voor een bepaalde groep die een verwijzing heeft van Maatschappelijk Werk en dan voor een maximum van drie jaar. ‘Geen pakket, zonder traject’, blijven de bestuursleden van de Tilburgse stichting maar herhalen. Dat wil zeggen: iedereen die hier eten haalt, moet tegelijk werken aan zelfredzaamheid.

Overproductie
De Tilburgse Voedselbank blijkt een goed geoliede organisatie die al tien jaar bestaat en met 30 vrijwilligers wekelijks zo’n 275 voedselpakketten verstrekt waarvan ongeveer 750 mensen eten. Op een ander verdeelpunt in Tilburg worden nog eens 100 pakketten verdeeld. De organisatie heeft goede contacten met voedselproducenten en handelsbedrijven die hun overproductie aan de voedselbank beschikbaar stellen. De Tilburgse organisatie is ook distributiecentrum voor Brabant en Zeeland zodat goederen uitgewisseld kunnen worden. En hoewel niemand graag naar een voedselbank gaat, zijn de Tilburgse gasten relatief verwend. Hun pakketten bestaan wekelijks uit 30 tot 35 verschillende artikelen en zij mogen in de royale markthal aan de Beelaerts van Bloklandstraat zelf hun boodschappen doen. Ze kunnen daar ook blijven hangen voor een kopje koffie met gebak, ‘als we dat hebben’. Zoals alle goede doelenorganisaties kan de Voedselbank altijd donaties gebruiken omdat de gemeentelijke subsidie niet meer dan ongeveer de helft van de onkosten dekt.

Eigen traject creëren
“De eerste keer denk je: als ik maar niemand tegenkom die ik ken”, zegt Annemarie. “Je voelt je klein, bekeken”, vult Tamara aan. Beide vrouwen zijn heel wat keren bij de Voedselbank binnen geweest en zijn heel dankbaar voor deze organisatie. De koudwatervrees van de eerste keer slaat om in een gevoel van saamhorigheid, beiden hebben veel steun gehad aan de andere gasten. Annemarie en Tamara vertellen beiden openhartig hun levensverhaal. We zitten inmiddels met zo’n 600 mensen in een volgepakt 013 voor het voorprogramma van de Peerke Donderslezing 2011. Recht voor het podium zitten Annemarie Bayens, Tamara Jansen en Meike de Jong. Ze praten over hun leven, hoe je van het ene moment op het andere in een diep dal kunt belanden en hoe je er weer bovenop komt. “Je moet kunnen knokken”, zeggen ze allebei, “Maar nu waardeer ik veel meer wat ik heb en zal ik nooit een ander veroordelen.” Na veel moeilijkheden hebben beide vrouwen weer een prettige, eigen woonruimte gevonden en zijn ze actief als vrijwilliger. “Je kunt ook je eigen traject creëren”, zegt Tamara in reactie op de rol van de talloze hulpverleners, alleen al in Tilburg meer dan 30 organisaties. Burgemeester Peter Noordanus en TIWOS-directeur René Scherpenisse  juichen de zelfredzaamheid toe en zijn allebei voorstander van een begeleidingstraject ‘op maat’.

Middenklasse
Nadat iedereen is verkwikt door een smakelijk armeluizensoepje bereid door Wendy en Olga van Wonka Kookt, is het tijd voor het hoofdgerecht van de middag: de Peerke Donderslezing door Femke Halsema. Zij is deze zomer voor stichting Vluchteling in Afrika geweest en heeft choquerende beelden gezien in Liberia en Ivoorkust. Toch begint ze haar lezing niet met een schets van de situatie daar maar met een terugblik op haar jeugd toen ze op zondagmiddagen samen met haar moeder ging kijken naar de ‘goudkust’ van Enschede. ‘Rijken kijken”, noemt ze het, een weliswaar enigszins gênant maar onschuldig vertier.

Via de studies van Tony Judd en Dambisa Moyo maakt Halsema de stap van de elite naar de middenklasse die in de westerse wereld onder druk staat en in de derde wereld overwegend ontbreekt. Een middenklasse geeft stabiliteit aan een samenleving en bevordert de solidariteit, aldus de oud-politica. Bij een gelijkmatige verdeling van de welvaart en beperkte verschillen tussen arm en rijk, is er voor leden van de middenklasse een perspectief: ze kunnen een rol spelen in de samenleving en hebben kans op sociale stijging. Dat motiveert hen om belasting te betalen en het land te helpen opbouwen. ‘We kunnen Afrika helpen door onszelf te helpen’, verklaart Halsema. ‘In een rechtvaardige en gelijkmatige samenleving, houden mensen de ogen open voor anderen die het moeilijker hebben en vluchten ze niet in wrok en rancune.’ Ten slotte breekt Halsema een lans voor de Chinezen die veel in Afrika investeren en de inwoners ‘volwassen’ tegemoet treden. Tegelijk ziet ze ook bij westerse ontwikkelings-organisaties een kentering richting economische investeringen en ondersteuning van bedrijvigheid.

Commissaris van de Koningin van Brabant Wim van der Donk, vaste gast bij de Peerke Donderslezing, evalueert de lezing van Femke Halsema en sluit zich aan bij haar analyse over het belang van de middenklasse. Het neoliberalisme noemt hij een ‘dwaallicht’ waardoor onze huidige morele en culturele crisis is veroorzaakt. Daarvoor in de plaats bepleit hij een nieuwe verzorgingsstaat met behulp van sociale media, een zelfkenniseconomie en een samenleving waarbij de gemeenschap de maat der dingen is. ‘Waarden zijn er niet automatisch, die moet je koesteren en burgerschap moet je oefenen’, aldus de betrokken Brabantse bestuurder.

En na zoveel mooie woorden is het tijd voor muziek. Met stevige beats en polderpolka’s maakt de Bossche band STRAF, 013 weer tot een poppodium waar natuurlijk geswingd mag worden. De fanfare van het ‘bijstere spoor’ roept op om alles uit het leven te halen net zoals Peerke Donders dat eens deed en Annemarie, Tamara en zoveel anderen dat in onze tijd doen.

Klik hier voor de lezing van Femke Halsema.

Tekst verslag: Marianne Dagevos, www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Naam: Gé Janssens (76)
Woonplaats: Wittem
Beroep: Medewerker bezinningscentrum De Zwanenhof. Ik was directeur, sinds mijn pensionering ben ik op persoonlijke titel betrokken.
Waarom gekomen: Ik ben redemptorist en als Lid van de congregatie Peerke Donders betrokken bij zijn zaligverklaring en het paviljoen.
Eerste reactie: Wat bemoedigend dat zoveel mensen op dit onderwerp zijn afgekomen.
Boeiendste spreker: De twee dames die zo open en nuchter over hun armoede praatten. Ze maakten de problematiek heel concreet. Mooi ook dat ze zich nu allebei inspannen voor anderen.
Opgestoken: Er werd gezegd: maak van je leven een mooi verhaal. Dat vond ik treffend gezegd. Veel beter dan ‘geniet van het leven’, het woord genieten stoort me altijd een beetje.
Minpunt: Het had wat korter gekund, maar misschien is dat ook mijn leeftijd.
Neemt mee naar huis: Deze twee dames zijn uit de armoede geraakt. Maar er zijn nog vele anderen. Sommigen hebben wellicht nooit anders gekend, hoe komen zij er bovenop?
Komt u terug? Graag

Naschrift: ons bereikte het droevige nieuws dat Gé Janssens kort na dit interview is overleden door een verkeersongeval. Hij ruste in vrede.

Naam: Mayke Kikstra (25)
Woonplaats: Tilburg
Beroep: Gemeenteraadslid voor de PvdA
Waarom gekomen: Ik wil weten wat er speelt in Tilburg door veel mensen te ontmoeten en het thema armoede vind ik erg belangrijk.
Eerste reactie: Wow, wat een mooie middag. De combinatie van het bezoek aan de voedselbank, de persoonlijke verhalen en de politieke invalshoek gaf een heel compleet beeld.
Boeiendste spreker: De persoonlijke verhalen over armoede waren het meest indringend. Bureaucratie kan heel cru zijn, blijkt weer.
Opgemerkt: Ik zag vanmiddag weer dat mensen samenbrengen oplossingen biedt. Verschillende mensen spraken Tiwos-directeur René Scherpenisse aan met goede ideeën voor zijn initiatief om sociale woningen energiezuinig te maken.
Minpunt: Femke Halsema zit zo in de materie dat ze nogal wat vakjargon gebruikte, dat was jammer.
Neemt mee naar huis: Ik ga zeker verder denken over de kleine initiatieven die mensen zelf ondernemen tegen armoede zoals de kledingruilparty van Annemarie Bayens.
Komt u terug? Jazeker, dit was ook niet mijn eerste Wereldpodiumbezoek.

Tekst interviewtjes: Marga van Zundert, www.margavanzundert.nl

Maandag 21 november: Wat te doen in Matagalpa?

Publicatiedatum: 29 juli 2009

Masterclass & wereldmaaltijd rond de vraag: hoe kunnen ondernemers bedrijvigheid steunen in Matagalpa, Nicaragua?
Maandag namiddag 21 november organiseert Stedenband Tilburg Matagalpa een Masterclass annex wereldmaaltijd voor ondernemers die bij willen dragen aan bevordering van ondernemerschap in Latijns-Amerika. Het evenement vindt plaats in het Huis van de Wereld aan de Spoorlaan. Op het programma staan zowel snelle interviews met kenners van Latijns-Amerika als gesprekken met ondernemers die reeds betrokken zijn bij projecten in Nicaragua of die er zelf bedrijven hebben opgezet. (meer…)

Verslag 30 november: Techno Nursing in Brabant. En de lessen uit India

Publicatiedatum: 28 juli 2009

Presentator Meike de Jong vraagt het publiek of ze weten wat Slimme Zorg is. Ongeveer driekwart weet het niet. Dan zitten ze goed. Want vanavond leren ze alles over zorg op afstand, beeldspraakverbindingen en mobiele diensten. Over hoever we zijn met het benutten van de mogelijkheden die de technologie ons biedt.  En wat we daarin kunnen leren van het Aravind Eye Hospital in India. Met behulp van moderne technieken worden hier, superefficiënt en kwalitatief hoogstaand, miljoenen blinde mensen weer ziende gemaakt.

Mirjam Smulders van het PON vertelt ons waarom Slimme Zorg hier zo hard nodig is. En waarom de provincie Noord-Brabant zich met het steunen van 16 projecten hier hard voor maakt. De zuidelijke katholieke provincies Brabant en Limburg vergrijzen sneller dan de rest van Nederland. Dat we handen tekort komen aan het bed weet iedereen inmiddels wel. Techniek moet ons helpen dit probleem op te lossen. Met beweegspelletjes op de Wii of allerlei apps op de mobiele telefoon.

In India wordt al op grote schaal slim gebruik gemaakt van technologie. Hanneke Molema ging voor haar promotieonderzoek naar het beroemde Aravind oogziekenhuis in India. Staaroperaties zijn helemaal georganiseerd rondom de vraag van de patiënt. Daardoor werkt het ziekenhuis zeer effectief en kan het ook arme Indiërs opereren. Zo’n zestig procent wordt gratis geholpen. En toch maakt het ziekenhuis winst. Goedkope verpleegkundigen worden uit omringende dorpen gehaald. Ze zijn geschoold in een klein vakgebied. Hun deeltaak doen ze goed en ze hebben tijd en aandacht voor de patiënt. Artsen hoeven zich vervolgens alleen met opereren bezig te houden. Ze zijn zo geroutineerd dat ze tot zestig staaroperaties op een ochtend kunnen doen. Een Nederlandse oogarts doet er in dezelfde tijd hooguit tien tot twaalf. Met de winst die het Aravind Eye hospital maakt wordt nieuwe techniek ontwikkeld en toegepast. In India wonen veel slimme mensen. Degene die in het buitenland gestudeerd hebben, willen graag iets terug doen voor hun land.

Sidekick  Riet Hammen ziet voor Nederland ook wel wat in de manier waarop de verpleegkundigen in India worden geschoold. Specialistisch, laag geschoold en goedkoop. Riet Hammen zet zich in voor zorgruil. De verzorgingsstaat heeft ons lui gemaakt. Ze wil dat ouderen meer voor elkaar gaan zorgen. Ouderen willen wel solidair zijn, maar hebben last van vraagverlegenheid. Ook wil ze dat jongeren meer worden ingezet. Bijvoorbeeld om ouderen te leren omgaan met computers. De oudere en jongere generatie brengt de middengeneratie in de verdrukking. Daarom moeten ze elkaar meer gaan helpen.

In Bangladesh betalen mensen 21 dollarcent aan Health Line voor een telefonisch consult van maximaal drie minuten. Duurt een consult langer, dan betalen ze 7 dollarcent per minuut. Health Line, de organisatie die deze dienst aanbiedt, maakt daarbij winst. Ook de allerarmsten betalen. Toch vindt Bineke Posthumus dit goed te verdedigen. Betaal je het uit subsidies, dan verdwijnt zo’n dienst na een jaar weer. De prijsstelling is zo, dat ook de mensen aan de Base of the Pyramid – de allerarmsten – het kunnen betalen. Zorg in afgelegen gebieden blijft op deze manier toegankelijk voor arm en rijk.

Met de rustgevende klanken van Soudnfullness en de bloedrode bietensoep met mierikswortelzalf komen we even op adem. Dan laat Marion Hanssen ons zien hoe ze rechtstreeks verbinding maakt met de verpleegkundige die vanavond dienst heeft. De zorgcentrale van ZuidZorg is zeven dagen per week 24 uur per dag bereikbaar voor 700 ouderen en chronisch zieken. Patiënten ervaren de zorg op afstand toch als heel dichtbij. Er is altijd één op één contact en je kunt op elk moment van de dag contact leggen. Weerstand zit vooral bij de professionals. De verbinding hapert af en toe. Misschien wel illustratief voor hoe wij in Nederland omgaan met de inzet van technologie.

Want we kunnen nog heel wat leren van India blijkt. Het wordt niet helemaal duidelijk waarom er een nieuw apparaat is ontwikkeld voor Zorg op Afstand. “Waarom niet gewoon via een bestaande computer of laptop” vraagt presentator Ralf Bodelier aan Eveline Wouters en Mariëlle Swinkels. Zij zijn beide betrokken bij Slimme Zorg. Regelgeving en financieringsstructuren vormen vaak een blokkade in Nederland. We hebben hier last van de wet van de remmende voorsprong. De organisatie van de zorg is complex. Ook de vraag van patiënten is vaak complex. Gespecialiseerde zorg zoals in het oogziekenhuis in India kan hier maar op beperkte schaal worden toegepast. Dat het inzetten van technologie zo moeizaam gaat, heeft vooral te maken met ons systeem. We denken veel te veel vanuit organisaties en veel te weinig vanuit de vraag van de patiënt. En we zijn verwend, waardoor we minder slim gebruik maken van wat er al is. Dat is wat we van India kunnen leren.

Meer weten over techno nursing? Lees het opiniestuk ‘Zorg op afstand brengt mensen samen‘ van Ilse Vossen.

Tekst: Ilse Vossen
Foto’s Marloes Coppes

Verslag 7 december: Failed States. Hoe Rwanda er weer bovenop klom.

Publicatiedatum: 27 juli 2009

In 1994 was Rwanda de failing state bij uitstek. Op een bevolking van bijna acht miljoen mensen, vermoordden radicale Hutu bijna een miljoen Tutsi en gematigde Hutu. Een half miljoen vrouwen werd verkracht. Uit angst voor wraak van het Tutsi-leger van Paul Kagame, vluchtten meer dan twee miljoen Hutu naar Congo. De straten lagen bezaaid met lijken. De intellectuele en bestuurlijke top was uitgemoord. De staatskas bleek geplunderd, de overlevenden bleven zwaar getraumatiseerd achter. En in Congo bereidden de Hutu-moordenaars zich voor op de herovering van Rwanda.

In een collegezaal in het Mollergebouw van Fontys Lerarenopleiding Tilburg verzamelen zich op deze grauwe decembermiddag rond de honderd studenten en externe bezoekers om te leren over de genocide van ’94. Maar vooral over de verbazingwekkende opbouw van Rwanda.

‘Hoe Rwanda er weer bovenop klom’ maakt deel uit van een zesdelige serie ‘Failed States’, maar het is al snel duidelijk dat Rwanda al lang geen failing state meer is. In tegendeel, zeventien jaar na de genocide lijkt Rwanda wel een Afrikaanse modelstaat. De economie groeit met zeven procent, in de hoofdstad Kigali schitteren LCD-billboards, de ICT-sector bloeit, moordenaars en slachtoffers lijken een adembenemend proces van verzoening te voltrekken. De armoede op het platteland wordt voortvarend aangepakt, corruptie komt vrijwel niet voor en het aantal vrouwen in het parlement is met 56 procent het op een na hoogste ter wereld.

De centrale vraag van deze namiddag is ‘Hoe kreeg de Rwandese regering van Paul Kagame dit voor mekaar?’ Het is een vraag die wordt gesteld aan de Rwandese Alphonse Muleefu, PhD-student in Tilburg en oprichter van de stichting ‘Against Impunity’ (Tegen Straffeloosheid). Ook wordt de vraag gesteld aan Jerry Tjon, die eerder in 2011 afstudeerde op het ontwikkelingsprogramma van Rwanda in vergelijk met Burundi. Hoofdgast is Immaculée Uwanyiligira, de charmante ambassadrice van Rwanda in Nederland. Presentator Ralf Bodelier knipt de centrale vraag op in een scala aan subvragen en leidt elk onderdeel in met een kort filmpje.

Al snel blijkt dat de Rwandese gasten Immaculée Uwanyligira en Alphonse Muleefu meer zijn dan loutere beschouwers van Rwanda. Zelf verloren beiden talloze familieleden tijdens de genocide. Uwanyligira vertelt dat van haar uit 200 mensen bestaande ‘extended family’ niet meer dan 25 mensen overleefden. Zij studeerde in ’94 in de Verenigde Staten en schetst niet alleen de persoonlijke onmacht om iets aan de massamoorden in haar land te doen. Uwanyligira hekelt ook het falen van de internationale gemeenschap die de genocide had kunnen verhinderen maar verkoos om niet in te grijpen.

Bij een filmpje, vlak na de moorden opgenomen in het plaatsje Nyarubuye, schiet de ambassadeur vol. Want Nyarubuye ligt op twee uur lopen van waar zij opgroeide. ‘This was in my region, in the eastern part of the country. I don’t know if my family was killed this way too. (…)

‘We moeten de Rwandese genocide niet begrijpen als een eruptie van etnische haat, betoogt Alphonse Muleefu. Integendeel: etniciteit werd gecreëerd om het moorden te rechtvaardigen. Wat tot de genocide leidde was zo complex dat het volgens Muleefu bijna niet valt uit te leggen. Belangrijk ingrediënt was in elk geval de rol die de Belgische koloniale macht speelde. Gedurende de kolonisatie schakelden zij één groep in, de Tutsi, om de Belgische belangen te dienen; vlak voor de dekolonisatie droegen zij de macht echter over aan de Hutu, die de Tutsi allengs waren gaan haten. Wanneer een radicale Hutu-overheid vervolgens, in 1959, een decennialange campagne leidt tégen de Tutsi-minderheid, dan wordt al snel duidelijk dat massaal bloedvergieten onvermijdelijk is. De massamoorden van ’94 zijn dan ook geen eruptie van tribale driften, maar een tot in detail georkestreerde slachtpartij. ‘Het was de straffeloosheid waarmee de Rwandese regering in de jaren ’70 en ’80 het geweld tegen de Tutsi en gematigde Hutu aanmoedigde, dat uiteindelijk leidde tot de genocide’, zegt de ambassadrice. ‘Omdat niemand ingreep of de regering tot de orde riep, dacht zij in ’94, “nu kunnen we de klus ook wel afmaken”. Met spontaan etnisch geweld had dat allemaal niets, maar dan ook helemaal niets te maken’.

Sinds 1994 zet de Rwandese regering in op ontwikkeling en verzoening. Op de ontwikkeling van landbouw en ict, van onderwijs en gezondheidszorg. Daalde de levensverwachting van de gemiddelde Rwandees tijdens de genocide tot onder de 25 jaar, wie in 2008 werd geboren mocht weer op 50 jaar rekenen. Hoeveel klinieken en ziekenhuizen in 1994 ook waren verwoest, in 2008 woonde de meerderheid van alle Rwandezen niet verder dan vijf kilometer van een gezondheidspost. Politicoloog Jerry Tjon legt uit waarom dit in Rwanda allemaal lukte. Zijn stelling is dat de ontwikkeling in Rwanda van de grond kwam omdat de overheid deze met kracht aanstuurden én omdat de overheid onder de Rwandezen volop legimiteit genoot. Wanneer je Rwanda vergelijkt met het veel armere buurland Burundi, dan blijkt dat ‘State Capacity’ en ‘State Legitimacy’ de onvermijdelijk zijn voor een land dat zich wenst te ontwikkelen van failing state tot emerging economy.

Ronduit fascinerend zijn de verhalen van Alphonse Muleefu over het proces van rechtvaardigheid en verzoening in Rwanda. Niet minder dan 26.000 lokale rechtbanken ‘Gacaca-courts’ werden opgericht om daders te berechten en verzoening met de slachtoffers weer mogelijk te maken. Dit jaar werden de laatste gacaca’s gesloten. Muleefu: ‘Na de genocide waren 125.000 Rwandezen in hechtenis vanwege hun betrokkenheid bij het geweld. Wanneer zij via de normale procedure waren berecht, had het meer dan 100 jaar geduurd voordat iedereen aan de beurt was gekomen.’

Wanneer presentator Ralf Bodelier ambassadeur Uwanyligira bevraagt aan de hand van een filmpje over de politieke situatie in Rwanda, stijgt de spanning in de zaal. Wat klopt er van de beschuldigingen dat de Rwandese overheid zonder enige vorm van proces tegenstanders vermoord in Congo? Verbergt zich al de slogan ‘we zijn geen Hutu of Tutsi meer, maar Rwandezen’ geen regering die volop door Tutsi wordt gedomineerd? Wat klopt van de beschuldiging dat de regering van president Paul Kagame zowel de pers als de politieke oppositie in de greep heeft en geen kritiek toestaat?

De antwoorden van de ambassadeur meanderen tussen de officiële politieke standpunten van Rwanda – Tal van Rwandezen zijn getraumatiseerd, er zijn nog steeds bedreigingen van voormalige genocidaires, ieder land heeft zijn mediawetten, onze nadruk ligt op eenheid en ontwikkeling- tot een persoonlijke stellingname. ‘Ik zou nóóit voor een overheid werken die mensen vermoordt’. En ‘ja, natuurlijk maken we fouten. Waar het op aan komt, is van deze fouten te leren’.

Zeventien jaar na de ramp, staat Rwanda er beter voor dan ooit en is hoofdstad Kigali een bruisende metropool. Maar het is en blijft een Afrikaanse stad, inclusief sloppenwijken en een snel groeiende bevolking waarvan een groot deel nog onder de armoedegrens leeft. Wanneer het aan de Rwandese overheid ligt, zal dat nog voor 2030 veranderen. Een filmpje over het ambitieuze Masterplan van Kigali toont een stad die in alles wedijvert met steden als Sjanghai of Dubai. Is die ambitie reëel? Ambassadeur Uwanyligira meent van wel. ‘Nú is dit Kigali nog een droom, maar we hebben dromen nodig. Wie niet droomt, heeft geen toekomst’.

Tekst:  Martin de Wolf, Fontys Hogescholen

Foto’s: Marloes Coppes

 

Zaterdag 10 december. Verborgen bestaan. Uitgeprocedeerd en zonder papieren, waar moet je dan naartoe?

Publicatiedatum: 27 juli 2009

Het strafbaar stellen van mensen zonder geldige verblijfspapieren is een schending van mensenrechten. Het is ook slecht voor de samenleving en dwingt mensen tot het leven van een verborgen bestaan. Een brede coalitie van maatschappelijke en religieuze organisaties, vakbewegingen, gemeentes en mensenrechten- en migrantenorganisaties roepen het kabinet op om deze plannen niet door te voeren.

Het Ronde Tafelhuis, Missionair Servicecentrum Tilburg en het Wereldpodium organiseren op 10 december tijdens de Internationale Dag van de Rechten van de Mens een film-forumavond over illegaliteit en mensenrechten.

18.00 uur: ontvangst
18.25 uur: start programma met een inleiding van Prof. dr. Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht
19.00 uur: aanvang film Illégal
21.00 uur: forumgesprek met Marjo Frenk, wethouder gemeente Tilburg (portefeuille asielzaken), Annemarie Busser van Amnesty International Nederland en Jakop de Jonge, Justitia et Pax. De gesprekken worden geleid door Ralf Bodelier.
22.00 uur: afsluiting van de avond door Lydia Verhagen van het Missionair Servicecentrum Tilburg.

Entree: 5 Euro.
Locatie: Het Ronde Tafelhuis, Haendellaan 40, Tilburg.
Klik hier voor meer informatie.

Verslag 24 december Wintervuur. Sfeervolle kerstavond met verhalen van migranten.

Publicatiedatum: 26 juli 2009

Kerstavond 2011 (19.30-23.00 uur). De tweede editie van Wintervuur: een sfeervolle ontmoetingsavond rond persoonlijke verhalen van migranten. Tussen oplaaiende vuurkorven en wereldmuziek treffen migranten, vluchtelingen, asielzoekers, expats en oorspronkelijke Tilburgers elkaar in de zalen, tuin en kamers van Theater De Nwe Vorst.

Met de indrukwekkende toneelvoorstelling As I left my fathers house van theatermaker Bright Richards (Liberia).  Cynthia van Soest (Ghana) verzorgde workshops Afrikaanse dans. Mahjongclub De Vier Winden nam bezoekers mee in de geheimen van dit Oosterse spel. De vertellers die hun persoonlijke verhaal met de bezoekers deelden waren:  Alphonse Muambi uit Kongo (auteur van Democratie kun je niet eten), Yasmine Allas uit Somalië (auteur van o.a. Ontheemd en toch thuis), Othman Aanannaz  ook bekend als rapper Oowtje Ananas (migrant uit Marokko), Homayoon Hakimi (vluchteling uit Iran) en activiste Mona Zhimin Tang (vluchtelinge uit China).

