• Volg ons:
  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube

Archive for the ‘2011’ Category

Programma Wintervuur 2011

Publicatiedatum: 26 november 2011

Activiteiten met inschrijving:

  • Toneelvoorstelling As I left my fathers house van Bright Richards (Liberia). Let op: het is niet meer mogelijk om plaatsen te reserveren voor deze voorstelling. 
  • Workshops Afrikaanse dans van Cynthia van Soest (Ghana). Let op: het is niet meer mogelijk om plaatsen te reserveren voor de dansworkshops. 
  • Schrijfster Yasmine Allas (Somalië)
  • Verteller Alphonse Muambi (Kongo)
  • Verteller Othman Aanannaz (Marokko)
  • Verteller Homayoon Hakimi (Iran)
  • Verteller Zhimin Tang (China)
  • Dialoogtafels. Let op: het is niet meer mogelijk om plaatsen te reserveren voor de dialoogtafel ‘Voel jij je thuis in Nederland’ tijdens de tweede programma ronde. 

‘Pauze’-activiteiten:

  • Wereldspelletjes o.a. Mahjong en Mancala
  • Zing buiten mee rond het kampvuur onder leiding van Rob Grosveld op de piano
  • Luister naar duizend-en-één-nacht liefdesliederen uit Iran door Homayoon Hakimi en Maryam Harouni.
  • Exotische en oer-Hollandse hapjes en drankjes
  • Speed-ontmoetingen

(Klik op de titel om direct naar het programma-onderdeel te gaan)

As I left my fathers house is een indrukwekkende voorstelling over de gevolgen van oorlog, over ontwrichting en ontheemding, gemaakt door New Dutch Connections, een stichting opgericht door theatermaker en migrant Bright Richards uit Liberia. De teksten in dit theaterexperiment de voorstelling zijn een mix van persoonlijke vluchtverhalen van vele migranten en teksten uit de Bijbel, de Koran en de Tenach, en wel zo dat niemand meteen weet uit welke bronnen wordt geput. Richards doel is zo veel mogelijk op te treden voor een gemengd publiek van alle geloven en culturen. Bijna alle spelers zijn ook migrant: Bright O. Richards, Hossein Mardani, Oleg Fateev, Zoumana Diara en Pukki Marshall Pukki. Een aantal van hen heeft directe ervaring met oorlog. Bright Richards was al op jonge leeftijd actief als maatschappelijk bewust theatermaker in Liberia. Zijn rol in de populaire TV soap Johnny Got Home redde hem later zijn leven. In Nederland volgde hij de toneelschool en speelde rollen in films en theater (o.a. het RO theater en Huis aan de Amstel). Hij richtte zijn eigen stichting New Dutch Connections op om zelfontwikkelde stukken uit te kunnen brengen.


De voeten gaan van de vloer bij de workshops Afrikaanse dans van de Ghanese danseres Cynthia Gabla. Cynthia kwam in 2001 voor het eerst naar Nederland als lid van het Kusum Gboo Dance Ensemble. Ze traden op bij Festival Mundial. Vanwege de liefde kwam ze terug, en sinds 2004 woont ze in Nederland. Ze geeft als Cynthia van Soest dansworkshops op scholen en bij bedrijven. Cynthia is pas tevreden wanneer iedereen energiek danst en plezier heeft. “De mensen hier zijn gehaast en vaak gestrest, dansen werkt bevrijdend.”


Yasmine Allas verliet op jonge leeftijd haar geboorteland Somalië en kwam in 1989 in Nederland terecht. Ze volgde een toneelopleiding, acteerde bij verschillende gezelschappen en trad op met een soloprogramma. In 1998 debuteerde ze met de succesvolle roman Idil, een meisje. Allas schrijft essays en opiniestukken over de multiculturele samenleving, onder meer in de Volkskrant. Ze verhaalt graag hoe bevrijdend democratie en vrijheid van meningsuiting kan zijn, vooral voor vrouwen. In 2010 verscheen haar meest recente roman, Een nagelaten verhaal, over een jonge vrouw die voor het eerst terugkeert naar haar geboorteland. Het wordt een emotioneel weerzien, wanneer blijkt dat het land geheel is verwoest en haar verleden daarmee is uitgewist. Voor Allas is Nederland gewoon geworden, ze voelt zich diep geworteld, maar mist de Somalische muziek die de taal van het volk, het land en de liefde is.


Alphonse Muambi is schrijver, kritisch opiniemaker en lobbyist uit DR Congo. In 1994 kwam hij naar Nederland; studeren in Congo was niet meer mogelijk. In 2003 rondde hij de lerarenopleiding wiskunde af. Hij werkte een tijdje als docent, maar richt zich nu op het schrijven. Ook spreekt hij veel over Afrika en globaliseringsvraagstukken. Zijn stelling is “niet de wereld moet globaliseren, maar de mens.” In 2006 trad hij namens Nederland op als internationale verkiezingswaarnemer in Congo, hierover schreef hij het boek Democratie kun je niet eten. Hij heeft een eigen onderwijsproject in Congo. Mumabi woont met zijn vrouw en twee kinderen in Den Haag. Hij mist het ‘lawaai’ van zijn thuisland: de hanen die ’s ochtend kraaien, het leven op straat en de verjaardagsfeesten mét muziek.


Othman Aanannaz kwam als vijfjarige vanuit Marokko naar Tilburg waar zijn vader woonde en werkte, en groeide op in de Kruidenbuurt. Hij is ook bekend als rapper Oowtje Ananas en treedt vaak op met Boef en de gelogeerde aap. Aanannaz maakt muziek, schrijft gedichten en heeft een eigen label. Een aantal jaar geleden zag zijn wereld er heel anders uit. Hij zat in de gevangenis wegens diefstal –“Sorry als ik uw auto gestolen heb”- en vechtpartijen, en leefde een half jaar op straat. Met hulp van Traverse krabbelde hij ‘uit de goot’ en begon aan een lerarenopleiding maatschappijleer. Die opleiding maakte hij niet af, maar ditmaal niet vanwege spijbelen. Zijn muziekcarrière ging zo hard dat hij opleiding en werk niet meer kon combineren en hij koos voor de muziek.


Homayoon Hakimi ontvluchtte als tiener het Iran van de ayatollahs. Zijn vader was gouverneur geweest onder de Sjah en onder het Islamitische regime voelde hij zich niet veilig en vrij. Hij kwam in 1988 zonder familie aan in Nederland en ging elektrotechniek studeren hij aan de HTS. In 2001 vertrok Hakimi naar Canada, maar inmiddels woont hij al weer anderhalf jaar in Eindhoven waar hij een eigen handelsbedrijf heeft in composietmaterialen. Hakimi is een vurige voorvechter van wereldvrede en bezoekt regelmatig scholen voor Vluchtelingenwerk om zijn levensverhaal en vredesboodschap te vertellen. “Als iedereen één stapje extra zou doen, zou er zoveel minder ellende zijn.” Hakimi mist vooral de vrolijkheid van de Iraniërs, maar de keren dat hij terug was in Iran kreeg hij ook heimwee naar Nederland.


Zhimin (Mona) Tang (China) kwam in 1995 naar Nederland vanwege de liefde én politieke vervolging. Ze studeerde kunst en communicatie. Momenteel volgt Tang een muziekopleiding (zang) en schrijft in het Chinees en Nederlands. Vrijheid en rechtvaardigheid zijn uiterst waardevol vindt Mona, maar helaas niet vanzelfsprekend. Zelf strijdt ze hartstochtelijk voor meer vrijheid haar geboorteland. Namens Chinese schrijvers in China richt ze in Nederland bijvoorbeeld de Chinese Schrijvers Bond op omdat dit in China onmogelijk is. De Chinese overheid ziet haar als een bedreiging. Terug in China op familiebezoek werd ze ontvoerd door de geheime politie; in Nederland werden onlangs nog haar website en emailbox gehackt.


Wanneer voel jij je thuis in Nederland? En waarom, of waarom niet? Kijk je uit naar nieuwe ontmoetingen of zie je er juist tegenop? Deel je ervaringen, ideeën en dromen in kleine kring aan de dialoogtafel. Aan de dialoogtafels praten 8-10 mensen over de vraag ‘Voel jij je thuis in Nederland?’ of over het thema  ‘Nieuwe ontmoetingen’. Onder de deelnemers is minstens één migrant of vluchteling. Het gesprek wordt geleid door een gespreksleider van het Wereldpodium. Iedereen wordt uitgenodigd zijn of haar ervaringen te delen en te luisteren. Er is ook een speciale dialoogtafel waar bezoekers van het toneelstuk As I left my father’s house kunnen napraten met de maker Bright Richards.


Wereldspelletjes Ganzenbord, monopoly, risk of de Kolonisten van Catan. Wie heeft ze nooit gespeeld met de familie, knus rond de kachel of open haard in de donkere dagen rond kerst. Maar kent u ook het oosterse Mahjong of Afrikaanse Mancala? In de warme kamers van de NWE Vorst kunt u de ‘Hollandse gezelligheid’ uitbreiden met exotische spellen. Mahjongclub De Vier Winden wijdt u in in de geheimen van het oosterse Mahjong en mensen met Afrikaanse roots dagen u uit voor een potje Mancala/Kalaha, een spelletje met de boontjes.

Verslag 15 mei: Naar een afvalarme wereld

Publicatiedatum: 16 februari 2012

Lekkende waterkokers, kapotte telefoons, oude krultangen… Bezoekers van de Dag van het Afval mochten op 15 mei een afgedankt apparaat meenemen naar popcentrum 013. In ruil daarvoor kregen ze een felgroen fleecedekentje, gemaakt van afgedankte petflessen. Met deze ludieke actie was thema van de middag gezet: afval is grondstof. Bijvoorbeeld voor kunstwerken. Beeldend kunstenaar Guus Voermans showde objecten van afgedankte strijkijzers, verfkwasten en staatlantaarns. Of muziekinstrumenten: Harm Goslink Kuiper speelde romantische liedjes op zelfgebouwde gitaren van olieblikken en afvalhout.

Maar de Dag van het Afval begon met de enorme berg die wij elk jaar weggooien. Volgens André Habets van Wecycle, recyclaar van elektronisch afval, gooien we met zijn allen zo’n 300 miljoen kilo elektronische apparatuur per jaar weg. Ongeveer 120 miljoen kilo wordt opgehaald. Wecycle krijgt e-waste van gemeenten, retailers en scholen en zorgt dat het voor 97% verantwoord wordt hergebruikt.

Het hergebruik van afval gaat steeds beter. Dat zegt Joris van de Meulen van Nedvang, het bedrijf dat namens producenten verantwoordelijk is voor het hergebruik van afval. Bij het grote publiek is Nedvang beter bekend van de Plastic Heroes. De inzameling van plastic stijgt en Van de Meulen laat wat ermee gebeurt: petflesjes worden plastic bakjes, t-shirts en fleecedekentjes.

Afval is grondstof. Maar miljoenen kilo’s afval belanden niet in de recyclestroom. Elke maand komen in Ghana 500 containers aan met elektronisch afval uit Europa, zegt Mike Anane, milieujournalist uit Ghana. Het zijn computers en beeldschermen, verscheept als hulpgoederen, waarvan 80% niet meer werkt. Die kapotte apparaten belanden op stortplaatsen, waar kinderen het verbranden, op zoek naar restjes koper en ander metaal. De gevolgen zijn afschuwelijk. Kinderen werken 12 uur per dag in de schadelijke dampen, met hoofdpijn, loodvergiftiging en ademhalingsklachten tot gevolg. “De schamele dollar die ze verdienen, gaan op aan medicijnen”, zegt Anane. “Veel kinderen gaan dood aan kanker voor ze de volwassen leeftijd bereiken.”

Volgens Anane zit een enorme lek in het recyclesysteem. Dat leidt tot verontwaardiging bij het publiek: hoe is mogelijk, vragen bezoekers, dat Nederland zoveel afgedankte apparatuur uit onze havens glipt? De sprekers kennen het probleem. Het is echter al minder erg dan vroeger, betoogt oud-milieuminister Jacqueline Cramer. Als minister zorgde zij dat gemeenten betaald kregen voor het inzamelen van e-waste, waardoor er nu minder afval in handen komt van louche handelaren.

Vooralsnog kunnen louche handelaren echter nog te gemakkelijk een dikke boterham verdienen. Dag zegt Emile Lindemuller, environmental crime officer bij Interpol. Het opsporen van milieucriminaliteit nog veel te weinig prioriteit, zegt Lindemuller: “Wij zien de slachtoffers niet, er liggen hier geen lijken op straat. Bovendien zijn de straffen laag”. Dus gaat de Italiaanse maffia door met het illegaal afzinken van schepen, en vullen handelaren containers met computers naar Ghana of Nigeria. Interpol weet af en toe met succes een lading tegen te houden, maar nog niet vaak genoeg.

De inzameling van afval moet beter, milieucriminaliteit moet stoppen. De vraag is wie daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Volgens Frans Föllings van afvalverwerker Aterro moeten gemeenten meer doen om de burgers aan te zetten tot betere afvalscheiding. “Driekwart van wat er in een container zit, hoort daar niet. Nog altijd zit die container voor een groot deel vol met gft-afval, glas, papier en kunststof.” Aterro haalt dat er alsnog uit tijdens een proces van nascheiding. Jacqueline Cramer vindt dat gemeenten het de burgers vooral gemakkelijker moet maken. “Stadsbewoners op driehoog achter hebben geen plaats om drie afvalbakken in huis te zetten. Zorg voor veel voorzieningen in de wijk. En zorg dat mensen er iets voor terugkrijgen.”

De meest prangende vraag blijft over voor het slotdebat: hoe pak je afvalcriminaliteit aan? Zou het helpen wanneer het in Ghana winst kan maken met recyclen? Ja, vindt Emile Lindemuller: “Zorg dat mensen in Ghana er iets aan verdienen. Het milieuprobleem gaat hand in hand met het armoedeprobleem.” Nee, zegt André Habets van Wecycle echter: “Recyclen kost geld. Ghana kán daar niets aan verdienen. Afval moet hier blijven en hier worden verwerkt.” Zou het, ten slotte, helpen wanneer onze kliko’s 80% kleiner worden? Dat vindt niemand een goed idee. Het lijdt alleen maar tot afvaltoerisme en lange files bij de Milieustraat. Slim ontwerpen, waterdicht inzamelen en hergebruiken blijft de beste route naar een afvalarme wereld.

Fotografie: Marloes Coppes

 

Reacties op Wintervuur (Kerstavond)

Publicatiedatum: 4 januari 2012
“Een schokkend verhaal van Homayoon Hakimi, maar wat een doorzettingsvermogen!”

Naam: Paul Marsman (66)

Woonplaats: Goirle
Beroep: Ik ben gepensioneerd weg- en waterbouwkundige.
Met: Ik kom altijd alleen. Mijn vrouw en ik hebben onze eigen hobby’s.
Reden: Ik ben een trouwe bezoeker van het Wereldpodium; ik kom eigenlijk altijd.
Hoe zou kerstavond er zonder Wintervuur uitzien? Waarschijnlijk niets bijzonders. Ik ben protestants, kerstavond vieren is niet gebruikelijk.
Minpunt: Ik heb twee kleindochters uit China; ze zijn geadopteerd. Daarom wilde ik graag naar het verhaal van de Chinese luisteren, maar ik bleek in de verkeerde zaal te zitten.

Pluspunt: De verhalen van Othman Aanannaz en Homayoon Hakimi waren erg boeiend. Schokkend wat Homayoon allemaal heeft meegemaakt, zoveel oorlog, marteling en leed. Maar wat een doorzettingsvermogen.
Opgemerkt: De sfeer was meteen goed.
Neemt mee naar huis: Je realiseert je weer hoe goed het leven hier is. Wij hebben eten, onderdak, familie, vrijheid en werk. De verhalen sterken me ook weer in mijn vrijwilligerswerk voor armere landen.
Komt u terug? Hahahaha (daverend), die vraag hoef je mij toch niet te stellen?

 

Lees ook het Wintervuurverslag van Andrea van Dael dat in het Brabants Dagblad van 28 december verscheen.

 

“Het was een mooie combinatie van geestelijke en lichamelijke inspanning”

Naam: William van Dijk (52)

Woonplaats: Tilburg
Beroep: Ik ben een eigen bedrijf aan het opstarten als mantelzorgmakelaar. Ik wil mantelzorgers ondersteunen door ze wegwijs maken in allerlei regels en voorzieningen. Daar willen ze eigenlijk helemaal niet mee bezig zijn.
Met: Met mijn vrouw en vier vrienden.
Reden: Het is traditie geworden bij ons om op kerstavond iets te ondernemen. Via de nieuwsbrief van De NWE Vorst én van Het Wereldpodium hoorde ik van Wintervuur.
Hoe zou kerstavond er zonder Wintervuur uitzien? Ik denk dat we voor een film in Cinecitta hadden gekozen.
Minpunt: ………. hmmm, nee, ik kan niets bedenken

Pluspunt: Ik ben naar de toneelvoorstelling ‘As I left my fathers house’ geweest en de Afrikaanse dansworkshop. Dat was een mooie combinatie van geestelijke en lichamelijke inspanning.
Opgemerkt: Ik kwam hier toevallig ook een aantal oude bekende tegen, heel gezellig.

Neemt mee naar huis: Het Wereldpodium slaagt er vaak in om me een nieuwe blik op een onderwerp te bieden. Ook nu is dat gelukt.

Komt u terug? Ja, graag.

“En nu komt China in opstand”, Mona Zhimin Tang – spreekster bij Wintervuur

Publicatiedatum: 23 december 2011
Voor het eerst bereikt een Chinese opstand de Westerse media. In het dorp Wu-Kan, in het zuiden van China, zijn 20.000 dorpelingen in verzet.

De dorpelingen pikken het niet langer dat ambtenaren hun land afpakken en doorverkopen aan projectontwikkelaars. Want zonder land is de boerenbevolking van Wu-Kan veroordeeld tot honger en extreme armoede. Wereldwijd kijken Chinezen en niet-Chinezen zenuwachtig toe hoe de gebeurtenissen in Wu-Kan zich ontwikkelen.

Er staat veel op het spel. Niet alleen Wu-Kan is in opstand. In 2011 kwamen in China meer dan 180.000 van dergelijke opstanden voor. Dat zijn er bijna vijfhonderd per dag. In 2000 waren dat er nog maar honderd per dag. De meeste opstanden gaan, net als in Wu-Kan, over het recht op grond, maar steeds meer Chinezen keren zich ook tegen achterstallige lonen, absurde belastingen, plotselinge sluiting van fabrieken, slechte arbeidsomstandigheden, aantasting van het milieu, corruptie, verdwijnen van overheidsgeld, gedwongen verhuizingen en machtsmisbruik van de politie.

Ik weet wat de opstandelingen doormaken. Op zoek naar vrijheid deed ik in 1989 en als 20-jarige studente mee aan de beroemde demonstratie voor vrijheid op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing. Die opstand liep uit op een bloedbad. Het Chinese Rode Kruis schat dat de tanks van het Chinese leger meer dan 2500 mensen verpletterden. In het najaar van ’89 viel de Berlijnse muur en richtte de aandacht van de pers zich op Oost-Europa. Niemand had nog aandacht voor de schreeuw om vrijheid in China. Net als voor de meeste demonstranten die het bloedbad overleefden, was het voor mij nog niet voorbij. Meer dan dertig keer werd ik opgepakt. Telkens dwong de geheime dienst me om schriftelijke verklaringen af te leggen. Verklaringen waarin ik moest beweren dat ik van het communisme hield. Ik besloot China te ontvluchten. Vlak voor kerst 1995 nam ik afscheid van mijn dorpje Afang, diep in de bergen bij Tibet. Afscheid van het dorp waar ik werd geboren en waar mijn voorouders al generaties lang woonden. De nacht voordat ik Afang verliet, bleef het hele dorp wakker. Een Taoïstisch priester vroeg me voor China te bidden.

Vervolgens belandde ik in Nederland. Sindsdien is kerstavond een van de pijnlijkste avonden van het jaar. Ook al woon ik nu in een prachtig en vrij land, met kerst ervaar ik pas wat het is om emigrant te zijn en je familie te moeten missen. Soms is die ervaring onverdraaglijk. In 2005 overwon het verlangen om mijn moeder weer te zien. Ik besloot naar China terug te keren, maar werd meteen weer opgepakt. Veel Nederlanders hebben geen idee hoe hard de communistische dictatuur nog is. China is een opkomende economie, waar veel geld kan worden verdiend. Wat velen voor onmogelijk hielden, is vandaag is een feit. Chinese communisten zijn dikke vrienden met westerse kapitalisten. Handelsdelegaties uit Europa overspoelen het land en China profileert zich als toekomstig wereldleider.

Maar de bevolking weet beter. Zij komt in opstand. Was 2011 het jaar van de Arabische lente, 2012 zou het jaar kunnen worden van de Chinese lente. De wereld buiten China moet beseffen dat de Chinese opstanden geen ver-van-hun- bed-shows zijn. De opstanden raken ook Europa en de VS. Wanneer 1,4 miljard Chinezen niet in vrijheid kunnen leven, dan is ook vrede voor de rest van de wereld een illusie. De aankomende Chinese lente verdient de steun van ons allemaal. Voor mij is deze kerst de meest hoopvolle van de afgelopen zestien jaar.

Mona Zhimin Tang, schrijfster over China. Op kerstavond vertelt ze over haar leven op Wintervuur; de Nwe Vorst Tilburg.; 19.30uur. Zie wereldpodium.nu

(Opinieartikel verschenen in het Brabants Dagblad van vrijdag 23 december)

15 – 21 july 2012
Study trip to Rwanda

Publicatiedatum: 8 december 2011

Call for Participants to attend the Second Transitional Justice Study trip to Rwanda (15 – 21 July 2012)

Dear Colleagues and Friends,
This is to announce that Together Against Impunity in the Great Lakes Region (TAI/GLR) – Rwanda, is planning to hold a second study tour to Rwanda from 15th – 21st July, 2012 to educate participants about Transitional Justice mechanisms adopted after the 1994 genocide and is seeking applications from interested individuals. The deadline for application is 20th of May 2012.