Wintervuur is een coproductie van het Wereldpodium en het  Huis van de Wereld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 30 november 2009: Wereldjournalisten op Koning Willem 2 College

Publicatiedatum: 22 januari 2009

In alle vroegte arriveren Meike de Jong en Ralf Bodelier op het Koning Willem II College aan de Tatraweg 80 te Tilburg. De zogenaamde “millenniumdag/avond” waarvoor de eerste stappen al in juni zijn gezet, kan beginnen.

wereldburgerschap-(4)wereldburgerschap-(13)wereldburgerschap-(15)

Van 8.30 – 10.10 uur, twee lesuren, krijgen de geselecteerde leerlingen uit leerjaar 2 een workshop “interviewen” van Meike en Ralf. Deze eerste groep bestaat voor ruim de helft uit jongens: 7 van de 12! Al snel blijkt dat niet alle afspraken door de collega’s zijn nagekomen: er zijn wat leerlingen bij die meteen aangeven ’s avonds NIET te kunnen komen in verband met ……….
Meike en Ralf hebben de workshop goed voorbereid. Zij zoomen met beelden en feiten in op het land Sierra Leone, op een stukje geschiedenis van het land en op het verschijnsel kindsoldaat. Te beginnen bij de Bijbelse David die Goliath versloeg tot en met Hezbollah en het 20-jarig jubileum van het Internationale Verdrag Inzake de Rechten van het Kind dat landen verbiedt mensen jonger dan 18 jaar te rekruteren.

wereldburgerschap-(18)wereldburgerschap-(21)wereldburgerschap-(22)

Meike leest ook nog een fragment uit “De wil om te doden” van Ginny Mooy voor.
Daarnaast leren de kinderen zogenaamde “open” vragen te formuleren, belangrijk om een gesprek gaande te houden. Én: verlies nooit uit het oog dat je interviewt voor het publiek! Leef je in en stel vooral boeiende vragen.
De kinderen krijgen ook nog wat achtergrondinformatie over de te interviewen gasten. Vervolgens wordt de groep verdeeld in drieën: elke groep bereidt mogelijke interviewvragen voor. Eén groepje vragen voor Hans Eenhoorn, één groepje voor Ginny Mooy en één groepje voor Lansana Juana.

wereldburgerschap-(24)wereldburgerschap-(25)wereldburgerschap-(27)

De groepjes oefenen het interviewen via het rollenspel: Meike en Ralf zijn de te interviewen gasten. De kinderen geven elkaar na afloop van elke ronde feedback. Meike en Ralf observeren goed en maken aan het einde van de workshop bekend welke leerlingen ’s avonds op het podium mogen. Die leerlingen worden in de loop van de middag terug op school verwacht.

wereldburgerschap-(28)wereldburgerschap-(37)wereldburgerschap-(40)

De workshop herhaalt zich nog twee keer:
Van 10.25 – 12.05 uur voor leerjaar 3, nog maar 4 jongens van de 12 leerlingen én van 12.35 – 14.15 uur voor leerjaar 4, met slechts één jongen op 12 leerlingen. De hoge verwachting van de native speaker uit de VS worden niet bewaarheid. De goede observaties van Meike en Ralf leiden tot de volgende selectie:
Lola Vogels uit MU2A: zij durft Lansana te interviewen in het Engels
Bart Ghering uit VT2C: hij durft het eerste deel van de avond te presenteren
Vera Hofstede uit H2A: zij mag Ginny interviewen
Bo Oprinsen uit VT3B: Lansana
Valerie v Duijn uit H3B: Hans Eenhoorn
Marieke Huijbregts uit V3B: Ginny
Layla Alizadah uit H4A: Hans Eenhoorn
Zoë Franz uit V4A: presentatie tweede deel van de avond.

wereldburgerschap-(47)wereldburgerschap-(52)wereldburgerschap-(53)

Bart en Zoë worden van 15.00 – 17.00 uur goed voorbereid op hun presentatie. Zij krijgen een hoeveelheid feitenmateriaal om van buiten te leren naast een robuuste training op de zogenaamde bühne met virtuele microfoon en de plaatjes van de PPP. Meike en Ralf zijn onvermoeibaar en maken de twee nog enthousiaster dan ze al waren. Geweldig!

Vanaf 17.00 uur komen de zes andere leerlingen erbij (Lola blijkt last te hebben van enige faalangst en wil zich terugtrekken. Ellen praat stevig op haar in. Na een kort telefoontje met haar ouders vat Lola toch weer moed….). Onder het nuttigen van broodjes en een cup à soup worden de vragen twee-aan-twee voorbereid. Het blijkt dat de leerlingen ’s middags onder andere in de boeken van Ginny zijn gedoken om zich goed in te leven. Wat een motivatie! Ilse meldt zich met de cadeautjes voor de gasten en ontfermt zich over de techniek. De eerste gasten en de jongens van de Hustle Kidz komen binnen. Allemaal ruimschoots op tijd. Er wordt gewerkt tot de laatste seconde: klokslag 19.00 uur begint Bart met een indrukwekkende opening: de dia met een foto van een kindsoldaat in actie in Freetown. De toon is meteen gezet voor het ongeveer honderd koppige publiek (waar gerekend was op 300…) Bart vervult zijn rol met verve: hij laat zien dat er een verband is tussen armoede en de kans op oorlog, dat éénderde van de kindsoldaten bestaat uit meisjes, dat éénderde jonger is dan 12 jaar en dat éénderde van de kindsoldaten gedwongen wordt. Alle tips van Ralf en Meike brengt Bart in de praktijk!

wereldburgerschap-(55)wereldburgerschap-(56)wereldburgerschap-(60)

Marieke en Vera vragen na een kort filmfragment van “Wit Licht” aan Ginny hoe ze op het idee is gekomen om zich te verdiepen in kindsoldaten. Een asielzoekerscentrum in de wijk waar Ginny destijds woonde blijkt de aanleiding. Marieke vraag naar de aanpak:”Praten, praten en nog eens praten. Aanvankelijk over van alles. Pas later gaan de jongeren vrijwillig vertellen over hun verleden als kindsoldaat. Je moet als buitenstaander eerst het vertrouwen winnen. Als je het vertrouwen eenmaal hebt gewonnen, is het fijn om je hart te luchten tegenover een buitenstaander. Die zal dat niet tegen je gebruiken.” Op verzoek van de leerlingen leest Ginny ook een stukje voor uit haar boek “De wil om te doden.” De leerlingen vragen zich tot slot af of Ginny niet bang was om bijvoorbeeld Generaal Bloeddorst te interviewen. Veel van de voormalig kindsoldaten zien er heel beschaafd uit en Ginny hoorde vaak pas na enige gesprekken over de gruwelijkheden. Een goed interview. Het publiek wordt goed geïnformeerd door het interview. Met name Marieke heeft als interviewster indruk gemaakt op het publiek.

wereldburgerschap-(64)De beurt is aan Lola en Bo. Een korte introductie aan de hand van een filmfragment van “Blood Diamonds”. Lola vraagt in het Engels aan Lansana hoe realistisch de twee filmfragmenten zijn. Lansana reageert erg fel: beide fragmenten zijn niet realistisch en wekken ten onrechte de indruk dat de kindsoldaten alleen maar met gruwelijkheden bezig zijn geweest, terwijl ze in de praktijk hele dagen door de jungle zwierven en bezig waren met overleven. Lansana is zelf op 14-jarige leeftijd vrijwillig het leger in gegaan, na de dood van zijn ouders. Het was voor hem dé manier om zijn leven op te bouwen. Zonder de ervaringen in het leger zou hij hier vanavond niet kunnen staan……. Lansana had een administratieve functie. De kinderen werden in het leger ook aangemoedigd om promotie te maken. Hij geloofde in de strijd. Het regeringsleger werd gezien als een soort burgerwacht: de eigen mensen beschermen tegen de rebellen. En de ergste ervaring? Zoveel! Vooral dat je moed moest tonen. Tegelijkertijd heeft hij nu nog veel vrienden uit die tijd. Voor Lansana heeft het geen impact meer. Hij kan nu alles vergeten, want hij is sinds een paar weken trotse vader van een dochtertje. Lansana wil “Conflicts” gaan studeren: “Wat kunnen conflicten overhoop halen?” Lansana vertelt ook dat hij het fijn vindt dat hij zijn ervaringen met ons mag delen. Nederland en Sierra Leone zijn volgens hem twee totaal verschillende werelden. Hij noemt bijvoorbeeld de aula waarin hij nu staat. Deze is nog luxer dan de omgeving waarin de regering van zijn land vertoeft. Tot slot vraagt Lansana nog aandacht voor de foundation “Mind to change”. Goed werk van Bo en Lola. Alles in het Engels!

Ralf gaat het publiek in: zijn er nog vragen? Jazeker: de opvallendste verschillen tussen NL en SL? Vooral de verschillen tussen de mensen! In SL wacht men niet op zijn beurt om bijvoorbeeld ergens op te reageren. In het openbaar vervoer neemt gewoon iedereen deel aan gesprekken die gevoerd worden. Iedereen bemoeit zich met iedereen in SL. Een oud-leerling, Erwin Boschmans vraagt naar een mogelijke samenwerking tussen ex-kindsoldaten in NL. Is het zo dat vooral de elite, met name de voormalig officieren, gevlucht zijn naar het westen? Men probeert samen te werken met organisaties uit verschillende Afrikaanse landen.

Een intermezzo: optreden van de Hustle Kidz en de ondertekening van het millenniumconvenant door wethouder Gon Mevis en rector Dick te Boekhorst. DOEL: AANDACHT VOOR MONDIALE BEWUSTWORDING!

Zoë komt op: presentatie van het tweede deel van de avond. Ze voorziet het publiek van feiten, cijfers! Weer meer mensen lijden honger, 1 miljard: meer mensen sterven van honger dan aan AIDS, TBC en Malaria samen. Wat kost het? Eén kind, één jaar voldoende te eten kost € 30,–!. Elke zes seconden sterft iemand van honger, Zoë telt…………….. (tegelijkertijd komt Mirjam Vossen met Hans Eenhoorn, de laatste gast, net op tijd, maar met enige hilariteit binnen). Fraaie dia’s en een wervelende presentatie.

Layla en Valerie starten hun interview met Hans Eenhoorn. Dat is helemaal niet zo eenvoudig. Hans Eenhoorn dreigt bijna een monoloog te gaan houden. Hij introduceert zichzelf: 32 jaar Unilever, marketing (het Magnum ijsje). Voorloper op het terrein van MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen; neemt deel aan de Global Compact) en onder de indruk van het rapport van de Club van Rome, 1972, nog steeds actueel! Unilever bedrijft al lang duurzame landbouw. Mag de ervaringen na zijn pensioen inzetten voor de UN Taskforce on Hunger. Een drieslag: schoolvoedselprogramma, kinderen volgen onderwijs, door lokale boeren geproduceerd. Lokale boeren worden ook gestimuleerd om te produceren voor de markt.
“Wat doet u in Ghana concreet?” De overheid voorbereiden om het schoolvoedselprogramma te laten slagen volgens het haltermodel: meer kinderen op school, beter gevoede kinderen kunnen beter leren en de kinderen worden gevoed door lokale boeren. Dat was tot nu toe nog nergens gelukt. Nu wel dankzij competente organisatie in Nederland en Ghana. Een platform waarin de ASN-bank, DSM, de Universiteit van Wageningen en TNO participeren. De Ghanese regering werkte ook al aan een voedselprogramma. Daar komt bij dat Ghana relatief democratisch is. Kosten zo’n € 30 mln.
(Hans Eenhoorn refereert nog even aan de term NGO’s en vraagt aan de interviewsters of zij weten wat dat zijn: “Vertelt u het maar”, is de scherpe reactie van Valerie.)
Wat heeft meneer Eenhoorn het meest geraakt? De blijdschap van de bevolking als een project slaagt én de waardigheid die de arme mensen als basiswaarde tonen: als je komt als gast delen de arme families wat ze hebben met je. Men maakt een feest voor de gast!
Is het doel bereikt? Nog niet. In 2010 zouden 1 mln kinderen gevoed moeten worden door 80 % locale productie. Er worden nu 600.000 kinderen gevoed via 25 % locale productie. Oorzaken: corruptie, logistieke problemen. Een oplossing lijkt dichterbij via het betrekken van de Ghanese gemeenschap in NL: de Ghanese diaspora (± 40.000 in NL) geeft meer dan de Nederlandse overheid. Daarbij moeten we ons realiseren dat in NL ongeveer 8 Ghanese koningen wonen. De organisatie schakelt de House of Chiefs in om succesvoller te opereren.
Wat zijn de beweegredenen van meneer Eenhoorn? Als je ooit mensen dood voor je ogen ziet neervallen, raak je écht gemotiveerd.
Layla en Valerie hebben de moeilijke taak, een interview met een ego als Hans Eenhoorn, goed volbracht.

De Hustle Kidz sluiten de fascinerende avond af. Er is voldoende stof tot napraten bij een niet-alcoholisch drankje.

Met dank aan Meike, Ralf, Ilse, de gasten, Jaap Bensing voor de lesbrief Nederlands én de acht leerlingen!
(Jammer dat slechts 100 mensen van deze avond hebben genoten. Wat kan de organisatie nog doen om de aula echt “vol” te krijgen? De Oversteek, interne propaganda, de lessen, de websites, het netwerk van de gemeente, alle hens leek aan dek voor de pr……………….)
Het Brabants Dagblad en het Nederlands Dagblad deden verslag van de avond.
Gilze,
28 december 2009,
Ellen van den Wijngaart- van Helvoirt,
werkgroep wereldburgerschap.

30 november 2009. Wereldpodium over Kindsoldaten – Willem II leerlingen debuteren als interviewer

Publicatiedatum: 21 januari 2009

childsoldiersOp maandag 30 november organiseert het Wereldpodium samen met het Koning Willem II College een bijzondere dag over deze kindsoldaten. Tijdens de lesuren krijgen een aantal leerlingen uit het tweede, derde en vierde leerjaar een speciale training in interviewen. Deze wordt verzorgd door Ralf Bodelier, journalist en presentator van het Wereldpodium en Meike de Jong, presentator bij Omroep Brabant.
(meer…)

15 december 2009. Minder vlees mevrouw, maar weet u ook waarom?

Publicatiedatum: 21 januari 2009

Wat staat met kerst op tafel? Een sappig hertenbiefstukje? Een lekker varkenshaasje? Een malse steak of gevulde kalkoen? ‘Fout’, roept de Club van Rome. ‘Vleesconsumptie leidt tot honger, verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering’. De Club wil eieren, een groenteburger of desnoods kip op uw bord. Vegetariërs: ze zijn niet enkel dierenvrienden. Ze zijn de redders der aarde. Denken ze. Maar is dat ook zo?
(meer…)

9 november 2009. Marc van Roosmalen: Held van de Planeet

Publicatiedatum: 20 januari 2009

roosmalenDr. Marc van Roosmalen: Tilburger van geboorte (1947) – Braziliaan van nationaliteit – briljant wetenschapper – belangrijkste kenner van het Amazonebekken dat hij blootsvoets doorkruiste – ontdekker van maar liefst twíntig nieuwe zoogdieren – onvermoeibaar activist voor het behoud van het regenwoud – met de dood bedreigd door belanghebbenden bij illegale houtkap – gedetineerd in een van de beruchtste gevangenissen van Brazilië – op de vlucht voor de Braziliaanse justitie – ondergedoken in Nederland dat weigert hem de status van vluchteling te verlenen – te gast in 013 op 9 november aanstaande. In 2000 riep Time Magazine hem uit tot een van de ‘Helden van de Planeet’. Ook met Daan Wensing, bioloog en bedrijfskundige (verbonden aan IUCN en TripleE) en Prof. dr. Frans Bongers hoogleraar (Landbouwuniversiteit Wageningen), gespecialiseerd in het herstel van tropisch regenwoud. Meer informatie via www.heldvandeplaneet.nl.

‘Marc van Roosmalen: Held van de Planeet’ is het eerste gezamenlijke programma van Tilburg Debatstad. Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen het Milieucafé, het Wereldpodium, het ScienceCafé, Brabant Balie en Studium Generale. De avond wordt opgeluisterd door Flor de Amor: melancholieke en opzwepende muziek uit Latijns-Amerika. De presentatie is in handen van Frans Post (Milieucafé) en Ralf Bodelier (Wereldpodium).

Datum: maandagavond 9 november
Tijd: 20.00-22.30u (ontvangst vanaf 19.30)
Locatie: popcentrum 013 Grote Zaal

1 november 2009. Eerste Peerke Donders lezing

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Feestelijk – Allerheiligen 2009 – Midi-Theater

Commissaris der Koningin prof. dr Wim van de Donk spreekt 1e Peerke Donderslezing uit.

pdlezingCommissaris van de Koningin prof. dr Wim van de Donk houdt op zondag 1 november 2009 de Eerste Peerke Donderslezing in het Midi-Theater in Tilburg. De Peerke Donderslezing is een initiatief van het Wereldpodium en wordt een jaarlijks terugkerend evenement.
Peerke Donders: Tilburger én Wereldburger. In 1809 geboren aan de Tilburgse Heikant als zoon van een arme huiswever. In 1887 overleden in een Surinaams melaatsendorp na een leven onder de allerarmsten. In 1982 werd Donders door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.
Peerke Donders: een man die sterk tot de verbeelding spreekt van de gewone Tilburger. En een man die verantwoordelijkheid nam voor mensen aan de andere kant van de we-reld. In 2009 viert Tilburg niet alleen de 200ste verjaardag van de stad, in 2009 herdenkt Tilburg ook de 200ste geboortedag van haar belangrijkste wereldburger.
Wim van de Donk 1Met de eerste Peerke Donders lezing start het Wereldpodium een traditie waarin Tilburg zich, in navolging van zijn beroemdste inwoner, opnieuw profileert als stad van weldenkende wereldburgers.
In zijn lezing zal de nieuwe Commissaris van de Koningin zich concentreren op de erfenis van Peerke Donders. Wat kunnen wij vandaag van hem leren? Waarmee weet de arme weverszoon ons nu nog te inspireren? Hoe kunnen Brabanders, in navolging van Peerke, Wereldburgers zijn?

Om drie uur start in het Midi-theater een programma vol gesprekken, film en muziek, dat haar afronding vindt in de lezing van Van de Donk. Want de eerste Peerke Donderslezing wordt omkleed met een rijk cultureel programma. Daarin spreekt Paul Spapens journalist en auteur van meer dan 30 boeken, over ‘de Tilburgse Peerke’. De al even productieve journalist en socioloog Herman Vuijsje zal daarentegen de ‘Surinaamse Peerke’ belichten.
Aan de hand van filmbeelden bespreken de documentairemakers Lout Donders en Ellen van Kempen fragmenten uit hun nieuwe film ‘Peerke Donders, zijn leven, zijn brieven’ die eind oktober in première gaat. Op de lezing van Wim Anna Chojnackavan de Donk reageert Anna Chojnacka, directeur van de 1%club en lid van de befaamde denktank Worldconnectors. Muziek is er van de Surinaamse Kasekoband Bradi Banti.

Door de middag leiden u Ralf Bodelier van het Wereldpodium en Meike de Jong van Omroep Brabant.
Reserveren dringend aanbevolen via het inschrijfformulier.

De Peerke Donders-lezing is een initiatief van het Wereldpodium en wordt mede mogelijk gemaakt door de Rabobank, Kerk en Wereld, het NCDO en Stichting Jacques de Leeuw.

Voor het bezoek aan het Peerke Donderspaviljoen van de Naastenliefde voorafgaand aan de lezing zijn helaas geen plaatsen meer beschikbaar.

Peerke Donders Lezing 2009
Door Commissaris van de Koningin prof. dr Wim van de Donk
Datum: Zondagmiddag 1 november 2009
Aanvang lezing: 15.00u (ontvangst vanaf 14.30u)
Waar: Midi-Theater Tilburg, Heuvelring 108
(13.00u vertrek bus vanaf Midi-theater naar Peerke Donderspaviljoen)

18 november 2009. Kindsoldaten: schieten of school? 20 jaar kinderrechten. En we zijn er nog lang niet.

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Wat doen die Afrikaanse kinderen met een Kalasjnikov? Wereldwijd zijn 250 duizend kinderen onder de wapenen. Daarvan vechten er 100 duizend actief mee, meestal in rebellengroepen in arme Afrikaanse landen. De overige 150 duizend dienen ook in gewone legers, bijvoorbeeld in dat van Birma. Of ze worden ingezet door de guerrilla’s in Nepal en door Palestijnse verzetsbewegingen tegen Israel.
Ooit waren kindsoldaten een normaal verschijnsel. In het Oude Testament diende de jonge David in het leger van koning Saul. In de middeleeuwen gingen kinderen op kruistocht. Napoleon stuurde zijn ‘little drummer boys’ naar de Slag bij Waterloo. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog zetten de nazi’s de Hitlerjugend in bij de verdediging van Berlijn. En in de jaren ’70 maakte Pol Pot duizenden kinderen tot moordenaar in de ‘Killing Fields’.
Precies 20 jaar geleden, in november 1989, aanvaardden de Verenigde Naties het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Daarin staat klip en klaar dat kinderen onder de 15 jaar ‘geen deel mogen nemen aan gevechtshandelingen’. Inderdaad neemt het aantal kindsoldaten sindsdien af. Vochten in 2004 nog 300 duizend kinderen, in 2009 zijn het er alweer 50 duizend minder.
hustle-kidz

Maar een kwart miljoen is nog steeds teveel. Waarom worden kinderen nog steeds niet goed beschermd? Wat moet gebeuren om daadwerkelijk een einde aan het verschijnsel te maken? Waarom dat niet gebeurd, en hoe het wel moet, daarover spreken onder meer Lansana Juana, voormalig kindsoldaat in Sierra Leone, Ginny Mooy, schrijfster van twee boeken over kindsoldaten die jarenlang in Sierra Leone woonde, Jan Bouke Wijbrandi, algemeen directeur Unicef Nederland en Sjoera Dikkers, directeur Defence for Children. Met optredens van de Hustle Kids, de nummer 1 Breakdance formatie in Nederland, beroemd van het programma Holland’s Got Talent. Presentatie Ralf Bodelier en Ilse Vossen.

Datum: woensdag 18 november
Tijd: 20.00-22.30u (ontvangst vanaf 19.30u)
Locatie: Studiozaal Theaters Tilburg, Louis Bouwmeesterplein 1 (ingang Schouwburgring)

9 juni 2009. Importbruiden. Een leven achter de gordijnen.

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Wellicht geloven ze dat het leven in Nederland één groot feest is. Misschien hopen ze uit hun armoede te ontsnappen. Wie weet, zijn ze echt verliefd. Veel keuze hebben ze echter niet, de 6000 importbruiden die jaarlijks naar Nederland komen. En eenmaal in Nederland, onder de hoede van hun schoonfamilie, lijkt hun vrijheid vrijwel verdwenen. Wanneer het leven in Nederland al een feest is, hún feest is het in elk geval niet.
Een van deze importbruiden was Hülya Cigdem die in 1990 op vijftienjarige leeftijd uit Ankara naar Tilburg verhuisde. Aanvankelijk verschilde haar leven in niets van het leven van de doorsnee importbruid. Een bestaan achter de gordijnen, geen contact met Nederlanders en volledig afhankelijk van haar man en schoonmoeder. Via naaiateliers en een cursus Nederlands in het buurthuis, werkte Cigdem zich echter op. Ze studeerde journalistiek en publiceerde vorig jaar het imposante boek ‘De Importbruid’. Daarmee leverde ze een onthutsend inkijkje in het leven van duizenden vrouwen achter de gordijnen in wijken als Tilburg-Zuid. De Importbruid is echter ook een knappe roman die waarschijnlijk zal worden verfilmd.
Vóór 2004 kwamen maandelijks gemiddeld 875 importbruiden naar Nederland. Dat waren met name Turkse en Marokkaanse vrouwen, veelal jong, arm en laag opgeleid die het Nederlands maar amper beheersten. Hun huwelijk werd gearrangeerd en eenmaal in Nederland leidden zij een bestaan in de marge.
In 2004 wierp minister Rita Verdonk een forse barrière op. Om een verblijfsvergunning te krijgen, moeten man én vrouw nu 21 jaar zijn. De ‘Nederlandse’ partner moet bovendien een ‘duurzaam’ en zelfstandig inkomen hebben van tenminste 120 procent van het minimumloon. Bovendien moet elke importbruid inburgeren.
Deze ingreep was succesvol. Het aantal importbruiden daalde althans met bijna 40 procent: van 875 tot een gemiddelde van 560 per maand. Maar de situatie waarin deze vrouwen verkeren, verbeterde maar amper. Zij bleven arm en afhankelijk. Bovendien blijken er nogal wat mogelijkheden om de strenge eisen te omzeilen.
Wie zijn het eigenlijk, deze importbruiden? Waar leven ze, hoe ziet hun verleden en hun toekomst eruit? Hoe denken zij over Nederland? En waarom steunen sommigen Wilders en Verdonk?

Met Hülya Cigdem schrijfster van ´De Importbruid’, die over haar eigen ervaringen verteld. Haar verhaal wordt vergeleken met de ervaringen van vier andere Turkse vrouwen. Verder zijn te gast: Ingrid Verhagen, directeur van het Centrum voor Buitenlandse Vrouwen en Erna Hooghiemstra, die met haar proefschrift ‘Trouwen over de Grens’ promoveerde op dit thema. Funk en rap is er van Hind Hakki, alias Double H.

Wanneer: dinsdag 9 juni
Tijdstip: 20.00-22.30u (zaal open om 19.30u)
Waar: Studiozaal Theaters Tilburg

21 april 2009. Rondom Joris Voorhoeve

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Een liberaal over oorlog, vrede en ontwikkelingshulp.

Meer dan 2000 Nederlandse militairen werken in het buitenland. In Afghanistan, in Bosnië, Tsjaad, Soedan, Burundi, Kosovo, Congo en Irak. Hun inzet wordt nauwlettend gevolgd door prof. dr. Joris Voorhoeve.

Ooit was Voorhoeve Minister van Defensie. Nu is hij lid van de Raad van State en hoogleraar in Leiden en Breda. Zijn specialiteit is ‘vredesopbouw na gewapende conflicten’. Ofwel: hoe maak je een land of regio weer leefbaar na een alles verwoestende oorlog?
Zeker is, zegt Voorhoeve, dat je er met militairen alléén niet komt. Ook voor ontwikkelingswerkers en ontwikkelingshulp is een belangrijke rol weggelegd. Voorhoeve, liberaal en prominent VVD’er, is dan ook niet gelukkig met de anti-hulp-koers die in zijn partij overheerst.