The study tour is designed to clarify the complexities involved in re-building a society after a genocide, and will be comprised of two components: a literature study and a study tour. It will involve all stakeholders in Rwanda, visiting genocide memorial sites, solidarity camps, social- economic development initiatives and different crucial institutions involved in reconciliation efforts. In addition to Rwandan experience, the programme will include a roundtable session discussing other post-conflict situations in Africa, in particular the situation of Northern Uganda, Kenya, Southern Sudan and Ivory Coast.

The study tour is open to not more than 25 participants; students, professionals, researchers and academics who are interested in learning about transitional justice in a post genocide society. Added to this group we will include a small group of students of Rwandan universities from various disciplines.

The main language of the conference will be English, but French speakers with a reasonable knowledge of English are also welcome.

Each participant is supposed to pay 900 Euros for tuition, accommodation, meals and transport within Rwanda during the study tour period.

Interested applicants shall submit an application letter explaining reasons of their interest to participate (motivation statement not more than 600 words) together with their curriculum vitae, to Mr. Alphonse Muleefu (M: taiglr@yahoo.com).

For further details see http://www.againstimpunity.org/spip.php?article3.

We organizers;

Roelof Haveman
Rule of Law Consultant
Currently based in Côte d’Ivoire
Tel. + 225 09161176
Roelof.haveman@gmail.com

Usta Kayitesi
Vice Dean,
Faculty of Law
National University of Rwanda (Butare)
Tel: +250 788489003
ncusta@yahoo.com

and

Alphonse Muleefu,
Founder of TAI/GLR,
Currently based at Tilburg University
The Netherlands
Tel. +31657473062
alpfong@yahoo.com

wish to ask you to share this call with potential participants. To learn more about the experience of the previous study tour (July 2011) see the report at http://www.against-impunity.org/spip.php?article2.

Woensdag 21 december: Top 2000 (talking ‘bout) My Generation

Publicatiedatum: 7 december 2011

Op woensdag 21 december organiseert Tilburg DebatStad in samenwerking met poppodium 013 een gevarieerd programma rond de Top 2000,met live muziek, interviews, clips en een quiz. Centraal daarbij staat de brug die de Top 2000 slaat tussen verschillende generaties. Het programma is dan ook nadrukkelijk gericht op jong én oud. Bovendien gaat het over méér dan muziek alleen.

Het grootste popmuziekevenement van Nederland is namelijk niet Pinkpop of Lowlands, niet Guus Meeuwis in het PSV-stadion of de Toppers in de Arena. Nee, het allergrootste evenement speelt zich af in de laatste week van het jaar: de Top 2000. Vorig jaar bereikte de Top 2000 11 miljoen Nederlanders via radio, televisie en internet. Opvallend is ook het grote aantal jongeren (10-34 jaar) dat naar de Top 2000 luisterde: 2,3 miljoen, bijna de helft van alle jongeren in ons land. De Top 2000 slaat dus een brug tussen verschillende generaties van muziekliefhebbers.

Een keur van artiesten komt op 21 december live zijn opwachting maken: Gé Reinders (bekend van Blaosmuziek, op 177 in de Top 2000), Thomas Waterreus (Boef en de Gelogeerde Aap), Bertus Borgers (o.a. Herman Brood & The Wild Romance [Still Believe, op 848 in de Top 2000] en Raymond van het Groenewoud), Nol Havens (vorig jaar nog met Suzanne op plaats 1890), Eefje de Visser en anderen. Sommigen van hen zullen worden begeleid door de beste talenten van de Tilburgse Rockacademie, verenigd in de aanstekelijke live-band Norman Kapoyos & the Swinging Mood Orchestra. Daarnaast zal DJ Gert Gering kunnen putten uit vrijwel alle 2000 nummers uit deze bijzondere hitlijst. Ook zal er een speciaal gecomponeerd lied over de Top 2000 worden gespeeld en gezongen door John Tuerlings en is er kans dat er nog een of meer mystery guests opduiken.

Maar het programma behelst meer dan muziek. Presentator Frank van Pamelen interviewt ook een aantal wetenschappers. Onlangs verscheen het boek ‘De muziek zegt alles – De Top 2000 onder professoren’, waarin toonaangevende wetenschappers zoals Tom ter Bogt, Ad Vingerhoets en Tim Wildschut vanuit hun eigen expertise de Top 2000 hebben geanalyseerd. In dat boek is ook een rol weggelegd voor Tom Goris, de ‘huis-statisticus’ van de Top 2000 en verbonden aan zowel de Universiteit Utrecht als Fontys in Tilburg. Goris zal het publiek in 013 op de hoogte brengen van de meest uiteenlopende informatie die verscholen zit áchter de hitlijst: welke mensen stemmen op welke platen, waarop hebben de Brabanders gestemd en hoe was het stemgedrag van de Tilburgers?

Wat: Top 2000 (talking ‘bout) My Generation
Wanneer: Woensdag 21 december 2011
Waar: Poppodium 013, Dommelsch Zaal, Veemarktstraat 44, Tilburg
Aanvang: 20.00 uur (ontvangst 19.00 uur)
Tickets: € 12,50 excl. servicekosten
Meer informatie: www.tilburgdebatstad.nl
Informatie over voorverkoop: www.013.nl/tickets

Zorgrobot is heel sociaal (Wereldpodium techno-nursing 30 november)

Publicatiedatum: 5 december 2011

Zorg op afstand brengt mensen samen

Zorg op afstand, zorgrobots of een elektronisch consult; gezellig klinkt het niet. De kritiek is dat technologie kil en koud is. En dat robots en ICT warm menselijk contact niet kunnen vervangen. Maar zorgtechnologie is juist sociaal en maakt minder eenzaam, betoogt Ilse Vossen.

Verplegers, artsen, chronisch zieken en ouderen hebben vaak hun bedenkingen bij technologische vernieuwingen in de zorg. Geen verpleegkundige meer die gezellig langskomt, maar louter contact via een beeldscherm. Geen handen aan het bed, maar een zorgrobot die je billen wast. Geen menselijke warmte, maar kille apparaten en computers. Zorg op afstand zou onpersoonlijk zijn en zorgrobots en zorgtechnologie lijken alleen maar te worden gebruikt om kosten te besparen. Niets is echter minder waar. Al was het maar omdat meer technologie de zorg voorlopig niet goedkoper maakt. Vooralsnog is de toepassing en ontwikkeling van allerlei nieuwe technologie vrij duur.

Belangrijker is dat zorgtechnologie juist bijdraagt aan menselijk contact. Sterker nog, veel van deze technologie wordt speciaal ontwikkeld om contact met anderen te bevorderen en eenzaamheid tegen te gaan. In Breda startte dit jaar het project Gezond Thuis. Ouderen en chronisch zieken houden via internet niet alleen contact met artsen en verpleegkundigen, zij doen dat ook met hun mantelzorgers en, vooral, met elkaar. Ze kunnen langer thuis blijven wonen en breiden hun sociale netwerk uit. Ze mailen, praten via een beeldverbinding of spelen online spelletjes met elkaar. De techniek geeft daarnaast een veilig gevoel, omdat ze direct in verbinding staan met een verpleegkundige. Het systeem wordt, tegen de verwachting in, vooral gebruikt voor sociale contacten en minder voor zorgvragen.

Robotzeehond

Een ander voorbeeld is robotzeehond Paro. Deze elektronische knuffel maakt knorrende geluidjes, zwaait met zijn staart of geeft een knipoog als hij wordt aangehaald. Zorginstellingen gebruiken de robotzeehond vooral bij dementerende ouderen. Terwijl een hond van vlees en bloed in een instelling maar amper mogelijk is, zorgt Paro ervoor dat de bewoners opvrolijken en minder gestrest raken.

Zorgtechnologie is niet alleen sociaal en nuttig, ze is ook noodzakelijk. We kunnen in de toekomst niet meer zonder verpleegkundigen en artsen via het beeldscherm. Steeds minder mensen kiezen voor een beroep in de zorg en steeds meer ouderen hebben zorg nodig. Al jarenlang weten we dat er een tekort komt aan verpleegkundigen en andere zorgverleners. Door zorgtechnologie verstandig in te zetten, kunnen de alsmaar schaarser wordende verplegers en verzorgers beter worden ingezet. Zij hoeven, bijvoorbeeld, geen onnodige bezoekjes meer af te leggen, omdat mensen veel vragen online kunnen stellen. Via een beeldverbinding antwoordt de verpleegkundige dan meteen. Dit geldt ook voor de komst van robots die zorg- of huishoudelijke taken kunnen overnemen, een ontwikkeling die overigens nog in de kinderschoenen staat. Maar ook hier is het effect allerminst negatief. Mensen hoeven niet meer te wachten tot iemand de afstandbediening komt oprapen die ze per ongeluk hebben laten vallen.

Ziekenhuizen, verpleegklinieken, woningbouwcorporaties en gemeenten zouden dan ook veel vaker het voortouw mogen nemen als het gaat om het toepassen en ontwikkelen van nieuwe zorgtechnologie. Ook al zullen ze het gewone menselijke contact nooit vervangen, robots en beeldschermen hebben een belangrijke toegevoegde waarde. Zeker wanneer artsen, verplegers, patiënten en ouderen bij de ontwikkeling ervan betrokken worden. Moderne zorgtechnologie heeft de toekomst en zal over twintig jaar net zo vanzelfsprekend zijn als vandaag de televisie, de laptop of het koffiezetapparaat.

 

Ilse Vossen is gezondheidswetenschapper en redacteur van het Wereldpodium. Op woensdag 30 november organiseert het Tilburgse Wereldpodium een avond over “Techno Nursing in Brabant. En de lessen uit India”. Meer informatie: www.wereldpodium.nu

 

Bovenstaand opiniestuk is gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 30 november onder de titel “Zorgrobot is heel sociaal” en onder de titel “Geen handen maar een zorgrobot aan het bed” in het Brabants Dagblad van 30 november.

“Wow, wat een mooie middag”, Mayke Kikstra

Publicatiedatum: 14 november 2011

Reacties bezoekers Peerke Donderslezing 2011

Naam: Mayke Kikstra (25)
Woonplaats: Tilburg
Beroep: Gemeenteraadslid voor de PvdA
Waarom gekomen: Ik wil weten wat er speelt in Tilburg door veel mensen te ontmoeten en het thema armoede vind ik erg belangrijk.
Eerste reactie: Wow, wat een mooie middag. De combinatie van het bezoek aan de voedselbank, de persoonlijke verhalen en de politieke invalshoek gaf een heel compleet beeld.
Boeiendste spreker: De persoonlijke verhalen over armoede waren het meest indringend. Bureaucratie kan heel cru zijn, blijkt weer.
Opgemerkt: Ik zag vanmiddag weer dat mensen samenbrengen oplossingen biedt. Verschillende mensen spraken Tiwos-directeur René Scherpenisse aan met goede ideeën voor zijn initiatief om sociale woningen energiezuinig te maken.
Minpunt: Femke Halsema zit zo in de materie dat ze nogal wat vakjargon gebruikte, dat was jammer.
Neemt mee naar huis: Ik ga zeker verder denken over de kleine initiatieven die mensen zelf ondernemen tegen armoede zoals de kledingruilparty van Annemarie Bayens.
Komt u terug? Jazeker, dit was ook niet mijn eerste Wereldpodiumbezoek.

Naam: Gé Janssens (76)
Woonplaats: Wittem
Beroep: Medewerker bezinningscentrum De Zwanenhof. Ik was directeur, sinds mijn pensionering ben ik op persoonlijke titel betrokken.
Waarom gekomen: Ik ben redemptorist en als Lid van de congregatie Peerke Donders betrokken bij zijn zaligverklaring en het paviljoen.
Eerste reactie: Wat bemoedigend dat zoveel mensen op dit onderwerp zijn afgekomen.
Boeiendste spreker: De twee dames die zo open en nuchter over hun armoede praatten. Ze maakten de problematiek heel concreet. Mooi ook dat ze zich nu allebei inspannen voor anderen.
Opgestoken: Er werd gezegd: maak van je leven een mooi verhaal. Dat vond ik treffend gezegd. Veel beter dan ‘geniet van het leven’, het woord genieten stoort me altijd een beetje.
Minpunt: Het had wat korter gekund, maar misschien is dat ook mijn leeftijd.
Neemt mee naar huis: Deze twee dames zijn uit de armoede geraakt. Maar er zijn nog vele anderen. Sommigen hebben wellicht nooit anders gekend, hoe komen zij er bovenop?
Komt u terug? Graag

Naschrift: ons bereikte het droevige bericht dat Gé Janssens is overleden ten gevolge van een verkeersongeval. Hij ruste in vrede.

Lees ook:

Woensdag 30 mei: TALK – nieuwe talkshow van Tilburg Debatstad

Publicatiedatum: 14 augustus 2011

Eerste aflevering van de nieuwe Tilburgse talkshow TALK door Tilburg Debatstad met o.a. Marcel Wintels (Fontys Hogeschool en kandidaat CDA-lijsttrekker) en John Körmeling (kunstenaar, bekend van o.a. het draaiend huis). TALK is een Tilburgse talkshow die breed informeert en amuseert en waarin interessante mensen centraal staan. Tilburg Debatstad wil een talkshow maken waarvan de bezoeker terugkeert met het gevoel: “ik heb nieuwe dingen gehoord, verrassende kanten van mensen gezien, een leuke avond gehad.” Niet maatschappelijke thema’s worden in deze talkshow de leidraad – al komen ze vast en zeker aan de orde – en ook wordt deze talkshow niet gevoed door de hete actualiteit – al is het mooi als die in de gesprekken kan worden meegenomen. De presentatie is in handen van Frank van Pamelen en Koj Koning en zij gaan het gesprek aan met drie uiteenlopende gasten. Er is live muziek en een optreden van de Tilburgse stadsdichter Esther Porcelijn.

Locatie: NWE Vorst, Tilburg

Tijdstip: Woensdag 30 mei, 20.30-22.15 uur
Entree: 5 euro (voorverkoop via website van de NWE Vorst)

Meer informatie: Tilburg Debatstad

Zondag 2 september 2012. Het Grote Brabantse Verkiezingsdebat in 013

Publicatiedatum: 13 augustus 2011

 

Van de VVD naar de SP, vanrechts naar links, van ik naar wij: de verkiezingen van 12 september kunnen leiden tot een politieke aardverschuiving.

Onder het motto ‘Ieder voor zich en wij voor ons allen’ organiseert Tilburg DebatStad op zondagavond 2 september Hét Grote Brabantse Verkiezingsdebat.

Een debat waarin niet de poppetjes maar de inhoud centraal staat. Een debat tussen de hoogstgeplaatste vrouwen op de lijsten. Een debat tussen Mona Keijzer (CDA), Jetta Klijnsma (PvdA), Renske Leijten (SP), Stientje van Veldhoven (D66), Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) en Anouchka van Miltenburg (VVD). (meer…)

Vrijdag 15 juni bij ForumDwarsdiep in Groningen: Op welke nieuwe leest schoeien we ontwikkelingssamenwerking?

Publicatiedatum: 13 augustus 2011

Ontwikkelingssamenwerking lijkt het zoveelste kroonjuweel van links dat snel zijn waarde verliest. Het automatisme dat er voor Ontwikkelingssamenwerking 0,7% of meer van het Nederlandse BNP beschikbaar is, ligt achter ons. Hulp aan zuidelijke landen is sowieso veel minder vanzelfsprekend geworden. Moeten we er eigenlijk niet alleen maar voor zorgen dat die landen economisch gaan groeien, net zoals Brazilië, China en India? En dan is het de vraag of hulp die groei bevordert of juist belemmert.

Burgers en politici willen weten of ontwikkelingssamenwerking eigenlijk wel helpt en effectief is. De angst dat hulp leidt tot afhankelijkheid in arme landen – of erger, tot corruptie en apathie – is veel sterker geworden.

We lijken op een kruispunt te staan. Hamvraag: hoe kunnen we effectieve hulp bieden? Waar is dat nog nodig? Moet ons beleid niet veel coherenter, zodat bijvoorbeeld onze landbouwsubsidies niet meer ingaan tegen de hulp? En hoe blijven de Nederlandse belastingbetalers er vertrouwen in houden?

We spreken erover met onder anderen Arend Jan Boekestijn, historicus aan de Universiteit Utrecht, die bekend werd door zijn kritische houding jegens ontwikkelingssamenwerking toen hij VVD-kamerlid was, Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib Nederland, RUG-ontwikkelingseconoom Dirk Bezemer en historicus en publicist Thomas von der Dunk. De debatleiding is in handen van Hans Harbers.

Wanneer: Vrijdag 15 juni 2012
Tijd: 20.00 uur
Waar: ForumDwarsdiep, Hereplein 73, Groningen
Entree: 3,50 Euro. U kunt kaarten reserveren op het telefoonnummer 050 312 04 33. De kassa is op werkdagen bereikbaar vanaf 16.00 uur, op zaterdag vanaf 12.30 uur en op zondag vanaf 10.30 uur.

Dit debat is een onderdeel van de zesdelige debatreeks over Ontwikkelingssamenwerking. Deze debatreeks is een initiatief van het NCDO en het Wereldpodium. Klik hier voor meer informatie over deze debatreeks. 

Woensdag 18 april. Aan de vooravond van het Requiem

Publicatiedatum: 12 augustus 2011

Roger Moreno Rathgeb, het Requiem voor Auschwitz en de kracht van muziek

‘Na Auschwitz is het barbaars om nog poëzie te schrijven’ meende de joodse filosoof Theodor Adorno in 1951. Toch werden al snel weer gedichten geschreven, toneelstukken opgevoerd en films gemaakt.
Wat nog niet bestond, was een ‘Requiem voor Auschwitz’. Een traditionele Rooms-katholieke dodenmis op Latijnse teksten, opgedragen aan álle slachtoffers van de dodenkampen. Aan de joden, de geesteszieken, de homoseksuelen, de Jehovagetuigen én de half miljoen Roma en Sinti die door de nazi’s werden vermoord.
Dat nooit eerder een katholiek requiem voor Auschwitz werd gecomponeerd, vloeit ongetwijfeld voort uit het feit dat de Katholieke kerk na de oorlog al snel in de beklaagdenbank terecht kwam. Hadden twintig eeuwen anti-judaïsme niet het fundament gelegd, waarop het antisemitisme van de nazi’s kon groeien? Was Paus Pius XII niet medeplichtig omdat hij tijdens de oorlog zweeg over de jodenvervolgingen?
De overlevende Roma en Sinti in Europa hadden aan deze discussie part nog deel. Zij waren zélf katholiek, protestants of orthodox en hun vervolging onder de nazi’s had andere wortels dan de vervolging van de joden. Uit hun kring staat nu een componist op die het aandurft om een katholieke dodenmis voor Auschwitz te schrijven: Roger Moreno Rathgeb, Sinti en multi-instrumentalist. Afgelopen jaren werkte hij intensief aan zijn imposante requiem dat op 3 mei in Amsterdam in première gaat en op 4 mei in Tilburg wordt uitgevoerd. Op diezelfde avond wordt het door de NOS ook op televisie uitgezonden. Daarna gaat het requiem op tournee naar Krakau, Boekarest, Praag en Boedapest. Naar het Oost-Europa waar de nazi’s hun dodenkampen vestigden.

Op woensdag 18 april, aan de vooravond van de jaarlijkse herdenking van 4 en 5 mei, staat Roger Moreno Rathgeb centraal op een bijzondere uitvoering van het Wereldpodium. In de grote zaal van het Tilburgse Factorium vertelt Rathgeb over zijn werk als musicus, over zijn leven als Sinti in het Zuid-Limburgse Vaals, over zijn bezoek aan Auschwitz, over het zwijgen onder overlevenden van de kampen en, als vanzelfsprekend, over zijn requiem, geschreven voor groot orkest, orgel en zesstemmig koor. Met de muziekwetenschapper en theoloog dr. Willem-Marie Speelman, de historicus dr. Huub van Baar en de huisfilosoof van het Wereldpodium dr. Frans van Peperstraten wordt doorgepraat over het belang van Rathgebs dodenmis. Is het mogelijk om een katholiek requiem op te dragen aan álle slachtoffers van Auschwitz? Wat betekent dit muziekstuk voor de verwerking van Auschwitz onder de Roma en Sinti? Hoe zal het stuk ontvangen worden in Oost-Europa waar Roma en Sinti ook vandaag nog lijden onder vervolging en discriminatie? Kan deze muziek een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en emancipatie van een van de armste minderheden in het huidige Europa? Met prachtige muziek van Tabor, het ensemble van Roger Moreno Rathgeb, dat voor deze gelegenheid plechtige werken uit de Roma en Sinti-traditie ten gehore brengt. Presentatie: Ralf Bodelier.

Aan de vooravond van het Requiem, is een programma in samenwerking met het  International Gipsy Festival in Tilburg. Voor meer informatie over het requiem en voor het bestellen van tickets voor uitvoeringen, zie de website ‘Requiem voor Auschwitz‘.

Wat Aan de vooravond van het Requiem
Wanneer Woensdag 18 april 2012
Tijd 20.00-22.30 uur (ontvangst om 19.30 uur)
Waar Factorium. Koningsplein 11.A  Ingang: Bisschop Zwijsenstraat
Kosten 5 Euro, inclusief koffie en pauzehapje [Wie door omstandigheden niet of moeilijk in staat is om de entreeprijs te betalen, heeft recht op een vrijkaartje. Een vermelding in het aanmeldformulier voldoet]

TABOR: Teli lichta, live on TV Limburg, July 2010 .mpg

Woensdag 25 april: ‘Ontwikkelingshulp 2.0: Laat mij dat maar even doen!’ bij Arminius in Rotterdam

Publicatiedatum: 12 augustus 2011

Laat mij dat maar even doen! De regering wil fors korten op ontwikkelingshulp en in de publieke opinie wordt dat voornemen gesteund. Terwijl de overheid zich terugtrekt worden particuliere initiatieven steeds populairder. Meer mensen reizen af naar een ontwikkelingsland om daar zèlf te helpen of verstrekken via online crowdfunding microkredieten aan beginnende ondernemers.

Ook het bedrijfsleven doet meer aan ontwikkelingshulp. Maar is de groei van dit soort nieuwe initiatieven voldoende om de bezuinigingen door de overheid op te vangen? Komt de hulp beter terecht, of is juist de jarenlange ervaring van ontwikkelingsorganisaties noodzakelijk om effectief te helpen?

Zijn bedrijven meestal slechts geïnteresseerd in het oppoetsen van hun eigen imago of kunnen ze juist veel efficiënter hulp bieden? Waarom zijn de nieuwe initiatieven populairder dan de traditionele organisaties?

Gespreksleiders van deze avond zijn Francisco van Jole & Mei Li Vos en aan dit debat nemen onder andere deel:

  • Marcia Luyten, journaliste en Oeganda kenner, publiceert regelmatig voor NRC Handelsblad. Zij zal uiteenzetten wat de criteria zijn van geslaagde ontwikkelingshulp.
  • Evelijne Bruning, directeur van The Hunger Project, waarin armoede wordt bestreden met geld uit het bedrijfsleven.
  • Lau Schulpen, docent en onderzoeker ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft veel onderzoek gedaan naar de de opkomst van particuliere initiatieven in ontwikkelingssamenwerking.
  • Marianne Gybels, 1%Club is een online crowdfunding platform dat mensen in staat stelt 1% van hun inkomen, tijd, kennis of vaardigheden in te zetten voor projecten in ontwikkelingslanden.

Dit debat is een samenwerking van Arminius, Joop.nl, het Wereldpodium en NCDO, het Nederlandse kennis- en adviescentrum voor burgerschap en internationale samenwerking.

Woensdag 25 april 2012 | 20 u | entree € 5 euro, studenten en Rotterdampas gratis.
Arminius, Museumpark 3 Rotterdam | www.arminius.nu

Woensdag 7 december: Failed States. Hoe Rwanda er weer bovenop klom

Publicatiedatum: 9 augustus 2011

In 1994 was Rwanda de failing state bij uitstek. Op een bevolking van bijna acht miljoen mensen, vermoordden radicale Hutu bijna een miljoen Tutsi en gematigde Hutu. Een half miljoen vrouwen werd verkracht. Uit angst voor wraak van het Tutsi-leger van Paul Kagame, vluchtten meer dan twee miljoen Hutu naar Congo. De straten lagen bezaaid met lijken. De intellectuele en bestuurlijke top was uitgemoord. De staatskas bleek geplunderd, de overlevenden zwaar getraumatiseerd. En in Congo bereidden de Hutu-moordenaars zich voor op de herovering van Rwanda.

Vandaag, zeventien jaar later, lijkt Rwanda een Afrikaanse modelstaat. De economie groeit met zeven procent, in de hoofdstad Kigali schitteren LCD-billboards, de ICT-sector bloeit, moordenaars en slachtoffers voltrekken een adembenemend proces van verzoening. De armoede op het platteland wordt voortvarend aangepakt, corruptie komt vrijwel niet voor en het aantal vrouwen in het parlement is met 56 procent het op een na hoogste ter wereld.

 Het onlangs gepresenteerde Masterplan voor het nieuwe centrum van Kigali evenaart de ambities van Dubai. (Zie afbeelding).

Hoe kreeg de regering van Paul Kagame dit wonder voor mekaar? En wat klopt er van de beschuldiging dat de haat van de Hutu nog lang niet verdwenen is? Dat er een etnische tijdbom tikt onder het bruisende landje?

Gast is onder meer de Ambassadeur van Rwanda in Nederland, mevrouw Immaculée Uwanyiligira Zij schetst hoe Rwanda er vandaag voor staat en benoemt de problemen waar het getraumatiseerde land mee worstelt. De Rwandese promovendus Alphonse Muleefu, die aan de Tilburgs Universiteit onderzoek doet naar de rechten van slachtoffers van oorlogsgeweld, spreekt over de politiek van verzoening onder de regering Kagame.  Annick van Lookeren Campagne (Oxfam Novib) arriveerde voor de VN in Rwanda vlak na de massamoord en doet verslag van de gebeurtenissen in  Rwanda. Jerry Tjon studeerde onlangs af als politicoloog op het verschil in ontwikkeling van Rwanda én Burundi na de genocide.
De voertaal is van de bijeenkomst is Engels. Het Wereldpodium werkt samen met Fontys Hogescholen en de bijeenkomst maakt deel uit van de door NDCO gesteunde cyclus www.failedstates.nl . Een wereldmaaltijd is bij de prijs inbegrepen en wordt aangeboden door Fontys Hogescholen.

Fontys Hogescholen, Mollergebouw, Stappegoorweg 1-01, Tilburg
Woensdag 7 december, aanvang 17.00 uur. Entree 3 euro.

Dinsdag 13 maart. De ideologie van de PVV

Publicatiedatum: 9 augustus 2011

Terwijl het Nederlandse electoraat stevig in beweging is, rekent de PVV van Geert Wilders onverminderd op 1,5 miljoen kiezers. Waarom Henk en Ingrid steevast op de PVV stemmen, is onderwerp van discussie. Behalve de afkeer van moslims en Polen, staan immers nogal wat exotische thema’s op de PVV-agenda. Zo koestert Wilders partij een grote liefde voor Israel, agendeert zij nogal eens de verwantschap tussen communisme en nationaal-socialisme en vreest zij de ondergang van de monoculturele samenleving.
Waar deze thema’s vandaan komen en hoe ze met elkaar samenhangen is maar amper bekend. Hoe ziet de ideologie van de PVV er eigenlijk uit? Deze vraag beantwoordt de Tilburgse Arabist dr. Jan Jaap de Ruiter in zijn nieuwe boek ‘De ideologie van de PVV’ dat op 2 maart verscheen.
Inmiddels is het boek van De Ruiter onderwerp van een verhit debat dat niet alleen gaat over de inhoud van de ‘Ideologie van de PVV’  maar ook over de vraag of die ideologie er uberhaupt toe doet en of we wel zoveel aandacht aan Wilders’  partij moeten besteden.
Het valt te verwachten dat Wilders weinig plezier aan het boek zal beleven, want Jan Jaap de Ruiter was een van de UvT-docenten die afgelopen maand een tien uitdeelden aan een student die aantoonde dat de PVV een fascistische partij is. De door De Ruiter toegekende tien haalde snel de landelijke media.
Op 13 maart is Jan Jaap de Ruiter te gast op een speciaal aan zijn boek gewijd Wereldpodium. Met hem nemen we zijn belangrijkste conclusies door. En we bespreken de vraag of Henk en Ingrid uberhaupt geinteresseerd zijn in de ideologie van de PVV.  Met Cyriel Triesscheijn, directeur van anti-discriminatiebureau Radar, verkennen we de praktijk. Aan hem stellen we de vraag of de invloed van Wilders ook zichtbaar is in een mogelijke stijging van het aantal meldingen van discriminatie. Triesscheijns antwoord blijkt genuanceerder dan velen denken. Van Willem Schoonen, hoofdredacteur van Trouw, nemen we de rol van de media door. Waarom krijgt Wilders doorlopend zoveel aandacht terwijl hij toch niet meer dan één op de zes Nederlanders vertegenwoordigt? De socioloog en publicist Herman Vuijsje buigt zich over de vraag of we onze aandacht niet beter kunnen richten op de mensen die PVV stemmen en dat waarschijnlijk niet zonder reden doen. In het publiek zit PVV-Statenlid Harry van de Berg. Desgevraagd zal hij de sprekers van commentaar voorzien. Gepaste muziek is er van het duo Koek & Trommel. Alias Beewee Nederkoorn op slagwerk en stembanden en Henk Koekkoek op de ukelele.

 

 

 

 

 

 

Dit Wereldpodium wordt gemaakt in samenwerking met Radar -Bureau voor gelijke behandeling en tegen discriminatie- en met het Academic Forum van de Tilburgse Universiteit. Presentatie is in handen van Annemarie Hinten, hoofd Academic Forum en Ralf Bodelier, hoofdredacteur van het Wereldpodium.

Wat De Ideologie van de PVV
Wanneer Dinsdag 13 maart 2012
Tijd 20.00-22.30 uur (ontvangst om 19.30 uur)
Waar Theater de Nwe Vorst, Willem II Straat 49, Tilburg
Kosten 5 Euro, inclusief koffie en pauzehapje [Wie door omstandigheden niet of moeilijk in staat is om de entreeprijs te betalen, heeft recht op een vrijkaartje. Een vermelding in het aanmeldformulier voldoet]

 

 

Donderdag 1 maart. Achter de tralies in Hotel de Bajes

Publicatiedatum: 7 augustus 2011

Staatssecretaris Fred Teeven wil dat gevangenen hun straf vaker uitzitten, voor ze mogen beginnen aan hun reïntegratie in de samenleving. Nu kunnen gevangenen een paar weken eerder vrijkomen om aan hun terugkeer in de samenleving te beginnen. Maar volgens Teeven doet dat soms geen recht aan wat slachtoffers hebben meegemaakt. Slachtoffers van misdrijven hebben immers ‘levenslang’ en het is niet meer dan passend dat degenen die hen iets hebben aangedaan dat ook voelen.

Maar voelen zij dat ook? Wat betekent gevangenisstraf in een land als Nederland? Volgens de gangbare opinie zijn Nederlandse gevangenissen ‘net een hotel’ en, linksom of rechtsom: ‘als je er eenmaal in zit ben je ook weer snel buiten’.

Op deze avond van het Wereldpodium onderzoeken we de werkelijkheid achter de Nederlandse gevangenissen en vergelijken deze met de buitenlandse tralies. En we onderzoeken aan welke eisen een ‘ideale’ gevangenis zou moeten voldoen.

Hoe zien Nederlandse en buitenlandse gevangenissen eruit? Welke regime draagt het beste bij aan resocialisatie? In welke gevangenissen keren  de  meeste én de minste vrijgelatenen weer terug?

Een ex-directeur van een Nederlandse gevangenis, die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, verhaalt over zijn ervaringen en vertelt over de veranderingen in het Nederlandse gevangeniswezen in de afgelopen jaren.

Met enige regelmaat bezoekt Anton van Kalmthout, emeritus-hoogleraar Strafrecht gevangenissen in Turkije, Azerbeidjan of Estland. Dat doet hij met een speciaal inspectieteam van de Raad van Europa. De autoriteiten weten dát er een inspectie komt, maar niet in welke gevangenis precies. En dan staat Van Kalmthout en zijn team voor de poorten… En ze willen erin… Wat ze er aantreffen is vaak erbarmelijk.

Wereldwijd zitten tal van jongeren in de gevangenis. Young in Prison is een mondiaal initiatief om deze vergeten kinderen een stem te geven en om hun een toekomst te bieden búiten de criminaliteit. Hoe dat gaat vertelt Noa Lodeizen, creative director van Young in Prison en vertrouwd is met jongeren in de gevangenissen van Colombia, Malawi, Zuid-Afrika en Suriname.

In 2004 gaat Joseph Oubelkas, dan 24, voor een zakenreis naar Marokko. Daar belandt hij, naar eigen zeggen zonder een strafbaar feit te hebben gepleegd, jarenlang in de gevangenis. Over zijn schokkende ervaringen schrijft hij het boek 400 brieven van mijn moeder. Oubelkas is nu een vrij man, en op deze avond vertelt hij wat onrecht en onvrijheid een mens kunnen aandoen.

De Tilburgse troubadour Jacques Mees brengt de prison blues ten gehore.
De huisfilosoof van het Wereldpodium dr. Frans van Peperstraten, verzorgt het slotwoord.

Nieuwsgierig? Reserveer een toegangskaart en lees hier alvast het opiniestuk van Michel Knapen.

Wat Hotel Bajes. Achter de tralies
Wanneer Donderdag 1 maart 2012
Tijd 20.00-22.30 uur (ontvangst om 19.30 uur)
Waar Theater de Nwe Vorst, Willem II Straat 49, Tilburg
Kosten 5 Euro, inclusief koffie en pauzehapje [Wie door omstandigheden niet of moeilijk in staat is om de entreeprijs te betalen, heeft recht op een vrijkaartje. Een vermelding in het aanmeldformulier voldoet]

Dit podium wordt mogelijk gemaakt door Provincie Noord Brabant en Gemeente Tilburg.

Woensdag 30 november 2011. Techno Nursing in Brabant. En de lessen uit India.

Publicatiedatum: 7 augustus 2011

De techno nurse komt er aan. Onvermijdelijk en op afzienbare termijn. Want wij hebben steeds meer gezondheidszorg nodig en zorg is duur. Bovendien dreigt een tekort aan werkers in de zorg en willen mensen liever thuis worden geholpen dan in een kliniek of ziekenhuis.

Voor de hand ligt het werven van artsen, verplegers en therapeuten in het buitenland. In Zuid-Afrika, op de Filipijnen. Door de afnemende gastvrijheid in Nederland is deze optie steeds minder aantrekkelijk. Daarom zoeken we de oplossing steeds vaker in techno nursing, in slimme ICT-oplossingen.

Techno nursing is zorg op afstand. Dat is een online gesprek met de psycholoog, dat is een digitaal consult voor huiduitslag, dat is een elektronisch logboek voor diabetici, dat is video-communicatie tussen de huisarts en zijn patiënten.
Gezellig is het woord niet. Goedkoop en efficiënt is het wel. Opmerkelijk zijn de lessen die we kunnen leren uit opkomende economieën. Uit India bijvoorbeeld waar nurse practitioners met laptop en meetapparatuur het arme platteland op trekken om gegevens van patiënten te verzamelen en door te mailen naar de grote stad waar een specialist de diagnose stelt en een therapie voorschrijft.

Dit Wereldpodium wordt georganiseerd in samenwerking met het PON. Sprekers zijn Bineke Posthumus, onderzoeker bij TNO Delft,  dr. Hanneke Molema, eveneens van TNO, dr. Riet Hammen, ervaringsdeskundige, dr. Eveline Wouters  (Fontys)  Marielle Swinkels (Zorgtechnoservice), en Marion Hanssen, verpleegkundige bij ZuidZorg. Mirjam Smulders van het PON presenteert de laatste cijfers over vergrijzing in Brabant. De gesprekken worden afgewisseld met empathisch klankwerk van Soundfulness. Meike de Jong en Ralf Bodelier leiden hun bezoekers door de avond.

Wat: Techno Nursing in Brabant.
Wanneer: woensdag 30 november 2011
Tijd: 20.00-22.30 uur (ontvangst vanaf 19.30 uur)
Locatie: Theater de Nwe Vorst, Willem II Straat 49 in Tilburg
Entree: 5 Euro, inclusief koffie/thee en hapje (stuur een bericht naar aanmelding@wereldpodium.nu als u in aanmerking wilt komen voor een vrijkaart).
Aanmelden wordt aangeraden!

Zondag 6 november: Femke Halsema spreekt derde Peerke Donderslezing uit

Publicatiedatum: 5 augustus 2011

Armoede in Nederland, Armoede wereldwijd

Femke Halsema, voormalig fractievoorzitter van GroenLinks, spreekt op zondagmiddag 6 november de derde PeerkeDonderslezing uit. Zij gaat in op de vraag hoe wij in deze tijd van crisis zowel kunnen strijden tegen armoede en ongelijkheid wereldwijd, als tegen armoede en ongelijkheid in onze eigen omgeving.

De eerste PeerkeDonderslezing werd in 2009 verzorgd door de net aangetreden Commissaris van de Koningin Wim van de Donk. In 2010 werd hij uitgesproken door Belgische oud-premier en Europarlementariër Guy Verhofstadt. Dit jaar is het de beurt aan Femke Halsema. Als politica concentreerde zij zich sterk op armoede en ongelijkheid in de Nederlandse samenleving. Afgelopen jaar maakte zij een emotionele reis door het straatarme Afrikaanse Ivoorkust en deed daarvan uitgebreid verslag in de Volkskrant en bij Pauw & Witteman. (meer…)

Woensdag 19 oktober. 2e Global Dinners – gesprekken bij een mondiaal diner (Op uitnodiging)

Publicatiedatum: 3 augustus 2011

Op 19 oktober brengt  Global Dinners voor de tweede keer dit jaar beslissers uit bedrijfsleven, wetenschap en openbaar bestuur bijeen in Theater de Nwe Vorst. Tijdens een diner wisselen ze van gedachten over mondiale ontwikkelingen die hun vakgebied raken.
Gasten kiezen voor thematafels over zorg, arbeid, veiligheid, energie en cultuur. Vijf experts geven de aftrap met een prikkelende inleiding. Global Dinners verbreedt de blik, schenkt nieuwe inzichten, verruimt de horizon. De discussies vormen een opmaat naar het Social Innovation Event, dat eind dit jaar wordt georganiseerd tijdens de nationale innovatieweek. De redactie van het Wereldpodium nodigt gasten gericht uit. Bent u een beslisser uit het bedrijfsleven, de wetenschap of het openbaar bestuur en wilt u Global Dinners eens bijwonen, neem dan contact op met redactie@wereldpodium.nu
Global Dinners is een gezamelijk initiatief van het Wereldpodium en het Huis van de Wereld. Global Dinners werkt samen met ondernemersverenigingen Next Move en BZW, Midpoint Brabant en de Gemeente Tilburg. Voor algemene informatie: info@wereldpodium.nu.

Wereldpodiumredacteur Cora Westerink tekent met slachtoffers Rwandese Genocide

Publicatiedatum: 2 augustus 2011

Cora Westerink, sinds najaar 2010 redacteur bij het Wereldpodium gaf in juli 2011 tekenles aan Rwandese jongeren, getraumatiseerd door de genocide van 1994. In dit bloedbad, dat in totaal aan een miljoen van de zeven miljoen Rwandezen het leven kostte, verloren de jongeren vrijwel hun hele families.

De tekeningen die zij maakten onder Cora’s begeleiding, worden komend jaar geëxposeerd. Bovendien is Cora van plan om geld in te zamelen voor een studie of vervolgopleiding voor de jongeren.

Interesse in Cora’s plannen met de tekeningen? Interesse om te storten? Interesse in Cora’s eigen prachtige werk? Dit is haar site: www.starwink.eu

Lees hier het lange artikel dat over Cora Westerink verscheen in het Brabants Dagblad van 23 augustus 2011

Donderdag 29 september: Ze werken hard, ze drinken veel en ze gaan nooit meer weg. Polen!

Publicatiedatum: 1 augustus 2011

Zijn ze de redders van de Nederlandse economie? Of  moderne slaven? Nederland telt circa 250-duizend Oost-Europese arbeidsmigranten: Roemenen, Bulgaren en Hongaren, maar vooral Polen. Ze zijn jong, bescheiden, nooit ziek en werken hard en lang voor een (te) laag loon. Champignontelers, bouwbedrijven en transporteurs wrijven zich in de handjes met hun Polen, maar minister Donner wil ónze werkelozen asperges laten steken en paprika’s laten plukken. “Zo’n honderdduizend Poolse werknemers zijn het slachtoffer van moderne slavernij”, constateert vakbond FNV. ” Ze mogen niet ziek zijn en betalen veel te veel voor slechte huisvesting”.  De rechter verbood onlangs de Brabantse transporteur Van den Bosch om Poolse chauffeurs een Pools loon te betalen. De uitzendbranche waarschuwt ondertussen dat Nederland moet oppassen niet onaantrekkelijk te worden. In eigen land gaat het steeds beter, en ook Duitsland is ‘open’, binnenkort willen de ijverige Polen niet meer komen.

Blijvertjes?

Of blijven ze voor altijd hier? Zo’n honderdduizend Oost-Europeanen staan inmiddels bij gemeenten ingeschreven. Ook Tilburg heeft inmiddels een Poolse kerk en een Poolse zaterdagschool. Verplaatst de ‘dronken Pool’ zich van caravan naar dorp en stad? Om “massaal te profiteren van onze WW” zoals de PVV beweert?

Hoogste tijd om ze werkelijk te leren kennen: uw nieuwe buren, collega’s en vrienden, de Polen. Met als gastsprekers:

  • de Poolse Anna Fendor en Ela Rodenburg (Pools Overlegplatform in Nederland)
  • directeur Oost-Europa  uitzendbureau OTTO Guido Vreuls
  • FNV’er Edwin Atema
  • Frank de Wijs van ZLTO
  • Kees Nauta (PON) met cijfers over Polen in Brabant

Presentatie: Ralf Bodelier & Meike de Jong,  met muziek van de Poolse feestzingers Heaven.

Wat Ze werken hard, ze drinken veel en ze gaan nooit meer weg. Polen!
Wanneer Donderdag 29 september 20.00 uur
Waar Theater De NWE Vorst (Willem II straat 49, Tilburg)
Door Wereldpodium, i.s.m. PON & PortAgora
Entree: 5 euro, koffie en hapje inbegrepen.

Play me I’m yours – Wereldpodiumpiano op de Heuvel

Publicatiedatum: 1 augustus 2011

Heeft u het al gehoord? Onverwachte pianoklanken in Tilburgse straten, parken en pleinen? Deze week staan meer dan honderd piano’s verspreid door de stad. Beschilderd door lokale artiesten en wachtend op voorbijgangers. Want iedereen die wil, mag erop spelen: Play me I’m yours!