Op dit Wereldpodium ‘Rondom Joris Voorhoeve’ gaat hij in op recente missies van Nederland in Irak en Afghanistan en spreekt over de grote VN-macht in Congo.
Speciale gasten zijn een aantal militairen die onlangs zijn teruggekeerd uit Uruzgan.

Marsmuziek komt van drumfanfare De Groeseindse Jagers.

Datum: dinsdag 21 april 2009
Tijd: 19.30 -22.15 uur
Waar: Studiozaal Schouwburg Tilburg

Voorafgaande aan het Wereldpodium, in de middag van 21 april, spreekt Voorhoeve, samen met o.a. Jan Pronk op het symposium ‘Van Verzoening naar Vrede’ dat eveneens in Tilburg wordt gehouden. Deelname gratis. Klik hier voor meer informatie.

18 mei 2009. De grote Brabantse Europaquiz

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Locatie: Bois Le Duc zaal Provinciehuis den Bosch

Op donderdag 4 juni kunnen we weer stemmen voor het Europese Parlement. Populair zijn deze verkiezingen niet. Dat is opmerkelijk, want een groot deel van ons dagelijks leven wordt door Europa bepaald.
Wat weten we eigenlijk van de Europese Unie? Wat weten Brabanders over Brabant? En wat weten zij over de combinatie Brabant-Europa?

De finale in het Provinciehuis in Den Bosch, op maandag-middag 18 mei, is een speciale editie van het Wereldpodium. Quizrondes wisselen af met prikkelende vragen aan zes prominente kandidaten voor het Europese Parlement. En alles draait om één vraag: wat hebben we aan Europa?

Gasten zijn europarlementariers Toine Manders (VVD) Lambert van Nistelrooy (CDA) Jan Cremers (PvdA) Niels van den Berge (GroenLinks) Ivo Thijssen (D66) en Nicole van Gemert (SP).
Er zijn swingende optredens van singer-songwriter Sabine & band. De presentatie is in handen van Meike de Jong en Ralf Bodelier.
De Grote Brabantse Europaquiz wordt mogelijk gemaakt door de provincie Noord-Brabant en het Europafonds.

Speciaal voor inwoners uit en rond Tilburg organiseert het Wereldpodium gratis busvervoer van en naar Den Bosch. Vertrek vanaf centraal station Tilburg om 13.45u. Opgeven via inschrijfformulier.

Datum: Maandag 18 mei
Tijd: 15.00-18.00 uur stipt. (Zaal open om 14.00)
Waar: Provinciehuis Den Bosch, Bois le Duc-zaal
Entree: Vrij
Reserveren: Via inschrijfformulier
Routebeschrijving en parkeren: klik hier

12 mei 2009. Denk groot – ga micro

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Winst maken en goed doen, een gouden combinatie? De gedachte is eigentijds en populair: versla de armoede van twee miljard mensen met kleinschalig ondernemerschap. Bedrijven moeten de Bodem van de Piramide, (de BOP) benaderen met microdiensten en microproducten. Winst maken en armoede bestrijden gaan prima samen en traditionele ontwikkelingshulp kan worden afgebouwd.
De bekendste BOP-dienst is het microkrediet. Geef de armsten een kleine lening en ze slaan aan het ondernemen en klimmen zo uit hun ellendige bestaan. De afgelopen jaren kreeg het microkrediet gezelschap van het micro-pensioen, de micro-verzekering en de micro-franchise Zeer recent is microjustice: juridische dienstverlening aan de armen, met inzet van lokaal geschoolde mediators.
Bovendien groeit het aantal aanbieders van goedkope telefoons of goedkope verstelbare leesbrillen. Het enthousiasme over ondernemen in de BOP is groot, zowel bij bedrijven als ontwikkelingsorganisaties.
Het Wereldpodium stelt echter lastige vragen. Wat maakt deze ‘micro-aanpak’ eigenlijk zo populair? Helpt het nu ook om de armoede te verminderen? Maken bedrijven daadwerkelijk veel winst in de BOP? En zijn ‘winst maken’ en ‘armoedebestrijding’ werkelijk zo’n gouden combinatie?

Met Gert van Maanen (oud-directeur Oikocredit); Myrtille Danse (BoP Learning Lab) Toon Bullens (Interpolis) en Jin-Ho Verdonschot (Microjustice Initiative, Universteit van Tilburg).
Presentatie: Ralf Bodelier en Evelijne Bruning. Muziek van Jacques Palinckx en een speciaal micro-amuse-hapje uit eigen keuken.

Datum: Dinsdag 12 mei
Tijd: 20.00-22.30 uur stipt. (Zaal open om 19.30)
Waar: Studiozaal Theaters Tilburg
Entree: Vrij
Reserveren: Via inschrijfformulier

17 maart 2009. Jihad versus McPorn

Publicatiedatum: 20 januari 2009

De seksualisering van de wereld – en wat anderen eraan doen

Porno onder de muis, Deep Throat op de publieke zenders, een cursus paaldansen als alternatief voor een cursus macramé… de seksualisering van de Westerse samenleving lijkt onmiskenbaar.
Dat vindt een groeiende groep critici in Nederland. Zij hekelen seks ‘als een afhaalmaaltijd.’ ‘Lekker makkelijk, altijd beschikbaar en zonder dat je er veel moeite voor hoeft te doen.’ Ze veroordelen seks als product, mannen als pooiers en vrouwen als gebruiksvoorwerp.
Dezelfde kritiek klinkt al langer bij de talloze critici buiten de westerse wereld. In hun ogen toont de westerse seksuele moraal – of het ontbreken daarvan – hoe verloederd en dierlijk het westen is.

Voor fundamentalisten – van islamitische, joodse en christelijke huize – is deze kritiek op McPorn niet marginaal. Ze vormt de kern van hun afschuw van het westen. En ze zijn bereid om er iets aan te doen.

Sprekers zijn oa. de journaliste Myrthe Hilkens, auteur van McSex, Nicole van de Griendt filiaalmanager van de Tilburgse eroticawinkel Christine LeDuc, de filosofe prof. dr. Marli Huijer en de arabist dr. Jan Jaap de Ruiter.
Op de zeepkist: Wethouder Gon Mevis, (oa. Internationale Samenwerking) met nieuwe plannen en een nieuwe folder over Tilburg Wereldstad.
Presentatie: Meike de Jong en Ralf Bodelier
Muziek komt van het vrouwenkoor Des Unique. Acht dames met spannende liederen over lust, lichaam en liefde.


00000000000000000000000000000000000000000000000000
Dit podium is gehouden op dinsdag 17 maart 2009 in de Studiozaal van Theaters Tilburg.

Dinsdag 3 februari 2009. Lang leve de crisis?

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Het is crisis. Het zijn barre tijden. Niet alleen waait de gure wind van de financiële crisis, er is ook nog steeds een klimaatcrisis, een energiecrisis en een voedselcrisis.

Al deze crises, ze lijken met elkaar samen te hangen als symptomen van een op hol geslagen ‘casinokapitalisme’.
Een economisch systeem waarin het niet langer draait om welvaart en welzijn voor zoveel mogelijk mensen, maar om een ‘funny-money-game, om het maken van geld met geld, om speculatie ten koste van alles, en het vullen van zakken van zich onsterfelijk wanende bestuursvoorzitters’.

Dat schrijft prof. Arnold Heertje, de bekendste econoom van Nederland, in de Volkskrant van 10 januari 2009.
(meer…)

15 oktober 2009. Ontwikkelingshulp: tussen drogreden en sentiment

Publicatiedatum: 20 januari 2009


In oktober 2009 viert de officiële ontwikkelingshulp haar zestigste verjaardag. Dat is geen reden voor een feestje. Ten eerste omdat de hulp minder heeft opgeleverd dan gehoopt. Ten tweede omdat het debat over de hulp ondergaat in goedkope sentimenten en platte retoriek.
Aan de ene kant van het spectrum leven de emotiecampagnes van de hulporganisaties: filmpjes over getraumatiseerde kinderen in Sierra Leone en hongerige boeren op een uitgedroogde akker in Mali.
Aan de andere kant foeteren de hulpcritici. ‘Ontwikkelingshulp is te gênant voor woorden’ meent de rechtse Geert Wilders (PVV). ‘Hulp is een uitlaatklep voor superioriteitsgevoelens, zendingsdrang en hulpzucht’ meent zijn linkse concurrent Theo Ruyter (XminY).
Het debat over de hulp moet op een hoger niveau. Weg met de drogredenen en de sentimenten. Alleen feiten, harde argumenten en heldere analyses tellen. Op 15 oktober 2009 willen we het weten: helpt de hulp of helpt de hulp niet? Hoeveel geld komt terecht bij de armsten? Hoeveel gaat op aan overhead? Laat hulp de economie van arme landen groeien? En wat is de relatie tussen hulp en corruptie? Met onder meer: prof. dr. Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking. En Bram van Ojik, oud-ambassadeur te Benin en hoofd inspectie Ontwikkelingssamenwerking, Peter Nthenda, ontwikkelingswerker in Malawi en Rob van Mierlo, directeur COS Brabant. Muziek is er van Rag & Bone. Presentatie is in handen van Evelijne Bruning en Ralf Bodelier.

Deze aflevering van het Wereldpodium maakt deel uit van het 40-jarige bestaan van het COS Brabant, het Centrum voor Internationale Samenwerking. Vanaf 19 uur zal in de foyer van de Studiozaal een feestelijke borrel worden geschonken.

jpg-borrelpraatTevens wordt op deze avond de nieuwe publicatie van Mirjam Vossen ‘Voor bij de borrelpraat’ gepresenteerd. Vanzelfsprekend krijgt iedere bezoeker een exemplaar cadeau.
Datum: Donderdag 15 oktober
Tijd: 20.00u – 22.30 uur (Feestelijke borrel vanaf 19.00u)
Waar: Studiozaal Theaters Tilburg
Routebeschrijving: klik hier
Het is niet meer mogelijk om te reserveren. We kunnen geen (zit)plaats meer garanderen.



22 september. Rondom Ruud Lubbers. The Battle for Brains

Publicatiedatum: 20 januari 2009

Te gast op het Wereldpodium: Ruud Lubbers.
Dertig jaar lang gaf Lubbers Nederland vorm. Als parlementariër, als fractievoorzitter van het CDA, als minister van economische zaken en als minister-president. Vervolgens werkte hij vijf jaar lang als Hoge Commissaris van Vluchtelingen bij de Verenigde Naties. Vandaag wordt Lubbers op handen gedragen door idealistische jongeren. Want hij is een uitgesproken voorstander van een duurzame samenleving en fel tegenstander van de verkrampte Nederlandse omgang met immigranten.
Volgens Lubbers lijkt het nog steeds niet tot Nederland door te dringen. In de wereldwijde kenniseconomie woedt een ‘battle for brains’. Steeds meer landen stellen zich open voor goed geschoolde en leergierige migranten. Nederland blijft daarbij achter, maar ook hier moet het roer om. Wanneer zich talentvolle vreemdelingen melden, moeten we niet langer reageren met een ‘Nee-tenzij’ maar met een volmondig ‘Ja-mits’.
De belangrijkste speler is natuurlijk de Nederlandse overheid. Zij zal niet alleen de grenzen moeten open voor buitenlandse kenniswerkers en internationale studenten. Ze zal ook veel meer Nederlanders van Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse afkomst moeten betrekken bij onze de kenniseconomie.
Maar niet alleen de Nederlandse overheid, ook het Nederlandse onderwijs, van middelbare school tot universiteit, heeft een belangrijke rol. Nu wacht het onderwijs nog af. Het wordt echter tijd om een pro-actieve houding aan te nemen, om plannen te smeden en tot actie over te gaan om meer jongeren met een allochtone achtergrond binnen te halen. Want veel te veel talent blijft vandaag onbenut. En dat kan Nederland zich niet permitteren.

Gasten: Ruud Lubbers, Theo Dunnewijk (onderzoeker Universiteit Maastricht en CPB) Mohammed Chahim (Promovendus UvT) en Hiela Hadi (VWO-student Koning Willem II College).

Presentatie Ilse Vossen en Ralf Bodelier.
Intermezzo: saxofonist Mete Erker & contrabassist Eric van der Westen
Alle bezoekers ontvangen Ralf Bodelier’s recente boek Cosmopolitans. How International Students change Global Society, waarvoor Ruud Lubbers het voorwoord schreef.

In samenwerking met Studium Generale van de UvT

Datum: Dinsdag 22 september
Tijd: 20.00u – 22.30 uur (ontvangst vanaf 19.30u)
Waar: Studiozaal Theaters Tilburg
Routebeschrijving: klik hier

Verslag 18 mei 2009: grote Brabantse Europaquiz

Publicatiedatum: 19 januari 2009

Wie weet hoeveel officiële talen er in de Europese Unie zijn? Welk Europees land produceert de meeste windenergie? En herkent u het logo van de Europese Centrale Bank?
Met de verkiezingen voor het Europese Parlement in het vooruitzicht, organiseerde het Wereldpodium de Grote Brabantse Europaquiz. Door middel van debatten en een quiz hoopte het Wereldpodium Brabanders te informeren óver en te interesseren vóór Europa. Nadat Brabant in april door een krantenquiz werden uitgedaagd, vond op 18 mei de grote finale plaats in het Bossche Provinciehuis. Naast de vijf finalisten van de krantenquiz streed een 150 koppig publiek voor de finaleplaatsen. De hoofdprijs was een weekendje Brussel; de tweede prijs een weekendje Maastricht. Tussen de rondes van de quiz en de verschillende debatten verzorgde Sabine met haar band voor de muziek.

wp-18-5-09-1wp-18-5-09-2wp-18-5-09-3

Aanwezige politici waren Jan Cremers (PvdA), Niels van den Berge (GroenLinks), Lambert van Nistelrooij (CDA), Frank Verveld (VVD), Ivo Thijssen (D66), Nicole van Gemert (SP) en Arno Uijlenhoet (Newropeans). Eensgezindheid onder de Europese politici was ver te zoeken. Waar Van den Berge (GroenLinks) streeft naar een groene en bestendige economie, gokt Verveld (VVD) op een meer vrije markt. Uijlenhoet (Newropeans) wil burgers meer bij Europa betrekken, terwijl Cremers (PvdA) het vrije verkeer van EU-onderdanen wenst te bevorderen.

wp-18-5-09-11wp-18-5-09-16wp-18-5-09-17

Al evenmin bleek overeenstemming over de aanleg van een snelweg tussen Tilburg en ’s Hertogenbosch – onlangs uitgesteld omdat de Europese fijnstofnorm wordt overschreden – de Nederlandse aankoop van de JSF en het bevorderen van het gebruik van Europese symbolen als de Europese vlag of Europese volkslied. Van Nistelrooij (CDA) benadrukte dat de huidige weg tussen Tilburg en ’s Hertogenbosch een ‘truttige weg’ is die nodig vervangen moet worden, terwijl Van Gemert (SP) erop wees dat Nederland doorlopend al te weinig doet aan het verbeteren van de luchtkwaliteit.

wp-18-5-09-18wp-18-5-09-27wp-18-5-09-28

Cremers onthield zich van mening over de JSF omdat dit geen Europese kwestie is, wat door Verveld werd uitgelegd als het chronische onvermogen van de PvdA om beslissingen te nemen. De VVD greep het thema van de Europese symbolen aan om nog eens te benadrukken dat Nederland op de eerste plaats komt, terwijl D66 haar trots op Europa benadrukte. Nieuwkomer Newropeans hoopt de controle op de macht terug te pakken uit de handen van de Europese Commissie door meer bevoegdheden aan het Europese parlement te geven. De SP stelde dat Nederland tegen de Europese grondwet heeft gestemd en dus ook tegen een al te uitbundig gebruik van Europese symbolen.

wp-18-5-09-34wp-18-5-09-39wp-18-5-09-45

Ook in het publiek werd volop gediscussieerd. Zodra zich de mogelijkheid aandiende om met de Europarlementariërs in discussie te gaan, grepen velen deze ook aan. Uit de kritische vragen was duidelijk dat velen goed op de hoogte waren van wat zich in Europa afspeelt. Ook in de quizvragen scoorden de meesten verrassend goed, al sneuvelden velen bij de vraag door hoeveel EU-landen het Europese ‘lange afstands wandelpad’ liep. Daarbij was een kaart van Europa te zien waarop het pad stond aangegeven. Per abuis rekenden velen Zwitserland mee. Ook de vraag naar de hoogte van de Europese begroting bleek een killer question. Velen lieten zich waarschijnlijk misleiden door informatie van presentator Ralf Bodelier die benadrukte dat de Nederlandse begroting ongeveer 400 miljard euro bedraagt, en die van Frankrijk 800 miljard. Zij kozen dan ook voor het antwoord ‘1.340 miljard euro’ terwijl de Europese begroting met 134 miljard slechts een tiende hiervan is.

wp-18-5-09-47wp-18-5-09-48wp-18-5-09-50

Uiteindelijk gingen 10 mensen door naar de grote finale. Nu confronteerden Meike de Jong en Ralf Bodelier hen niet meer met meerkeuzevragen, maar met open vragen. Afvallers waren zij die het verst van het juiste antwoord zaten. Hoeveel films waren tijdens de laatste Oscaruitreikingen mede gefinancierd door het MEDIA Programma van de EU? (antwoord: 7) Hoeveel sterren staan er op de Europese vlag? (antwoord: 12) Hoeveel pagina’s Europese regels over cosmetica zijn er? (antwoord: 3500) De eerste prijs van de grote Brabantse Europaquiz ging naar Frans van Peperstraten. Marie-Louise van Mook werd tweede.

wp-18-5-09-51wp-18-5-09-53

Tekst: Joris van Gorkom, het Wereldpodium
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 22 september 2009: Ruud Lubbers over kennismigratie en allochtone studenten

Publicatiedatum: 19 januari 2009

Wereldpodium over kennismigratie en allochtone studenten

Brain drain, brain gain, brain strain en brain circulation

Een lange lijst erebaantjes, veel kennissen en bekenden, een elektrische auto en een voetballende kleinzoon (in Sevilla!) De bezoekers van het Wereldpodium van dinsdag 22 september kregen een inkijkje in de wereld van Ruud Lubbers, al jaren uit de Nederlandse politieke arena maar nog lang niet uitgeblust. “In de tachtiger jaren stond u bekend als een manager, nu meer als een idealist”, stelde presentator Ralf Bodelier. Lubbers zei die idealen altijd te hebben gehad maar ze nu wel meer te etaleren. Zijn belangrijkste boodschap: Meer ruimte voor migranten in een interculturele samenleving waar mensen worden ‘afgerekend’ op hun maatschappelijke participatie. Dus graag meer allochtonen in de besturen van sportclubs en verenigingen en bij de gedecoreerden op koninginnedag. Het woord ‘allochtoon’ is trouwens beladen want, aldus Ralf Bodelier, niemand noemt zich zo of vindt het leuk zo betiteld te worden. Ruud Lubbers, hoofdgast van dit Wereldpodium, sprak liever over migranten, mensen die hun huis en haard verlaten om ergens anders een bestaan op te bouwen.
wp 22-9-09 (4)wp 22-9-09 (6)wp 22-9-09 (8)

Kenniswerkers meer dan welkom
Die migranten zijn meer dan welkom als het kenniswerkers zijn, mensen met een goede opleiding die in een ander land gaan werken. Geen opleidingskosten, wel rendement, wie wil dat niet? ‘The battle for brains’ wordt deze wereldwijde kennismigratie wel genoemd. Nieuw-Zeeland doet het heel goed met 40% immigranten die met een hoge opleiding achter de rug, in dat land komen werken. Nederland speelt quitte in dit opzicht, met 10% immigratie tegen 10% emigratie van kenniswerkers. Onderzoeker Theo Dunnewijk presenteerde deze cijfers tijdens het Wereldpodium en lichtte de economische voordelen van selectieve immigratie toe. Van een brain drain naar een brain gain en een brain circulation. Ruud Lubbers vulde de cijfers aan met gegevens van het UAF (Stichting voor Vluchteling Studenten) waarvan hij voorzitter is. Jaarlijks ronden zo’n 300 studenten die als vluchteling naar Nederland komen, hun studie af. ‘Diversiteit is positief’ aldus de voormalig commissaris van de vluchtelingen, ‘Een divers gezelschap leidt tot meer creativiteit en vitaliteit.’
wp-22-9-09-(11)wp 22-9-09 (13)wp 22-9-09 (14)

Jonge studenten
De eerste avond van alweer het derde seizoen van het Wereldpodium, was het volle bak. Voor het eerst moesten mensen die naar binnen wilden, worden teleurgesteld. Deze avond werd mede georganiseerd door Studium Generale en trok naast de vertrouwde groep wat oudere bezoekers ook een behoorlijk aantal jongeren uit de Tilburgse onderwijsinstellingen. Behalve Lubbers kwamen drie jonge Tilburgse studenten aan het woord. Zij belichtten het tweede thema van de avond: ‘Allochtone studenten in het hoger onderwijs’. Als voorzitter van het stichtingsbestuur van de Universiteit van Tilburg had Ruud Lubbers trouwens ook met dit thema bemoeienis.
wp 22-9-09 (20)wp 22-9-09 (24)wp 22-9-09 (29)

Zure melk
Voor de pauze is het podium exclusief voor de oud-premier met Rotterdamse wortels en een internationale betrokkenheid. Ongedwongen geeft hij zijn analyse van de Nederlandse en Rotterdamse samenleving van de laatste jaren. “De melk is zuur”, vat hij het beeld samen. “Integratie wordt uitgelegd als assimilatie, multicultureel staat veraf van intercultureel. De angst neemt toe, mensen worden onzeker en terughoudend. Alles wat vreemd en anders is, wordt als bedreigend ervaren.” Lubbers ziet de oplossing in participatie. Meedoen in de samenleving voorkomt ergernis en verhoogt waardering. Vandaar zijn pleidooi om asielzoekers snel Nederlands te laten leren en te laten participeren zodat ze kunnen laten zien de moeite waard te zijn voor onze samenleving. Dat hij met dit standpunt uit de pas loopt met zijn partij het CDA, wuift de oud-politicus weg. ‘Het CDA is een partij van bestuurders, die moeten alles zorgvuldig afwegen, aan dit soort standpunten zijn ze nog niet toe.’
wp 22-9-09 (33)wp-22-9-09-(36)wp 22-9-09 (37)

Verzorgingsstaat
Ook heel ongedwongen is Lubbers in zijn typering van Nederland. “Het is hier meer een verzorgingsstaat dan een prestatiemaatschappij. We zijn nogal lui maar weten dat aardig te compenseren omdat we wel een drive hebben en inventief zijn als het nodig is. Ook zijn we niet erg hiërarchisch, het is hier soms een behoorlijk rotzooitje.”
En voor er nog meer heilige huisjes sneuvelen, is het tijd voor de pauze met dit keer een pauzehap die er goed ingaat bij internationale studenten en bij de bezoekers van het Wereldpodium: een warme, krokante minipizza.

Samenspel
Misschien moeten we de kunst van het intercultureel samenleven afkijken van saxofonist Mete Erker en contrabassist Eric van der Westen. Nauwkeurig naar elkaar luisterend, met plezier lettend op het spel van de ander en daar subtiel op inspelend, zorgen zij voor twee fijnzinnige muzikale bijdragen aan het Wereldpodium. Een demonstratie van wat handen kunnen bewerkstelligen als ze licht de kleppen en de snaren beroeren en samen precies het goede ritme en tempo bepalen en bewaren.
wp 22-9-09 (38)wp 22-9-09 (40)wp 22-9-09 (41)

Successtories
Een 24-jarige promovendus van Marokkaanse afkomst die zich bezighoudt met de stabiliteit van de Nederlandse dijken, een 17-jarige Antilliaanse die op haar 7e niet anders deed dan vechten en tegenwoordig debatwedstrijden wint en een 16- jarige Afghaanse die van huis uit al twee talen spreekt en in twee jaar schakelklas ook nog vloeiend Nederlands heeft geleerd en nu op het VWO zit. Zij zitten na de pauze op het Wereldpodium en kijken zelfbewust de zaal in. ‘Wat is jullie geheim?’ vragen Ralf Bodelier en Ilse Vossen aan hen. Want in Nederland doen allochtone jongeren volop mee in het onderwijs maar zijn hun resultaten minder goed dan die van Nederlandse leeftijdgenoten. “Ouders die stimuleren en het belang van hoger onderwijs inzien, eigen ambities en een goed project op school zoals het PIT (Promotieteam Intercultureel Talent) op het ROC Tilburg”, noemen de jongeren als succesfactoren. “Jezelf niet naar beneden halen”, zegt ROC-studente Jelissa Koolman overtuigd, “Zelfvertrouwen uitstralen en je niet laten ontmoedigen.”

Lange route
Opnieuw vult Theo Dunnewijk het gesprek aan met onderzoeksgegevens. Allochtone jongeren kiezen opvallend vaker voor de lange onderwijsroute (VMBO-MBO-HBO-WO). Dit kost hen meer leerjaren en meer overstappen met alle uitvalrisico’s van dien. Vergelijkend onderzoek met andere Europese landen laat zien dat in Zweden, Frankrijk en België, met algemeen vormend onderwijs tot 15 jaar, veel meer allochtonen meteen doorstromen naar het VWO. De overstap in Nederland met 12 jaar komt voor veel allochtonen blijkbaar te vroeg. Nog een ervaringsgegeven komt van de directeur van de Tilburgse School voor Journalistiek. Deze HBO-opleiding wil meer allochtone studenten opleiden, er is ook vraag naar hen vanuit de media, maar slaagt er niet in om dat percentage te verhogen. Van de 900 studenten zijn er jaarlijks zo’n 15 allochtoon en dat aantal daalt. Promovendus Mohammed Chahim weet dat veel allochtone studenten kiezen voor studies ‘met status’’ zoals economie en rechten en minder belangstelling hebben voor culturele werkterreinen als journalistiek. Zelfs is hij ook gefrustreerd dat hij als aio zo weinig verdient en daardoor een minder gewilde huwelijkskandidaat is. ‘Het is niet te verteren dat je vrouw meer zou verdienen dan jij!’

Nieuwe kosmopolieten
Een battle for brains of een battle for gains? Uit de getuigenissen van de internationale studenten in het boekje ‘Cosmopolitans, How international students change global society’ –uitgereikt bij de uitgang van het Wereldpodium- blijkt dat beide het geval is. Jonge studenten uit de hele wereld trekken naar Nederland, in dit geval naar Tilburg, en ervaren aan de lijve wat het betekent om wereldburger te zijn. Dat brengt worsteling met zich mee, winst en ook verlies maar in ieder geval waardevolle ervaringen die mensen graag met elkaar delen, bijvoorbeeld op een Wereldpodium.