De piano’s maken deel uit van het Incubate Festival, dat deze week plaatsvindt. Het Wereldpodium heeft één van de Play me I’m yours-piano’s geadopteerd, en deze piano staat op de Heuvel. Verschillende artiesten zullen op de Wereldpodiumpiano spelen:

– woensdag 14 september 16:00 Tom Hoornweg (conservatorium student)
– zaterdag 17 september 13:00 lunchconcert van Matthijs Rumke (Zuidelijk Toneel)
– zaterdag 17 september 16:00 Tom Hoornweg (conservatorium student)

Kom kijken, kom luisteren en speel mee!

Uitgesproken: Peerke Donderslezing door Femke Halsema

Publicatiedatum: 30 juli 2011

Over de middenklassen in het Westen en in Afrika
6 november 2011

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.

Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.

Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.

In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant afgelopen donderdag waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.

Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.

Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.

Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.

Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.

Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.

Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.

In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.
In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.

Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.

55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten.

Ook Tony Judt deelt in deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.

Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.

Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.

In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.

Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden.

De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.

Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.

Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.

Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?

Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.

Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.

Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.

Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.

Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.

Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Dank u wel.

Redacteuren Wereldpodium winnen zilveren griffel

Publicatiedatum: 27 juni 2011

Marga van Zundert, eindredacteur bij het Wereldpodium won op 9 juni 2011 een Zilveren Griffel voor een van de mooiste ‘wetenschappelijke kinderboeken’ van 2010.

Het boek ‘Ik? Wie is dat?’ spoort kinderen aan om na te denken over wie zij zijn, en wat een kind maakt tot wat hij of zij is. Kinderen willen allemaal iemand zijn of iemand worden. Maar wie en waarom, dat is de vraag die het bekroonde boek wil beantwoorden.

‘Ik? Wie is dat?’ is een uitgave van de Kinderuniversiteit Tilburg en laat een ruim aantal hoogleraren over deze vragen aan het woord. Een team van redacteuren onder leiding van Marga van Zundert interviewden de hoogleraren en bewerkten hun verhalen tot het boek dat nu is genomineerd voor de Gouden Griffel, die op 4 oktober 2011 wordt uitgereikt.

Een van de redacteuren van ‘Ik? Wie is dat?’ is  Wereldpodium-redacteur Mirjam Vossen. Zij was in 2005 een van de initiatiefnemers van de Tilburgse Kinderuniversiteit.


Vrijdag 1 juli: Huis van de Wereld. Opening T-Parade met de Grote Tilburgse Wereldquiz

Publicatiedatum: 1 juni 2011

Wat maakt iemand tot een Tilburger? Het feit dat zijn huis er staat? Dat hij er geboren en getogen is? Of gaat het om een emotie: voelt Tilburg als thuis? Hoe trots zijn Tilburgse Afghanen of Chinezen op hun stad? En wat ís Tilburg dan? Het Paleis of de moskee?  De kermis of de T-Parade? Begrijpt u wat ‘Ge wit ôot nôot nie’ betekent of ‘I Pin Ke’?  Weet u wie Coba Pulskens was of Hind Hakki is? Het Wereldpodium discussieert er over in het Huis van Wereld. Doe mee en test uw kennis van kleurrijk Tilburg in de InTilburgeringsbingo en de Tilburgse Wereldquiz. De hoofdprijs? Een Tilburgse verrassing!

Aan de vooravond van de jaarlijkse T-Parade, een avond met gesprek, interviews en quiz over Tilburg en wat iemand tot Tilburger maakt.
Met als speciale gasten: Paul Spapens, geboren en getogen in de regio, journalist, auteur van De Encyclopedie van Tilburg en voorzitter van de Stichting Tilburgse Taol. Fara Omarzada, ‘pas’ tien jaar in Tilburg na haar vlucht uit Afghanistan, inmiddels werkzaam als maatschappelijk werkster. Fernando von Lücken, tijdelijk Tilburger met Argentijns-Duitse wortels, student psychologie sinds 2009 en ambassadeur van Tilburg University.

Uw presentatoren/quizmasters zijn: Nathan de Groot en Lukas Meijsen. En de muziek is ditmaal van de Kleurrijke Mamma’s.

 

Wat? De grote Tilburgse Wereldquiz, ter opening van de T-Parade

Waar? Huis van de Wereld (Spoorlaan 346)

Wanneer? Vrijdag 1 juli, 20.00-22.00 uur

In samenwerking met? T-Parade & Huis van de Wereld

Entree: 2 euro

 

 

Dinsdag 21 juni. Global Dinners – wereldse discussies bij een werelds diner

Publicatiedatum: 1 juni 2011

Global Dinners brengt experts uit bedrijfsleven, wetenschap en openbaar bestuur bijeen in restaurant Blend. Daar wisselen ze van gedachten over mondiale ontwikkelingen die hun vakgebied raken. Gasten schuiven aan aan thematafels over zorg, arbeid, veiligheid, energie en cultuur. Vijf experts geven de aftrap met een prikkelende inleiding. Global Dinners verbreedt de blik, schenkt nieuwe inzichten, verruimt de horizon. De discussies vormen een opmaat naar het Social Innovation Event, dat eind dit jaar wordt georganiseerd tijdens de nationale innovatieweek.

In Global Dinners werkt het Wereldpodium samen met het Huis van de Wereld, ondernemersverenigingen Next Move en BZW, Midpoint Brabant en de Gemeente Tilburg. Meer informatie: info@wereldpodium.nu.

 

Jacqueline Cramer in Brabants Dagblad: “Aan ons afval valt een dikke boterham te verdienen.”

Publicatiedatum: 11 mei 2011

Ook oud tapijt kan waardevol zijn

Aan ons afval valt een dikke boterham te verdienen. En het is nog goed voor het milieu ook. Maar een duurzame kringloopeconomie hebben we nog lang niet.

Door:  Jacqueline Cramer, directeur van het Utrecht Centrum voor Aarde en Duurzaamheid, spreker op de Dag van het Afval. Dit opinieartikel verscheen in het Brabants Dagblad van woensdag 11 mei.

Toen ik onlangs na twintig jaar mijn kelder eens echt goed ging opruimen, wilde ik dat zo milieuvriendelijk mogelijk doen. Waar moest ik beginnen? Eerst heb ik de kringloopwinkel gebeld om alle nog bruikbare spullen mee te nemen. Daarna was de grootste afvalstroom het hout. Ik belde met mijn afvalinzamelaar en vroeg wat zij met gescheiden ingezameld hout deden. „Dat verbranden we”, was het antwoord. Waarom maakt u er geen spaanplaat van, vroeg ik. „Dan moet u een houtrecycler zoeken via internet”, was het antwoord. Dank u, dacht ik en hing op. Ik zocht een houtrecycler, legde het verhaal uit en wilde een container bestellen. Maar weer mis. Ik woonde te ver weg. Een derde telefoontje naar een houtrecycler – dichterbij mijn woonplaats – was wel succesvol. Maar mijn verbazing steeg opnieuw toen ik vroeg: waar wordt mijn hout verwerkt tot spaanplaat? „In Duitsland, mevrouw”, luidde het antwoord. Waarom niet in Nederland, vroeg ik. „Omdat we onvoldoende aanbod krijgen, hebben we weinig verwerkingscapaciteit”, was het antwoord. Vreemd, dacht ik. De man vervolgde: „Maar als u erop aandringt, brengen we het naar een plek in Nederland waar we het wel kunnen verwerken tot spaanplaat”. Ik haalde opgelucht adem. Dit probleem was opgelost. De volgende stap in mijn ‘kelderproject’ waren oude tapijten. Die worden keurig door de gemeente opgehaald, maar van recycling is nog geen sprake. Ook die gaan in de verbrandingsoven. Vervolgens heb ik alles wat metaal was bij elkaar gezocht. Best een aanzienlijke hoeveelheid oude buizen, metalen stoelpoten en elektriciteitsdraden. Ik belde, ook weer via internet, rond naar een metaalhandelaar. “Geen probleem om het bij u te komen ophalen mevrouw”, was het antwoord. “Het levert namelijk aardig wat geld op.” Nu begon mijn kelder toch aardig leeg te raken. Gelukkig was mijn buurman bereid om samen met mij alle oude verfblikken en ander klein chemisch afval weg te brengen naar het gemeentelijk depot. Omdat ik geen auto heb, zou ik dat anders allemaal op de fiets vervoerd moeten hebben. Helemaal leeg is de kelder nog niet. Maar ik heb er wel een flink gat in geslagen.

Cradle-to-cradle
Mijn kelderproject was een behoorlijke inspanning, maar tegelijkertijd erg leerzaam. Waarom bestaat er nog geen dienst of bedrijf dat mijn kelder wil leeghalen en de opbrengst ervan zelf houdt? Dat zou toch lucratief moeten zijn, het is goed voor het milieu en  tegelijkertijd een uitkomst voor de burger.
Ook realiseerde ik me dat we als consument nog heel wat producten weggooien die niet gerecycled worden. We brengen trouw ons glas naar de glasbak, laten het papier ophalen, leveren de batterijen en ander klein chemisch afval in en bellen de gemeente om TV’s, ijskasten en ander bruin- of wit goed te komen ophalen voor recycling. En sinds kort werken consumenten ook mee aan plastic recycling. Maar mijn oude tapijten worden gewoon verbrand in de afvalcentrale. Hoe goed ik ook mijn best deed om deze gescheiden bij de gemeente aan te leveren.
De oplossing is om consumentenproducten zo te ontwerpen dat ze na gebruik weer grondstof worden voor nieuwe producten. Dit principe wordt cradle-to-cradle (van wieg tot wieg) genoemd. Hiermee wordt verspilling van grondstoffen tegengegaan en de kringloopeconomie in praktijk gebracht. Voor deze manier van denken bestond bij veel producenten tot voor kort geen aandacht. Het leek economisch ook niet interessant. Maar dat begint gelukkig te veranderen. Een voorbeeld is het tapijtbedrijf Desso in Waalwijk. Zij produceert nu een cradle-to-cradle-tapijt dat na gebruik gerecycled kan worden. Om deze dienst te kunnen aanbieden, moest Desso een nieuw soort tapijt ontwerpen, dat aan alle eisen van recycling voldoet. Door de consument te garanderen dat het bedrijf het tapijt weer ophaalt na gebruik en recyclet, ontstaat een sterkere klantenbinding. Er zijn meer voorbeelden van nieuwe cradle-to-cradle-producten. Het bedrijf Dutch Spirit maakt kleding van gerecycled materiaal, zoals PET flessen en gerecyclede jeans. Duurder hoeven die producten niet te zijn.
We maken in Nederland vorderingen op weg naar een kringloopeconomie. Maar er moet nog veel gebeuren. Teveel van ons grof huishoudelijk afval belandt in verbrandingsovens. We kunnen meer afval gescheiden inzamelen en als grondstof voor nieuwe producten gebruiken. Maar daarvoor moeten producenten nog hard werken aan juiste ontwerpen en moeten ondernemers het gat in de markt van afval ophalen aan huis nog ontdekken. Pas dan wordt de leuze ‘afval bestaat niet’ werkelijkheid.

Verslag 7 februari 2011: ‘Doet u nog mee?’

Publicatiedatum: 10 mei 2011


Maakbaar, leefbaar, dankbaar

De bezoekers van het Wereldpodium doen volop mee aan de samenleving. Dat bleek uit de grote opkomst bij dit laatste podium en uit alle geïnteresseerde vragen en reacties. Toen presentator Meike de Jong het publiek vroeg naar vrijwilligerswerk, gingen veel handen omhoog. Een bezoeker meldde dat hij samen met zijn Iraanse vriend was gekomen. Elke week brengen ze samen een avond door, goed voor de onderlinge verstandhouding en voor het Nederlands! De conclusie van de avond leek dan ook: het gaat zeker niet slecht met de sociale verbanden in Brabant en in Nederland. Op enkele uitzonderingen na, is iedereen best tevreden. En daar is ook reden toe betoogde Paul Schnabel, directeur van het SCP en hoofdspreker van de avond.
Ter afsluiting van het programma speelden Zjef Naaijkens en de Fanfarettes een ballade voor de postbodes. Het klonk mooi weemoedig, een eerbetoon aan alle mensen die de vaart van deze dynamische samenleving niet altijd bij kunnen houden.

Participatie in Brabant
Jeanette den Hartog van het onderzoeksinstituut PON, medeorganisator van de avond, liet wat resultaten zien uit de Brabantse participatiemonitor die de ontwikkelingen volgt van 1999 tot 2009. In die tijd nam de bijdrage aan georganiseerd vrijwilligerswerk af. De groep die dit werk draagt, zit in de leeftijd van 65 tot 74 en krijgt niet veel steun van de jongere generatie. De drukbezette groep tussen 30 en 50 jaar is wel actief in de buurt en bij vrijwilligersactiviteiten voor de kinderen, bijvoorbeeld op school. Jongeren en alleenstaanden zijn niet zo betrokken bij de samenleving maar zouden dat wel meer willen. ‘Er is dus nog potentieel’, meende de onderzoekster. Alleen vraag en aanbod weten elkaar niet altijd te vinden. Daarom zijn intermediaire organisaties zoals de stichting Present of Hulp in Praktijk, belangrijk om flexibele inzet eenvoudig te koppelen aan vraag. Ook de sociale netwerken kunnen helpen om vrijwilligerswerk hipper en aantrekkelijker te maken. Over het algemeen zijn de Brabanders tevreden over hun sociale contacten. Een uitzondering zijn chronisch zieken die hun contacten als minder gelijkwaardig ervaren. Ook is er in Brabant een belangrijk verschil tussen participatie van allochtonen en autochtonen bij sportverenigingen. Tegen 43% autochtone leden staan maar 24% allochtonen, een verschil dat in andere provincies maar een paar procent is. “Onze sportverenigingen zijn blijkbaar niet zo toegankelijk”, concludeerde Den Hartog eufemistisch.

Familiebanden hechter
De boodschap van de onderzoeksbureaus was helder. Als het gaat om sociale participatie, insluiting en uitsluiting hoeft Nederland zich niet te schamen. Ons land staat hoog in de lijsten van civil society, vrijwilligerswerk en goede doelen. Ook is de situatie de afgelopen jaren niet verslechterd. In zijn ludieke en informatieve lezing stipte Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau een paar maatschappelijke veranderingen aan. Zo zijn moderne vrijwilligers meer geïnteresseerd in incidentele activiteiten, naar eigen smaak en op eigen condities ingericht. De verenigingsstructuur met lokale, regionale en landelijke vergaderingen, is al lang op zijn retour. Daarnaast is de arbeidsparticipatie in Nederland hoog en de groep tussen 30 en 50 leeft in het spitsuur. Naast werk en gezin doen zij vaak ook nog mantelzorg. Daarnaast is de groep van 50 tot 70 nog volop actief, niet zozeer op de arbeidsmarkt, maar wel in de zorg voor kinderen en kleinkinderen én voor zeer oude ouders. ‘De familiebanden zijn hechter geworden’, weet Schnabel, ‘Dat gaat ten koste van de aandacht voor andere groepen in de samenleving.’ Hij constateert de merkwaardige paradox dat Nederlanders dik tevreden zijn over hun privé-wereld maar ontevreden over de samenleving en de politiek. Bij zichzelf constateren zij geen verslechtering, bij anderen wel. Veel van dit soort beelden worden volgens Schnabel gevoed door de media. “Een journalist heeft belangstelling voor de uitzondering, want dat is nieuws. Onderzoekers kijken naar de regel en dan kunnen we constateren dat Nederlanders een zeer bevoorrecht volk is. En daar mogen we best wat meer dankbaar voor zijn”, aldus de SCP-directeur. “Zeker als je onze situatie vergelijkt met die in Roemenië.”

Euro-wezen in Roemenië
In dit podium was er speciale aandacht voor dit voormalige Oostblokland dat sinds 2007 lid van de Europese gemeenschap. Delia Costan uit de regio Timisoara en werkzaam bij Social Affairs & Child Protection (sociale zaken en kinderzorg) vertelde over verschillende groepen die het in haar samenleving knap moeilijk hebben. Bekend zijn de Roma, met name de traditioneel levende Roma. Zij participeren niet in het onderwijs, de arbeidsmarkt of de sociale instituties en hebben daarom geen perspectief om in de samenleving te integreren. Costan bekommerde zich in het bijzonder om een nieuwe groep die met uitsluiting wordt bedreigd: de Euro-orphans (Euro-wezen), kinderen en jongeren van wie een of twee ouders in het buitenland werkzaam zijn. Deze kinderen zijn op jonge leeftijd al heel zelfstandig. Dit lukt over het algemeen wonderlijk goed, vooral omdat deze kinderen hun ouders niet willen teleurstellen.

Coöperatie van dorpsbewoners
Het Wereldpodium sloot af met een bemoedigend voorbeeld van sociale participatie van Brabantse bodem. Esbeek (gemeente Hilvarenbeek) is een typisch Brabants dorp van 1100 inwoners en 35 verenigingen. In 2007 dreigde het laatste dorpscafé te sluiten. De bewoners sloegen de handen ineen en richten een coöperatie op om samen het café te kopen en te verbouwen. In drie stappen toverden vrijwilligers, tevens aandeelhouders, het gebouw om in dorpshuiskamer, een streekmuseum en een dorpscafé. Het dorp won er vorig jaar de DorpenDerby mee, een wedstrijd van de provincie Brabant. Dorpsbewoner en bestuurder van de coöperatie, Piet Verhoeven verklaart het succes uit de informele structuur en de doe-democratie. Een goede mix tussen een klein bestuur (voor de plannen en de budgetten) en een groot vrijwilligersnetwerk (voor de deskundigheid en het handwerk) leidt tot grote resultaten. Het spreekwoordelijke voorbeeld van waar een klein dorp groot in kan zijn.


Tekst: Marianne Dagevos www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Reacties bezoekers

Naam: Jan-Kees van den Wijngaard
Woonplaats: Gemonde
Beroep: Dierenarts
Met: Partner
Reden: Presentatrice Meike de Jong is familie, maar ik kom ook voor Paul Schnabel
Doet u nog mee? Ja, ik werk, heb veel gereisd en ken mijn buren
Pluspunt: Meike natuurlijk, maar ik heb ook genoten van Paul Schnabels verhaal
Minpunt: Het verhaal over Roemenië kwam niet echt uit de verf
Opgemerkt: Meermaals kwam ter sprake dat allochtonen weinig meedoen in het verenigingsleven, maar je moet er ook maar tussen komen. Als westerling bleef ik in Gemonde toch lange tijd een beetje een buitenstaander.
Neemt mee naar huis: Ik ben geïnspireerd geraakt om het vrijwilligerswerk weer op te pakken. Ik zat vroeger in een schoolbestuur, in een vakvereniging en werkte mee aan de verkeersveiligheid in het dorp. Maar dat is alweer even geleden, ik ga weer wat doen.
Komt u terug? Ja, dit was de eerste keer. Maar nu vind ik het zonde dat ik nog niet eerder ben geweest.


Naam: Peggy Trienekens
Woonplaats: Den Bosch
Beroep: Senior beleidsmedewerker Armoede & WMO, Gemeente Tilburg
Met: Een aantal (oud)collega’s
Reden: Een collega tipte me
Doet u nog mee? Ja, ik werk en doe ook vrijwilligerswerk
Pluspunt: Paul Schnabels verhaal en het voorbeeld van de coöperatie in Esbeek
Minpunt: Het deel over Roemenië paste niet echt bij de rest
Opgemerkt: Drie procent van de Nederlanders voelt zich geïsoleerd. Dat is een erg kleine groep, waar wij veel tijd en moeite voor doen. Maar hoe groot is de kans dat je hen werkelijk kunt bereiken? Dat is iets om over na te denken.
Neemt mee naar huis: Op basis van onderzoek blijkt dat het Nederland goed gaat. Dat sterkt me om door te gaan met ons werk, en er een positieve insteek aan te koppelen.
Komt u terug? Als het onderwerp me weer aanspreekt.

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Marloes Coppes

Dit podium werd mogelijk gemaakt door Provincie Noord Brabant.

 

Bezoeker Peggy Trienekens: “Ja, ik doe nog mee”

Publicatiedatum: 9 mei 2011

Interview bezoeker Wereldpodium “Doet u nog mee?” (7 februari 2011)

Woonplaats: Den Bosch

Beroep: Senior beleidsmedewerker Armoede & WMO, Gemeente Tilburg

Met: Een aantal (oud)collega’s

Reden: Een collega tipte me

Doet u nog mee? Ja, ik werk en doe ook vrijwilligerswerk

Pluspunt: Paul Schnabels verhaal en het voorbeeld van de coöperatie in Esbeek

Minpunt: Het deel over Roemenië paste niet echt bij de rest

Opgemerkt: Drie procent van de Nederlanders voelt zich geïsoleerd. Dat is een erg kleine groep, waar wij veel tijd en moeite voor doen. Maar hoe groot is de kans dat je hen werkelijk kunt bereiken? Dat is iets om over na te denken.

Neemt mee naar huis: Op basis van onderzoek blijkt dat het Nederland goed gaat. Dat sterkt me om door te gaan met ons werk, en er een positieve insteek aan te koppelen.

Komt u terug? Als het onderwerp me weer aanspreekt.

Een verslag van het podium ‘Doet u nog mee?’ van 7 februari met Paul Schnabel vindt u hier.

Verslag 3 maart 2011: Goed doen in tijden van crisis

Publicatiedatum: 8 mei 2011

Donateurs worden investeerders, economische en maatschappelijke belangen gaan goed samen

Over een ding zijn ze het eens: ontwikkelingshulp moet leiden tot zelfredzaamheid. Verder hanteren de drie sprekers van dit Wereldpodium verschillende strategieën, werken ze voor verschillende doelgroepen en gebruiken ze verschillende fondsen. Rutger Wijnands van het Bernard van Leerfonds kan royaal putten uit eigen middelen, afgelopen jaar zo’n 17 miljoen; Pierre van Hedel van de Rabobank Foundation heeft jaarlijks tientallen miljoenen te besteden uit de winst van de bank en Evelijne Bruning moet de middelen voor The Hunger Project bij elkaar sprokkelen bij het bedrijfsleven. Ze haalde afgelopen jaar 1,6 miljoen op, alles bij bedrijven en niets bij de overheid of particulieren. En daar wilde het Wereldpodiumpubliek, grotendeels werkzaam bij maatschappelijke organisaties, graag wat meer over weten.

Meehelpen is leuk
‘Goed doen in tijden van crisis’ was het thema en presentator Ralf Bodelier opende deze sessie van het Wereldpodium met cijfers over de goedgeefsheid van de Nederlandse burgers en bedrijven. Van de 4,3 miljard die jaarlijks aan goede doelen wordt geschonken, komt 1,3 miljard van bedrijven. Ooit was dat merendeels sponsoring maar tegenwoordig is ongeveer de helft ‘gewoon’ een gift. Steeds meer bedrijven tonen hun maatschappelijke betrokkenheid door goede doelen te steunen met geld, kennis en vrijwillige inzet. Belangrijkste motieven: ‘Iets terugdoen voor de samenleving’ en ‘Meewerken aan een goed doel is leuk’.

Exclusieve club
Ondernemers associëren zich liever met Robin Hood dan met Dagobert Duck, een beeld dat Evelijne Bruning kan bevestigen. Zij is directeur van het Amerikaanse initiatief The Hunger Project, een concreet project om de honger de wereld uit te helpen. Evelijne als directeur en haar collega ‘director of corporate engagement’, betrekken bedrijven door het project zo zakelijk mogelijk te presenteren. Donateurs zijn investeerders in zelfredzaamheid die georganiseerd zijn in netwerken en elkaar uitnodigen. Een exclusieve club van 60 ondernemers (goed voor minimaal € 10.000 per jaar voor minstens vier jaar) gaat op reis naar de projecten in Benin om te zien hoe het de mensen daar vergaat. In een filmpje zien we de vrouwen van Benin die inderdaad spreken van empowerment, commitment en leiderschap. “Ons werk verschilt niet van andere ngo’s”, verklaart Bruning, “Maar onze aanpak is zakelijker en resultaatgerichter. Wij vinden het geen probleem als bedrijven zelf profijt hebben van hun inzet voor ons project.”

Direct herkenbaar
Ook Pierre van Hedel plaatst vraagtekens bij de efficiëntie van menige ngo. De projecten in de Derde Wereld die de Rabobank Foundation steunt, zijn direct herkenbaar: ze hebben te maken met boeren, platteland en kredietverlening en ze zijn gestoeld op economische principes. “Daarvan hebben wij verstand”, aldus Van Hedel, “Dan kunnen we inschatten of een project kans van slagen heeft.”

Tilburgse bijdragen
Een project dat is gesteund is door de plaatselijke Rabobank Tilburg is de stichting Raakveld van de beroemde Tilburger Zjef Naaijkens. Medewerkers van deze stichting zorgen dit Wereldpodium voor licht en geluid, voor de hapjes en voor de bar. “De hapjes zijn mee de hand gesneden en aan prikkers gestoken. De Raakveld-bar is beroemd om zijn nazit. Een andere Tilburgse bijdrage aan dit podium wordt geleverd door Joosje en Monique, samen MaJoJo. Joosje heeft een stem als een klok en Monique begeleidt haar en schrijft ook de teksten en muziek. Beiden studeerden aan de Tilburgse Rockacademie en staan nu klaar om de wereld te veroveren. Tijdens dit podium lukte dat al heel goed!

Fondsen opgeschud
Bernard van Leer was een eigenzinnige Joodse zakenman die in de oorlog naar Amerika vluchtte en besloot zijn vermogen in een fonds te stoppen. Daarvoor moest hij wel zijn vrouw en kinderen onterven maar dat leek hem een goede oplossing tegen ‘verwennerij’. De vele miljoenen worden traditioneel belegd en het dividend wordt jaarlijks gespendeerd aan projecten voor kinderen van 0 tot 8 jaar. “Die groep levert het meeste rendement als het goed met ze gaat”, legt Rutger Wijnands uit. “Als jonge kinderen gezond zijn en naar school gaan, leveren ze lange tijd een positieve bijdrage aan de samenleving.” Wijnands geeft toe dat ook fondsen, net als ngo’s, van tijd tot tijd moeten worden opgeschud. “We zijn nu pas begonnen om een morele code op te stellen voor onze beleggingen”, vertelt hij, “Tegelijk denken we erover na of we projecten, behalve met giften, ook op andere manieren kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door een borgstelling of een lening.”

Lessons learned
Tegen het eind van de avond inventariseerde Ralf Bodelier samen met het publiek  de lessen van de avond:
– presenteer een project helder, met duidelijke doelen en resultaten;
– laat zien dat je verstand hebt van wat je doet, houd het project beheersbaar;
– betrek de investeerders en doe een beroep op hun kennis, ervaring en netwerken;
– voer goede gesprekken die voor iedereen leerzaam zijn;
– laat zien dat in een project een beroep wordt gedaan op eigen verantwoordelijkheid en dat mensen leren wennen aan marktomstandigheden zodat ze niet altijd van hulp afhankelijk blijven.

Veel tips voor fondsenwervers en maatschappelijke organisaties, veel minder voor kleine bedrijven die maatschappelijke en economische doelen combineren in hun bedrijfsvoering. Wellicht een interessant thema voor een ander podium?

Tekst: Marianne Dagevos  www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Reacties bezoekers


Naam: Gert Ruepert
Woonplaats: Nijmegen
Beroep: Docent aardrijkskunde op een VMBO school
Met: Een collega van de stedenband Nijmegen-Pskov (Rusland)
Reden: Het COS Gelderland vroeg me mee
Is het crisis? Nog niet, maar de subsidie van de gemeente is onzeker
Pluspunt: De opzet met muziek, presentator, interviews en hapjes was voor mij een verassing, erg leuk
Minpunt: De Rabobank Foundation en Bernard van Leer Foundation steunen geen stedenbanden
Opgemerkt: Evelijne Bruning vertelde dat één sponsor uit het bedrijfsleven een opening kan betekenen naar een heel netwerk.
Neemt mee naar huis: De doelstelling van onze stedenband is contact tussen burgers van Nijmegen en Pskov. We hebben het locale bedrijfsleven daar nog niet echt bij betrokken, maar met de juiste strategie is dat wellicht goed mogelijk.
Komt u terug? Zeker, als ik weer met iemand mag meerijden.

Naam: Marijke Clabbers
Woonplaats: Arnhem
Beroep: Geen, ik ben hier als voorzitter van de Stichting Nimba, wij hebben een opleidingscentrum voor kansarme, gehandicapte kinderen opgericht in Conakry in Guinee
Met: Mijn zus
Reden: We zoeken meer fondsen
Is het crisis? De voedsel- en brandstofprijzen in Guinee zijn de afgelopen tijd verdubbeld, dus we kunnen veel minder doen met ons huidige budget
Pluspunt: Pierre van Hedel van de Rabobank durfde echt te zeggen waar het om draait
Minpunt: Guinee blijkt telkens weer achter het net te vissen, het is geen donor darling
Opgemerkt: Het Hunger project besteedt elf procent van het opgehaalde geld aan fondsenwerving en administratie, en dat is laag voor een grote club. Wij komen uit op vier of vijf procent, dat is toch een voordeel van kleine organisaties.
Neemt mee naar huis: Ik heb het niet eerder zo gezien, maar onze donateurs zijn in feite ook investeerders. We moeten hen beter informeren wat we met hun investering hebben bereikt.
Komt u terug? Ja, we komen regelmatig naar het Wereldpodium, dit was de vierde of vijfde keer

 

Verslag 24 maart: Arm en gehandicapt – de vergeten 260 miljoen

Publicatiedatum: 7 mei 2011

Waarom staan mensen met een handicap niet hoog op de agenda van ontwikkelingsorganisaties? En hoe krijgen we ze daar? Daarover gaat het Wereldpodium Select ‘Arm en gehandicapt, de vergeten 260 miljoen’ georganiseerd door het Wereldpodium en het Liliane Fonds, de stichting die jaarlijks meer dan 80.000 kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden helpt.Met een goed gevulde zaal in het Provinciehuis, opinieartikelen in het Brabants Dagblad en Trouw en filmopnamen voor het tv-journaal van Omroep Brabant is de start voortvarend. Presentator Jan Jaap van der Wal kondigt een drukke middag aan met interviews, debat, een column, de presentatie van een gids en de vuurdoop van de nieuwe voorzitter van het Liliane Fonds.

Durfbeleid
Maar allereerst is het woord aan de ‘gastheer’ van het Provinciehuis: Commissaris van de Koningin Wim van de Donk. Van de Donk typeert het werk van het Liliane Fonds als “het organiseren van hoop”. “Kinderen die met een achterstand beginnen zijn een doelgroep waar je, als mens, niet om heen kan.” De methode van het Liliane Fonds ziet hij als het “organiseren van vertrouwen”. In een tijd waar het zelfs bij banken mis gaat, steunen mensen initiatieven op basis van een smetteloze reputatie en juist op dat terrein heeft het Liliane Fonds terecht een uitstekende naam, aldus de Commissaris. Van de Donk benadrukt dat ontwikkelingsorganisaties zich niet moeten laten gijzelen door de doelstellingen van beleidsmakers bij de overheid. Zij hebben juist de verantwoordelijkheid om andere opvattingen en doelen te realiseren. Particuliere initiatieven bereiken plekken waar de overheid niet komt door op eigen risico en initiatief en met onverdachte reputatie aan het werk te gaan – zonder de vraag te stellen: ‘Vindt de rekenkamer dit wel goed?’. Het werk van organisaties als het Liliane Fonds vergt durfbeleid en risico nemen. Juist daar zit de meerwaarde van particuliere initiatieven.

Confronterend
Jacco Holthuis, griffier bij de Raad van State, was ambassadeur van gehandicapt Nederland in 2009/2010 en maakte in dat kader een reis naar Nicaragua. Daar ontmoette hij onder andere Jorge, een jongetje met een beperking en Mauricio een ambitieuze student rechten met -net als Jacco- spastische benen. Ze zijn te zien in een documentaire die Jaap Jongbloed maakte. Presentator Van der Wal praat met Holthuis over zijn ervaringen.”Iemand met een handicap wordt in Nicaragua gezien als minderwaardig”, vertelt Jacco. “Een handicap is een vloek. Ik schrok er van dat Jorge op geen enkele school welkom was en dat Mauricio in elkaar is geslagen, enkel en alleen vanwege zijn handicap.” Mauricio overwon veel tegenwerking en studeert nu rechten. “Hij heeft een echte vechtersmentaliteit. We herkenden dat in elkaar. Het is erg belangrijk om jezelf een doel te stellen en daar is Mauricio een meester in gebleken.” Jacco ervoer zijn reis als confronterend, leerzaam en emotioneel. “Het relativeert je eigen situatie en leert je weer dat het niet zozeer draait om een aangepaste schoen of beugel. Dat iemand de opleiding kan volgen waar hij of zij verder mee komt is minstens zo belangrijk.” Jacco hoopt Mauricio terug te zien in Den Haag, als hij zijn doel, werken bij de VN, heeft gerealiseerd.

Mensenrechtenverdrag
Directeur Kees van den Broek van het Liliane Fonds werkte als fysiotherapeut in Afrika. Toen hij terugkeerde naar Nederland zocht hij een functie waarin hij zich nog steeds kon inzetten voor kinderen met een handicap. Hij leidt nu een organisatie van 35 werknemers en ruim honderd vrijwilligers die met een budget van 16,5 miljoen jaarlijks 87.000 kinderen in 30 landen ondersteunt. Een filmpje van het Liliane Fonds illustreert dit werk.Op de vraag van interviewer Ralf Bodelier wat de missie van het Liliane Fonds is, luidt het antwoord kort en krachtig: meedoen. Kinderen met een beperking moeten meetellen in het gezin, op school en in de buurt. “Het gaat niet zozeer om het bonnetje van de beugel”, verduidelijkt Van den Broek. “Wij willen zien dat een kind een opleiding krijgt en daadwerkelijk een kans krijgt mee te doen in de maatschappij.”

Terwijl de VN becijfert heeft dat één op de vijf mensen die leven van minder dan één dollar per dag een beperking heeft, blijken mensen met een handicap nauwelijks in beeld bij andere ontwikkelingsorganisaties zijn. Hoe komt dat? Van den Broek vertelt dat hij een rondje langs alle ontwikkelingsorganisaties om verandering te bewerkstelligen. Hij werd overal vriendelijk ontvangen, maar zijn missie slaagde niet. Van den Broek noemt twee belangrijke redenen. De eerste is dat kinderen met een beperking ‘onzichtbaar’ kunnen zijn. Ze worden uit schaamte binnenshuis gehouden of hebben een lichte verstandelijke beperking die niet direct in het oog springt. Daardoor is het probleem minder zichtbaar en dwingend. Een tweede reden is dat mensen met een handicap moeten concurreren met de vele en vaak ‘hippere’ prioriteiten in ontwikkelingssamenwerking zoals vrouwenemancipatie of duurzaamheid.Het Liliane Fonds verwacht verbetering zodra Nederland het mensenrechtenverdrag van de VN voor mensen met een handicap ratificeert. “Hoe eerder dit gebeurt, hoe beter”, stelt Van den Broek. “Dan zal elke ontwikkelingsorganisatie moeten rapporteren hoe zij rekening houden met deze doelgroep.” Het huidige ontwikkelingsbeleid stemt Van den Broek somber: “De nadruk ligt op economische ontwikkeling en niet op onderwijs en gezondheidszorg. Mensen met een beperking worden daar evident de dupe van.”

Vrijheid
“Mensen met een handicap die leven van één dollar per dag hebben me verbaasd”, vertelt Petra Jorissen in haar column. Jorissen is medeauteur van het indrukwekkende boek ‘Helden op Stokken’. Zij reisde naar ontwikkelingslanden om de verhalen van arme mensen met een handicap op te tekenen. “Arm, zonder stem in de maatschappij en verstoken van alles wat mij het leven waard lijkt, weten zij een menswaardig bestaan te leiden. Zij hebben me laten zien dat echte vrijheid van binnen komt.”

Op het netvlies
Onder leiding van Ralf Bodelier discussiëren experts en publiek verder over de vraag waarom mensen met een beperking niet hoger op de agenda staan van ontwikkelingsorganisaties en hoe dit te veranderen is. Op het podium: Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking in Nijmegen en directeur van onderzoeksinstituut CIDIN, en Jack van Ham, voormalig directeur van ICCO en kersverse voorzitter van het Liliane Fonds. Vanuit de zaal praten onder meer Monique Wijnen, voormalig ambassadeur van gehandicapt Nederland, Paulien Bruijn van Stichting Dark & Light, actievoerder Jan Troost en Roelie Wolting van DCDD mee.

Onderwerp deze middag zijn mensen met een beperking in ontwikkelingslanden en hun kansen om mee te doen. Maar hoe zit het in Nederland? Monique Wijnen: “Bij mijn geboorte zeiden artsen tegen mijn ouders: verwacht er niet teveel van. Ze zal niet kunnen zitten en incontinent blijven. Daar kan ik me nog steeds erg boos over maken.” Jan Troost: “Mensen zien een handicap nog steeds als een medisch probleem. Maar als de samenleving aangepast is, vallen mijn beperkingen weg. In de VS kan ik overal zonder problemen komen. Wij moeten hier zelf ook nog veranderingen afdwingen.”

De staf van het CIDIN blijkt geen mensen te tellen met een beperking, net zo min als het ICCO. En er staat ook niets expliciets over mensen met een beperking in de millenniumdoelen, vertellen Hoebink en Van Ham. “De politieke druk is lange tijd te laag geweest”, vindt Van Ham. “We moeten meer lobbyen.” Maar tegelijkertijd meent hij dat de overheid op dit moment “een heilloze weg” is. “We moeten ons meer richten op maatschappelijke mobilisatie. Dat klinkt misschien jaren 70, maar dat is het zeker niet.” Hoebink vindt dat het vooral ontbreekt aan focus. “Zaken als toegankelijkheid kun je eenvoudig inbouwen in programma’s, dat het nauwelijks gebeurt, laat zien dat beperkingen niet op het netvlies staan in ontwikkelingssamenwerking.”

Hoe belangrijk is de rol van cultuur en tradities in ontwikkelingslanden voor mensen met een beperking? Paulien Bruijn relativeert: “Ook al gelooft een moeder dat haar kind met een beperking het resultaat is van hekserij, toch zal ze alles doen om het kind medische zorg te geven. Het is uiteindelijk vooral de omgeving waar een andere houding nodig is. En op dat terrein kun je veel bereiken via empowerment van mensen met een handicap.” Hoebink is wars van cultuurrelativisme. “De conventies zijn helder en duidelijk. Toen albino’s vervolgd werden in Tanzania heeft de woede van het buitenland ook direct effect gehad. De autoriteiten traden meteen op.” Van Ham: “Globalisering geldt ook voor normen en waarden. We zijn continu bezig elkaar te beïnvloeden. Roelie Wolting: “Kennis is het sleutelwoord. Hoe gebrekkiger de kennis over beperkingen, hoe minder kansrijk mensen zijn.”

Het publiek wijst er op dat er CBR-guidelines bestaan: een dikke ‘bijbel’ waarin precies beschreven staat hoe lokale ontwikkelingsorganisaties mensen met een handicap bij hun project kunnen betrekken. Probleem opgelost? Hoebink antwoordt dat hij niet zo in bijbels gelooft en ook Van Ham denkt dat opschrijven niets meer oplost. “Hoe mensen met een handicap kansen kunnen en moeten krijgen, is bekend. De kwestie is dat ontwikkelingsorganisaties de verantwoordelijkheid moeten oppakken.” En met deze oproep eindigt het podium.

Gids: Meedoen
Voor kleine (en grote) ontwikkelingsorganisaties in Nederland hebben Wereldpodium en Liliane Fonds een gids gemaakt met praktische tips & trics hoe zij kinderen met een handicap bij hun projecten kunnen betrekken. De gids is getiteld: Meedoen. Open uw project voor kinderen met een handicap. Auteurs zijn Mirjam Vossen en Marga van Zundert. Vanmiddag krijgen Els Geerts en Els Keepers van Stichting Jasinga symbolisch het eerste officiële exemplaar uitgereikt door scheidend en komend voorzitter van het Liliane Fonds Cor Oostveen & Jack van Ham. Stichting Jasinga, een initiatief van drie vriendinnen, heeft een basisschool gebouwd in Jasinga, Indonesië, en werken er aan om op deze school ook kinderen met een beperking een opleiding te kunnen geven.Hoe u de gids kunt bestellen, leest u binnenkort op www.uitgeverijwereldpodium.nu

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Anjès Gesink

Bezoeker Dave van Opdorp: ‘Graag vaker zo’n twitterwall’

Publicatiedatum: 5 mei 2011

Interview bezoeker Wereldpodium

‘De Twitterrevolutie: hoe internet de wereld verandert’
(7 april 2011)

Naam: Dave van Opdorp

Woonplaats: Tilburg

Beroep: Journalist en presentator bij brabant10.

Met: Vriendin, ouders en collega.

Reden: Ik kom regelmatig naar het Wereldpodium en dit onderwerp, social media, boeit me.

Twittert u zelf? Ja, voor mijn werk en ook privé zo’n drie tweets per dag.

Opgemerkt: Twitteren is delen. Eigenlijk sluit het idee meer aan bij Afrika en Azië dan bij het individualistische westen.

Pluspunt: Tom America vond ik verassend leuk.

Minpunt: De presentator had meer kunnen inhaken op de tweets van vanavond. Zo’n twitterwall mag van mij bij alle podia.

Neemt mee naar huis: Stof tot nadenken. Wiel Schmetz praatte bijvoorbeeld over angst, dat angst ook mogelijkheden schept. Sorry, ik formuleer het nu erg vaag, maar dat komt omdat ik er zelf nog over moet peinzen.

Komt u terug? Ik ben een trouwe klant en dit was weer een erg leuke avond.

Het verslag van het Twitterpodium leest u hier.

Tekst: Marga van Zundert
Foto: Marloes Coppens

 

 

Verslag 20 april: Congo, grondstoffen en bloedmobieltjes

Publicatiedatum: 4 mei 2011

Sprookjesachtig mooi. Zo herinnert Alphonse Muambi zich Kivu, een gebied in het oosten van Congo. Muambi ontvluchtte het land in 1994 en keerde 2006 terug als verkiezingswaarnemer. De schok was groot. Het prachtige Kivu was veranderd in een desolaat gebied, met vluchtelingenkampen, massagraven en talloze bewoners die dierbaren hadden verloren. In het oosten van Congo woedt een oorlog, die al aan 4 miljoen mensen het leven heeft gekost.

Wat is gebeurde er in Congo, in de 15 jaar nadat zo hoopvol dictator Mobutu werd verdreven? Hoe werd dit schilderachtige ‘Zwitserland van Afrika’ het toneel van zo’n hardnekkig conflict? En wat hebben wij, als gebruikers van laptops en mobieltjes, daarmee te maken? Het zijn geen eenvoudige vragen, maar op dit speciale Wereldpodium over ‘failed state Congo’, worden ze grondig uitgediept.