Tekst: Marianne Dagevos
Marcada Project en Tekst, www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 3 februari 2009: ‘Lang leve de crisis?’

Publicatiedatum: 19 januari 2009

‘Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist’, staat op één van de deuren in het damestoilet. In de Studiozaal zitten twee heren die niet de indruk maken slecht geïnformeerd te zijn en toch een matig tot groot optimisme uitstralen. Het onderwerp is de economische crisis en diverse andere crises die onze planeet teisteren en de heren zijn twee vooraanstaande economen: Arnold Heertje, aangekondigd als ‘godfather’ van de economische wetenschap en Marcel Canoy, hoogleraar economie en tot voor kort actief in een denktank van Eurovoorzitter Barroso.

Economische Emile Ratelband
Met tweehonderd toehoorders zit de Studiozaal van de Tilburgse schouwburg tjokvol. Iedereen is benieuwd hoe de hoogleraren economie denken over het verloop van de verschillende crises en hoe zij kunnen worden opgelost.
Canoy zet eerst een paar misverstanden recht: economen kunnen niet de toekomst voorspellen noch een crisis oplossen. Wel kunnen zij wetmatigheden analyseren en daarover een advies uitbrengen. Na de pauze levert dit punt een vraag op uit het publiek:wellicht is er ook sprake van een ‘economencrisis’: jaarlijks studeren immers honderden economen af en vinden hun weg naar de arbeidsmarkt maar de economie gaat daar niet van floreren.
Nestor Heertje stelt op zijn beurt: “Een crisis; ik heb dat idee nooit gehad. Wat er nu in de wereld gebeurt, heeft zoveel positieve kanten dat we over enkele jaren zullen spreken van het tijdperk vóór en dat na de crisis.”

wp-3-2-09-4wp-3-2-09-6wp-3-2-09-8

Canoy voelt er niet veel voor zich te afficheren als een economische Emile Ratelband maar constateert wel dat in crisistijd beleidsvoorstellen sneller worden uitgevoerd. Tegelijk kan een crisis ook aanleiding zijn voor protectionisme en kartelvorming.

‘No future’
Presentator Ralf Bodelier wisselt zijn vragenvuur af met clips en vraagt de deskundigen de crisissituaties met elkaar te vergelijken. We zien hoe in de Dreigroschenoper (jaren ’30) de perverse kapitalist Mack the Knife bezongen wordt en hoe de Sex Pistols het in 1977 uitschreeuwen: ‘No future’. Is kapitalistisch machtsmisbruik of een stemming van moedeloosheid en lamlendigheid, ook nu aan de orde? Een beetje wel en toch weer anders, vinden de economen. Heertje spreekt van de actuele ‘dehumanisering van financiële transacties’ en Canoy wijst op het belang van de cultuur ‘waarin wordt ondernomen en geconsumeerd’. In een cultuur waarin ondernemen positief wordt gewaardeerd en de consumptie direct gekoppeld is aan behoefte, kan een crisis positief uitpakken. Dat ligt anders voor ontwikkelingslanden waar de problemen op korte termijn verergeren, volgens professor Heertje. Voor de langere termijn ziet hij wel wat lichtpuntjes vooral als problemen meer gecoördineerd worden aangepakt en de mondiale oriëntatie bij burgers en bestuurders toeneemt.

wp-3-2-09-13wp-3-2-09-17wp-3-2-09-21

Kortom, door de druk van de crisis/crises zijn er wel tekenen van een ‘nieuwe wereldorde’ te bespeuren maar het kan nog alle kanten opgaan, concluderen de economen die eerder nog beweerden de toekomst niet te kunnen voorspellen.

wp-3-2-09-23wp-3-2-09-24wp-3-2-09-27

Communiceren met muziek
Alle sprekers van het Wereldpodium van 3 februari kregen te maken met de Roemeense accordeonist Roman Romica die met een glimlach om de mond op het podium verscheen en ongenaakbaar hun verhaal onderbrak en overstemde met zijn weemoedige deuntjes. De straatmuzikant verstaat geen woord van die druk pratende Nederlanders dus hij communiceert, effectief, met zijn muziek en zijn vriendelijke ogen. De Wereldsnack in de pauze is dit keer sober gehouden: een stukje gebakken spek op roggebrood.

Het tweede deel van de avond start met een spreker op de zeepkist. Marcel Scheurs van COS Brabant vult dit nieuwe Wereldpodiumonderdeel in. Hij roept het publiek op een manifest samen op te stellen over de welvaartscrisis. Belangstellenden om mee te denken en te schrijven, kunnen zich bij hem melden.

wp-3-2-09-28wp-3-2-09-30wp-3-2-09-32

Duurzaam consumeren belonen
Daarna is het de beurt aan Frans Otten van Tendris om de waarde van duurzaam ondernemen te onderstrepen, juist in tijden van crisis. Tendris is een aanjaagbedrijf voor duurzame producten en diensten tegen concurrerende prijzen. ‘Als je duurzaam wilt consumeren, moet je daarvoor worden beloond en niet gestraft’, aldus de ondernemer in streepjespak en met blonde kuif. ‘De crisis helpt mensen om te rekenen en dan gaan ze slimmer inkopen’, weet Otten. ‘Wij motiveren de industrie om duurzame producten te maken met meer marge.’ Met behulp van sheets brengt Otten zijn verhaal met overtuiging en aplomb maar hij krijgt toch een paar kritische vragen uit het publiek. “Als een ondernemer lampen verkoopt die 35 jaar meegaan, waar leeft hij dan van in de tussentijd?”

Principes of rendement
Marilou van Golstein Brouwers is directeur van de investeringstak van de Triodos Bank. In haar ‘elevator pitch’ legt ze de nadruk op de dienstbare rol van de bankier: spaargeld aantrekken en dat uitzetten bij ondernemers met wie je een langdurige relatie opbouwt. ‘Terug naar de kern’ vindt Van Golstein Brouwers en vasthouden aan je uitgangspunten. Dat dat wel eens lastig is, illustreert ze aan de hand van een situatie in Nicaragua. Een bank aldaar waarvan Triodos aandeelhouder is, is de enige financiële instelling in het land met liquiditeit. De directie wordt door de regering onder druk gezet om ook te investeren in bedrijven die buiten de Triodosdoelstellingen vallen. Hoe houd je dan vast aan je principes?

Vanuit de zaal komen vragen over die principes: de beleggingen van de Triodos Bank zijn weliswaar volkomen transparant en duurzaam maar het gaat wel om een heel klein aandeel van de grote beleggingsmarkt. Giganten als ABN-Amro kunnen heel wat meer ‘verschil’ maken als zij duurzamer gaan beleggen. Bovendien zou duurzaam beleggen het hoogste rendement moeten opleveren. Medewerkers en oud-medewerkers van genoemde grote bank melden zich: Triodos heeft zeker een functie als voortrekker en luis in de pels maar de grote banken laten zich voorlopig nog leiden door rendement. Of de glimlachende accordeonist ook last heeft van al deze prangende vragen, zullen we niet weten. In ieder geval sluit zijn muziek een spetterend Wereldpodium af met actuele dilemma’s en originele meningen. Voor de vertrekkende gasten is er bij de uitgang interessant leesvoer om de thema’s van de avond verder uit te diepen: ‘Echte economie’ van Arnold Heertje wordt uitgedeeld, een cadeautje mogelijk gemaakt door de Triodos Bank.

Tekst: Marianne Dagevos, Marcada Project en Tekst www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 15 december 2009: ‘Minder vlees, u weet wel waarom’

Publicatiedatum: 19 januari 2009

‘Minder vlees mevrouw, weet u ook waarom?’

Lang leve onze veestapel: over sojabonen, varkensflats, methaangas, melkpoeder en kunst

In een week waarin weer groep Nederlandse veehouders geconfronteerd wordt met een grootscheepse ruiming van hun dieren, komt het Wereldpodium met een hoogst actueel thema, namelijk Vlees en onze Vleesconsumptie. In de 25e editie (alweer) van het podium is het opnieuw volle bak in de Tilburgse Studiozaal. Veel bezoekers maar ook veel sprekers, veel muziek, veel hapjes en veel info over een onderwerp dat uiteenlopende emoties oproept. De schadelijke gevolgen van vleesconsumptie liggen voor het oprapen maar het aantal vegetariërs in de wereld komt niet boven de 6% en dat is dan grotendeels te danken aan de vele vegetarische Hindoes in India.

wp-15-12-09-(2)wp-15-12-09-(5)wp-15-12-09-(7)

Weinig aanhangers
De bezwaren tegen massale vleesproductie zijn langzamerhand wel bekend: CO2 emissie van de veestapel, dieronterende situaties in de bio-industrie, kap van regenwouden voor sojaplantages en dreigende voedselschaarste als steeds meer mensen vlees gaan eten. Desondanks, wist presentator Ralf Bodelier te melden, heeft de vegetarische levensstijl nooit veel aanhangers gekregen (zo’n 800.000 in Nederland) en is het eerste wat mensen doen als ze welvarender worden: meer en beter vlees kopen.

De vijf sprekers hadden hun lievelingsrecept doorgegeven en de bezoekers van het Wereldpodium zagen dat vanonder vier van de vijf stolpen een vleesgerecht tevoorschijn kwam; van orgaanvlees tot varkensvlees van de Keurslager en van bief van Nederlandse herkomst tot spekjes. Alleen Niko Koffeman, senator van de Partij voor de Dieren en vervanger van Marianne Thieme, had gekozen voor een quiche met paprika en paddestoelen.
wp-15-12-09-(11)wp-15-12-09-(12)wp-15-12-09-(15)

Boeren, winden, schijten
Het verhaal van Koffeman en zijn partij is duidelijk: de veehouderij is de belangrijkste veroorzaker van de CO2 emissies. 40% van het broeikasgas is direct of indirect toe te rekenen aan de vleesproductie en daarmee is deze sector de grootste schuldige. Bodelier waagde het om deze toerekening te betwijfelen want wat te denken van onze auto- en vliegtuigkilometers en de uitstoot van de kolencentrales? Tussen de discussie door zagen we vrolijke animaties uit Meat the Truth, de film die Marianne Thieme de volgende dag in Kopenhagen zou presenteren. De vrolijke en vriendelijke dieren boeren, winden en schijten erop los en dat draagt allemaal bij aan de opwarming van de aarde. Toch is dat punt over het algemeen niet het belangrijkste bij onze bedenkingen bij de vleesproductie. Veel gevoeliger liggen kwesties als ‘varkensflats’ en ‘ruiming van gezonde of zieke dieren’.
wp-15-12-09-(18)wp-15-12-09-(22)wp-15-12-09-(23)

Gesloten kringloop
Jan-Willem van der Schans van het LEI vond ook het dat de Nederlandse veehouderij ‘uit de hand was gelopen.’ Met 30 miljoen geslachte varkens en 10 miljoen geslachte konijnen per jaar, heeft Nederland wel erg veel productie op weinig vierkante kilometers. Bovendien is de keten tussen de veehouder en de consument vaak onnodig lang en ingewikkeld geworden. Kortere kringlopen, was zijn pleidooi en hij illustreerde dit met het idee van een varkenshouderij dichtbij de stad. “Varkens kunnen goed in de stad leven”, vertelde de landbouwwetenschapper, “Ze kunnen voedselresten van horeca en huishoudens eten en hebben geen grote wei nodig. Een varkensflat met een balkonnetje is voldoende.” Uit onderzoek is gebleken dat als de voedselresten van een stad naar de varkens gaan, er dan voldoende varkens gehouden kunnen worden om alle inwoners maandelijks van een stukje vlees te voorzien. Een gesloten kringloop dus, inclusief vleesconsumptie.
wp-15-12-09-(27)wp-15-12-09-(33)wp-15-12-09-(34)

Alles bruikbaar
In haar bijzondere kunstproject ‘Pig 05049’ laat Christien Meindertsma zien dat  het varken behalve vlees ook grondstoffen levert voor nog zo’n 150 andere producten, zoals medicijnen, fotopapier, kauwgum, crèmespoeling en biodiesel. Alles van een varken is bruikbaar en het dier is niet alleen onderdeel van een grote industriële keten maar ook ontdekt als kunstobject. Behalve het varken hebben ook het paard, de poes, de koe en andere dieren een hoofdrol in de expositie ‘Meating’ die op 15 december vlak voor het Wereldpodium geopend werd. Deze tentoonstelling is een initiatief van kunstenaar en fotograaf Tineke Schuurmans, zelf ook gefascineerd door vlees. Tijdens het Wereldpodium waren beelden van een paar geëxposeerde werken te zien. Beeldend kunstenaar Tinkebell toont het handtasje dat ze maakte van haar zieke kat nadat die overleden was. Het leverde haar meer dan 1000 hatemails op. Mieke Smits toont filmpjes van liposuctie. Het vet dat mensen laten verwijderen, kan worden bereid tot voedsel voor de Derde Wereld. Al 8000 mensen meldden zich bij de kunstenaar om hun vet beschikbaar te stellen…
wp-15-12-09-(37)wp-15-12-09-(38)wp-15-12-09-(40)

Efficiency en dierenwelzijn
Presentator Meike de Jong, zelf vegetariër maar wel met vis, ging op bezoek bij melkveehouder Pierre van Oort in Biest-Houtakker. Pierre heeft een hypermodern bedrijf waar de koeien vrij rondlopen in de stal en zelf bepalen wanneer ze gemolken willen worden. Alles is gericht op efficiency en dierenwelzijn want alle melk van deze veehouderij gaat, verwerkt tot melkpoeder, regelrecht naar Saoedi-Arabië. Zo’n 1,9 miljoen liter per jaar leveren de 200 melkkoeien van Van Oort maar de kinderen uit Tilburg of Biest-Houtakker drinken daar geen beker schoolmelk van. De efficiënte productie heeft een keerzijde, de eisen aan voedselveiligheid zijn zo hoog dat kalfjes na een dag bij hun moeders worden weggehaald . De kans op besmetting via de kalfjesmonden is te groot. Dit verhaal levert een discussie op tussen de sprekers of je dieren met mensen mag vergelijken en op welk niveau van welzijn dierenwelzijn eigenlijk zit.
wp-15-12-09-(41)wp-15-12-09-(44)wp-15-12-09-(47)

Groene Stroomprincipe
Voor het laatste thema komt Gert van de Bijl aan het woord, soja-expert bij Solidaridad. Hij benadrukt dat soja een prachtig, veelzijdig en eiwitrijk product is dat verwerkt wordt in zeker 60% van onze levensmiddelen. Het probleem is de massale sojaproductie in landen als Brazilië, ten koste van regenwoud en gemengde landbouw. De soja wordt grootscheeps geïmporteerd naar China en Rotterdam. Nederland is de tweede soja-importeur ter wereld en het meeste gaat op aan veevoer voor koeien en kippen. Solidaridad heeft eerst geprobeerd via eerlijke handel een stroom duurzaam geproduceerde soja op de markt te brengen maar dat bleek niet concurrerend te krijgen. Daarvoor is de reguliere stroom te massaal. Nu wordt het Groene Stroomprincipe toegepast: afnemers zoals Campina, Beemsterkaas en Ben&Jerry betalen voor de productie van duurzame soja en deze wordt, vermengd met de ‘gewone’ naar Nederland geïmporteerd. Blijkbaar het hoogst haalbare op dit moment. Ook deze informatie levert reactie op van de andere sprekers. Hulde voor bedrijven als Campina die hun nek uitsteken en afkeuring voor de manier waarop wij nu ons vlees betalen. “De maatschappelijke kosten van vleesproductie worden niet doorberekend en de bio-industrie wordt via Europese programma’s zelfs gesubsidieerd”, meent Niko Koffeman en dat levert hem applaus uit de zaal op.
wp-15-12-09-(48)wp-15-12-09-(50)

Klokkenluider
De uitsmijter van de avond komt ook uit de zaal. Een mevrouw vertelt dat zij de opnamen heeft gemaakt van nog levende biggen in een destructieton bij een Brabantse varkensmesterij. Die ton was bestemd voor destructiebedrijf Rendac in Son en zou alleen dode dieren bevatten. Haar opnamen zijn uitgezonden op Omroep Brabant maar zouden een incident betreffen. De mevrouw weet te melden dat een ‘klokkenluider’ van Rendac heeft verklaard dat het veel vaker voorkomt dat er nog levende dieren in de destructietonnen van veehouderijen zitten. Een pittig bericht in deze tijden van ruimingen en dierenleed.

Goed voornemen
Aan het eind van de avond komt het goede voornemen voor 2010 van Ralf Bodelier: het Wereldpodium blijft in 2010 interessante debatten organiseren en in de pauzes een snack aanbieden. Maar daarin zal geen vlees meer verwerkt zijn. Van de pauzehapjes van 15 december, deels gehaktballetjes, deels Meatless en deels vega-nuggets, konden de gehaktballetjes op de minste belangstelling rekenen. Nog een hapje voor de Tilburgse stadsvarkens?

Tekst: Marianne Dagevos, www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 12 mei 2009: ‘Denk groot, ga micro’

Publicatiedatum: 19 januari 2009

‘Als je aan micro wilt verdienen, ga dan naar Microsoft!’ roept Gert van Maanen tijdens het laatste Wereldpodium. Zelf ruilde deze ING-bankier in 1993 zijn gepantserde BMW met chauffeur in voor een directiepost bij Oikokrediet, een oecumenische bank voor de armen. “Toen ik voor het eerst van dat initiatief van de kerken hoorde, dacht ik: dat wordt niks!”, bekent hij ruiterlijk, “Maar toen ik later hoorde hoe relevant die microkredieten zijn, hoe sterk de organisatie is en hoeveel arme mensen dat geld gewoon terugbetalen, was ik om.”

wp-12-5-09-3wp-12-5-09-6wp-12-5-09-8

Rentepercentages
Micokredieten zijn inmiddels de bekendste en meest toegepaste vorm van ontwikkelingssamenwerking niet gebaseerd op hulp maar op transacties. Met Mohammed Yunus als inspirerend voorbeeld in Bangla Desh en Máxima als ‘godmother’, mag het microkrediet zich verheugen in een grote sympathie. “Microkrediet geeft perspectief”, legt Van Maanen uit op het Wereldpodium: “Het is bedoeld voor mensen die geen plan, geen vrienden en geen ondernemingszin hebben maar wel een gezin om te voeden. Dankzij het microkrediet lukt dat vandaag en misschien zelfs de hele week.”

wp-12-5-09-11wp-12-5-09-15wp-12-5-09-18

Het imago van het microkrediet kreeg wel een deukje toen na de pauze bleek dat de rentepercentages die arme mensen betalen, kunnen oplopen van 20 tot 80%. ‘Een schande’, vond één van de Wereldpodiumbezoekers.”Zakken vullen over de rug van armen heen.” Geduldig legde éminence grise Van Maanen uit dat microkredieten verstrekt worden in landen met een gierende inflatie en zonder banksysteem of pinautomaat. Dat maakt deze kredietverlening arbeidsintensief en kwetsbaar. “Mensen worden niet afgeschrikt door die rente”, voegde hij er nog aan toe, “Het gaat ze om de hoofdsom, daarmee kunnen ze iets realiseren wat anders nooit zou lukken.”

Op elkaar letten
Van microkrediet naar microverzekering is niet zo’n grote stap. Want wat beseft die arme boer net nadat hij met een microkrediet een koe heeft gekocht? Dat het dier kan doodgaan en alles dan weer van voren af aan begint. Toon Bullens beschikt over een jarenlange ervaring met microverzekeringen ‘als hulpmiddel om de economie verder te helpen’. In zijn bijdrage gebruikte hij het voorbeeld van een huisarts voor een kleine dorpsgemeenschap. De afzonderlijke gezinnen kunnen die medische hulp niet betalen maar met een contributiesysteem is een vast inkomen voor die arts te garanderen. “Kleine premies houden een samenleving draaiend en maken de individuele economische inspanningen relevant”, legde Bullens uit, “Bovendien gaan de mensen op elkaar letten.” Sinds kort is hij verbonden aan de Business Universiteit van Nyenrode om kennis en ervaring van hier en daar uit te wisselen.

wp-12-5-09-21wp-12-5-09-22wp-12-5-09-24

Uiterst kritisch
Mensen die van 1 of 2 dollar per dag kunnen overleven, zijn niet dom maar juist uiterst slim en inventief, benadrukten alle sprekers van dit Wereldpodium in navolging van C.K. Prahalad die het concept ‘Bottom of the Piramid’ lanceerde. Dit concept wordt verder uitgewerkt en beproefd in het BoP Learning Lab waar Myrtille Danse werkzaam is. Op 12 mei legde zij uit wat dit laboratorium doet. Samen met bedrijven en ontwikkelingsorganisaties worden BoP-producten en diensten ontwikkeld. Eenvoudige producten die bereikbaar zijn voor die enorme markt van zo’n 4 miljard mensen die met 1 tot 5 dollar per dag moet rond komen. Deze mensen zijn uiterst kritisch waar ze hun geld aan besteden. Tegelijk zijn er een aantal producten en diensten die bovenaan het lijstje staan. Myrtille Danse noemt: ‘Verlichting, schoon drinkwater, gezonde voeding en toegankelijke ICT.’ Een voorbeeld van een BoP-product zijn ontbijtjes met veel vitaminen die via scholen worden verstrekt. Dit soort producten kunnen door Unilever worden ontwikkeld en door plaatselijke partners worden verspreid.

wp-12-5-09-25wp-12-5-09-28wp-12-5-09-34

Hulp als investering
Uit het verhaal van Myrtille Danse blijkt dat in de praktijk ontwikkelingshulp en productontwikkeling voor nieuwe markten, niet zo ver van elkaar staan als verwacht. “Vaak helpen ngo’s om te investeren of bedrijvigheid op te starten”, wist zij te melden. “Dan gaat het sneller en met minder afbreukrisico.”

Prins bij de balie
Na de pauze toonden de presentatoren een aardige reclame van een BoP-product. We zagen een Indiaas meisje dat droomde van een carrière als stewardess maar werd afgewezen vanwege haar donkere huidskleur. Gelukkig zat de toegang tot haar geluk in een klein tubetje. Voor een luttel bedrag kon zij veel Ayurvedische kruidenkracht kopen waardoor zij snel veel tinten witter werd. Zo kwam alles nog goed mede omdat de prins van haar dromen de tweede keer bij de balie van de luchtvaartmaatschappij al op haar stond te wachten.
Wat vinden wij van dit BoP-product dat wel toegankelijk is voor brede lagen van de Indiase bevolking? De presentatoren Ralf Bodelier en Evelijne Bruning daagden publiek en deskundigen uit om hun mening te geven. “De consument beslist”, was de meest gehoorde reactie, “Dat ontslaat producenten natuurlijk niet van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

wp-12-5-09-35wp-12-5-09-38wp-12-5-09-41

Nieuw obstakel
Die vrouw die met een microkrediet een bestaantje heeft opgebouwd en met haar inkomsten wat BoP-producten kan kopen voor haar en haar gezinsleden, krijgt vervolgens misschien te maken met een nieuw obstakel. Haar man misgunt haar het succes en begint haar het leven zuur te maken. Zij kan niet naar een advocaat of een bureau voor rechtshulp stappen om een scheiding aan te vragen maar hoeft de situatie ook niet lijdzaam te ondergaan. Micro-justice is een nieuwe, laagdrempelige dienst gericht op de armen. Jin-Ho Verdonschot zit op het Wereldpodium om deze dienstverlening toe te lichten. De belangrijkste pijlers van Microjustice zijn op dit moment identiteitsregistratie en mediation. In veel ontwikkelingslanden is het duur (tot wel een half maandsalaris) en ingewikkeld om aan een paspoort te komen, tegelijk is zo’n document een voorwaarde voor legaal werk, eigendomsregistratie en voorzieningen. Door de aanvraag van paspoorten collectief en op afbetaling te regelen, kunnen meer mensen in het bezit komen van een ID-bewijs. Mediation kan worden bevorderd door lokaal geschikte mensen op te leiden en door bijvoorbeeld ‘sharing rules’ toe te passen bij echtscheiding, te verspreiden via de radio of via het web.
In alle gevallen gaat het om transacties die zo laagdrempelig mogelijk zijn maar waarvoor wel wordt betaald. Dat blijft een nog wat ongemakkelijke combinatie voor veel bezoekers van het Wereldpodium; geld verdienen met producten en diensten voor de allerarmsten. Toch zien velen de waarde wel in van die economische basis.

Micromuziekjes
Voor- en tegenstanders van de micro-diensten worden ondersteund of onderbroken door de sirenes, maagborrelingen, geluidssalvo’s en andere micromuziekjes die de hele avond geproduceerd worden door Jacques Palinckx achter zijn draaitafel. Net voor de pauze komt hij even van zijn platformpje af om ons te laten kennismaken met zijn microgitaar die hij op de vrijmarkt kocht voor het microprijsje van € 2,–. Daarna is het tijd voor een microhapje, een amuse met een kwartelei.

Macro-inspanningen
De deskundigheid spatte er weer vanaf op dit Wereldpodium over micro- (of macro?) inspanningen voor een betere wereld. Ook het publiek, ook dit keer een aardige mengeling van jong en oud, vertrouwd en nieuw, weerde zich goed om de voors en tegens van al die inspanningen af te wegen.

Tekst: Marianne Dagevos, Marcada Project en Tekst www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 21 april 2009: Joris Voorhoeve over militaire missies

Publicatiedatum: 19 januari 2009

Of je nu een avondje zit te zappen of met je ochtendkoffie en boterham met kaas een krant openslaat, Afghanistan lijkt aan de orde van de dag. Keer op keer gaat het over ‘onze jongens’ in Kamp Holland, over een gesneuvelde soldaat, of heeft er wel iemand een menig over de vooruitgang (of juist niet) die er in Afghanistan wordt geboekt. Maar Nederland zit niet alleen in Afghanistan. Op 22 april 2009 zijn precies 1.887 Nederlandse militairen op missie. In Afghanistan, maar ook in Bosnië, Irak, Soedan, Bahrein en de internationale wateren rond Somalië. Ook in het verleden wilde Nederland zich nogal eens mengen in militaire of humanitaire conflicten. Wat heeft Nederland daar te zoeken? Kan een klein land als Nederland wel iets uitrichten? Hoe kritisch moeten we zijn over voorbije en huidige missies? En wat zijn de effecten van deze missies op de locale bevolking en de militairen zelf?

21-4-09-421-4-09-821-4-09-10

Om deze vragen te beantwoorden, spreken we deze avond met 3 (ex) militairen die, de een wat meer recentelijk dan de ander, voor Nederland op missie zijn geweest. De missies waar het vooral om zal draaien zijn die in Nieuw Guinea, Bosnië en Afghanistan. Hoofdgast deze avond is Prof. Dr. Joris Voorhoeve, voormalig minister van Defensie tijdens de val van Srebrenica, en tegenwoordig Lid van de Raad van State, hoogleraar in Leiden en Breda en voorzitter van Oxfam Novib. Hij zal praten over missies van toen en nu en over de wederopbouw van voormalige oorlogsgebieden.

21-4-09-1121-4-09-1321-4-09-15

Gepaster had de avond niet kunnen beginnen: Drumfanfare De Groeseindse Jagers zet de avond in met de “Cadetten Defileermars”, waarna de militairen zichzelf voorstellen. Hierop opent Ralf Bodelier officieel het podium en schalt het officieuze volkslied “Brabant” van Guus Meewis door de zaal.

21-4-09-1821-4-09-1921-4-09-20

Voorhoeve bijt echt het spits af met een algemeen verhaal over zijn tijd als minster en daarna. Hij vertelt over de erfenis van zijn voorganger Terbeek die hem Srebrenica na heeft gelaten. Tijdens zijn ministerschap, van 1994 tot 1998, had hij met een flink aantal missies te maken. Bosnië en Rwanda springen natuurlijk direct in het oog, maar ook in Haïti en Cyprus waren er missies. Temidden van al deze missies werd hem opgelegd om 1 miljard te bezuinigen binnen defensie, een onderwerp wat later op de avond zeker nog ter sprake komt.
Voorhoeve is kritisch over de Nederlandse interventies, maar vindt dat ook gezond. Zijn oordeel? “Het militaire gedeelte gaat goed, maar de nazorg schiet tekort.” Hij vergelijkt een oorlogsgebied met een patiënt in een ziekenhuis. Wat Nederland doet is een chirurg op de patiënt loslaten, om hem vervolgens direct na de operatie buiten te schoppen. In 2 op de 3 landen waar oorlog heeft gewoed, breken binnen 10 jaar opnieuw conflicten uit. Over dit thema heeft hij ook twee publicaties op zijn naam staan, namelijk From War to the Rule of Law (2007) en Rechtsstaat in Ontwikkelingslanden (2008). Het allerbelangrijkste criterium voor naoorlogse stabiliteit is een goede rechtsstaat met instellingen voor vreedzame conflictoplossing. De economische situatie zal zich daarna automatisch stabiliseren.
Ook de rol van de VN en de kaders waarin Nederland militairen uitzendt, worden kort besproken. Wanneer kan, mag en moet je ingrijpen? In het kort: de VN moet ingrijpen wanneer mensenrechten geschonden worden, maar vanwege bureaucratie, belangenverstrengeling en het vetorecht van bepaalde naties is dit “makkelijk gezegd, maar moeilijk gedaan”.

21-4-09-2221-4-09-2321-4-09-24

Meike de Jong heeft een gesprek met Henk Willemse die spreekt over zijn ervaringen in Papoea Nieuw Guinea. Henk Willemse was nog nooit buiten de Nederlandse grenzen geweest toen hij in 1961 naar Papoea Nieuw Guinea werd gezonden als “rijksambtenaar” en 7 weken op de boot zat om vervolgens aan te komen in koppensnellersgebied zonder weten wat hij er precies moest doen. Voor hem is het een kwalijke zaak dat Nederland daar aanwezig was en er meer dan 100 man zijn gesneuveld in een missie die vanaf het begin af aan gedoemd wat te mislukken. Hij voelt zich nog steeds schuldig over de onmacht van Nederland en de loze beloften die de Papoea’s zijn gedaan. Dit schuldgevoel heeft hij omgezet in een NGO voor de Papoea’s. Voorhoeve nuanceert de situatie door te vertellen dat er zeker mensen geholpen zijn, maar dat Nederland niet op kon tegen Indonesië dat op dat moment ook door de VS werd gesteund.
Wanneer moet je nu echt ingrijpen en waar ligt die grens?, vraagt Ralf zich af. Voorhoeve denkt dat de rechtvaardigheid van ingrijpen soms alleen achteraf gemeten kan worden. Soms is het echter “stenen optillen die we alleen op onze voeten kunnen laten vallen” en slecht optreden is vaak zelfs slechter dan helemaal niks doen. Wat betreft Irak: enkel de toekomst zal het leren.

21-4-09-2921-4-09-36

Na de pauze met Libanese Falafels met knoflooksaus is het de beurt aan Bosnië-veteraan Willem Linders die lange tijd doorbracht in Bosnië. Tegenwoordig vormt hij een one-man hulporganisatie. Hij heeft “een stukje van zijn hart in Bosnië achtergelaten” en keer regelmatig terug naar een klein dorpje waar hij dat hervindt.
Hij benadrukt dat het kennen van de cultuur cruciaal is voor het slagen van een missie. Zo vertelt hij een verhaal over hoe hij met een simpel glaasje locale rakia vertrouwen weet te winnen. Afghanistanganger Bruns sluit zich daarbij volledig aan. “Gebieden veroveren en mensen doorschieten heeft geen zin. Je moet de mensen voor je winnen zodat de steun voor de Taliban verdwijnt.”

Natuurlijk wordt ook ‘hoofdpijndossier’ Srebrenica aangestipt. Wanneer de vraag uit het publiek komt wat Voorhoeve, wetend wat hij nu weet, anders zou hebben gedaan antwoordt hij: “Ik had nooit minister van defensie moeten worden” en lijkt dit semi-serieus te menen. Toch komt de politicus in Voorhoeve naar boven wanneer hij de zwarte bladzijde die Srebrenica heet nuanceert. De enclave was simpelweg niet te verdedigen met zo weinig mensen. Met ongeveer 400 blauwhelmen is weinig uit te halen tegen een overmacht en met name door de beeldvorming van de media heeft Nederland last van “valse zelfbeschuldiging”. Hij mag als voormalig minister nog niet overal over praten omdat het dossier nog niet verjaard is, maar sarcastische opmerkingen over luchtsteun die niet kwam en een Britse officier die “toevallig” op vakantie was toen het allemaal gebeurde, geven een donkerbruin vermoeden dat Voorhoeve hier nog niet over uitgepraat is en hebben hem een open uitnodiging voor een toekomstig Wereldpodium opgeleverd. Daarmee verlaat Voorhoeve (op de vouwfiets richting treinstation!) dit Wereldpodium.

De discussie is echter nog niet ten einde en ook Lodewijk Brus krijgt de gelegenheid zijn verhaal te vertellen. Hij is recentelijk teruggekeerd uit Afghanistan waar zijn werk, naar eigen zeggen, met name bestond uit theedrinken en bureaucratische obstakels overwinnen. Aldaar heeft hij “de eerste steentjes gelegd van de lange weg naar wederopbouw”. Meike vraagt zijn mening over de stelling “vechten wanneer het moet, opbouwen wanneer het kan”. Het antwoord luidt dat ‘opbouwmissie’ eigenlijk een slechte term is. “Er valt niks op te bouwen, want er is niks. We kunnen ook niet verwachten dat wij daar wel even orde op zaken komen stellen. Een dergelijke drastische cultuurverandering in 20 jaar moet je niet eens willen, want dat kan niet.”

Nog even heeft het publiek de kans om de militairen vragen te stellen. De twee hoofdthema’s zijn training van de manschappen en het verwerken van de ervaringen. Bruns en andere ervaringsdeskundigen uit het publiek benadrukken dat de training tegenwoordig goed en zeer uitgebreid is. Ook de vrouw van Willemsen komt aan het woord over haar ervaringen met haar man na zijn terugkeer uit Nieuw Guinea.
Als laatste worden de VN en NAVO nog kort onder de loep genomen. Er blijkt redelijk wat verwarring te zijn over precieze verantwoordelijkheden en inmenging. Linders heeft niet bepaald een hoge pet op van de VN. De VN is ongestructureerd en niet daadkrachtig genoeg. Landen zoals Nederland zullen dus altijd hun eigen gevoel voor ethiek mee moeten laten spelen bij beslissingen tot militair ingrijpen.
De gasten worden bedankt en cadeautjes worden uitgedeeld waarna het publiek met genoeg ‘food for thought’ de zaal verlaat op de marsklanken van De Groeseindse Jagers.

Tekst: Linda Mous
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 9 juni 2009: Lief en leed van de importbruid

Publicatiedatum: 19 januari 2009

Immigratie beperken? Integratie bevorderen?

Over lief en leed van de importbruid
Verslag van het Wereldpodium van 9 juni 2009

De redacteuren van het Wereldpodium konden het zich niet beter wensen. Uitgerekend in de week dat ‘de importbruid’ op het podiumprogramma stond, mengde minister Van der Laan zich hoogstpersoonlijk in de kwestie en kwam met strengere maatregelen rondom deze spraakmakende vorm van huwelijksmigratie. Presentator Ralf Bodelier, altijd uit op verschuivende meningen, daagde ook dit keer het podiumpubliek uit om nog eens kritisch na te denken. Wat weegt het zwaarst: de vrijheid om te trouwen met een partner uit het land van herkomst of de moeizame en problematische integratie van de importbruid? Gelijke rechten bij huwelijkskeuze voor autochtonen en allochtonen of de onaantrekkelijke, ondergeschikte positie van de importbruid bij haar schoonfamilie in Nederland? Opvallend was de mening van de hoofdgast van de avond, de Turkse Hülya Cigdem, tevens schrijfster van de autobiografische roman ‘De importbruid’. Op basis van haar ervaringen en die van vrouwen uit haar omgeving, bleek zij zich goed in de voorstellen van Van der Laan en eerder Verdonk te kunnen vinden. “Als er veel obstakels zijn, helpt dat jonge mensen in Nederland”, legde ze uit. “Ze kunnen dan tegen hun ouders en familieleden zeggen dat het veel te ingewikkeld is om een partner uit Turkije te halen.”

wp-9-6-09-1wp-9-6-09-4wp-9-6-09-8

Leeskring
Het Wereldpodium van 9 juni begon als een grote leeskring in het gezelschap van de geliefde schrijfster. Lezeressen uit het publiek spraken hun bewondering uit over Cigdems roman, de schrijfster las voor uit eigen werk en vertelde over haar persoonlijke ervaringen. Al snel bleek wel dat dit boek meer is dan spannend, goed geschreven proza. ‘De importbruid’ beschrijft een schrijnend, actueel probleem dat nog steeds veel vrouwen overkomt. Hoewel het aantal importbruiden sinds 2005 (maatregelen van toenmalig minister Verdonk) gedaald is van 10.000 naar 6000 –inmiddels is trouwens weer sprake van een stijging, niet uit herkomstlanden als Turkije en Marokko maar uit asiellanden als Irak, Somalië en Afghanistan- toch gaat het hier om tragische omstandigheden op persoonlijk en maatschappelijk vlak. Jonge meisjes trouwen met een landgenoot en komen naar Nederland in de verwachting hier een paradijs aan te treffen. In plaats daarvan komen ze in een samenleving terecht die ze niet begrijpen en waar ze maar heel moeilijk hun weg vinden. Soms worden ze in hun vrijheid belemmerd door hun partner of schoonfamilie. Meestal komen er al snel kinderen en deze kinderen, in praktijk derde generatie, hebben de problemen van de tweede generatie: ze leren thuis geen Nederlands en raken pas laat bekend met de Nederlandse samenleving.

wp-9-6-09-13wp-9-6-09-16wp-9-6-09-19

Boek te confronterend
Schrijfster Cigdem heeft zich inmiddels aardig ontworsteld aan die verstikkende status van importbruid. Ze maakt een zelfverzekerde indruk, werkt als journalist en schrijfster en heeft nog steeds een goed huwelijk met haar Turkse man Ahmed die zich af en toe in de discussie mengt. Toch denkt ze dat haar emancipatie niet maatgevend is voor alle importbruiden. Dit wordt bevestigd door Dilek Kocabiyik die namens het Wereldpodium een aantal Tilburgse importbruiden en één bruidegom heeft geïnterviewd. Het boek van Cigdem en de titel ‘importbruid’ is voor velen te confronterend. De schrijfster bevestigt dat veel mensen in de Turkse gemeenschap niet blij zijn met haar boek omdat ze de dubbele seksuele moraal, de onderdrukking van de schoonmoeder en de grote verschillen tussen mannen en vrouwen zo openlijk beschrijft. Mede om die reden wil zij niet dat haar boek in het Turks vertaald wordt. “Dat zou mijn familie niet aankunnen.” De twee Turkse vrouwen wijzen op de verschillen tussen een wij-cultuur ( je weet precies wat er van je verwacht wordt) naar een ik-cultuur (ruimte voor mijn persoonlijke wensen) en leggen overtuigend uit dat met name meisjes en vrouwen klem zitten tussen deze twee culturen.
De podiumkunstenaar van de avond lijkt allerminst klem te zitten: Hind Hakki alias Double H beschrijft zichzelf als ‘geboren in Tilburg, geworteld in Marokko’ en ze leeft voor rap, hiphop, funk, soul en reggae. Samen met enkele andere muzikanten brengt ze een paar stevige, melodieuze nummers die in heel veel culturen zeker gewaardeerd worden.

wp-9-6-09-21wp-9-6-09-24wp-9-6-09-25

Grenzen stellen?
Na de pauzehap: baklava en Turks brood, is het forum uitgebreid met twee autochtone dames: Erna Hooghiemstra, directeur van het PON Noord-Brabant en Ingrid Verhagen, directeur van het Tilburgse Centrum voor Buitenlandse Vrouwen (CBV). Het gesprek gaat door over de positie van importbruiden en de wenselijkheid van gezinsvorming vanuit het land van herkomst. Hooghiemstra benadert het onderwerp vanuit onderzoek en verwacht dat dit soort vraagstukken zich grotendeels ‘vanzelf’ zullen oplossen. Verhagen weet uit ervaring dat er verborgen problemen zijn bij allochtone meisjes maar dat zij daar heel moeilijk over praten. Op de vraag of het boek van Hülya Cigdem op de balie van het CBV ligt, antwoordt Verhagen ontkennend. Het boek is voor haar doelgroep te controversieel.

wp-9-6-09-26wp-9-6-09-35

Dat roept andere vragen op uit het publiek: ‘Is het geen tijd dat de allochtone gemeenschappen zelf de discussie aangaan over hun waarden en over wat zij van hun jongeren, meisjes en jongens, verwachten? Cigdem benadrukt eveneens: “Integratie gaat niet vanzelf. Uit bezorgdheid voor de vrouwen die vanuit Turkije hierheen worden gehaald, wil ik grenzen stellen.” Toch laat de meerderheid van het podiumpubliek zich niet van zijn standpunt afbrengen: vrijheid van verkeer van personen gaat boven immigratiebeperking. Hülya Cigdem kan alleen maar verzuchten: “Hoeveel kan de Nederlandse samenleving nog hebben?” Een profetische vraag waar minister Van der Laan al een eerste antwoord op heeft: als het aan hem ligt worden de toelatingseisen bij huwelijksmigratie aangescherpt. Zo herleeft een oud ideaal van Verdonk: de integratie bevorderen door de immigratie te beperken. Op het Wereldpodium van 9 juni stonden de Turkse vrouwen positiever tegenover dit ideaal dan de Nederlandse.

Tekst: Marianne Dagevos. Marcada Project & Tekst
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 17 maart 2009: ‘Jihad vs. Mc Porn’

Publicatiedatum: 18 januari 2009

Porno en erotiek; schuttingtaal of een mond vol tanden

Lovetoys in roze en Ultimate Lovetoys in paars beide verpakt in luxe geschenkdozen, vormden de opmaat naar het Wereldpodium van dinsdag 17 maart. Het publiek in de foyer, evenwichtig verdeeld over mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, toonde geen openlijke belangstelling voor de artikelen. Slechts een paar dames wilden de massageolie wel eens op de huid voelen en ruiken. In dat opzicht bleken de gasten van het Wereldpodium vergelijkbaar met allochtone Nederlanders die zich, naar verluidt, nauwelijks in de winkels van Christine Le Duc laten zien. “Als ze al komen, komen ze voor middeltjes waardoor het allemaal zo lang mogelijk duurt”, weet Nicole van de Griendt, eigenaar van een aantal erotische winkels.

wp-09-3-17-01wp-09-3-17-02wp-09-3-17-03

Dubbele betekenis
Een Wereldpodium met een intrigerende titel: ‘Jihad vs. Mc Porn’. Een verwijzing naar het boek van Benjamin Barber ‘Jihad vs Mc World’ over de machts- en waardenconflicten veroorzaakt door de globalisering en ook een hint naar de publicatie ‘Mc Sex en de pornoficatie van Nederland’ van de journalist Myrthe Hilkens die 17 maart volop in de Tilburgse schijnwerpers stond. Al snel bleek dat je met dit thema moet uitkijken want elke uitdrukking krijgt al snel een dubbele betekenis. Zo maakte presentator Meike de Jong een schatting, uiteraard was dat nattevingerwerk; en arabist Jan-Jaap de Ruijter vertelde dat elk Arabisch woord een erotische betekenis heeft. Of dat de Arabieren tot de meest seksueel ontwikkelde mensen maakt, was de vraag. In de 19e eeuw projecteerden romantische schilders hun erotische dromen op mooie, ronde dames in Turkse badhuizen of in Oosterse harems. In het Victoriaanse Europa moest toen alles immers bedekt blijven. 150 jaar later lijkt de situatie omgekeerd. Er zijn weinig beelden die ons nog shockeren terwijl in de islamitische wereld de seksuele contacten plaatsvinden zonder dat de buitenwereld er iets van ziet. “Op dit moment zijn er alleen verliezers”, stelde De Ruijter, “De strenge, behoudende volgers van de Profeet hebben de schoonheid van de religie en de schoonheid van de seksualiteit gekaapt en tot verboden gebied verklaard.” Op het Wereldpodium kreeg de arabist die werkzaam is aan de Universiteit van Tilburg, een kwartier spreektijd om zijn ervaringen met het dagelijkse leven in landen als Egypte uiteen te zetten. Hij deed dit op een poëtische en persoonlijke manier, zijn bijdrage is hier na te lezen.

wp-09-3-17-04wp-09-3-17-05wp-09-3-17-06

Twee generaties
Voor de pauze ging het vooral over de vermeende pornoficatie van ons eigen land. Twee dames uit twee generaties, met uiteenlopende meningen werden om de beurt aan de tand gevoeld. Filosoof Marli Huijer vertegenwoordigde de eerste generatie feministes en vermeed elk moreel oordeel over porno en seksueel geweld. “Geweld hoort bij het leven”, betoogde zij, “Wereldwijd zijn meer vrouwen slachtoffer van geweld dan mannen maar dat komt door de machtsongelijkheid, niet door porno. De relatie tussen porno en seksueel geweld is nooit aangetoond.” Huijer brak een lans voor porno als een verrijking van het seksuele leven van mannen en vrouwen. “Door de beelden wordt je fantasie geprikkeld en krijg je een groter repertoire”, betoogde de hoogleraar filosofie en voormalig arts. Ralf Bodelier toonde een paar sites met grove en vernederende beelden en vroeg het nog eens: ‘Wie betaalt de prijs voor deze uitingen die overal op internet te vinden zijn?’ Huijer plaatste de voorbeelden in een groter verband en stelde dat er altijd een relatie geweest is tussen seks, geweld en onderdrukking. “Seks heeft te maken met kwetsbaarheid en zelfverlies”, filosofeerde zij, “Dit moet blijkbaar vaak gecompenseerd worden door machtsvertoon en geweld.”

wp-09-3-17-07wp-09-3-17-08wp-09-3-17-09

Knuppel in hiphophok
Journalist Myrthe Hilkens liet zich wat gemakkelijker uit haar tent lokken en vertelde spontaan het verhaal dat geleid had tot de publicatie van haar boek. Via haar buurjongen, tevens DJ en op haar verliefd, raakte ze verzeild in de hiphopscene. Later verdiende ze als journalist haar brood door over dit genre te schrijven. Maar gaandeweg begon de seksistische taal van de rapnummers haar tegen te staan. “Ik was bang de knuppel in het hiphophok te gooien”, vertelde ze op het Wereldpodium, “Maar ik voelde mij ook zeer beperkt in mijn persoonlijke vrijheid als vrouw.” Met een eerste publicatie op internet raakte ze blijkbaar zo’n gevoelige snaar dat zij binnen de kortste keren te boek stond als expert op het gebied van porno en ‘pornoficatie’ in Nederland. Haar jonge leeftijd (toen 28) en vlotte uitstraling droegen daar zeker aan bij. Omdat zij stevig morrelde aan de heilige huisjes van de vrije seksuele moraal kreeg Hilkens veel over zich heen, zowel van de eerste generatie feministen als van mannen van een zekere leeftijd. “Het bombardement aan seksuele beelden via internet en films is vooral voor vrouwen beklemmend en vernederend en daarom extreem storend”, stelde Hilkens. Zij bepleitte een tegenbeweging vanuit school en thuis. Dat had zij ook al gedaan in haar artikel in het Brabants Dagblad van 17 maart.

wp-09-3-17-10wp-09-3-17-11wp-09-3-17-12

Nare zaken
“Seksuele voorlichting op scholen is nagenoeg uit het programma geschrapt of wordt alleen nog in verband gebracht met nare zaken als soa’s, hiv of ongewenste zwangerschap”, meldde Hilkens op basis van verschillende onderzoeken. “Er zijn ook andere beelden mogelijk, zoals seks in combinatie met liefde en seksvriendelijke porno.”
Hilkens’ woordenstroom ging over in de muzikale verwerking van het thema door het Tilburgs vrouwenkoor ‘Des Unique’. In een uitgebreid lied stelden zij een ideale man samen.

Afrodisiacum
Vaste onderdelen van het Wereldpodium als de pauzehap en de zeepkist werden dit keer ingevuld door resp. een portie chocolademousse en de Tilburgse wethouder voor internationale samenwerking Gon Mevis.Deze laatste presenteerde geen afrodisiacum maar een nieuwe folder over ‘Tilburg Wereldstad’.
Na de pauze kreeg de zaal de gelegenheid om vragen te stellen aan de panelleden. José, die les gaf in seks, constateerde dat veel vrouwen hun eigen anatomie niet kennen. Onderwijsmensen bevestigden dat seksualiteit op school een moeilijk bespreekbaar onderwerp blijft en ook een studente genderstudies constateerde dat het in haar studie nooit over vrouwelijke seksualiteit gaat. Huijer en Hilkens vonden elkaar in de constatering dat vrouwen in dit opzicht de slag hebben verloren en geen taal of beelden hebben ontwikkeld om over hun eigen seksualiteit te praten. “We zijn blijven hangen in sociaal wenselijk gedrag en kunnen niet onder woorden brengen wat we zelf prettig en belangrijk vinden.”
Die poging werd wel ondernomen door het vrouwenkoor ‘Des Unique’. De dames gingen los in hun laatste lied en lieten weten: ‘Ik wil geen liefde maar lust. Heel graag zelfs, behalve een keer in de maand, dan heb ik meer behoefte aan innerlijke rust!’

wp-09-3-17-13wp-09-3-17-14wp-09-3-17-15

Tekst: Marianne Dagevos
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 18 november 2009: Kindsoldaten, van wapens naar hamburgers

Publicatiedatum: 13 januari 2009

Van wapens naar hamburgers: over kindsoldaten, armoede en kansen op een nieuwe start

Hoe erg moet het zijn om indruk te maken op westerse toeschouwers? Zo erg als Marco Borsato laat zien in ‘Wit Licht’ waar kindsoldaten als bewijs van moed elkaar moeten slaan en vermoorden? Of zo erg als in de film ‘Blood Diamonds’ (met Leonardo di Caprio) waar een kindsoldaat zijn vader niet meer herkent omdat hij is gehersenspoeld. In ieder geval heeft het thema van de kindsoldaten de grote filmindustrie bereikt en wordt het sensationele verhaal van schietende en moordende kinderen over de hele wereld verspreid. Wat is er eigenlijk echt aan de hand en wat gaat er mis in landen waar kinderen betrokken raken in oorlog en guerrilla’s. Daarover ging het Wereldpodium van woensdag 18 november.

wp 18-11-09 (1)_2wp 18-11-09 (4)_2wp 18-11-09 (5)_2

Investering te riskant
‘In landen met kindsoldaten, hebben ze geen McDonald’s’ stelt Ralf Bodelier uitdagend tijdens de 22e editie van het Podium. Bodelier baseert zijn stelling op een landkaartje met wereldwijd de vestigingen van de fastfoodgigant. Conclusie: McDonald’s opent geen restaurant in gebieden waar het instabiel is en waar een groot deel van de bevolking in armoede leeft. Dan wordt de investering te riskant. En wat McDonald’s concludeert, concluderen ook andere investeerders. Juist in die landen waar niets te verliezen is, wakkert een oorlogsvuurtje gemakkelijk aan en zoeken kinderen hun heil bij bendes en legers. Want opvallend genoeg sluiten de kinderen zich niet aan omdat ze willen vechten maar omdat ze hopen in het leger bescherming, eten en drinken en wat rust te vinden.

wp 18-11-09 (9)_2wp 18-11-09 (11)_2wp 18-11-09 (12)_2

Extreme omstandigheden
Antropoloog Ginny Mooij doet al jaren onderzoek in Sierra Leone en interviewde talrijke kindsoldaten (in haar geval jongens). De personificaties van het kwaad en van het brute geweld die ze dacht aan te treffen, bleken in werkelijkheid charmante, vriendelijke jongens te zijn die zo snel mogelijk de oorlog achter zich wilden laten. Ze constateerde geen significante verschillen tussen kinderen die vrijwillig of gedwongen waren gerekruteerd en evenmin waren de verschillen groot tussen kinderen die in het leger hadden gezeten en zij die dit hadden kunnen voorkomen. “Het gaat bij allemaal om overleven”, stelt de antropoloog, “In extreme omstandigheden kom je tot extreem gedrag.”

wp 18-11-09 (13)_2wp 18-11-09 (16)_2wp 18-11-09 (19)_2

Lansana Juana, voormalig kindsoldaat uit Sierra Leone en nu samen met Ginny actief in een stichting om de jongeren een toekomst te bieden, legt de nadruk op de verschillende legeronderdelen die in Sierra Leone opereerden. “Je had terreurgroepen die veel geweld gebruikten en gevreesd werden en je had burgertroepen die de steun hadden van de bevolking”, haast hij zich te verklaren. Op de vraag of hijzelf geweld heeft gebruikt of gewelddadige acties heeft gezien, antwoordt hij dat hij zeker getuige is geweest van monsterlijke gebeurtenissen, zoals mensen die elkaar opaten. In Sierra Leone kwam trouwens in 2002, na ruim tien jaar strijd, een einde aan de oorlog en werden de 7000 kindsoldaten ontwapend. Het land kent nu geen kinderen met wapens meer.