Jan Pronk, oud-minister voor ontwikkelingssamenwerking, schetst in sneltreinvaart een aantal factoren die van Congo een falende staat hebben gemaakt. Congo treft het niet met zijn geschiedenis. In de koloniale tijd werd het een natiestaat zonder dat zijn inwoners zich één geheel voelden. Het feit dat Congo een groot en heterogeen land is, bemoeilijkt die eenwording. Gevolg: de officiële machthebbers hebben geen gezag, en daardoor verschrompelt de staat.

De mix van ‘falende staat’ en ‘rijkdom aan grondstoffen’ is een voedingsbodem voor conflicten. Alphonse Muambi schetst hoe het er aan toe gaat. Rond de mijnen in Oost-Congo, waar onder andere coltan, goud en tin wordt gewonnen, vechten fracties van drie verschillende rebellenlegers, deels gesteund door Rwanda. Ook het leger van Congo is een partij. Daarnaast zijn er talloze kleine, opportunistische fracties, die een graantje willen meepikken. “Het is voor niemand overzichtelijk, ook voor Congolezen zelf niet.”

En in die wirwar worden kostbare grondstoffen gedolven, die uiteindelijk hun weg vinden naar Nederland. Jan-Willem Scheijgrond van het Philips Corporate Sustainability Office schetst de route van de Congolese delver in de mijn, naar louche tussenhandelaren, naar smelters in China, naar de fabrieken, en uiteindelijk naar de Nederlandse consument. De tussenschakels zijn talrijk, en dat maakt meteen duidelijk waarom er moeilijk grip op te krijgen is. “We kunnen aan een stukje tin of goud niet zien waar het vandaan komt.”

En toch moeten bedrijven proberen daar grip op te krijgen, vindt Tim Steinweg van SOMO, een ngo die onderzoek doet naar multinationale ondernemingen. In Amerika zijn er al initiatieven om bedrijven te dwingen tot meer transparantie over de herkomst van metalen uit Congo. Ingewikkeld, dat beseft Steinweg zich terdege. Het grote gevaar is dat bedrijven dan maar helemaal metalen uit Congo gaan weren. En dat is niet de bedoeling: “Congolese groepen vrezen dat dit de lokale economie verder om zeep helpt, en het conflict verergert.”

Hoe moet het dan wel? Daarover ontspint zich in levendige discussie, met een bijdrage van studenten Elodie Kooiman en Ilse van Roermund. Bedrijven hebben hun verantwoordelijkheid, daarover is ook Philips het eens. Ze kunnen werken aan een certificeringssysteem voor ‘eerlijke’ grondstoffen uit Congo. Maar zij kunnen het niet alleen. Overheden kunnen helpen door eisen aan bedrijven te stellen. Consumenten kunnen druk op de fabrikanten opvoeren, en zuiniger omgaan met hun elektronica. Maar uiteindelijk moet het vooral in Congo zelf gebeuren. “De grondstoffen oorlog en de falende staat hangen samen”, zegt Jan Pronk. “Je moet beide oplossen. Je moet werken met degene die macht heeft. Zelfs met rebellengroeperingen moet je samenwerken. En als consument moet je beseffen dat jij ook een onderdeel bent van deze keten. Daarmee ben je een deel van het probleem, maar ook van de oplossing.”

Tekst: Mirjam Vossen
Foto’s: Marloes Coppes

Verslag 7 april 2011: de twitterrevolutie

Publicatiedatum: 6 mei 2011

Bezoekers van het Wereldpodium zijn geen digibeten. Bijna de helft twittert, een even groot deel zit op Facebook. De uitkomst van deze snelle publiekspeiling door presentator Ralf Bodelier is misschien niet verwonderlijk: het thema van de avond is ‘de twitterrevolutie: hoe internet de wereld verandert’. Vanuit de zaal kan zelfs volop worden getwitterd, en de tweets rollen live over de muur achter het podium.

Wat zeggen de recente ontwikkelingen in Noord-Afrika ons over de kracht van social media? Loopt lopen wij wel altijd voorop met nieuwe ict-ontwikkelingen, of is Afrika ons ditmaal voor? En wat kunnen wij daarvan leren?  Drie gasten mogen hun tanden daarop stukbijten. Zij worden afgewisseld door twee kunstenaars die op eigen wijze de wereld van nieuwe media verbeelden. Klankkunstenaar Tom America toont beeld- en geluidverhalen over gebeurtenissen in China en Limburg, die vóór de tijd van social media die wereld in gingen. Kunstenaar Helena Klakocar geeft een voorproefje van haar nieuwe project First World Peace. In honderden tekeningen schetst Klakocar een toekomst waarin oorlogen alleen nog maar worden uitgevochten in de virtuele wereld.

Transformatie
Social media transformeren onze maatschappij in razend tempo. Dat betoogt Wiel Schmetz, oud-directeur van de Academie van Journalistiek en docent Nieuwe Media. Het sleutelwoord in deze transformatie is ‘delen’, zegt Schmetz. “Je kunt al je kennis en ervaringen op elk moment beschikbaar stellen aan iedereen. Dat kon vroeger niet.” Dat verandert de rol van de burger in die van burgerjournalist. “Burgers leggen vaak eerder vast wat er gebeurt dan journalisten.” ‘Gewone’ journalisten blijven volgens Schmetz nodig, om uit de enorme hoeveelheid berichten de informatie te zeven die relevant is. “Maar zij hebben steeds minder vaak de primeur.”

Burgerjournalistiek in Iran
Burgerjournalistiek: Kiaa Parsa Alipour uit Iran maakt er dankbaar gebruik van. Alipour vluchtte tien jaar geleden uit Iran. Nu werkt hij als journalist en online marketing manager voor radio Zamaneh, dat vanuit Amsterdam wereldwijd uitzendt via internet. Zamaneh werkt met 150 ‘burgerjournalisten’: bloggers, deels uit Iran, die via social media hun nieuws met Zamaneh delen. “Het is gevaarlijk werk”, zegt Alipour. “Velen doen het anoniem”.

We blikken terug op de gebeurtenissen die ´de twitterrevolutie´ een naam gaven: de spontane opstanden na de Iraanse presidentsverkiezingen van 2009. Werden deze revolutie veroorzaakt door social media? “Nee”, zegt Alipour: “Het verzet was er al. Je kunt dat zien als losse druppels. Wanneer die allemaal bij elkaar komen, dan kunnen ze een keiharde rots uithollen. Maar je moet die druppels eerst mobiliseren. En dat gebeurt in een virtuele sfeer.”

De mobiliserende kracht van social media is enorm, zo blijkt uit recente opstanden in de Arabische wereld. Maar ook de tegenkracht is sterk. Alipour vertelt hoe de Iraanse overheid zijn radiostation belaagt. Een jaar geleden werd Zamaneh gehackt door de cyberarmy van de Iraanse Revolutionaire Garde. “De overheid wil angst zaaien”, zegt Alipour. Ze hackt daarom websites van kritische organisaties, vervalst Facebook-pagina’s van sleutelfiguren in de opstanden en maakt eigen weblogs die volstaan met propaganda. Zo zetten social media de spanning tussen burgers en autoritaire overheden op scherp, waarbij elke partij dezelfde social media inzet om de ander te dwarsbomen of te omzeilen.

Een wolk van vertrouwen
Bezoekers en buitenstaanders twitteren intussen naar hartenlust mee. “Wat maakt deze recente ‘twitterrevoluties’ anders dan hun voorgangers, wil een twitteraar weten. “Sociale media versterken het wij-gevoel,” zegt de derde gast, Caroline Figuères van IICD. “In eerdere revoluties moest je eerst een vertrouwensband opbouwen. Dat is niet makkelijk in samenleving waar je niemand kon vertrouwen. Nu ben je vriend van elkaar, ook als je iemand niet kent.”

Sociale netwerken scheppen een wolk van vertrouwen. Maar dan moet je eerst toegang hebben tot die digitale omgeving. Hoe zit dat in Afrika? Die toegang groeit in rap tempo, zegt Figuères. Haar organisatie IICD is opgericht om de digitale kloof tussen het Westen en de derde wereld te dichten. IICD steunt mensen om met mobiele technologie hun levensomstandigheden te verbeteren. Vrouwengroepen in Burkina Faso leren hoe ze via internet prijzen kunnen checken en producten kunnen verkopen. In Mali vinden vrouwen elkaar via internet om te strijden tegen huiselijk geweld. Onder de oppervlakte steunt IICD zo emancipatie- en democratiseringsprocessen.

Afrika koploper
Het beeld dat het Westen altijd voorop loopt met ict-ontwikkelingen, mag van Figuères op de schop. We zien een filmpje van Ushahidi, software waarmee je brandhaarden of rampen kunt lokaliseren. Het is gemaakt in Kenia, maar werd ook ingezet na sneeuwstormen in Amerika en de overstroming in Japan. “Mensen in Afrika zijn heel creatief”, zegt Figuères. “Ze hebben geen geavanceerde technologie, zoals wij. Daarom zoeken simpele en robuuste oplossingen, bijvoorbeeld om te bankieren via de mobiele telefoon.”
Wiel Schmetz denkt dat Afrika wel eens een voordeel zou kunnen hebben ten opzichte van het Westen: “Het ‘delen’, het sleutelwoord in deze transformatie, zit meer in de Afrikaanse cultuur. Nu Afrika de technologische achterstand inloopt, kan dat hen een enorme voorsprong geven.”

We keren terug naar Nederland, naar ons eigen leven tussen blogs en tweets. Een bezoeker verzucht dat ze niet meer weet wat ze moet met al die tweets vol tegenstrijdige informatie. “Het feit dat je zoveel informatie krijgt, moet jou niet in verwarring brengen”, zegt Caroline Figuères. Het moet jou aan het denken zetten: wat vind ik zélf? In die diversiteit van informatie moet je leren je eigen mening te vormen.” Dat is een mooi besluit van de discussie, en een prachtige boodschap om met iedereen te delen.

Tekst: Mirjam Vossen
Foto’s: Marloes Coppes

Reacties bezoekers

Bezoeker Dave van Opdorp:”Graag vaker zo’n twitterwall”


Naam: Dave van Opdorp
Woonplaats: Tilburg
Beroep: Journalist en presentator bij brabant10.
Met: Vriendin, ouders en collega.
Reden: Ik kom regelmatig naar het Wereldpodium en dit onderwerp, social media, boeit me.
Twittert u zelf? Ja, voor mijn werk en ook privé zo’n drie tweets per dag.
Opgemerkt: Twitteren is delen. Eigenlijk sluit het idee meer aan bij Afrika en Azië dan bij het individualistische westen.
Pluspunt: Tom America vond ik verassend leuk.
Minpunt: De presentator had meer kunnen inhaken op de tweets van vanavond. Zo’n twitterwall mag van mij bij alle podia.
Neemt mee naar huis: Stof tot nadenken. Wiel Schmetz praatte bijvoorbeeld over angst, dat angst ook mogelijkheden schept. Sorry, ik formuleer het nu erg vaag, maar dat komt omdat ik er zelf nog over moet peinzen.
Komt u terug? Ik ben een trouwe klant en dit was weer een erg leuke avond.

 

 

Bezoeker Alice van Alphen:”Ik ga niet morgen twitteren, maar wel nadenken”


Naam: Alice van Alphen
Woonplaats: Tilburg
Beroep: Ik ben met prepensioen, maar was docent.
Met: Echtgenoot
Reden: Klinkt misschien vreemd, maar ik heb helemaal niets met Twitter, vandaar.
Twittert u zelf? Nee dus, maar mijn man wel.
Opgemerkt: Twitteren is niets nieuws onder de zon.
Pluspunt: Het verhaal over social media in Iran. Het Wereldpodium slaagt er telkens goed in een onderwerp in een globale context te plaatsen die mij aanspreekt.
Minpunt: Ik kan niet tegelijkertijd een gesprek volgen en tweets lezen.
Neemt mee naar huis: Ik ga nog steeds niet twitteren. Maar het was een eyeopener te horen hoe social media conflicten kan beïnvloeden. Daar ga ik over nadenken en er over praten met anderen.
Komt u terug? Ja, ik kom niet echt regelmatig, maar bij vlagen.

 

 

Tekst: Marga van Zundert
Foto’s: Marloes Coppes

donderdag 21 april: Filmdebat “Udaan”: Indiase jongeren vluchten naar vrijheid

Publicatiedatum: 3 mei 2011

Op 21 april opende het vijfde Mundial Filmfestival in Cinecitta met de vertoning van de Indiase film Udaan. De film vertelt het verhaal van een tienerjongen die in opstand komt tegen zijn autoritaire vader. Daarmee staat Udaan – letterlijk ‘vlucht’ – symbool voor de cultuurclash tussen jonge en oudere generaties in het razendsnel veranderende India.

Samen met Cinecitta en Mundial organiseerde het Wereldpodium een speciaal programma rondom Udaan. Voorafgaand aan de film ging presentator Ralf Bodelier in gesprek met schrijfster, journalist en India-kenner Brigitte Ars. Na afloop praatten bezoekers verder in de foyer met Brigitte Ars en Satish Narayanan, Indiër en directeur van Techmarq Consultancy in Breda.

Het publiek discussieerde met de gasten over de film en over de veranderende samenleving in India en Azië: de invloed van globalisering en economische groei op de jongere generatie, de verhouding tussen ouders en kinderen, en de opkomst van maatschappij-kritische ‘art-house films’ als tegenhanger van Bollywoord-producties.

 

Verslag 15 mei: Naar een afvalarme wereld

Publicatiedatum: 2 mei 2011

Lekkende waterkokers, kapotte telefoons, oude krultangen… Bezoekers van de Dag van het Afval mochten op 15 mei een afgedankt apparaat meenemen naar popcentrum 013. In ruil daarvoor kregen ze een felgroen fleecedekentje, gemaakt van afgedankte petflessen. Met deze ludieke actie was thema van de middag gezet: afval is grondstof. Bijvoorbeeld voor kunstwerken. Beeldend kunstenaar Guus Voermans showde objecten van afgedankte strijkijzers, verfkwasten en staatlantaarns. Of muziekinstrumenten: Harm Goslink Kuiper speelde romantische liedjes op zelfgebouwde gitaren van olieblikken en afvalhout.

Maar de Dag van het Afval begon met de enorme berg die wij elk jaar weggooien. Volgens André Habets van Wecycle, recyclaar van elektronisch afval, gooien we met zijn allen zo’n 300 miljoen kilo elektronische apparatuur per jaar weg. Ongeveer 120 miljoen kilo wordt opgehaald. Wecycle krijgt e-waste van gemeenten, retailers en scholen en zorgt dat het voor 97% verantwoord wordt hergebruikt.

Het hergebruik van afval gaat steeds beter. Dat zegt Joris van de Meulen van Nedvang, het bedrijf dat namens producenten verantwoordelijk is voor het hergebruik van afval. Bij het grote publiek is Nedvang beter bekend van de Plastic Heroes. De inzameling van plastic stijgt en Van de Meulen laat wat ermee gebeurt: petflesjes worden plastic bakjes, t-shirts en fleecedekentjes.

Afval is grondstof. Maar miljoenen kilo’s afval belanden niet in de recyclestroom. Elke maand komen in Ghana 500 containers aan met elektronisch afval uit Europa, zegt Mike Anane, milieujournalist uit Ghana. Het zijn computers en beeldschermen, verscheept als hulpgoederen, waarvan 80% niet meer werkt. Die kapotte apparaten belanden op stortplaatsen, waar kinderen het verbranden, op zoek naar restjes koper en ander metaal. De gevolgen zijn afschuwelijk. Kinderen werken 12 uur per dag in de schadelijke dampen, met hoofdpijn, loodvergiftiging en ademhalingsklachten tot gevolg. “De schamele dollar die ze verdienen, gaan op aan medicijnen”, zegt Anane. “Veel kinderen gaan dood aan kanker voor ze de volwassen leeftijd bereiken.”

Volgens Anane zit een enorme lek in het recyclesysteem. Dat leidt tot verontwaardiging bij het publiek: hoe is mogelijk, vragen bezoekers, dat Nederland zoveel afgedankte apparatuur uit onze havens glipt? De sprekers kennen het probleem. Het is echter al minder erg dan vroeger, betoogt oud-milieuminister Jacqueline Cramer. Als minister zorgde zij dat gemeenten betaald kregen voor het inzamelen van e-waste, waardoor er nu minder afval in handen komt van louche handelaren.

Vooralsnog kunnen louche handelaren echter nog te gemakkelijk een dikke boterham verdienen. Dag zegt Emile Lindemuller, environmental crime officer bij Interpol. Het opsporen van milieucriminaliteit nog veel te weinig prioriteit, zegt Lindemuller: “Wij zien de slachtoffers niet, er liggen hier geen lijken op straat. Bovendien zijn de straffen laag”. Dus gaat de Italiaanse maffia door met het illegaal afzinken van schepen, en vullen handelaren containers met computers naar Ghana of Nigeria. Interpol weet af en toe met succes een lading tegen te houden, maar nog niet vaak genoeg.

De inzameling van afval moet beter, milieucriminaliteit moet stoppen. De vraag is wie daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Volgens Frans Föllings van afvalverwerker Aterro moeten gemeenten meer doen om de burgers aan te zetten tot betere afvalscheiding. “Driekwart van wat er in een container zit, hoort daar niet. Nog altijd zit die container voor een groot deel vol met gft-afval, glas, papier en kunststof.” Aterro haalt dat er alsnog uit tijdens een proces van nascheiding. Jacqueline Cramer vindt dat gemeenten het de burgers vooral gemakkelijker moet maken. “Stadsbewoners op driehoog achter hebben geen plaats om drie afvalbakken in huis te zetten. Zorg voor veel voorzieningen in de wijk. En zorg dat mensen er iets voor terugkrijgen.”

De meest prangende vraag blijft over voor het slotdebat: hoe pak je afvalcriminaliteit aan? Zou het helpen wanneer het in Ghana winst kan maken met recyclen? Ja, vindt Emile Lindemuller: “Zorg dat mensen in Ghana er iets aan verdienen. Het milieuprobleem gaat hand in hand met het armoedeprobleem.” Nee, zegt André Habets van Wecycle echter: “Recyclen kost geld. Ghana kán daar niets aan verdienen. Afval moet hier blijven en hier worden verwerkt.” Zou het, ten slotte, helpen wanneer onze kliko’s 80% kleiner worden? Dat vindt niemand een goed idee. Het lijdt alleen maar tot afvaltoerisme en lange files bij de Milieustraat. Slim ontwerpen, waterdicht inzamelen en hergebruiken blijft de beste route naar een afvalarme wereld.

Fotografie: Marloes Coppes

 

Verslag 25 mei: Een crisis kun je elkaar ook aanpraten!

Publicatiedatum: 1 mei 2011

Het valt niet mee om wijs te worden uit alle, soms tegenstrijdige berichten over de economische crisis. Gaat het nu beter of dreigt een nieuwe, nog ergere crisis? Gaan de bezuinigingen mij of mijn naasten treffen en verkoop ik ooit nog mijn huis? Om maar te zwijgen van mijn pensioenuitkering of de ouderenzorg. Desondanks gaan we elk jaar een of meer keer op vakantie en leven een luxe leventje. Nederlanders zijn een gelukkig volk, blijkt uit de Happiness-index van de wereld en toch klagen we wat af. Uitleg en verklaringen kwamen tijdens dit Wereldpodium van een socioloog, een psycholoog en een econoom. Het Wereldpodium speelde dit keer een thuiswedstrijd: alle aandacht was gericht op Brabant en Nederland.

Brabanders over de crisis Eerste spreker is Kees Nauta, onderzoeker bij het Brabantse kennisinstituut Pon. Samen met presentator Meike de Jong neemt hij de resultaten door van het onderzoek over wat de Brabanders merken van de crisis. In 2009 en in 2011 is aan de deelnemers van het Brabantpanel gevraagd of de crisis invloed heeft op werk, wonen en inkomen. Zo worden verschuivingen zichtbaar. De zaal mag raden naar de uitslagen en al gauw blijken de tegenstrijdigheden. Wel meer bezuinigen op uitgaven maar minder bang voor baanverlies, wel meer moeite met rondkomen maar meer optimisme over de Brabantse economie dan in 2009. Belangrijkste resultaat van het onderzoek is volgens Nauta de toenemende onzekerheid en het afnemende vertrouwen. Burgers weten niet wat ze van de toekomst moeten verwachten en dat leidt tot somberheid, ook als er in het dagelijks leven niets aan de hand is. Zeker niet somber zijn Marlon van Mook op de contrabas en haar medemuzikanten. Met diverse instrumenten onder de arm en binnen handbereik zingen ze driestemmig ‘What a wonderful world’ pom-pom-pom-pom, sja-la-la-la.

Negatieve dingen vallen op

Seger Breugelmans is sociaal psycholoog en doet onderzoek naar economische beslissingen. Ook hij heeft gemerkt dat de grote berichten over de economie en de kleine dagelijkse ervaringen thuis vaak niet bij elkaar passen. “Ons gevoel volgt de media”, aldus de psycholoog en, “Hoe meer ergens over wordt gepraat, hoe hoger het realiteitsgehalte.” Bovendien zijn mensen bang om af te wijken van de heersende opinie en horen het liefst bij een groep. Nog een weetje: ‘Negatieve dingen vallen ons meer op dan positieve. En negatieve emoties komen in veel meer vormen voor dan positieve.” Om deze ontnuchterende feiten te verzoeten, presenteert de catering van het Tilburgs Theater een schattig pauzehapje; een hartje van pannacotta met een rood suikerlaagje en kleine marshmallows eromheen. Lief en lekker.