wp-18-11-09-(23)wp-18-11-09-(24)wp-18-11-09-(26)

Speciale rechten voor kinderen
Met behulp van lijstjes en cijfers geeft Ralf Bodelier een overzicht van de actuele situatie. Kindsoldaten zijn jongeren (jongens en meisjes) tot 18 jaar die verplicht of vrijwillig betrokken zijn bij gewapende strijd. Wereldwijd zijn dat er zo’n 300.000, voor het overgrote merendeel in ontwikkelingslanden. De bekendste voorbeelden komen uit Afrika (Kongo, Tsjaad, Soedan) maar ook Azië doet volop mee en in Latijns-Amerika komen kindsoldaten voor in Colombia. Op de kop af 20 jaar geleden werden de Rechten van het Kind vastgesteld en geratificeerd door heel veel landen (maar niet door de VS!) en daarin werden aparte rechten voor kinderen vastgelegd. Voorbeelden: geen sex met volwassenen, geen fulltime werk en geen oorlogshandelingen.
Om het verhaal niet te zwaar te maken, werd dit Wereldpodium verlicht en opgeschud door breakdancegroep The Hustle Kids. Het publiek werd gevraagd met geklap positieve energie op te wekken en ondertussen tolden de drie kids om hun as op voeten, schouders en hoofden, legden hun benen in de knoop, veerden op en neer en vertoonden hun vliegensvlugge voetenwerk. De begeleider adviseerde ons om dit thuis niet na te doen, een onnodige waarschuwing.

wp-18-11-09-(30)wp-18-11-09-(31)wp-18-11-09-(36)

Overleven en wraak
Terug naar de sprekers van het Wereldpodium. Ginny Mooij schreef twee boeken naar aanleiding van de levensverhalen van kindsoldaten in Sierra Leone en benadrukt de context waarin jonge mensen tot bepaalde keuzes komen. ‘Eerst de jongen leren kennen, dan zijn daden horen”, is haar motto. Daarbij, ‘Niet oordelen, in de oorlog is het leven heel anders en voor ons bijna niet voorstelbaar’. Lansana vertelt dat het in oorlogstijd slechts draait om twee dingen: overleven en wraak. Iedereen heeft wel een naaste verloren en moet zich wreken. Hijzelf ging bij het leger nadat zijn ouders waren gestorven. Aangezien hij kon lezen en schrijven, hielp hij met het opstellen van documenten om van het ene gebied naar het andere te komen. In de fragmenten uit ‘Wit Licht’ herkent hij zich niet. Het idee van een therapie voor ex-kindsoldaten lijkt hem vooral een westerse uitvinding. De jongeren in Sierra Leone moeten geholpen worden met werk, scholing en een stabiele samenleving.

wp-18-11-09-(38)wp-18-11-09-(39)wp-18-11-09-(41)

Millenniumdoelen
Na de pauze komen twee hulpverleners aan het woord: Jan Bouke Wijbrandi, directeur van Unicef Nederland en Sjoera Dikkers, directeur van Defence for Children. Beide organisaties werken wereldwijd aan de rechten van het kind waarbij de ene een heel grote club is verbonden aan de Verenigde Naties en de andere juist een heel kleine, gespecialiseerde. Defence for Children biedt juridische hulp aan kinderen in detentie en werkt aan de bescherming van hun rechten. Unicef zit veel meer op de diplomatieke lijn en probeert regeringen over te halen de kinderrechten te respecteren en deze te verankeren in hun eigen wetten en controles. Daarnaast werkt Unicef mee aan rehabilitatieprogramma’s voor kindsoldaten. Beide vertegenwoordigers van de ngo’s zijn niet enthousiast over de millenniumdoelen. Deze besteden geen aandacht aan geweld en evenmin aan lichamelijke integriteit. Bovendien leidt het bereiken van de doelen niet tot meer samenwerking tussen ontwikkelingsorganisaties. Elke organisatie claimt zijn eigen bijdrage aan een of meer doelen en verliest daarbij het grote ontwikkelingsdoel uit het oog. Dat kindsoldaten pas verdwijnen als landen beschikken over een eigen infrastructuur met plaatselijke bedrijvigheid, werd wel duidelijk uit de gesprekken tijdens dit Wereldpodium. Dat bij die bedrijvigheid ook een of meer McDonald’s vestigingen zitten, moeten we dan eigenlijk juist toejuichen.

wp-18-11-09-(43)wp-18-11-09-(45)

Tekst: Marianne Dagevos, Marcada Project en Tekst, www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 1 november 2009: Eerste Peerke Donderslezing

Publicatiedatum: 3 januari 2009

Eerste Peerke Donderslezing: persoonlijk engagement en positief Tilburg-gevoel

Door Marianne Dagevos

In een stad waar ‘politici slechts zeiken’, was het hoognodig om het positieve Tilburg-gevoel een flinke boost te geven. Dat gebeurde op zondagmiddag 1 november, uitgerekend in het veelbesproken MIDI Theater, en de grote gangmaker daarvoor bleek een eenvoudige missionaris te zijn. Een typisch Tilburg ‘menneke’, tweehonderd jaar geleden geboren maar nog steeds springlevend in de Tilburgse volksdevotie en nu ook omarmd door intellectuelen en bestuurders. Peerke wordt hij liefkozend genoemd en ook wel: icoon van de Tilburgse identiteit, inspiratiebron voor naastenliefde en barmhartigheid, toonbeeld van wilskracht, doorzettingsvermogen en sociale bewogenheid. In Suriname heeft hij overigens andere kwalificaties. Suriname is het land waar hij ruim dertig jaar woonde, werkte en overleed en waar hij nog steeds vereerd wordt. De gelovige Surinamers spreken van pater Donders of Petrus Donders en roepen hem aan om voorspraak te doen voor hun problemen en noden.

PDL-2-11-09-(1)PDL-2-11-09-(3)PDL-2-11-09-(4)

Nieuwe waardering
In Nederland is Peerke Donders geseculariseerd, constateerde presentator Ralf Bodelier. Die secularisatie heeft gezorgd voor een nieuwe betekenis en waardering van deze zalig verklaarde volksheld. Daarom was de tijd rijp voor de eerste Peerke Donderslezing in Tilburg, uitgesproken op 1 november, op Allerheiligen. De Peerke Donderslezing is een initiatief van het Wereldpodium dat op deze manier aandacht vraagt voor mondiale onderwerpen die ons allemaal raken. Bijna 400 mensen kwamen naar het nieuwe theater en maakten kennis met de nieuwe Commissaris van de Koningin in Brabant, Wim van de Donk die deze eerste lezing uitsprak.

PDL-2-11-09-(8)PDL-2-11-09-(11)PDL-2-11-09-(12)

Volstrekt uniek
Voor de pauze draaide het programma om Peerke Donders, zijn persoon en zijn betekenis voor onze tijd.
Ellen van Kempen en Lout Donders (verre familie) maakten een documentaire over de beroemde Tilburger, zijn leven en zijn brieven. Aan de hand van fragmenten uit de film, bespraken de documentairemakers samen met Paul Spapens en Herman Vuijsje de verschillende kanten van de missionaris.

PDL-2-11-09-(13)PDL-2-11-09-(15)PDL-2-11-09-(16)

Paul Spapens kwalificeerde zich als ‘super Tilburger’ en noemde Peerke Donders ‘volstrekt uniek in zijn tijd en voor onze tijd’. Spapens prees de beweging van onderop die ervoor zorgt dat Donders levend blijft. Een mooi voorbeeld is het museum dat onlangs voor hem gebouwd is, ‘Het Peerke Donderspaviljoen, museum voor naastenliefde’. Journalist Herman Vuijsje zag het wat genuanceerder. Hij wees erop dat Donders wel protesteerde tegen de gewelddadige behandeling van de slaven maar dat hij niet het systeem aanklaagde dat de slavernij mogelijk maakte.

PDL-2-11-09-(21)PDL-2-11-09-(22)PDL-2-11-09-(23)

Lout Donders voelde zich vanwege zijn achternaam moreel verplicht om het verhaal van Peerke verder uit te dragen. De film die hij produceerde en die Ellen van Kempen maakte, is inmiddels vertoond in de Tilburgse bioscoop Cinecittà en op Omroep Brabant. De Zuid-Amerikaanse première komt eraan. Van Kempen is geraakt door de wilskracht van de kleine Peerke die priester wilde worden ook al was dat onmogelijk voor kinderen uit de arbeidersklasse.

PDL-2-11-09-(26)PDL-2-11-09-(29)PDL-2-11-09-(30)

Een precair onderwerp is de heiligverklaring van Peerke Donders die nog op zich laat wachten. In 1982 werd de Tilburgse missionaris wel zalig verklaard, maar voor de heiligverklaring zijn bewijzen nodig van een tweede wonder en het valt niet mee om die te verzamelen. Misschien is het leven van Peerke wel het grootste wonder, concluderen de panelleden. Zowel zijn doorzettingsvermogen, als zijn werk in Suriname en zijn zorg voor de melaatsen zonder zelf ooit ziek te worden.

PDL-2-11-09-(32)PDL-2-11-09-(33)PDL-2-11-09-(35)

Meeswingen
Ook zanger Henk van kasekoband Bradi Banti uit Amsterdam heeft van pater Donders gehoord. De voorman van deze Surinaamse groep zingt echter liever over mooie meiden en over andere dingen die het leven fijn en vrolijk maken. Meestal heeft de band een publiek dat lekker meeswingt op de aanstekelijke muziek maar de stevige stoelen van het MIDI Theater laten weinig ruimte voor deinende heupen en zwaaiende armen. In de pauze is er als vanouds een Wereldpodiumsnack, deze keer geïnspireerd op de Surinaamse keuken.

PDL-2-11-09-(36)PDL-2-11-09-(37)PDL-2-11-09-(38)

Persoonlijk engagement
Na de pauze mag Wim van de Donk de eerste echte Peerke Donderslezing uitspreken. Voor hij Commissaris van de Koningin werd, was Van de Donk voorzitter van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) dus van deze erudiete man mag iets verwacht worden.

PDL-2-11-09-(41)PDL-2-11-09-(42)PDL-2-11-09-(44)

De luisteraars worden niet teleurgesteld, want Van de Donk put uit een breed arsenaal aan kennis en gegevens om zijn verhaal kracht bij te zetten. Zijn thema luidt: ‘Het weten van de wereld, Geloven in Duurzame Ontwikkeling’. Allereerst legt Van de Donk uit dat de nadruk op meten, zowel in de economie als in de ontwikkelingssamenwerking, zijn grenzen heeft bereikt. De huidige crises zijn vooral van morele en culturele aard en worden veroorzaakt door het gegeven dat we ons geen ‘onderdeel meer voelen van een groter geheel’. Economie moet weer deel worden van de sociale wetenschappen en de religieuze en spirituele dimensie van het leven moeten veel meer waardering krijgen om de gewenste duurzame ontwikkeling een kans te geven. De commissaris voert Peerke Donders op als voorbeeld van een mens die vanuit zijn persoonlijk engagement en een sterke overtuiging zijn opdracht in de wereld uitvoerde en zijn waarden in praktijk bracht ten gunste van de allerarmsten.

Het verschil tussen ‘wij’ en ‘zij’ moet vervallen, aldus Van de Donk. We moeten allemaal ontwikkelen en ons gedrag veranderen. We moeten ontwikkelingshulp of ontwikkelings-samenwerking vervangen door strategieën voor mondiale ontwikkeling die ons allemaal raken.

Mogelijkheden van internet
De beschouwing van Van de Donk wordt concreet gemaakt door Anna Chojnacka die de 1%club oprichtte, een marktplaats voor kleinschalige ontwikkelingsprojecten. Anna is afkomstig uit Polen en weet hoe het is als een ideologie je leven vormgeeft. Ook kent ze het verhaal van haar grootvader die met elke machtswisseling zijn spaargeld verder zag slinken.

Tegelijk is deze politicologe gefascineerd door de mogelijkheden van internet. ‘Mensen die iets willen met elkaar, kunnen elkaar op elk moment bereiken en afspraken maken.’ Op dat gegeven is de 1% club gebaseerd voor mensen die 1% van hun tijd of geld willen geven aan een project in een ontwikkelingsland dat hun het meeste aanspreekt. Via de site www.1procentclub.nl kunnen projecten en deelnemers elkaar ontmoeten en meteen zaken doen. De site is zeer interactief en maakt allerlei dwarsverbanden mogelijk.
Anna zelf beperkt haar inzet niet tot 1% maar doet de overige 99% er van harte bij. ‘Door dit werk kom ik dagelijks de mooiste mensen en de mooiste projecten tegen’, verklaart ze aan de presentator Meike de Jong en besluit zo de eerste Peerke Donderslezing met een positief geluid en veel persoonlijke betrokkenheid. Dat zou de Tilburgse missionaris zeker hebben aangesproken.

Tekst: Marianne Dagevos, www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

 

peerke-theater
(klik op de afbeelding voor vergroting)

Voor de integrale tekst van de Peerke Donderslezing: klik hier (pdf)

Verslag 15 oktober 2009: Hulp helpt wel

Publicatiedatum: 2 januari 2009


Hulp helpt wel

Feiten en fabels in de ontwikkelingshulp

Ontwikkelingshulp helpt niet, horen we de laatste tijd in de media, in het parlement en in de kroeg. Het Wereldpodium laat 15 oktober een ander geluid horen op de avond ‘Ontwikkelingshulp: tussen drogreden en sentiment’. Hulp helpt wel! Maar je kunt geen wonderen verwachten voor 6 dollarcent per dag.

TrotsOpNederland.com
“Na vijftig jaar hulp is het resultaat nul komma nul. Behalve dan een volle hangar met vliegtuigen bij de dictators en een paar miljard spaargeld op een Zwitserse bankrekening. Knettergek zijn we.”

De Telegraaf
“Hoe meer geld erin wordt gepompt, hoe minder economische ontwikkeling we ervoor terug krijgen.”

NuJij.nl
“En ik zie nog steeds plaatjes van hongerige en dorstige negertjes… Dus het heeft flink geholpen. NOT !”

wp-15-10-09-(1)wp-15-10-09-(3)wp-15-10-09-(5)

Het nut van ontwikkelingshulp staat meer dan ooit ter discussie, in de media, in het parlement én in de kroeg. “Hulp helpt niet”, is de boodschap die onder andere charmant wordt verwoord door de Zambiaanse Dambisa Moyo in haar populaire boek Dead Aid. Na zestig jaar hulp krijgen we nog steeds beelden van armoe en ellende uit Afrika voorgeschoteld: graatmagere kinderen met dikke buiken, mishandelde hologige vrouwen en gedrogeerde jongens met kalashnikovs om de nek.

wp-15-10-09-(12)wp-15-10-09-(13)wp-15-10-09-(19)

Een ander geluid
Het Wereldpodium stelt op de avond ‘Ontwikkelingshulp: tussen drogreden en sentiment’ ter gelegenheid van 40 jaar COS Brabant dat er weldegelijk vooruitgang is geboekt dankzij de biljoenen aan ontwikkelingshulp. Gastsprekers zijn hoogleraar ontwikkelingssamenwerking Paul Hoebink (CIDIN, Nijmegen), oud-directeur van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie Bram van Ojik. Speciale gast is Peter Nthenda, regiocoördinator van de Wereldbank in Malawi.

wp-15-10-09-(23)wp-15-10-09-(26)wp-15-10-09-(31)

Quiz
Voordat de experts aan het woord komen, wordt de kennis van het publiek over zestig jaar ontwikkelingshulp getest met een quiz ‘petje-op-petje-af’. Hoeveel ontwikkelingshulp ontving de gemiddelde Afrikaan de afgelopen 50 jaar? Hoeveel hulpdirecteuren verdienden in meer dan de Balkenendenorm? En hoeveel Afrikaanse landen waren er in 2006 in oorlog? De juiste antwoorden blijken (achtereenvolgens): 6 dollarcent per dag, geen enkele en 7. Na vijf vragen zijn nog slechts twee van de tweehonderd bezoekers van het podium in de strijd. Winnaar wordt [naam?], ze bekent bij de meeste vragen te hebben gegokt.
Journalist/presentator Ralf Bodelier licht de antwoorden toe met een spoedcursus ontwikkelingshulp. De meeste ontwikkelingsgelden blijkt niet naar de armste (Afrikaanse) landen te gaan. In 2007 kreeg Irak het meeste ontwikkelingsgeld, gevolgd door Suriname, de Solomon Eilanden en Kaapverdië. De Afrikaanse landen staan gemiddeld op plek 39. Ontwikkelingsgeld gaat ook niet voornamelijk naar armoedebestrijding. Economische ontwikkeling en politieke stabiliteit staan bovenaan de lijst met prioriteiten. Desondanks is er veel positiefs te melden over het donkere continent. De economieën in de landen ten zuiden van de Sahara groeien sinds 2000 met gemiddeld 7%, het aantal dictaturen is sinds de koude oorlog gedecimeerd en het aantal oorlogsslachtoffers is terug op het niveau van begin jaren zestig. “Meer reden voor optimisme, dan voor pessimisme”, besluit Bodelier.

wp-15-10-09-(32)wp-15-10-09-(33)wp-15-10-09-(40)

Successen en missers
Maar Dambisa Moyo stelt in Dead Aid dat zestig jaar ontwikkelingshulp Afrika niets heeft opgeleverd. Sterker nog: veel van de huidige problemen zoals corruptie zijn te wijten aan ontwikkelingshulp. “Heeft ze gelijk?” Hoogleraar ontwikkelingshulp Paul Hoebink kan er kort over zijn: haar boek kan wat hem betreft direct de prullenmand in. “Moyo geeft een uitermate oneerlijk beeld van ontwikkelingshulp. Cijfers van de Wereldbank die ze gebruikt, blijken niet te kloppen en bronnen die haar beweringen tegenspreken, gebruikt ze niet.” Bram Ojik draagt voorbeelden aan waaruit blijkt dat ontwikkelingshulp weldegelijk succes heeft gehad. Zo is het aantal kinderen dat de basisschool bezoekt in Zambia gestegen tot 90% en is de drinkwatervoorziening in Tanzania een succes.
“Natuurlijk zijn er ook grote missers”, vertelt Hoebink. De gebonden hulp uit de jaren zeventig en tachtig bijvoorbeeld waarbij landen verplicht waren producten van Nederlandse bedrijven af te nemen. En het IMF heeft tijdens de oliecrises maatregelen opgelegd die landen nog dieper de recessie in hebben geholpen. Ojik wijst op de cruciale rol van goed bestuur. Successen zijn vooral geboekt in landen met een stabiele, betrouwbare regering. “In landen als Nigeria en Soedan waar boeven regeren, is geen cent bij de armen terecht gekomen.”
Hoebink zegt dat we niet moeten vergeten dat landen met groot economisch succes zoals Taiwan en Zuid-Korea extreem hulpafhankelijk zijn geweest. Zij kregen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw echter enorme bedragen, met name uit de VS, waarmee hun economische vlucht kon beginnen. Hetzelfde geldt feitelijk voor China dat dankzij grote particuliere investeerders een economische reus is geworden. “Afrika heeft nooit dergelijke hulp gekregen.”

wp-15-10-09-(42)wp-15-10-09-(44)wp-15-10-09-(46)

Géén zwembad
Peter Nthenda is ontwikkelingswerker in Malawi en op werkbezoek in Nederland. Nee, hij is niet blank, heeft géén zwembad in de tuin, gaat met de bus naar zijn werk en zijn kinderen zitten niet op een privé-school. “Dat beeld van de ontwikkelingswerker stamt uit de jaren zestig en zeventig. Er zijn tegenwoordig genoeg hoogopgeleide Malawianen om zelf projecten te leiden”, vertelt Nthenda rustig maar trefzeker. Voor de Wereldbank werkt Nthenda aan irrigatiesystemen, het opzetten van coöperaties, het trainen van projectmanagers en de aanleg en het onderhoud van wegen. Hij leidt een team van 25 medewerkers. Vindt hij ontwikkelingshulp nuttig? Nthenda: “Dankzij de hulp is het aantal kinderen dat naar school gaat in Malawi de afgelopen jaren verdubbeld tot meer dan twee miljoen. En inmiddels ontvangen 125.000 Malawianen AIDS-remmers, waardoor zij blijven leven en werken.”

Bloody shame
“In mijn omgeving hoor ik vaak: Waarom zou ik hulp moeten geven? Ik zorg hier voor mijn kostje, laten ze dat daar ook doen. We geven al zo lang, het helpt niets. Wat zeg je dan?”, vraagt een docent uit het publiek. Ojik: “Ik denk dat we vaak te snel in de verdediging schieten. Deels is de kritiek op ontwikkelingshulp terecht. Het is ook een bloody shame dat we nog steeds die beelden van hongerende mensen zien. ‘Je hebt een punt’, moet je zeggen en ga in discussie over hoe dit komt, en wat er beter kan en moet.” Hoebink: “Dat er geld verdwijnt is ook waar. Corruptie is echt een groot probleem. Mobutu van Zaïre heeft 5 miljard gestolen, Babaguida van Nigeria 2 miljard. Maar er zijn ook schone Afrikaanse leiders. In Tanzania is de regering gevallen omdat de bevolking in opstand kwam tegen corruptie. Voor het eerst verdwijnen Afrikaanse leiders in de gevangenis!” Ojik: “We werken niet in een perfecte wereld, maar Minister Koenders heeft een geavanceerd systeem van controle op Nederlandse ontwikkelingsgelden en er wordt hard opgetreden bij incidenten. We zouden ook meer moeten laten zien dat het vaak goed gaat.” Hoebink: “De bewijsvoering dat ontwikkelingshulp werkt, is niet zwak, kijk naar Bangladesh of Zuid-Korea. Maar iedereen wijst altijd naar sub-sahara Afrika. Toch is ook daar vooruitgang geboekt. Bedenk dat voor de dekolonisatie 98% van de bevolking analfabeet was. Afrika had een enorme achterstand en je kunt geen wonderen verwachten voor 6 dollarcent per dag.”

En tijdens de borrel krijgen alle bezoekers het boekje “Voorbij de borrelpraat. Feiten en fabels over ontwikkelingshulp.” van Mirjam Vossen uitgereikt.

40 jaar COS Brabant
Veertig jaar geleden opende het COS in Tilburg. Wat is het COS eigenlijk? Directeur Rob van Mierlo: “COS stond voor Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking, maar ik heb het liever over hét Centrum voor Wereldburgers. Het COS wil mensen laten nadenken over de wereld om hen heen, met het doel hen te bewegen verantwoorde keuzes te maken, in supermarkten bijvoorbeeld, maar ook als producent.” Het COS heeft de tijd van geitenwollensokken en spandoeken achter zich gelaten, vertelt Van Mierlo. “In plaats van voor de poort te demonstreren, zitten we nu aan tafel met bedrijven en gemeenten. Je moet je niet buiten de samenleving postuleren, maar juist in gesprek gaan.” Als voorbeeld noemt Van Mierlo de MVO-prijs. Door die jaarlijks uit te reiken, wordt juist het goede gedrag geprezen.

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Marloes Coppes

Dinsdag 13 januari 2009. Zonne-energie en biodiesel. Schone kansen of schone schijn?

Publicatiedatum: 10 december 2008

Nederlandse ontwikkelingshulp is steeds vaker in een duurzaam, klimaatvriendelijk jasje gestoken. In Mozambique wordt met Nederlandse hulp geprobeerd biodiesel te persen uit algen. Waterpompen in Cambodja, Ghana en Papoea werken op Hollandse zonnepanelen. In India gaan het komend jaar energiezuinige houtoventjes van Philips de markt op. En minister Koenders mag de komende jaren 500 miljoen uitgeven aan schone energie voor Afrika.

Deze duurzame trend in de ontwikkelingshulp roept vele vragen op. Wiens problemen zijn we aan het oplossen? Die van de arme landen of die van ons? Moeten zij zuinig zijn met fossiele brandstoffen, terwijl wij ze in razend tempo opstoken? Helpen we het klimaat of bestrijden we armoede? En wie wordt er uiteindelijk beter van? Zijn dat de inwoners van ontwikkelingslanden of de bedrijven en de onderzoekers in schone technologie? Wíllen arme landen deze schone producten eigenlijk wel? En waarom bedenken ontwikkelingslanden zélf geen handige producten op energiegebied? Of is het juist een unieke kans voor deze landen om een schone economie te starten?

Sprekers op deze avond zijn
Bram van Beek, milieutechnicus. Hij legde algenvijvers aan in Mozambique,
– de Malawiaanse Margareth Njirambo Machinga, energieonderzoekster aan de Universiteit Twente,
– uitvinder van de schone houtstoof van Philips Paul van der Sluis,
– zonne-energiekenner Henry de Gooijer van Picosol,
Paul Hassing, plaatsvervangend directeur van de directie Water & Milieu van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Muzikale interventies pleegt jazz-pianiste Eugenie Geurts. De leiding van de avond is in handen van Ralf Bodelier en Meike de Jong.

Dit Wereldpodium is gehouden op dinsdag 13 januari om 20.00u in de Studiozaal van Theaters Tilburg.

Aan het einde van dit podium is een publieksenquete gehouden: dit is het verslag ervan: Evaluatie Wereldpodium 13 januari 2009

 

 

 

Verslag dinsdag 9 december 2008: 60 jaar mensenrechten

Publicatiedatum: 9 december 2008

9 december 2008: aan de vooravond van mensenrechtendag staat het Wereldpodium in het teken van de zestigste verjaardag van de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.’ We zijn te gast bij het Koning Willem II college in Tilburg. Velen hebben de moeite genomen om naar onderwijsgebied Stappegoor af te reizen. Gasten, gastsprekers en leerlingen die straks met elkaar in debat gaan, verzamelen zich in de ruime aula. Kan het feest nu beginnen of niet?

wp-9-12-08-4wp-9-12-08-6wp-9-12-08-7

Want dat is de vraag. Hebben we reden tot feest vieren? Wat hebben zestig jaar mensenrechten ons eigenlijk gebracht? Hoe staat het vandaag met de mensenrechten in de wereld? Ook op 9 december 2008 kun je geen krant open slaan zonder berichten over schendingen ervan: negeren van cholera in Zimbabwe, Griekse scholieren die door de politie in elkaar worden geslagen of Congolezen op de vlucht voor oorlogsgeweld.