Orkestratie van rechts

Na de pauze schuift hoogleraar economie en cultuur Arjo Klamer aan. Ralf Bodelier gaat met hem in gesprek over verschillende actuele kwestie. Zo heeft Klamer een duidelijke visie op de eurocrisis. Zijn pleidooi: Griekenland stapt uit de euro en gaat terug naar de drachme. Deze keldert in waarde en zodoende wordt Griekenland een extra aantrekkelijk vakantieland en kan het gaan exporteren. De voorgestelde cold turkey benadering waarover nu in Europa gesproken wordt, noemt hij onbeschaafd en hardvochtig. Ook over de bezuinigingen in Nederland heeft hij een heldere mening: deze regering voert een neoliberaal beleid en dat betekent, snijden in de collectieve uitgaven zodat de private uitgaven zomin mogelijk verstoord worden. In de publieke opinie wordt het beeld gewekt dat we ons niets meer kunnen permitteren, terwijl de maatregelen zelf voor crisis zorgen. Want de economische crisis, aldus Klamer, bestaat niet. Omdat het economische beleid gefixeerd is op groei en stijging van het BNP, wordt een probleem gecreëerd. In werkelijkheid zijn er met de regelmaat van de klok schommelingen aan het financiële front. De hoogleraar deinst er niet voor terug om in de crisis een orkestratie van rechts te zien bedoeld om de problemen van de banken te verhullen.

Voldoening door wat te doen

Om aan deze vicieuze cirkel te ontsnappen, moeten we anders gaan denken, is de boodschap van dit Wereldpodium. Armoede en rijkdom niet uitdrukken in geld maar in sociale relaties. Geluk vervangen door voldoening. Voldoening kun je halen uit je werk, je omgang met vrienden, je inzet voor de samenleving, je zorg voor je gezin en ga zo maar door. Voldoening krijg je door wat te doen, het is geen lot dat je treft. Psycholoog Breugelmans beaamt de redenering van Klamer: het plezier van materiele goederen is na een paar dagen verdampt, het plezier van activiteiten en ervaringen blijft veel langer bestaan. Over wat de meeste waarde heeft, verschillen de academici enigszins. Klamer zoekt het in de sociale contacten, Breugelmans in de autonomie. Beiden zijn het erover eens dat ‘sociale vergelijking’ alleen maar tot ontevredenheid en consumptiedwang leidt en dat we een hoop onrealistische verwachtingen naast ons neer moeten leggen. Een sterk persoonlijk bewustzijn en een levensbeschouwing kunnen daarbij helpen.

Voldaan

Na afloop van de gesprekken met de deskundigen constateren ook Meike de Jong en Ralf Bodelier veel voldoening: een mooi thema, goede sprekers, een leuk publiek, een volle zaal, interessante gesprekken, kortom, een heleboel redenen om heel gelukkig en voldaan weer op huis aan te gaan.

Tekst: Marianne Dagevos www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Kinderworkshop: Portretschilderen met Afval

Publicatiedatum: 21 april 2011

Van afval kun je mooie dingen knutselen. Deze middag mag je een portret komen ‘schilderen’ in de stijl van Picasso. Lege gekleurde plastic flessen, licht metalen voorwerpen, oude eierdopjes en oud speelgoed kun je nu gebruiken in deze workshop. Kies zelf je ‘verf’ en componeer met afval. Wie schilder jij? Je beste vriend(in), je opa, je favoriete popster of misschien jezelf?

De workshop portretschilderen met afval (6+) vindt plaats op de Dag van het Afval onder leiding van ontwerpster Jessica Donders (Ink & Glue). Er is plaats voor maximaal 25 kinderen. De workshop is tegelijkertijd met het podium “Uw schroot, mijn brood”. Kinderen van bezoekers aan de Dag van het Afval hebben voorrang bij inschrijving.

Wat? Workshop Portretschilderen met afval
Voor wie? kinderen vanaf 6 jaar
Door wie? Ontwerpster Jessica Donders

Waar? Popcentrum 013
Wanneer? 15 mei 14.00-17.00 uur
Kosten? 3,50 euro (inclusief ranja)
Vooraf inschrijven? Ja, via onderstaand inschrijfformulier (volgt)

nb. Deze workshop start bij deelname van minimaal 10 kinderen.

Zaterdag 28 mei: de Dag van de Spoorzone

Publicatiedatum: 2 april 2011

Op zaterdag 28 mei organiseert Tilburg Debatstad ‘De Dag van de Spoorzone’: een grote manifestatie in het Spoorzonegebied met theater, exposities, muziek, lezingen en debatten. De Dag van de Spoorzone blikt vooruit op de ingrijpende verandering van het Spoorzonegebied de komende 15 tot 20 jaar. Wat kan de Spoorzone de stad Tilburg en de Tilburgers opleveren?

Het Wereldpodium en ondernemersvereniging Next Move organiseren tijdens de Dag van de Spoorzone van 14.45 tot 15.45 uur een brainstormsessie met ondernemers uit binnen- en buitenland: hoe bouwen we een Spoorzone waar iedereen zich thuis voelt? De uitkomst wordt aangeboden aan ‘Spoorzonewethouder’ Marieke Moorman. Dichter Jace van de Ven spreekt een column uit.

Meer informatie op www.tilburgspoorzone.nl.

Zaterdag 28 mei; 11.00 – 17.00 uur; Spoorzonegebied, Tilburg

 

Opinie Brabants Dagblad: Stop de oorlog in Congo, eis eerlijke telefoons

Publicatiedatum: 19 maart 2011

Door Tim Steinweg, onderzoeker bij SOMO en gastspreker op het Wereldpodium op 20 april

De afgelopen 15 jaar heeft er een hevige strijd gewoed in het oosten van de Democratische Republiek Congo, waarbij naar schatting al meer dan vijf miljoen slachtoffers zijn gevallen. Daarnaast zijn er tienduizenden, zo niet honderduizenden vrouwen verkracht door rebellengroepen, die het geweld tegen vrouwen gebruiken als wapen om angst bij de lokale bevolking in te boezemen. Niet veel mensen weten dat er een link bestaat tussen deze verschikkingen in het midden van Afrika, en de mobiele telefoons waar wij dagelijks gebruik van maken.

De verschillende rebellengroepen, en ook het nationale leger van Congo, strijden vooral om controle over de waardevolle grondstoffen die in de regio voorkomen. Partijen gebruiken de opbrengsten van de mijnbouw om wapens mee te kopen. De grondstoffenhandel is een belangrijk financieel motief om vooral door te blijven gaan met de strijd. De grondstoffen – tin, tantalum, tungsten en goud –  worden voornamelijk gebruikt in mobiele telefoons en andere consumentenelektronica.

De vraag naar deze grondstoffen is dus direct gelinkt aan onze vraag naar de nieuwste elektronische gadgets. Naar schatting worden er elke minuut zo’n 6.000 mobiele telefoons verkocht, en de kans bestaat dat in elk van die telefoons een stukje Congo is verwerkt. Dat werpt de vraag op welke verantwoordelijkheid wij als consumenten van deze elektronica hebben, als het gaat om het vinden van een oplossing voor de oorlog in Congo. Wat kunnen wij doen?

Ten eerste zouden wij onze elektronica langer kunnen gebruiken, en het niet elk jaar door het nieuwste model vervangen. Dit kan bijvoorbeeld ook door kapotte modellen te laten repareren, in plaats van weg te gooien. Ten tweede zouden we ervoor kunnen zorgen dat onze oude mobiel gerecycled wordt, bijvoorbeeld door het terug te brengen naar de winkel als we een nieuwe kopen. Allebei deze maatregelen verminderen de vraag naar nieuwe modellen, en dus ook de druk om maar te blijven mijnen in regio’s zoals Oost-Congo.

Ten derde kunnen wij als consument de elektronicabedrijven oproepen om producten te ontwikkelen die niet zijn gelinkt aan oorlog en uitbuiting. “Fair trade mobieltjes” dus.  Consumenten moeten op het juiste moment de juiste vragen stellen aan verkopers van mobiele telefoons. Daarmee laten ze zien dat zij dit een belangrijke overweging vinden in hun koopgedrag. Ook wanneer de verkoper geen bevredigend antwoord heeft,  geeft zo’n vraag een duidelijk signaal af. Hoe meer vragen de grote elektronicamerken krijgen, hoe groter hun bereidheid zal zijn om zo’n fair trade product te ontwikkelen.

Dat bedrijven gevoelig zijn voor druk van consumenten, bleek afgelopen maand tijdens een debat waar KPN ook aanwezig was. KPN deed de toezegging dat zij “faire telefoons” zal aanschaffen, zodra 100.000 consumenten er om vragen. Daarop werd prompt een twitteractie ontketend, die massaal gehoor vond onder het publiek. Zo’n actie verdient navolging. Het is een begin, maar het is dé manier om als consument een bijdrage te leveren aan vrede in Congo.

Tim Steinweg

Voor meer informatie over eerlijke elektronica, zie www.makeitfair.org.

 

Bezoeker Marijke Clabbers: “Onze donateurs zijn in feite ook investeerders”

Publicatiedatum: 11 maart 2011

Naam: Marijke Clabbers
Woonplaats: Arnhem
Beroep: Geen, ik ben hier als voorzitter van de Stichting Nimba, wij hebben een opleidingscentrum voor kansarme, gehandicapte kinderen opgericht in Conakry in Guinee
Met: Mijn zus
Reden: We zoeken meer fondsen
Is het crisis? De voedsel- en brandstofprijzen in Guinee zijn de afgelopen tijd verdubbeld, dus we kunnen veel minder doen met ons huidige budget
Pluspunt: Pierre van Hedel van de Rabobank durfde echt te zeggen waar het om draait
Minpunt: Guinee blijkt telkens weer achter het net te vissen, het is geen donor darling
Opgemerkt: Het Hunger project besteedt elf procent van het opgehaalde geld aan fondsenwerving en administratie, en dat is laag voor een grote club. Wij komen uit op vier of vijf procent, dat is toch een voordeel van kleine organisaties.
Neemt mee naar huis: Ik heb het niet eerder zo gezien, maar onze donateurs zijn in feite ook investeerders. We moeten hen beter informeren wat we met hun investering hebben bereikt.
Komt u terug? Ja, we komen regelmatig naar het Wereldpodium, dit was de vierde of vijfde keer

Een verslag van het Wereldpodium ‘Goed doen in tijden van crisis’ van 3 maart vindt u hier.

Opinie Brabants Dagblad: Goede doelen hebben stevige marketingcursus nodig

Publicatiedatum: 4 maart 2011

Brabants Dagblad, 3 maart 2011

Tachtig miljard bezuinigen en een rechts kabinet: dat betekent dat de overheid zich terugtrekt.
Dat betekent dat er steeds minder geld is voor milieu, cultuur, sport en ontwikkelingswerk. Of we het nu leuk vinden of niet, nu subsidiepotten van het Rijk, de provincie of de gemeente op slot gaan, moeten maatschappelijke organisaties elders op zoek naar geld. Velen kloppen daarom aan bij het bedrijfsleven. Want met het einde van de crisis in zicht, wordt daar langzaam maar zeker weer geld verdiend.

Nu is er goed nieuws: ondernemers willen een deel van dat geld best uitgeven aan maatschappelijke doelen. Bovenal willen ze zich ook persoonlijk inzetten: als bestuurder, als coach of als vrijwilliger. Een recent onderzoek van ING en De Zaak constateert dat vier op de vijf ondernemers zich eerder zien als Robin Hood dan als Dagobert Duck. Vier op de vijf willen iets teruggeven aan de samenleving waar ze zoveel aan te danken hebben. En, belangrijker nog: vier op de vijf vinden het ‘leuk’ om maatschappelijke organisaties te steunen. Of dit ‘teruggeven’ hun bedrijf ten goede komt, doet er minder toe, zo zeggen de ondernemers. Zeker, meer gemotiveerde medewerkers en een beter imago voor de onderneming, dat is mooi meegenomen. Maar voorop staat het niet. Voor ondernemers is het belangrijkste dat zij zich thuis voelen bij een maatschappelijke organisatie, en dat ze zich met de doelstellingen kunnen identificeren.

Het liefst helpen ondernemers door hun eigen kennis en ervaring met anderen te delen. Maar ook het doneren aan projecten scoort nog steeds hoog. Alleen het sponsoren van verenigingen laat na: sportclubs en zangkoren zullen helaas iets anders moeten bedenken.

Nu zou een ondernemer geen ondernemer zijn, wanneer hij niet zou willen weten wat er met zijn geld en inzet gebeurt. Bovendien zijn ondernemers gewend om met hun geld weer nieuw geld te maken. En die mentaliteit nemen ze mee in hun steun aan een milieuclub, een kunstenaarscollectief of ontwikkelingsorganisatie.

Dat is voor deze organisaties even wennen. Ook overheden wilden weten wat er met hun subsidies gebeurde, maar een ondernemer wil meer. Hij ziet zijn betrokkenheid als een investering die rendement moet opleveren. Dat hoeft geen financieel rendement te zijn, maar wel maatschappelijk rendement. Een toneelvereniging of ontwikkelingsorganisatie mag er niet zijn omwille van zijn goede intenties, maar om werkelijk verschil te maken. De uren en euro’s die ze aan het toneelproject fourneren, moeten leiden tot een professionele voorstelling, uitverkochte zalen en positieve recensies. De investering in een milieuproject mag niet stranden in bureaucratisch overleg, maar moet leiden tot een goed georganiseerd wandelgebied. Het geld voor een ontwikkelingsorganisatie moet niet wegvloeien in overhead, maar in het vestigen van nieuwe bedrijvigheid in Manilla of de bouw van een nieuwe wijk in Burkina Faso.

Gemakkelijk zal het voor maatschappelijke organisaties niet worden, maar heilzaam is het wel. Gewend aan easy money en de relatief grote vrijheid om naar eigen inzicht te handelen, voelen ook zij nu de tucht van het bedrijfsleven. Organisaties die in deze tijd willen overleven, en, beter nog, die willen floreren, zullen zich flink moeten aanpassen. Weg met de eindeloze vergaderingen, de boekhouding in een schoenendoos en de hooggestemde idealen. Op naar een cursus marketing, een fatsoenlijke boekhouding en tastbare en haalbare doelstellingen. Niet iedereen zal deze slag kunnen of willen maken. Hen rest niets anders dan wachten tot de overheidspotten weer gaan stromen, of in schoonheid te sterven.

Mirjam Vossen is journalist, ontwikkelingsgeograaf en redacteur van het Wereldpodium in Tilburg.

Opiniestuk Paul Schnabel Brabants Dagblad: Gelukkig, de meeste mensen doen nog mee!

Publicatiedatum: 4 maart 2011

Brabants Dagblad, 11 februari 2011

De laatste tijd is er veel discussie over de groeiende sociale kloof in onze samenleving. We lijken overtuigd van het feit dat we steeds minder betrokken zijn bij onze omgeving, dat we elkaar steeds minder zien en dat we ons steeds minder inzetten voor anderen. Kortom, we mopperen wat af over onszelf, en de media doen daar graag een schepje bovenop.

Dat beeld van een almaar verkillende, afstandelijke samenleving klopt echter niet. Lid zijn van een vereniging, vrijwilligerswerk doen, geven aan een goed doel of mantelzorg bieden is in Nederland nog altijd heel vanzelfsprekend. Meer dan 40% van de volwassen Nederlanders zet zich in georganiseerd verband in voor iets waar hij niet voor betaald wordt. Wie nog tot de regelmatige kerkgangers behoort – een kleine minderheid – doet dat zelfs het meest. Ouders met kinderen op de lagere school merken al snel dat tegenwoordig als voorleesmoeder of schoolreisjevader een beroep op hen wordt gedaan, dat hun eigen ouders niet hebben gekend. Elke zaterdag rijden duizenden vaders en moeders hele jeugdteams door het land om ergens competitie te kunnen spelen. Bijna drie miljoen Nederlanders bieden aan zieke of gehandicapte familieleden vaak vele jaren en vele uren per week mantelzorg. Dat doen we niet minder, maar juist veel meer dan pakweg vijftig jaar geleden.

Het gebeurt wel anders dan vroeger. Steeds minder mensen willen echt lid van een vereniging worden, laat staan op zaterdag zitten vergaderen met notulen en begrotingen. Het is allemaal informeler geworden, maar een straatbarbecue wordt overal verbluffend snel en professioneel georganiseerd. Wie geen zin heeft om lid te worden van een tennisclub, huurt met vrienden een baan en wie graag hardloopt, vindt op ‘keep on running’ alle informatie over ‘lopen’ in het hele land. De vrijwilliger komt nog met de collectebus aan de deur, maar het echte geld voor het goede doel wordt automatisch afgeschreven. Dat klinkt minder betrokken, maar het levert wel veel meer op.
Onder de 27 landen van de Europese Unie hoort Nederland met Zweden en Denemarken tot de top op het gebied van het vrijwilligerswerk en het lidmaatschap van maatschappelijke organisaties. Ook wat geven van geld aan goede doelen staan we met een tweede plaats hoog genoteerd.

Ondanks het feit dat in Nederland zelf het gevoel bestaat dat mensen steeds minder bereid zijn wat voor elkaar en voor de samenleving te doen, is wat in de wetenschappelijke literatuur meestal de ‘civil society’ genoemd wordt, nog springlevend. Wel moeten de organisaties meer moeite doen om de mensen te bereiken en het vrijwilligerswerk zo te organiseren dat het bij hun dagindeling en levensstijl past. Er wordt weleens vergeten dat er veel meer mensen dan vroeger aan het werk zijn. In Nederland werkt nu bijna 80% van de mannen tussen 15 en 65 jaar, en 60% van de vrouwen. Dat is vergeleken met zelfs dertig jaar geleden een enorme verandering, zeker bij de vrouwen. Nederland hoort nu tot de landen met de allerhoogste arbeidsparticipatie, ook al werkt van de vrouwen 75% en van de mannen 25% in deeltijd. In het ‘spitsuur van het leven’ hebben zij meestal ook de zorg voor kinderen en dat is meer dan vroeger ook voor de man, zelfs voor een minister een belangrijke taak geworden.

Vrijwilligerswerk wordt vooral veel gedaan door jongeren zonder gezin en door ouderen zonder thuiswonende kinderen. Juist de leeftijdsgroep van ongeveer 50-55 tot 70-75 jaar zorgt voor de kinderopvang, helpt vaak ook nog de eigen zeer oude ouders en is op allerlei fronten maatschappelijk actief. Het is zelfs een van de redenen waarom mensen vervroegd met pensioen gaan. Ze hebben financieel weinig zorgen meer en zetten zich graag in ‘tot nut van het algemeen’, te beginnen met de eigen familie. Van de volwassen Nederlanders heeft 86% minstens een keer per week direct persoonlijk contact met de eigen familie en 81% met vrienden. Echt geïsoleerd voelt zich naar eigen zeggen ongeveer 3% van de volwassenen. Dat is een laag percentage, maar toch altijd nog bijna een half miljoen mensen.

De kansen om sociaal uitgesloten te zijn en geen deel te kunnen hebben aan de samenleving, is het grootst voor wie laag opgeleid, werkloos, arm, chronisch ziek of allochtoon is. Dat zijn heel vaak de mensen in de bijstand, de eenoudergezinnen en de migranten van de eerste generatie. Als arm is bijna 6% van alle Nederlandse huishoudens te beschouwen, maar van de eenoudergezinnen is dat 20% en van de gezinnen in de bijstand zelfs bijna de helft. Vaak gaat het dan ook om gezinnen die al langer dan drie jaar van een heel laag inkomen moeten rondkomen.
Deze groep verdient aandacht en zorg van ons allemaal. Maar met een verkillende samenleving heeft dat weinig te maken. We zijn veel betrokkener dan we denken. Laten we elkaar geen probleem aanpraten dat er niet is.
Paul Schnabel
Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

Woensdag 25 mei: Gelukkig in tijden van somberheid

Publicatiedatum: 4 maart 2011

‘Uw pessimisme is ongegrond. Uw crisisgevoel is aangepraat. Bekijk uw leven eens wat realistischer en besef dat voor uw somberheid maar amper aanleiding is.’ Deze stelling zal prof. dr Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie in Rotterdam verdedigen tijdens het Wereldpodium ‘Gelukkig in tijden van Somberheid’. 
Heeft Arjo Klamer gelijk? Wellicht. Maar van veel Brabanders zal hij het niet krijgen. Tijdens het Wereldpodium zal PON-onderzoeker drs Kees Nauta cijfers presenteren uit zeer recent onderzoek, waaruit blijkt dat de somberheid bij de gemiddelde Brabander alleen nog maar toeneemt. Hij maakt zich meer en meer zorgen over zijn werk, over zijn financiele situatie, over de betrouwbaarheid van de banken en over de toekomst. En dat is opmerkelijk. Want het humeur van de gemiddelde Nederlander blijkt daarentegen te stijgen. Volgens landelijk onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau is het aantal Nederlanders dat zonnig is over de toekomst gestegen van 26 naar 32 procent. Met name onder stemmers op de VVD, het CDA en de PVV groeit het optimisme. Zij prijzen dan ook de frisse daadkracht van het kabinet Rutte en het feit dat tal van problemen eindelijk eens worden aangepakt. En het economisch herstel dient zich aan!
Wat is er met de Brabanders aan de hand? Waarom zijn zij zo somber gestemd? Waarop baseren zij hun oordelen? Welke sociale en psychologische mechanismen spelen een rol.  Over deze vraag buigt de Tilburgse sociaal-psycholoog dr. Seger Breugelmans zich. En zijn antwoord zal ontnuchterend zijn. Bassiste Marlon van Mook zorgt voor muzikaal commentaar


Datum: woensdag 25 mei 2011

Tijd: 20.00 – 22.30

Locatie: Theaters Tilburg: Studiozaal Schouwburg

Entree: € 2,=

Opinie Brabants Dagblad: Nederland negeert armen met een handicap

Publicatiedatum: 28 februari 2011

Door Kees van den Broek, directeur Liliane Fonds

Kalume is een tiener uit Kenia met epilepsie en een misvormd been, waardoor hij moeilijk kan lopen. Zijn familie hield hem jarenlang thuis, uit het zicht van de buitenwereld. De omgeving beschouwde de familie van Kalume als outcasts. Ze meenden dat epilepsie besmettelijk is. Pas nadat een wijkverpleegster zich om de familie bekommerde, verbeterde er langzaam iets aan de situatie.