Vrolijk stemmen deze berichten allerminst. Maar het is te vroeg om al conclusies te trekken. Mensenrechtdeskundige dr. Rianne Letschert opent de avond met een korte uitleg over de drie generaties mensenrechten. Deze zijn gekoppeld aan de begrippen Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap uit de Franse Revolutie. De eerste generatie mensenrechten, de burgerlijk-politieke rechten horen bij Vrijheid. Hier gaat het bijvoorbeeld om het recht op leven en het recht op vrijheid van meningsuiting. De tweede generatie, de economische, sociale en culturele rechten, moeten voorzien in onder meer het recht op voedsel, gezondheidszorg en scholing. Gelijkheid staat hiervoor symbool. De derde generatie mensenrechten zijn de zogenaamde collectieve rechten. Deze moeten zorgen voor een eerlijke welvaartsverdeling. Met broederschap kunnen we dit bereiken.

wp-9-12-08-8wp-9-12-08-10wp-9-12-08-12

Dr. Anne-Marie de Brouwer, geïnterviewd door Ralf Bodelier, gaat in op de schending van de eerste generatie mensenrechten. Voor haar proefschrift onderzocht ze seksueel geweld tegen vrouwen tijdens de Rwandese genocide. Ze vertelt over de mandjes die ze voor haar stichting Mukomeze verkoopt. De mandjes worden door de getraumatiseerde en gestigmatiseerde vrouwen gemaakt. Naar schatting zijn tussen de 250.000 en 500.000 vrouwen op brute wijze verkracht tijdens de oorlog in Rwanda. Velen zijn besmet met AIDS en lijden een armzalig bestaan. Met haar stichting probeert De Brouwer de levensomstandigheden van deze vrouwen te verbeteren. Aan de hand van dia’s vertelt ze het aangrijpende verhaal van Jeanette. Deze Rwandese Tutsi verloor tijdens de genocide van ’94 haar man en kind, en werd vervolgens maandenlang dagelijks door meerdere mannen verkracht. Eens een redelijk welgestelde vrouw, vervolgens besmet met AIDS, getraumatiseerd, arm en alleen met de zorg voor haar kinderen.

wp-9-12-08-13wp-9-12-08-15wp-9-12-08-16

Prof. dr. Willem van Genugten, hoogleraar Internationaal Recht in Tilburg en hoogleraar Rechten van de Mens in Nijmegen, reageert op het verhaal van Anne-Marie de Brouwer. Hij benadrukt dat steeds meer oorlogen voorkomen worden door vroegtijdig ingrijpen van de Verenigde Naties, maar dat Rwanda een pijnlijk voorbeeld is van een oorlog waarbij het veel te lang duurde voor de VN ingreep. De VN heeft doorgaans al drie maanden nodig om in actie te komen. In Rwanda was veel leed toen al geschied.

Extreme armoede is een schending van de tweede generatie mensenrechten. Mirjam Vossen woonde in het extreem arme Malawi en deed onderzoek naar ‘Access to Justice’ in de grote sloppenwijk Ndirande. Ze ondervroeg bewoners van de krotwoningen in hoeverre zij toegang hebben tot het rechtssysteem in hun land. Door hun absolute armoede is die toegang er vrijwel niet. Ongestraft worden deze mensen bestolen, mishandeld, of erger nog, vermoord. Vossen voert Margareth op, een 35-jarige bewoonster van Ndirande die niet veel meer bezit dan een schilderij met de woorden ‘Je ontkomt niet aan de dood’. Volgens Vossen zitten de extreem armen in een armoedeval waar ze vrijwel niet aan kunnen ontsnappen. En volgens haar is het deze armoede, die de invoering van de tweede generatie mensenrechten ernstig belemmert.
Prof. Van Genugten erkent dat extreme armoede de invoering van mensenrechten belemmert, maar verdedigt het standpunt dat een fors deel van het mensenrechtenpakket ook ingevoerd kan worden – en wordt – in zeer arme landen.

Tijd voor pauze met een fair trade hapje. Na de pauze zingt liedkunstenaar Berry Kolmans drie zelfgeschreven nummers. Zijn laatste lied handelt over het dilemma ´wel of niets doen´ aan het wereldleed. Het stuk is nog vers, het is pas de avond tevoren aan zijn brein ontsproten.

wp-9-12-08-20wp-9-12-08-23

Tien leerlingen uit de bovenbouw van de HAVO en het VWO staan klaar om in debat te gaan. Ze doen dit onder leiding van docent filosofie en maatschappijleer Hans Happel.
Zij debatteren over twee stellingen: over de vraag hoe universeel mensenrechten nu eigenlijk zijn. Gelden ze overal ter wereld of zijn ze teveel met een westerse bril opgesteld? De tweede stelling gaat over de vraag of we meer ontwikkelingshulp moeten geven. Woorden als consumentisme, kapitalisme en liberalisme vliegen over tafel. Hulp is goed, vinden de meeste leerlingen, maar het moet wel anders dan nu. “Doe eerst maar een grondig onderzoek naar welke hulp wel en welke hulp niet effectief is”.

Felix Ndahinda is afkomstig uit het oosten van Congo. Hij behoort tot Banyamulenge, een stam gerelateerd aan de Tutsi in buurland Rwanda. Ndahinda doet een promotieonderzoek naar slachtofferschap van inheemse volken in Afrika. Volken zoals zijn eigen Banyamulenge. Zijn verhaal brengt ons bij de derde generatie mensenrechten, de collectieve mensenrechten. Hij vertelt over de situatie in het Congo waar hij opgroeide en over de verschrikkingen van de oorlog in Rwanda die hij met eigen ogen zag toen hij niet lang na de genocide Congo ontvluchtte om zich in Rwanda te vestigen. Het is een ingewikkeld verhaal dat Ndahinda vertelt over de kwetsbaarheid van volkeren die leven in het grensgebied tussen Congo, Rwanda en Burundi. Veel van deze inheemse volkeren of minderheidsgroeperingen staan constant onder druk van meerderheidsgroeperingen en het wordt hen vaak onmogelijk gemaakt om te leven zoals ze willen leven. Soms is zelfs onmogelijk om te leven en worden ze uitgemoord, zoals in de jaren ’90 milities van Hutu en Tutsis’ elkaar in het gebied rond de Grote Meren naar het leven stonden. Collectieve rechten, meent Ndahinda zijn een concrete oplossing om hen enige bescherming te bieden.

De vraag aan Willem van Genugten is of deze collectieve rechten niet op gespannen voet staan met individuele rechten? Wat een collectief wil, kan namelijk anders zijn dan wat het individu wil. Van Genugten onderkent het probleem, maar stelt dat in geval van conflict, de individuele rechten altijd voorgaan.

Ilse Vossen, Wereldpodium

Dinsdag 9 december. Zestig jaar mensenrechten. Maar hoe zit het met meneer Siza?

Publicatiedatum: 18 februari 2008

Recht op honger, slaag en een rot gebit

Lach naar meneer Siza, slumdweller te Malawi, en stralend lacht meneer Siza terug. Maar veel reden om te lachen heeft meneer Siza niet. Zelden verdient hij meer dan vijftig eurocent per dag. Meneer Siza gaat dan ook meestal met honger naar bed. Hij heeft geen geld om zijn kinderen naar school te sturen. En hij kan niet één euro op tafel leggen voor de minibus naar de aids-controle in het ziekenhuis. Een bezoekje aan de tandarts zit er voor Siza al helemaal niet in. Wanneer de politie meneer Siza oppakt, bijvoorbeeld omdat Siza zomaar rondlummelt op zoek naar werk, dan hángt meneer Siza. Dan krijgt hij een pak slaag en draait hij voor weken de bak in.

Kan dat allemaal zomaar? Heeft meneer Siza dan geen rechten? Zeker wel. Siza geniet mensenrechten, in beton gegoten in de Universele Verklaring van de rechten van de Mens. En Siza’s geboorteland, Malawi, heeft die Universele Verklaring keurig ondertekend.

Volgens het Guiness Book of Records is de Universele Verklaring zelfs ’t meest vertaalde document ter wereld. 0p tien december 1948 en met de gruweldaden van het nazi-regime nog op het netvlies, verklaarden bijna zestig landen dat mensen als Mr. Siza niet alleen het recht hebben op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Ze hebben ook het recht om vrij te zijn van honger en vrij te zijn van angst.
Zo geniet meneer Siza het recht op sociale zekerheid (art. 22 van de Universele Verklaring). Meneer Siza geniet ook bescherming tegen werkloosheid (art. 23). Meneer Siza heeft recht op vrije tijd en vakantiegeld (art. 24). Meneer Siza heeft het recht op fatsoenlijke gezondheidszorg (art. 25). De kinderen van meneer Siza hebben recht op gratis onderwijs (art. 26). En uiteraard heeft meneer Siza het recht om niet zomaar door de politie te worden opgepakt. (art. 9)

Maar krijgen, doet hij die rechten niet. En de vraag is hoe dat komt. De vraag is waarom honderden miljoenen armen als meneer Siza wereldwijd zonder enige rechten door het leven moeten. En waarom hebben zestig jaar mensenrechten geen einde gemaakt aan aan massaverkrachtigen of de onderdrukking van minderheden?

Deze vragen zijn extra schrijnend nu de Universele Verklaring op 10 december 2008 zijn zestigste verjaardag viert. Wereldwijd wordt deze verjaardag herdacht. Van een officiele receptie bij VN in New York tot een fototentoonstelling in Congo-Brazzaville; Aan de vooravond van mensenrechtendag, op 9 december is er speciale avond op het Wereldpodium in Tilburg. Dan draait alles om déze vragen: Waarom werden tijdens de Rwandese genocide tienduizenden vrouwen verkracht? Waarom blijven miljoenen mensen als mr. Siza extreem arm? En waarom zijn minderheden in Congo vandaag weer uitgeleverd aan discriminatie en vervolging?

Op het Wereldpodium verschaffen gerenommeerde onderzoekers de laatste feiten en inzichten. Onder hen Dr. Anne-Marie de Brouwer, gepromoveerd op een bekroond proefschrift over seksueel geweld tegen vrouwen in Rwanda. En mr. Felix Ndahinda. Tien jaar geleden ‘danste’ hij nog ‘tussen de kogels’ in de huiveringwekkende oorlogen rond de Grote Meren, vandaag onderzoekt hij de bescherming van Afrikaanse minderheden. Commentaar levert schrijver en hoogleraar Rechten van de Mens Prof. dr. Willem van Genugten.
Muziek komt van cabaretier Berry Kolmans. En leerlingen van het Koning Willem II College voeren een kort maar pittig mensenrechtendebat.
De presentatie is in handen van Ralf Bodelier (journalist, Wereldpodium) en Rianne Letschert (UvT)

Wie:             Wereldpodium Tilburg in samenwerking met het Koning Willem II college
Wanneer: Dinsdag 9 december van 20.00-22.30u
Waar: Aula Koning Willem II College. Tatraweg 80 Tilburg
Reserveren: Via inschrijfformulier dringend aanbevolen.

Maandag 24 november. De Wereld na Bush

Publicatiedatum: 18 februari 2008

Dat Amérika onder Obama verandert, ligt voor de hand. Maar hoe staat het met de wéreld onder Obama?

Op vijf november heeft Obama zijn overwinningsspeech nog niet uitgesproken of de Russische president Medvedev kondigt al aan om raketten te plaatsen aan de grens met Europa.

Op vijf november meldt Israël blij te zijn met de verkiezing van Obama die er ‘alles aan zal doen om Israël te beschermen’. De vraag is dan ook wat er verandert aan het sombere lot van de Palestijnen in de Gazastrook, aan de Israëlische kolonisatie van de West-bank en de status van Oost-Jeruzalem?
(meer…)

Maandag 10 november. FASIHI!: Afrikaanse en Nederlandse schrijvers over ‘thuis’ en ‘ontheemd’

Publicatiedatum: 18 februari 2008

Ralf Bodelier in gesprek met Lieve Joris, Shimmer Chinodya, Chika Unigwe en Marijke Teeuw. Met Ethiopische muziek van Minyeshu Kifle Tedla

Steeds meer mensen raken ontheemd. Van Zimbabwaanse vluchtelingen in Zuid-Afrika tot asielzoekers in Europa. Maar niet alleen in de echte wereld zijn mensen losgeslagen van hun wortels, ook in de fictieve wereld van de romanschrijver. Wat betekent ‘thuis’ in een globaliserende wereld? En wat doen schrijvers met ‘thuis’ en ‘ontheemd’ in hun werk? Daarover gaan Afrikaanse en Nederlandse schrijvers met elkaar in gesprek tijdens het literatuurfestival Fasihi!
Fasihi! (‘Literatuur’ in het Swahili) wordt dit jaar voor het eerst georganiseerd door het Wereldpodium in Tilburg.

Lieve Joris
keert in haar meest recente boek De Hoogvlakten via het onherbergzame Congo weer terug naar haar geboorteland België.

Chika Unigwe beschrijft in De Feniks het leven van een Afrikaanse vrouw die na de dood van haar zoontje in een impasse beland in het voor haar zo vreemde België.

Marijke Teeuw verhaalt het leven van Moisès, kind uit Mozambique. Een oorlogskind dat nooit een thuis had. En dat niet weet wat hij ermee aan moet, wanneer een Nederlandse vrouw hem opvangt in haar huis.

Shimmer Chinodya is een van de bekendste schrijvers in Zimbabwe, een land dat inmiddels door een derde van de bevolking is ontvlucht.
Gespreksleider Ralf Bodelier schreef oa de reisroman Atheïst in Afrika en Bomen hebben wortels mensen hebben benen, een bundel reportages en essays over mensen in een wereld op drift.

De gesprekken worden afgewisseld met swingende liveoptredens van de uit Ethiopië afkomstige zangeres Minyeshu Kifle Tedla

Lieve Joris: (Neerpelt 1953). Groeit op in België en verhuist op haar 19e naar Nederland. Na de school voor journalistiek in Utrecht, schrijft ze onder andere voor NRC Handelsblad en de Haagse Post. In 1985 vertrekt ze voor het eerst naar Congo/Zaire. Ze schrijft er vier boeken over: Terug naar Congo (1987), Dans van de luipaard (2001), Het uur van de Rebellen (2006) en De Hoogvlakten (2008).

Chika Unigwe: (Nigeria 1974). Woont in Turnhout, België. Ze promoveerde in de literatuurwetenschappen in Leiden en is gemeenteraadslid in Turnhout voor de Christelijk Democratische partij van Yves Leterme. Haar bekendste boeken zijn De Feniks (2005) over in Nigeriaanse vrouw die in België woont en rouwt om de dood van haar zoontje en Fata Morgana (2007) over het lot van vier Afrikaanse vrouwen die in België in de prostitutie belanden).

Shimmer Chinodya: (Zimbabwe 1957). Studeerde aan Universiteit van Zimbabwe. Hij schreef oa romans, kinderboeken, en filmscripts. Chinodya werkte als visiting professor ‘creative writing’ aan de Lawrence University in de VS. Zijn bekendste werk is Harvest of the Thorns (1990) waarvoor hij ‘The Commonwealth Writers Prize’ kreeg. Chinodya probeert een Afrikaans wereldbeeld neer te zetten dat de hele wereld aanspreekt.

Marijke Teeuw: (Utrecht 1946). Woonde en werkte voor het ministerie van onderwijs jarenlang in Mozambique, destijds verscheurd door een gruwelijke oorlog. In de hoofdstad Maputo adopteert ze een straatkind dat later op gewelddadige wijze om het leven komt. Haar ervaringen heeft ze beschreven in Moisès. Kind van Mozambique, haar debuutroman uit 2008.

Let op: Locatie gewijzigd! Het Wereldpodium van 10 november vindt plaats in de Studiozaal van Theaters Tilburg

Wie: Wereldpodium Tilburg. In samenwerking met LUX Nijmegen en Salon Seize
Wanneer: Maandag 10 november van 20.00-22.00u (ontvangst vanaf 19.30u)
Waar: Studiozaal Theaters Tilburg, Louis Bouwmeesterplein 1 (aan Schouwburgring), Tilburg
Voertaal: Engels
Toegang: € 5,=. Reserveren via inschrijfformulier dringend aanbevolen

Fasihi! vindt ook plaats op zondag 9 november in LUX Nijmegen en op dinsdag 11 november in TUMULT Utrecht.



Fasihi! wordt mogelijk gemaakt door het NCDO, VSBfonds, het Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds en het HIVOS-NCDO Cultuurfonds.

21 oktober 2008. InterWATsionalisering van het Hoger Onderwijs?

Publicatiedatum: 17 februari 2008


Virakt Singh (Mumbai 1992) wil natuurkunde gaan studeren. Voor die universitaire studie wordt al jaren gespaard. Vader Singh werkt hard om een glanzende carrière voor Virakt mogelijk te maken: wellicht bij Tata in Mumbai, anders wel bij Philips in Eindhoven of bij Google in Mountains View, California. Virakt studeert hard en haalt hoge cijfers. Met een topbeurs kan hij mogelijk naar een buitenlandse universiteit
(meer…)

Dinsdag 10 juni 2008. Politiek in het stadion

Publicatiedatum: 16 februari 2008

Sport verbroedert! Sport brengt volkeren bijeen. Maar wat blijft er over van dit ideaal als sport terecht komt in de politieke arena?

Adolf Hitler gebruikte in 1936 de Olympische Spelen in Berlijn als propaganda voor zijn nationaalsocialistische ideologie. Het Arische ras zou de wereld zijn suprematie laten zien en stelde aan haar atleten anabolen en testosteron beschikbaar. Tot afschuw en verbijstering van Hitler pakte het anders uit. De zwarte Amerikaan Jesse Owens won vier keer goud. De Verenigde Staten boycotten de Spelen niet. En leerden de nazi’s een lesje.

politiek-in-stadion.jpgBekende Nederlanders, aangevoerd door Freek de Jonge, vroegen in 1978 het Nederlands elftal af te zien van deelname aan het Wereldkampioenschap Voetbal in het moord-zuchtige Argentinië onder dictator Videla. Nederland ging toch en haalde de finale. Er werd een belangrijk sportief hoogtepunt aan onze voetbalgeschiedenis toegevoegd. Met een boycot was dat niet gebeurd. Uit recent onderzoek van de Amsterdamse hoogleraar Fred Grünfeld blijkt dat de Nederlandse deelname gebaseerd was op economische belangen, met name rond de levering van Fokker-vliegtuigen. Ook gedurende het WK werden uit de Fokker Friendships tegenstanders van het regime levend in zee gegooid.

De Olympische Spelen in Moskou in 1980 werden geboycot door zo’n vijftig landen waaronder Amerika, West-Duitsland, Japan en Canada omdat de Sovjet-Unie in 1979 Afghanistan was binnengevallen. In 2001 vielen ook de Verenigde Staten Afghanistan binnen. Waarom werden de Olympische Winterspelen in 2002 in Salt Lake City door niemand geboycot?

Actueel is de roep om een boycot van de Olympische Spelen in China. China houdt Tibet bezet en schendt mensenrechten. Acht jaar geleden werden Olympische Spelen aan China toegewezen. Toen was van protest weinig te merken. Wellicht geloofden we IOC-voorzitter Jacques Rogge, toen hij in 2002 zei: “De toekenning van de Olympische Zomerspelen aan Peking zal een positief effect hebben op de mensenrechtensituatie in China”? Moeten we hem nog steeds geloven?

Sport verbroedert? Ook als de politiek zich met sport bemoeit? Is het acceptabel dat politieke argumenten de ambities van sporters frustreert, die jaren van hun leven investeren in de voorbereiding op de Olympische Spelen? Waarom de sporters? Waarom geen boycot voor de musici van Nederlandse orkesten die in Peking optreden, waarom niet de ondernemers die op China handelen? En de toeristen op de Chinese Muur? Hebben actievoerders gelijk? Of is het puur opportunisme, over de rug van de topsporter?

Presentatie Pieter Hilhorst. Politicoloog en columnist van de Volkskrant.
Met als gasten:

  • Marcel Rözer. Sportjournalist, vaste gast in Goedemorgen Nederland. Werkt aan een boek over WK voetbal in Argentinië, 1978.
  • Ruud Stokvis. Sportsocioloog en onderzoeker. Doceert aan de Universiteit van Amsterdam. Tussen 1964 en 1972 roeide Stokvis op internationaal topniveau.
  • Joël Voordewind. Lid Tweede Kamer voor de ChristenUnie. Deed oproep aan sporters en politici om niet of in versoberde vorm deel te nemen aan openingsceremonie van de olympische spelen in China.
  • Mona Zhimin Tang. Chinees dissidente, mensenrechtenactiviste en kunstenares.
  • Matthijs Brouwer. Hockeyspits van Oranje Zwart en het Nederlands Elftal. Is ondernemer en handelt met China.
  • Nicole Sprokel. Persvoorlichter van Amnesty International.

In samenwerking met Studium Generale, Universiteit van Tilburg. buy adipex
buy ambien
buy levitra
buy ultram
tramadol online
buy xanax
buy valium
buy meridia
buy fioricet
buy zoloft
buy cialisbuy cialisbuy levitrabuy levitrabuy propeciabuy propeciabuy somabuy somabuy levitrabuy cialisbuy propeciabuy levitrabuy somabuy cialisbuy propeciabuy levitrabuy somabuy cialisbuy levitrabuy propeciabuy soma

Verslag 24 november 2008: Amerika en Rusland

Publicatiedatum: 16 februari 2008

Country, blues, soul en motown klinken in de Villa de Vier Jaargetijden. Met aanstekende muziek brengt Bradley’s Circus de aanwezigen in Amerikaanse stemming. Waar daar draait het om vanavond. Amerika, én de wereld. Amerika heeft een nieuwe president en de wereld is in jubelstemming. Terecht?

wp-24-11-08-1wp-24-11-08-2wp-24-11-08-4

‘Obama is in de hele wereld een symbool, maar blijft in eerste instantie president van de Verenigde Staten en niet van de wereld’, zegt Hans Lindahl, ‘tweede generatie’ Colombiaan en hoogleraar rechtsfilosofie aan de UvT. ‘En zo kijkt Obama ook naar de wereld.’ Aan de hand van drie fragmentjes uit de speeches blijkt dat Obama bovenal wil dat de VS zijn positie als wereldleider weer terugwint.

wp-24-11-08-5wp-24-11-08-8wp-24-11-08-9

Bert Jan Verbeek, hoogleraar politicologie aan de de RU Nijmegen,reageert op verschillende speerpunten van het buitenlandbeleid van Obama en maakt de vergelijking met de periode Bush. Eerst gaat over het milieu. Op de plannen van Obama met betrekking tot het reduceren van de Co2 uitstoot met 80% reageert hij laconiek. ‘Tijdens de campagnes hebben ze tegen elkaar opgeboden. Er is niet eens geld om die plannen te realiseren. Dat gaat nu allemaal naar de kredietcrisis.’
Afrika is het tweede onderwerp. Is Afrika misschien wel hét onderwerp waarbij Bush pluspunten heeft gescoord? ‘Hij gaf inderdaad veel geld aan ontwikkelingshulp maar deels ging die ook naar conservatieve projecten. Aan het promoten van onthouding in plaats van voorbehoedsmiddelen bijvoorbeeld.’ Obama gaat waarschijnlijk verder, hij wil de ontwikkelingshulp opnieuw verdubbelen. Ook voor hem zullen Congo en Darfur flinke problemen opleveren. Verbeek is sceptisch, hij verwacht niet dat de VS militair in zal grijpen.

wp-24-11-08-10wp-24-11-08-12wp-24-11-08-14

Rusland-specialist Hubert Smeets (Redacteur NRC-Handelsblad, voormalig hoofdredacteur Groene Amsterdammer) en historicus en essayist Chris van der Heijden (auteur van oa ‘Israël, een onherstelbare vergissing’) worden er bijgeroepen om hun visie te geven op de scepsis van Verbeek. Beide heren zijn het met Verbeek eens. Het is verstandig om sceptisch te zijn. Obama heeft lang niet zoveel bewegingsvrijheid als we soms denken en daardoor kan er een groot verschil ontstaan tussen de mooie woorden uit de campagne en de werkelijke politiek.

Na al die terughoudendheid is het tijd voor een ‘luchtig’, typisch Amerikaans hapje. Echte minihamburgers vullen de magen terwijl Bradley’s Circus speelt.

wp-24-11-08-15wp-24-11-08-17wp-24-11-08-18

Na de pauze is het woord aan Hubert Smeets. Presentatrice Meike de Jong interviewt hem over de gevolgen van de verkiezing van Obama voor Rusland. President Medvedev speelde het klaar om op 5 november als enige wereldleider Obama’s naam niet te noemen. Geen felicitaties, niks. ‘En hoe zit het dan met zijn uitspraak op die verkiezingsdag, dat er direct raketten aan de grens met Europa geplaatst worden?’ wil presentator Ralf Bodelier weten. Volgens Smeets is dat louter toneelspel, maar dan met slechte timing, een provocatie van Rusland. Dat kun je gerust met een korrel zout nemen. Rusland en de VS lijken wel op elkaar, ze houden er van om te provoceren en een soort macht op te eisen, maar dat heeft niks met reaalpolitiek te maken.

Chris van der Heijden bespreekt de verkiezing van Obama weer vanuit een ander geo-politiek oogpunt, Israël. Meike de Jong, ondervraagt hem over de mogelijke relatie tussen Ahmadinejad en Obama. Hangt hij echt morgen aan de telefoon om te gaan praten? Volgens van der Heijden is dat niet erg waarschijnlijk. ‘Praten is nu onmogelijk, de situatie is er niet naar, bovendien zit Obama vast aan allerlei touwtjes. En aan de andere kant kijken Iran en Israël ook wel uit om iets geks te doen. Dat zou zelfmoord zijn. Ze hebben misschien een grote bek, maar zoeken via een omweg toch ook toenadering’.

Smeets en Verbeek komen er weer bij op het podium en reageren ze op de ruime hoeveelheid vragen uit de zaal.
Daarna is het tijd om de kennis van het publiek te testen met de grote Obama quiz. En hoe uitgebreid we de campagne ook hebben gevolgd in Nederland, toch blijkt de Obama-kennis niet erg volledig. Of lag het aan de moeilijke vragen? Na slechts een paar vragen zijn er al twee winnaars. Zij winnen kaartjes voor de nieuwe show van Karin Bruers, ‘Bruers for President’.

wp-24-11-08-20wp-24-11-08-24wp-24-11-08-25

Hans Lindahl sluit de avond af met een filosofische overweging en spitst deze toe op de tegenstrijdigheden tussen werkelijkheid en de symboliek  rond Obama. ‘Wat hadden we verwacht?’ zegt Lindahl, ‘dat Obama ook onze president zou worden?’ Ook bij Obama is het eigen volk eerst. Dat is de regel van alle politiek, er is geen wij zonder zij. Maar hoe kan het dan toch dat wij, als Nederlanders, als wereldburgers, onszelf toch identificeren met Obama? Waarom is hij een symbool? In deze tijden van economische crisis laat hij zien dat iets onverwachts mogelijk is. Een breuk met het verleden. En dat maakt hem ook zo broos. Als Obama echt door zoveel touwtjes wordt gebonden en water bij de wijn gaat doen, blijft er weinig over van de hoop en de idealen.

Veel stof tot nadenken dit wereldpodium, maar ook voor discussie. En onder het genot van de klanken van Bradley’s Circus en een drankje blijven vele gasten nog lang napraten.

(Anne Lutgerink, Wereldpodium)

Verslag 21 oktober 2008: internationalisering hoger onderwijs

Publicatiedatum: 16 februari 2008

Wat schieten we op met internationalisering van het hoger onderwijs? Wat is de reden om buitenlandse studenten hier, en onze eigen de grens over te krijgen? Wat betekent internationalisering voor studenten? Voor docenten? Wat doen de Nederlandse onderwijsinstellingen goed? Wat doen ze minder goed?
Al die vragen passeerden de revue op het Wereldpodium in het teken van de interWATsionalisering van het hoger onderwijs. Er werd gekeken, geluisterd en gediscussieerd over de achterliggende reden om te internationaliseren, hoe Nederland het doet en wat er beter kan.

wp-21-10-08-1wp-21-10-08-2wp-21-10-08-4

Caecilia van Peksi (International Project Manager Fontys) opent de avond en neemt een duidelijk standpunt in. Vandaag zijn we allemaal wereldburgers, van welke generatie we ook zijn. Wie 25 jaar geleden een kind van onder de twaalf vroeg om zijn wereldbeeld te tekenen, kreeg een tekening waarop het zich neerzette op een wereldbol. Pas op latere leeftijd plaatste het kind zich binnen het grenzen van land waarin het woonde.
Dat is aan het veranderen, nu verschuift de focus niet meer van de wereld naar de natie. Jongeren blijven zich zien als wereldburger in plaats van als Nederlanders.
Maar het zijn gemakzuchtige wereldburgers. Van Peski typeert de huidige studentengeneratie als generatie Y. Het is een generatie vol van vermaak en zelfoverschatting, ze zijn lui en vinden een zesje meer dan voldoende. Het zijn studenten die met alle winden meewaaien naar alle windstreken. Maar de ervaringen die ze daar opdoen zijn slechts oppervlakkig.

wp-21-10-08-5wp-21-10-08-6wp-21-10-08-7

Niet iedereen is het met die analyse eens. Eric Beerkens (…. van Nuffic) toont in zijn presentatie over de trends en ontwikkelingen in de internationale onderwijswereld waarom we onszelf wel wat positiever neer mogen zetten. We kunnen best trots zijn op onze technische op-leidingen die tot de beste van de wereld behoren. Of dat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs wereldwijd op de vijfde plek staat, meteen na Amerika, Groot-Brittannië, Australië en Canada. En dat is maar goed ook, want de internationalisering van het Hoger Onderwijs is belangrijk voor Nederland. Het kan ons helpen bij het tekort aan onderzoekers en hoogopgeleiden en het vergroten van de kwaliteit en innovatie van kennis. Bovendien is het van belang voor onze internationale relaties.
Dit belang wordt ook onderstreept door Chris de Neubourg (Academisch directeur van de Maastricht Graduate School of Governance). Het bedrijfsleven en de overheden kunnen niet meer niet-internationaal werken. We zien vandaag de dag dat banken wereldwijd aan elkaar gelieerd zijn. In Europa werken we samen met 26 lidstaten. De studenten die op De Neubourgs school problemen oplossen zijn uit 102 landen afkomstig. Ze brengen allen een stukje culturele en technische bagage mee, waardoor ze vaak tot nieuwe inzichten komen.

wp-21-10-08-8wp-21-10-08-11wp-21-10-08-12

Voor wie er nog over twijfelde: de pauze was er voor Duitse en Belgische studenten aan de Fontys circusacademie die het hooggeëerde publiek verbaasden met hun jongleerkunsten.

Alle gasten waren het er over eens: de internationalisering van het Hoger Onderwijs is van het grootste belang en we zijn op de goede weg. De vraag is hoe die internationalisering van universiteiten en hogescholen vandaag in de praktijk uitpakt en welke kant we nu opgaan.
Frank van der Duyn-Schouten (Rector magnificus van de Universiteit van Tilburg) ziet zijn studenten het liefst een bachelor doen aan universiteit A in land X en een master aan universiteit B in land Y.
‘De Universiteit is sinds 1996 bezig met de internationalisering, en nu, in 2008 zijn we halverwege. Er is nog veel te doen, maar er is ook al zo veel gedaan. We hebben nu acht procent buitenlandse studenten. Dat aantal zal de komende tijd blijven groeien. Bovendien is een groot deel van de opleidingen is volledig Engelstalig’, zegt Van der Duyn-Schouten.

wp-21-10-08-13wp-21-10-08-14wp-21-10-08-15

‘Maar dan wel een soort Nederlands-Engels stelde Marloes Broeren in haar afstudeeronderzoek vast. Desondanks laat haar onderzoek naar het verbale repertoire van Nederlandstalige docenten zien dat hun Engels het onderwijs niet beperkter maakt, mits er maar voldoende interactie is met studenten. De Lingua Franca in het internationale onderwijs is nu eenmaal ‘slecht’ Engels. Docenten en studenten moeten eerder klaar worden gestoomd voor onderwijs in het Engels.
Ook Fontys ziet het aantal internationale studenten groeien, zegt Rene van Elderen (Lid van de Raad van Bestuur van Fontys). ‘Maar het onderwijs honderd procent internationaal maken is niet het streven. Beroepsopleidingen als verpleegkunde of de Pabo openstellen voor internationale studenten is niet zo interessant. Maar de studenten moeten wel weten hoe ze om moeten gaan met bijvoorbeeld een Pools jongetje in de klas of in het ziekenhuis.’

Blijft de vraag of generatie Y werkelijk bestaat uit luie studenten? Daarover blijven de meningen verdeeld. Een ding is zeker, studenten zijn in ieder geval een stuk reislustiger en nieuwsgieriger naar de wereld dan voorheen.

Verslag 20 mei 2008: Gypsie Festival

Publicatiedatum: 16 februari 2008

20 mei 2008. Onder het geluid van opzwepende muziek stroomt Villa de Vier Jaargetijden vol met publiek. Het vijfde Wereldpodium heeft een andere gedaante dan men tot op heden kent. Door een nauwe samenwerking met de organisator van het International Gipsy Festival, Albert Siebelink, staat de avond in het teken van muziek. Muziek dat het geheim van de Gipsy voor de ruim 150 aanwezigen zal onthullen.

wp-20-5-08-0.jpgwp-20-5-08-1.jpgwp-20-5-08-2.jpg

Het geheim van de Gipsy is goed bewaard gebleven. ‘Het lot van de Roma is pas tien tot vijftien jaar bekend,’ begint Ralf Bodelier, presentator van het podium.Hij schetst de verhouding tussen de ‘zigeuners’ en de ‘brave burger’ door de eeuwen heen. Na een lange tijd van taboe worden de Roma verheerlijkt: de materialistische, brave burger verlangt naar de romantiek. Wanneer Bodelier dit verlangen verbindt aan de schoonheid van de zigeunervrouw, raakt hij een gevoelige snaar. Lalla Weis, coördinatrice van de ‘Landelijk Sinti/Roma Organisatie’, vindt de uitspraak ongepast. Over de schoonheid van een vrouw mag niet in openheid worden gesproken. Ook gastsprekers Bluma Schattevoet en Gjunler Abdullah zijn het hiermee eens. Een excuus is dus op zijn plaats. De ‘onnozelheid’ van Bodelier maakt dat hij wordt vergeven. Het publiek wordt al vroeg in de avond geprikkeld.

wp-20-5-08-5.jpgwp-20-5-08-6.jpgwp-20-5-08-7.jpg

Prachtig uitgedost betreedt Bluma Schattevoet het podium. Met dans en muziek vertellen zij en haar band Romeny Jag verhalen van de Gipsy. Verhalen die gebaseerd zijn op Bluma’s eigen ervaringen. Verhalen over haar kindertijd, over onbegrip en over cultuur. De drijvende krachten zijn echter vooral de verhalen van haar vader, die de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog overleefde. Bluma en de band geven het publiek een kort voorproefje van wat hen de rest van de avond te wachten staat.

wp-20-5-08-8.jpgwp-20-5-08-9.jpgwp-20-5-08-10.jpg

De band maakt plaats voor de eerder ontzette Lalla Weis. Ook Gjunler Abdullah schuift aan. Hij is oprichter van de ‘Landelijke Stichting Roma Emancipatie’, activist, journalist, schrijver en voormalig politicus in Macedonië. Beiden spreken over de situatie van de Roma in Oost-Europa en in Nederland. Een streven is niet alleen de integratie van participatie van Roma in Nederland te verhogen. ‘Mensen moeten ook met ons in gesprek gaan, en niet alles aannemen wat er in boeken staat,’ aldus Lalla. Gjunler Abdullah vecht daarnaast voor een plek in de politiek. ‘Als kleine minderheid hebben Roma in Nederland geen politieke invloed.’ Hoewel de Roma veel te bieden hebben, is het moeilijk een invloedrijke plek te bemachtigen.

wp-20-5-08-13.jpgwp-20-5-08-15.jpgwp-20-5-08-18.jpg

Felicita Vos, zelf Roma, beaamt dit. Voor haar boek “Blauwe haren, zwarte ogen” reisde ze door het Europa van haar volk. Op zoek naar geslaagde Roma probeert ze de stereotypen te doorbreken. Deze heersende, negatieve beelden wijt zij deels aan de media: “De media zoomt in op de criminaliteit.’ Net als Lalla en Gjunler, is zij gedreven om de ‘andere kant’ van de Roma aan de wereld te laten zien.

Het ‘Bluma-hapje’ valt bij alle aanwezigen in de smaak. De schalen vol traditionele Gipsyhapjes van (vegetarisch) gehakt vinden gretig aftrek bij zowel het publiek als gasten. Zodra iedereen verzadigd is vertelt Bluma de Gipsyversie van het verhaal van de Schepping. “God wilde een mens bakken en legde het deeg in de oven” begint ze. “Maar God viel in slaap en toen hij wakker werd zag hij dat hij een heel donker mens had gebakken. Hij gaf ze Afrika om in te wonen. De tweede keer dat Hij ging bakken was Hij iets te voorbarig en haalde het deeg te vroeg uit de oven. Het resultaat, een wit schepseltje. Die moeten ook ergens wonen dacht Hij, en hij gaf ze Nederland. De derde keer was Hij voorzichtig, Hij haalde het schepsel precies op tijd uit de oven en het was zo’n mooi mens. ‘Ik noem hem zigeuner’ zei God, ‘en ik geef hem de hele wereld om in te wonen’.”

Aan de hand van de temperamentvolle en ontroerende Gipsy muziek en dans vertelt Romeny Jag het verhaal van de Gipsy’s om verandering te brengen in het stigmatiserende beeld dat er van de Gipsy’s bestaat. De gedichten en verhalen van Bluma binden de muziek aan elkaar. De liederen en dans vertellen over de angst voor de vooroordelen, over het vuur en mystiek die stroomt in hun Gipsybloed. Het bloed dat ervoor zorgt dat het gevoel van vrijheid blijft leven in hun hart. Het is hun manier om de dialoog aan te gaan, om de stroom van het prikkeldraad te halen, en de oordelen over de Gipsy’s te ontkrachten. De zaal danst en klapt mee voor het volkslied van de Roma en Sinti. En er is hoop dat er vanavond meer begrip is gekomen voor de grootste en minst begrepen minderheid in Nederland.

Verslag 10 november 2008: Fasihi! literair festival

Publicatiedatum: 16 februari 2008

FASIHI! Afrikaanse, Nederlandse en Vlaamse schrijvers komen op 10 november samen in de studiozaal. Om met elkaar te praten, te discussiëren en voor te lezen uit hun werk. Op deze andere locatie dan gebruikelijk voelt de sfeer meteen vertrouwd. Misschien komt het wel door de muziek van Minyeshu Kifle en Zoumana Diarra uit Ethiopië die de avond kleur geeft. De doordringende stem van zangeres Minyeshu, begeleid door de prachtige snaarinstrumenten van Zoumana, vertellen over hoe het is om een vreemdeling te zijn en over je aanpassen in een Europese cultuur.

wp-10-11-08-3-ewp-10-11-08-4-ewp-10-11-08-6-e

De schrijvers schuiven aan en vertellen waar ze vandaan komen en waarover ze schrijven. Ieder afkomstig uit een ander land met een eigen verhaal. Ieder met een eigen gevoel van ergens thuis zijn of ontheemd. Ze lezen voor uit eigen werk en praten om beurten over hun relatie met het land waarin of waarover ze schrijven.

Marijke Teeuw ging in 1989 naar Mozambique, vanuit solidariteit, avontuur, de poëtische naam van het land en de vrijheid om de wereld te ontdekken. En voor haar werk voor het ministerie van onderwijs in Mozambique. Ze vertelt over haar ontmoeting met Moisès, een straatkind dat ze tijdens de burgeroorlog ontmoet in de provinciestad Nampula en waarvan ze weet dat ze het ooit weer zal tegenkomen. Dat gebeurt een aantal jaren later in de hoofdstad Maputo een 1500 kilometer zuidelijker. Het kind, dat lijdt aan het ‘foetaal alcohol syndroom’, raakt haar diep. De jongen wordt  als een zoon voor haar. Een zoon voor wie ze een zo goed mogelijk leven probeerde te scheppen en die uiteindelijk in het mes van zijn moordenaar zal lopen. Marijke Teeuw leest een ontroerende passage voor uit haar boek Moisès (2008) dat ze na zijn dood heeft geschreven.

wp-10-11-08-7-ewp-10-11-08-9-ewp-10-11-08-17-e

Chika Unigwe woont al 10 jaar in Turnhout, België. Ze ziet daar net als in haar geboorteland Nigeria de verschillen tussen arm en rijk. Dat is haar grote bron van inspiratie. Ze vertelt over haar laatste boek Fata Morgana (2007) en waarin ze schrijft over het lot van Nigeriaanse vrouwen die via de vrouwenhandel in Antwerpen in de prostitutie belanden. De openheid waarin in België met prostitutie werd omgegaan was voor haar nog de grootste schok. Ze raakte zo geïntrigeerd door het onderwerp dat het een obsessie werd. Een obsessie die uiteindelijk leidde tot persoonlijk onderzoek waarbij ze in minirokje en laarzen op zoek ging naar de vrouwen van het Schipperskwartier om zo hun verhaal te horen. Unigwe ontdekte dat schaamte voor veel verhandelde vrouwen een luxe is. Een schaamte die ze zich in hun strijd om het bestaan simpelweg niet kunnen veroorloven.

wp-10-11-08-19-ewp-10-11-08-23-ewp-10-11-08-24-e

Shimmer Chinodya is wellicht de meest bekende Afrikaanse schrijvers uit deze tijd. Hij schrijft en publiceert al zijn boeken vanuit zijn thuisland Zimbabwe, hoewel de economisch neergang van het land vaak betekent dat er geïmproviseerd moet worden. Shimmer spreekt over zijn land, waar de economie in pakweg 25 jaar volledig is veranderd. Over de consequenties van de kolonisatie en hoe het is om de Afrikaanse literatuur pas op de universiteit te ontdekken. En over zijn bekendste boek Harvest of Thorns (1989) Een boek over onafhankelijkheid en een jongen die opgroeit tijdens de oorlog in de late 50-er jaren.

Lieve Joris vertelt als laatste en wel over ‘haar land’ Congo. In 1985 kwam ze er voor het eerst, op bezoek bij haar oom die daar als missionaris was heen gegaan. Het betekende voor haar een vlucht vanuit haar kleine geboorteplaats Neerpelt in België. Congo en Lieve vormen vanaf het begin een ‘goed stel’ zegt ze. Het gaf haar de kans om te reizen naar de ziel van de mensen in Congo, maar ook om te reizen naar zichzelf en haar eigen verleden. In de tijden dat ze in Congo woonde woedde een verwoestende oorlog in het land. Deze dreef haar ertoe te zoeken naar het landschap en de mensen achter de oorlog, waardoor ze diep betrokken raakte in hun leven. Ze leest voor uit haar boek Het uur van de Rebellen (2006).

De avond wordt afgesloten met een signeersessie door de schrijvers die met de aanwezigen nog ruime tijd blijven napraten. Daarna gaat iedereen huiswaarts, beladen met boeken en geprikkeld om meer Afrikaanse literatuur te lezen.

(Recensie: Anne Lutgerink, Het Wereldpodium)

Verslag 10 juni 2008: sport verbroedert?

Publicatiedatum: 16 februari 2008

Dinsdag 10 juni 2008 vindt het zesde en laatste Wereldpodium voor de zomervakantie plaats. Een wereldpodium over sport en politiek en de vraag of sport daadwerkelijk verbroedert. Wat blijft er over van dit ideaal als sport terecht komt in de politieke arena?

Eerste spreker van de avnd is Marcel Rözer, sportjournalist. Hij werkt aan een boek over het WK voetbal in Argentinië, 1978. Het WK, waarbij Freek de Jonge en Bram Vermeulen opriepen tot een boycot, als reactie op schending van de mensenrechten in het land. Voor het schrijven van zijn boek heeft Rözer interessante gesprekken gevoerd in Argentinië. Zowel met gemartelden als met spelers van het Argentijnse voetbalteam. “Moet een sporter opstaan tegen een regime? Ik vind het een moeilijke kwestie”, aldus Rözer. Wat wijsheid is in dit soort situaties kan hij niet te zeggen.

wp-10-6-08-1.jpgwp-10-6-08-2.jpgwp-10-6-08-3.jpg

Avondvoorzitter is ditmaal Pieter Hilhorst, politicoloog en columnist van de Volkskrant. Hij vervangt hiermee de vaste presentator Ralf Bodelier. Hilhorst prikkelt de aanwezigen direct met een aantal stellingen. Of het boycotten van sportevenementen een zinvol politiek signaal is, staat maar voor enkelen vast. Dat een boycot weldegelijk zinvol kan zijn, wordt door bijna iedereen beaamd.

wp-10-6-08-4.jpgwp-10-6-08-5.jpgwp-10-6-08-6.jpg

Na Marcel Rözer is het podium voor Ruud Stokvis, sportsocioloog aan de Universiteit van Amsterdam. De reden waarom landen grote sportevenementen willen organiseren is volgens Stokvis de hoop op prestige. Het IOC baseert haar selectie van een land voor de organisatie van de Olympische Spelen op basis van continuïteit: “Ze willen de Spelen blijven kunnen organiseren, waardoor er gekozen wordt voor een stabiel land.” Toch denkt Stokvis dat er niet altijd rekening gehouden kan worden met politieke ontwikkelingen. In een aanloop van 7 jaar kan er volgens hem veel gebeuren. Ontwikkelingen zijn niet te voorspellen. Pieter Hillhorst interviewt Ruud Stokvis kort over zijn deelname als roeier aan de Olympische Spelen in 1968 en 1972. Ook hier speelden politieke ontwikkelingen, zoals het apartheidsregime in Zuid-Afrika en de bloedig neergeslagen studentendemonstratie in Mexico, die Stokvis tot op heden bezig houden.

wp-10-6-08-7.jpgwp-10-6-08-8.jpgwp-10-6-08-9.jpg

De kwestie van mensenrechtenschending wordt onderstreept door Nicole Sprokel, persvoorlichter van Amnesty International. Naast aandacht voor sport, cultuur en milieu moet er volgens haar een vierde pijler aan de Olympische Spelen worden toegevoegd: mensenrechten. Al gauw verschuift de discussie naar China, “waar op grote schaal mensenrechten worden geschonden,” aldus Sprokel. Amnesty International hoopt dat de huidige aandacht voor China positieve effecten heeft op de situatie in dit land.

wp-10-6-08-10.jpgwp-10-6-08-11.jpgwp-10-6-08-12.jpg

De heerlijke sportcake pept iedere aanwezige weer op voor de discussie waar de avond mee begon: Moet de openingceremonie van de Olympische Spelen in China worden geboycot ja of nee? Om de aanwezigen een antwoord te laten vormen, wordt eerst een beeld van het probleem van de mensenrechtensituatie geschetst. Chinees dissidente Mona Zhimin Tang vertelt aan de hand van zang en performance over de vervolging van de Falun Gong. Mona is stellig over een boycot van de openingsceremonie: “De Chinese regering zijn zulke schurken, met zulke schurken wil je geen feest vieren”.

wp-10-6-08-14.jpg

De zaal is het erover eens dat de situatie met de mensenrechten niet houdbaar is. Maar is een boycot van de (openingsceremonie van de) Spelen wel het juiste antwoord? “Nee.” zegt Matthijs Brouwer, hockeyspits van het Nederlands elftal, die dit jaar met zijn team goud wil halen op de Olympische Spelen. Hij is het ermee eens dat de mensenrechtensituatie dringend is, maar een boycot van de openingsceremonie is niet de juiste plek. De vraag om een boycot moet dan ook worden neergelegd op hoger niveau, bijvoorbeeld bij het IOC. “Mijn sport heeft niks met politiek te maken” zegt hij, “Als sporter wil ik gewoon het hoogst haalbare en dat is goud op de Olympische Spelen”.

Samen met Nicole Sprokel en de zaal wordt er gediscussieerd over een boycot. Over of de openingsceremonie van de Olympische Spelen daarvoor het juiste terrein is en of het wel effect heeft. De meningen zijn grofweg verdeeld in drie kampen: mensen die tegen een boycot zijn omdat sport sport moet zijn, mensen die overtuigd zijn van het nut van de boycot en de mensen die na vanavond zoveel goede argumenten voor en tegen hebben gehoord, dat ze het niet meer weten.

“Deze avond gaat over ons allemaal” zegt Marel Rözer als afsluiting van de avond, “het gaat over heldendom, moed en lafheid, en zoals Primo Levi zei: “Ik had net zo goed aan de andere kant van het prikkeldraad kunnen staan.”

Dinsdag 20 mei 2008. Het geheim van de Gipsy

Publicatiedatum: 16 februari 2008

Ontmoet Roma en Sinti, luister naar hun verhaal en ontdek… het geheim van de Gipsy

In Nederland zijn ze maar met weinigen, waarschijnlijk met niet meer dan zesduizend. Ze gaan door het leven als Roma en Sinti, sommigen noemen hen zigeuners, anderen gitanos of gipsy’s.
Ze kwamen van ver. Oorspronkelijk uit India en Pakistan, meer recent uit Oost-Europa en de Balkan. Ze wonen in woonwagenkampen, vooral in Brabant en Limburg.
Roma en Sinti zijn een kleine minderheid. Een kwetsbare minderheid. Door 19e eeuwse romantici nog gevierd als ‘ongebonden natuurmensen’, moordden de nazi’s honderdduizenden Roma en Sinti uit. Een verhaal uit de holocaust dat nog maar amper is verteld. Ook vandaag worden Roma en Sinti gediscrimineerd. Dat wordt maar amper opgemerkt, want Roma en Sinti doen vrijwel nooit aangifte.
Dat zijn de droevige verhalen. Er zijn ook mooie, turbulente, meeslepende, melancholieke en spannende verhalen. Zoals het verhaal van de muziek, een verhaal dat vandaag wél wordt gehoord. Het verhaal van Django Reinhardt, Tata Mirando en het Rosenberg Trio. En het verhaal van het verlangen, de drang om niet op een plaats te zijn, om op weg te gaan. Al was het maar naar de jaarlijkse samenkomst van Sinti en Roma in het Franse Samois sur Seine.

Leer hen eindelijk kennen, de Roma en Sinti uit Vinkenslag, Beukbergen of de Moerputten. Luister naar hun verhalen, hun muziek. Proef de wereldpodiumsnack, recht uit de pittige keuken van het Oosten.
online pharmacycialislevitrasomaviagra
Wat kunt u verwachten?

romeny-jag.gifDe band Romeny Jag ‘Zigeunervuur’. Speelt een veelzijdige repertoire met Roma en Sinti-liederen uit Hongarije, Roemenië, Rusland en Joegoslavië. De muziek en de teksten van Romeny Jag vormen de leidraad in Het Geheim van de Gypsy.


vos-felicita1.gifFelicita Vos
. Schrijfster. Presenteert haar nieuwe boek “Blauwe haren, zwarte ogen”. Felicita Vos, zelf Roma, reist door het Europa van haar volk. Ze danst met zangeres Ljiljana Buttler-Petrovic, drinkt cappuccino met flamencodanser Joaquin Cortès, huilt om gemartelde zielen in Birkenau. En komt tot de ontdekking dat – ondanks de versplintering van een volk – oude tradities bewaard zijn gebleven en overal in Europa op eenzelfde manier in ere worden gehouden.


bluma-schattevoet.gifBluma Schattevoet
. Verhalenvertelster. Schattevoet haalt haar verhalen uit het reiskoffer. Ze diept voorwerpen op en vertelt over het leven van haar Roma en Sinti. Over het gevecht tegen onbegrip, het handhaven van de eigen cultuur, over haar kindertijd en, onvermijdelijk, over de Tweede Wereldoorlog.


lalla-weiss.gifLalla Weiss
. Coördinatrice van de ‘Landelijk Sinti/Roma Organisatie’, strijdt voor de emancipatie van Roma en Sinti, ontving voor haar organisatie de Geuzenpenning en werd uitgebreid geportretteerd in de televisiedocumentaire ‘De Witte Raaf’ uit 2004.



gjunler-abdullah.gifGjunler Abdullah
. Oprichter van de ‘Landelijke Stichting Roma Emancipatie’. Activist, journalist, schrijver en voormalig politicus in Macedonië. Abdullah zong tijdens Gipsyfestival ’07 met de Balkan-folkband Parne Gadje in het project Bizogaor.
logovilla4jgt.giflogogypsyfestival.giflogoprnb.jpg

Het geheim van de Gipsy wordt georganiseerd in samenwerking met het International Gipsy-festival (zondag 25 mei in de Interpolistuin Tilburg). Zie www.gipsyfestival.nl