 

Het geval van Kalume staat niet op zichzelf. In ontwikkelingslanden worden tal van men-sen met een handicap uitgesloten en in de marge geduwd. Daarom missen ze elke kans om zich te ontwikkelen en te ontplooien. En veel mensen in arme landen zijn gehandicapt. Veel meer dan in rijke, westerse landen. Naar schatting wonen in de armste landen meer dan 260 miljoen mensen met een beperking. Van de allerarmste inwoners heeft één op de vijf een handicap.

Het Kabinet Rutte bezuinigt de komende jaren fors op ontwikkelingshulp. Toch heeft de Nederlandse regering ook na de bezuinigen nog zo’n 4,3 miljard aan ontwikkelingsgelden te besteden. Je zou verwachten dat ons land er alles aan doet om juist mensen met een handicap te bereiken. Het tegendeel is echter het geval. De nieuwe koers die het kabinet met ontwikkelingssamenwerking inzet, zal mensen met een handicap verder achterstellen en in de marge drukken. Want een groot deel van het ontwikkelingsgeld gaat onder Rutte naar het bedrijfsleven. Naar ondernemers in Afrika en Azië, maar ook naar ondernemers in Nederland. ‘Helpen’ moet plaatsmaken voor ‘investeren’. En het belang van de armsten moet ook in het belang zijn van ons, de rijksten. Dat alles betekent dat vooral op gezondheidszorg en onderwijs flink zal worden bezuinigd. En dat zijn nu net de sectoren waar mensen met een handicap het meest van profiteren.

De onverschilligheid van dit kabinet begint overigens al in ons eigen land. Sinds 2007 is er een VN verdrag voor de ‘rechten van mensen met een handicap’. Dit verdrag garandeert dat mensen met een beperking dezelfde kansen en rechten hebben op scholing, werk, vrijetijdsbesteding en huisvesting. Het is belangrijk dat landen dit verdrag ratificeren, zodat mensen met een handicap ook daadwerkelijk van die rechten gebruik kunnen maken. Vrijwel alle Westerse landen hebben dat inmiddels gedaan. Behalve Nederland. Ons land schuift de ratificatie al drie jaar lang voor zich uit.

Dat Nederland zich zo laks opstelt ten opzichte van de allerzwaksten in de Derde Wereld, heeft zijn wortels in het vorig jaar verschenen rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid WRR. Te lang, aldus dit rapport, voerden menslievende motieven de boventoon in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Nu is het tijd voor economische ontwikkeling. Daarom moeten gelden worden verschoven van de sociale sector naar de economische. De huidige staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen was lid van de WRR en mag nu de daad bij het woord gaan voegen.

Deze koersverschuiving pakt dramatisch uit voor de zwakste groepen in ontwikkelingslanden. Gehandicapten profiteren nooit vanzelf van vooruitgang en economische groei. Regeringen die ontwikkelingshulp geven, moeten daarom in hun plannen vastleggen dat het geld ook ten goede moet komen aan mensen met een handicap. De documenten waarin Ben Knapen zijn nieuwe beleid ontvouwt, reppen echter met geen woord over hen.

De gevolgen zijn groot. Zo stagneert het terugdringen van wereldwijde armoede wanneer een op de vijf armen niet worden bereikt. Wanneer 260 miljoen mensen worden genegeerd en geen kans krijgen om zichzelf te ontplooien en een eigen inkomen te verdienen, komt ook de door dit kabinet zo gewenste economische groei niet tot stand. De belangrijkste consequentie ligt echter op het menselijke vlak. Wanneer een kind met een beperking leert lopen, praten en lezen, of wanneer het de kans krijgt om zich met een rolstoel te verplaatsen, dan verhoogt dat zijn kwaliteit van leven. Daarmee haal je een kind uit zijn isolement. Het doet mee en het doet er toe. Zelfs al levert dit geen on-middellijk financieel rendement op, het laten meedoen van mensen met een beperking in hun gemeenschap is een waarde die niet in cijfers valt uit te drukken.

Voor het huidige kabinet lijkt dit menselijke motief echter niet te tellen. Met enerzijds de inzet op economische groei en zelfredzaamheid, en anderzijds de kortingen op onderwijs en zorg, verliest zij de zwakste groepen in de samenleving uit het oog. Het is de hoogste tijd dat staatssecretaris Knapen en minister Rosenthal oog krijgen voor mensen met een handicap. Allereerst in eigen land, door eindelijk het VN verdrag voor mensen met een handicap te ratificeren. Vervolgens in de Derde Wereldlanden waarmee het kabinet een ontwikkelingsrelatie heeft. In alle afspraken met arme landen moeten bepalingen worden opgenomen hoe ook het meest kwetsbare deel van de bevolking van onze ontwikkelings-hulp kan genieten.

Zondag 15 mei 2011: Dag van het Afval – Uw schroot, mijn brood

Publicatiedatum: 16 februari 2011

Afval bestaat niet meer. Afval is grondstof, handelswaar, hard kapitaal. Afval is goud waard; het wordt vergist, verbrand, gerecycled en upcycled. Afval wordt omgetoverd tot compost, groen gas, fleecetruien en spaanplaat. Machines halen er automatisch de laatste resten kunststof uit om opnieuw te gebruiken.

Maar niet overal gaat het zo voortvarend. De ‘afvalloze’ wereld kent ook duistere kanten: giftig e-afval verziekt het milieu in arme landen als Ghana, de Probo Koala kon haar louche lading in Ivoorkust lozen en de Italiaanse maffia sluit deals met Somalische warlords om gifschepen af te zinken voor de kust.

Wat moet en wat kan er gebeuren om noord en zuid op één duurzame lijn te krijgen? Is het mogelijk ooit álle afval als grondstof te zien? Welke technieken brengt de afvalbranche in stelling om afval te scheiden en te verwerken? En hoe zit het met upcycling? Uit welk laagwaardig afval kunnen we vandaag al hoogwaardige grondstoffen produceren? Plus de ultieme hamvraag: wat gooit u eigenlijk weg?

Gastsprekers zijn o.a. Mike Anane, milieujournalist uit Ghana, Jacqueline Cramer, hoogleraar Duurzaam innoveren en oud-minister van VROM, Frans Föllings, directeur Markt & Technologie afvalverwerker Aterro, en Emile Lindemulder, hoofd van INTERPOL Environmental Crime Programme.

Ook deze dag: Kinderworkshop “Portretschilderen met Afval”

Uw schroot, mijn brood , is een gemeenschappelijke productie van TilburgDebatStad. De redactie is in handen van Marga van Zundert, voor de productie tekent Jeroen Bezem. Presentatie Michel Jehae en Ralf Bodelier. Met een speciaal optreden van Goslink, dé afval-band van Nederland.

Met medewerking van Wecycle, Attero, Brabants Afval Team en Nedvang

 

 

 

Datum: zondag 15 mei 2011
Tijd: 14.00 – 17.00
Locatie: Popcentrum 013, Veemarkstraat 44, Tilburg
Entree:  3 Euro of  1 defect elektronisch apparaat

 


Woensdag 20 april 2011 – Congo: de vloek van grondstoffen

Publicatiedatum: 13 februari 2011

Dit podium live volgen? Klik hier en bekijk de livestream.
Dit podium live volgen via uw iPhone of iPad? Klik hier!

congoCongo staat nummer vijf op Failed States Index van het tijdschrift Foreign Policy. Sinds 1994 is het land in oorlog. Het geweld concentreert zich in provincies die zeer rijk zijn aan grondstoffen: aan diamant, goud, olie en coltan, een onmisbare grondstof voor mobiele telefoons. Tot nog toe kostte de Congolese grondstoffenoorlog aan meer dan vijf miljoen mensen het leven.

Welke mechanismen houden Failing State Congo in hun greep? Waarom lukt het internationale vredesmachten van de VN en de Afrikaanse Unie niet om het geweld te beëindigen? Wat kan de buitenwereld, bijvoorbeeld Nederland, doen om het geweld in Congo te verminderen? En kunnen kopers van mobiele telefoontjes daar hun steentje aan bijdragen?

Sprekers op dit speciale Wereldpodium over Failed States, met speciale aandacht voor de Congolese grondstoffenoorlog, zijn onder meer Jan Pronk, voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking, Tim Steinweg, onderzoeker van SOMO, en Alphonse Muambi, afkomstig uit Congo en auteur van ‘Democratie kun je niet eten’ en Jan Willem Scheijgrond, Philips Corporate Sustainability Office.

 

“Congo: de vloek van grondstoffen” is een samenwerking tussen het Wereldpodium en de minor Global Development Issues van de Fontys Lerarenopleiding in Tilburg. Het podium maakt deel uit van Global Failed States, een project over de vraag wat te doen met de mislukte staten van deze wereld. Dit project wordt georganiseerd door het Wereldpodium, Tumult en LUX en mogelijk gemaakt door NCDO.

Surf voor meer informatie over Global Failed States naar www.failedstates.nl.

Datum: Woensdag 20 april 2011
Tijd: 17.00 tot 20.00 uur
Locatie: Fontys Hogescholen, Mollergebouw, Stappegoorweg 1-01
Entree: 2 Euro

Donderdag 7 april: De twitterrevolutie – hoe internet de wereld verandert

Publicatiedatum: 12 februari 2011

‘Twitterrevoluties’ is de populaire naam voor de volksopstanden van de afgelopen maanden in de Arabische wereld.  Arabische jongeren maakten gebuik van sociale media als Twitter en Facebook om met elkaar te communiceren en opstanden te organiseren. De wereld keek toe hoe machtige dictaturen in Egypte en Tunesië hun greep op het volk verloren.

De virtuele revolutie verandert in moordend tempo onze samenleving. Het geeft onmondige burgers een stem en zet dictaturen onder druk. Het verschaft Indiase boeren toegang tot nieuwe markten en mobiliseert gemarginaliseerde groepen in arme landen. Maar het  biedt ook ruimte aan terroristen die een ongrijpbaar netwerk willen spinnen en aan overheden die hun volk willen onderdrukken.

Hoe verandert de virtuele revolutie de internationale verhoudingen, onze maatschappij en ons eigen leven? De potentie van internet is enorm. Maar brengt het de ‘global village’ werkelijk dichterbij?

Met  Geert Lovink van het Institute of Network Cultures, Caroline Figueres van ‘ict-ngo’ IICD en Kiaa Parsa Aalipur van het Iraanse radiostation Zamaneh en de Iraanse progressieve jeugdbeweging IranPY . En optredens van kunstenaars Tom America en Helena Klakocar. Het pauzehapje wordt verzorgd door Super Sane.

Twitter mee op de Twitterwall tijdens dit podium via #wereldpodium.

Datum: donderdag 7 april 2011

Tijd: 20.00 – 22.30

Locatie: Deprez-gebouw, Lange Nieuwstraat 174

Entree: € 2 Euro

Dit podium is een productie van Tilburg Debatstad, in samenwerking met het Wereldpodium en het Science Café. Mogelijk gemaakt door NCDO.

Donderdagmiddag 24 maart 2011: Arm en gehandicapt, de vergeten 260 miljoen

Publicatiedatum: 11 februari 2011

WERELDPODIUM SELECT

Bijna negen van de tien de kinderen in ontwikkelingslanden gaan inmiddels naar school. Mooie getallen, maar voor kinderen met een handicap zijn die veel minder florissant: negen van deze tien kinderen gaan niet naar school. Ook op het gebied van armoedebestrijding waar belangrijke stappen voorwaarts zijn gemaakt, blijven mensen met een beperking achter. Zij maken bijna een kwart uit van de allerarmsten.

Conclusie: ontwikkelingsorganisaties moeten meer oog hebben voor kinderen en mensen met een handicap in ontwikkelingslanden. arm-gehandicaptTerwijl steeds meer ontwikkelingsorganisaties ervan uitgaan dat alle mensen over capabilities – mogelijkheden – beschikken om zich zelf boven de armoede uit te werken, lijken deze 260 miljoen alleen nog maar verder achterop te raken.

Waarom is er meer aandacht nodig voor mensen met een handicap? Hoe betrekken we hen bij ontwikkelingsprojecten? Welke hulp is nodig en hoe kunnen we deze het beste organiseren? En wat zijn dilemma’s bij hulp aan kinderen met een beperking?

Op deze middag presenteren het Liliane Fonds en het Wereldpodium ook een handzame gids met praktische tips en aanwijzingen voor ontwikkelingsorganisaties: hoe kunnen zij in hun beleid en projecten rekening houden met kinderen met een beperking? De gids is bestemd voor reguliere ontwikkelingsorganisaties: grote en kleine NGO’s en particuliere initiatieven.

Met:  Wim van de Donk, Commissaris van de Koningin in Noord Brabant, Jacco Holthuis, jurist bij Raad van State en winnaar CAP Award 2009, Kees van den Broek, directeur Liliane Fonds, Jack van Ham, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Liliane Fonds, Paul Hoebink, bijzonder hoogleraar ontwikkelingssamenwerking Radboud Universiteit Nijmegen.

Presentatie: Jan Jaap van der Wal & Ralf Bodelier; columnist: Petra Jorissen, medeauteur van ‘Helden op stokken’;  redactie: Marga van Zundert

Dit podium komt tot stand in samenwerking met het Liliane Fonds

Datum: donderdag 24 maart 2011

Tijd: 14.00-17.00 uur

Locatie: Provinciehuis Den Bosch. Klik hier voor de routebeschrijving naar het Provinciehuis.

Entree: gratis

28 februari 2011: Workshop Meedoen zonder beperking

Publicatiedatum: 9 februari 2011

Wereldpodium en Liliane Fonds organiseren workshops voor particuliere initiatieven

260 miljoen mensen in ontwikkelingslanden hebben een fysieke of verstandelijke handicap. Vaak zijn zij ‘onzichtbaar’ voor de buitenwereld. Kinderen met een beperking worden uit schaamte binnengehouden, jongeren krijgen geen opleiding, volwassenen zijn veroordeeld tot de bedelstaf. De uitsluiting van bijna één-vijfde van alle armen is een immens probleem en wordt nog maar amper onderkend. Zónder hen is ontwikkeling echter uitgesloten en worden de Millenniumdoelen niet gehaald.

Ook ontwikkelingsorganisaties, van groot tot klein, hebben maar amper oog voor het grote aantal gehandicapten onder hun doelgroep. Speciaal voor hen organiseert het Wereldpodium samen met het Lilianefonds een serie praktische workshops. Wat kun je als ontwikkelingsorganisatie doen om mensen met een beperking te herkennen, te bereiken en te betrekken? Hoe ontdek je ‘verborgen kinderen’? Hoe laat je óók mensen met een beperking profiteren van een ontwikkelingsproject?

De laatste workshop in de reeks vindt plaats op maandag 28 februari in Leiden. Samen met mensen die betrokken zijn bij (kleinschalig) ontwikkelingswerk gaan experts van het Liliane Fonds in op de oorzaken en gevolgen van uitsluiting van mensen met een beperking. Met de deelnemers spreken zij praktijkvoorbeelden door en geven praktische adviezen. Met de ervaringen, dillemma’s en tips van de deelnemers schrijven twee auteurs van het Wereldpodium een praktische gids over de insluiting van mensen met een handicap.

logo_lilianefonds

Voor wie? Grote en kleine particuliere ontwikkelingsinitiatieven

Door wie? Kees van de Broek & Henk Hofsté (Liliane Fonds) & Mirjam Vossen (Wereldpodium)

Waar?
28 februari: Leiden

Tijdstip: 20.00 – 22.00 uur

 

Kosten: geen

Inschrijven is verplicht


Donderdag 3 maart 2011: Goed doen in tijden van crisis

Publicatiedatum: 8 februari 2011

Maar liefst vier op de vijf ondernemers wil zich inzetten voor een goed doel. Ze identificeren zich liever met Robin Hood dan met Dagobert Duck, zo blijkt uit recent onderzoek van ING en De Zaak. Dat is goed nieuws voor milieu-, sport- en ontwikkelingsorganisaties. Nu de overheid bezuinigt, zoeken zij steeds vaker hun toevlucht tot het bedrijfsleven.

Maar de groeiende betrokkenheid van het bedrijfsleven heeft een prijs. Ondernemers zijn gewend om met hun geld nieuw geld te maken. Ze zien hun betrokkenheid als een investering die financieel of maatschappelijk rendement moet opleveren. Kunnen en willen maatschappelijke organisaties die in deze tijd willen overleven, zullen zich flink moeten aanpassen. Willen ze dat en kunnen ze dat? Wat hebben bedrijven en goede doelen elkaar te bieden?

‘Goed doen in tijden van crisis’ verkent de kansen en pijnpunten van Corporate Philantropy. Met Rutger Wijnands, Financial Manager van de Bernard van Leer Foundation, Pierre van Hedel, directeur van de Rabobank Foundation en Evelijne Bruning, directeur van The Hunger Project.

De Bernard van Leer Foundation investeert jaarlijks rond de negen miljoen euro in projecten die de ontwikkeling stimuleren van jonge kinderen. De Rabobank Foundation zet bijna 15 miljoen euro om in leningen en subsidies, waarvan drie kwart in ontwikkelingslanden en een kwart in Nederland. De Nederlandse tak van The Hunger Project, opgericht door countryzanger John Denver, krijgt jaarlijks bijna een miljoen euro van het bedrijfsleven ter bestrijding van honger wereldwijd.

Datum: Donderdag 3 maart 2011
Tijd: 20.00 – 22.30
Locatie: Deprez-gebouw, Lange Nieuwstraat 174
Entree: € 2,-

Maandag 7 februari 2011
Doet u nog mee?
Over de groeiende kloof in onze samenleving

Publicatiedatum: 4 januari 2011

Komen Mohammed en Pieter-Jan elkaar ooit nog tegen? Zitten Kimmy en Antoinette nog op dezelfde sportclub? Spelen Fatima en Veerle nog wel eens samen? De kans is klein en wordt alleen maar kleiner. Hoog- en laagopgeleide Nederlanders staan steeds vaker met de rug naar elkaar. Ze wonen in aparte buurten, ontmoeten elkaar niet meer en trouwen niet met elkaar. Het proces van sociale stijging stokt en de sociale ongelijkheid neemt toe. Niet iedereen doet volwaardig mee aan de samenleving. Kwetsbare groepen zoals laag-opgeleiden lopen risico op uitsluiting.

doet u nog meeOok in andere Europese landen groeit de sociale ongelijkheid, al heeft uitsluiting in elk land een eigen gezicht. Terwijl Nederland worstelt met de vraag hoe we jonge Marokkanen mee kunnen laten doen, groeit in het Roemeense Timisoara en Poolse Krakow de zorg over euro orphans, jongeren wiens ouders in West-Europa werken om het hoofd boven water te kunnen houden.

Wie doen in 2011 mee in Brabant en wie niet? Wie valt uit de boot in Nederland en hoe zit het in de rest van Europa? Hoe pakken wij het probleem aan en hoe doen andere landen het? Wat gaat fout en wat gaat goed? Wat kunnen we van elkaar leren? Wat leren de bewoners van sommige Brabantse dorpen ons met hun succesvolle ‘Doe democratie’? Waarom zijn de Integrale Dorps Ontwikkelings Plannen en Dorpen Derby zo’n succes?

Met prof. dr Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau SCP, Jeannette den Hartog van het PON, Piet Verhoeven, voorzitter van de coöperatie Esbeek, winnaar van de DorpenDerby 2010 en Delia Costan van Social Affairs and Child Protection in Timisoara, Roemenië (partner in het Europese SHARE IT project en PEOPLE programma met Provincie Noord-Brabant).

Dit podium komt tot stand in samenwerking met kennisinstituut PON.

Datum : maandag 7 februari 2011
Tijd: 20.00 – 22.30
Locatie: Deprez-gebouw, Lange Nieuwstraat 174
Entree: € 2,

 

pon_logo

People

Logo EU

logo provincie Noord-Brabant

Emile Lindemulder: “Georganiseerde misdaad zit in e-waste”

Publicatiedatum: 4 januari 2011

 

Emile Lindemulder (Interpol) spreekt op de Dag van het Afval (15 mei)

Het begon bij de varkenspest. Ondanks het transportverbod verdwenen er varkens. Emile Lindemulder zag met eigen ogen dat sommige mensen willens en wetens milieu- en gezondheidsregels aan hun laars lappen uit puur winstbejag. “Er is altijd een kleine groep die het systeem misbruikt. En daarvoor heb je keiharde opsporing nodig”, aldus Lindemulder. Inmiddels voert hij als environmental crime officer bij het hoofdbureau van Interpol in Lyon het Milieuprogramma aan. In de stroom aan informatie die politiediensten uit 188 landen aanleveren, speuren Lindemulder en collega’s naar de kwade breinen achter illegale lozingen, handel in afval en bedreigde dieren. Een gesprek over e-waste, elektronisch afval. Want dat is hét internationale afvalprobleem op dit moment.

Waarom is e-waste zo’n probleem?
Afgedankte telefoons, computers en koelkasten bevatten waardevolle onderdelen en grondstoffen. Die zijn met winst te verkopen, maar de rest van het apparaat verantwoord recyclen kost geld. In landen als Ghana worden de nuttige bestanddelen zoals metalen vaak op volstrekt onverantwoorde wijze geïsoleerd en verkocht. De rest wordt gedumpt of verbrand. De handel in elektronisch afval trekt dedicated organized crime groups, de zwaarste categorie internationaal werkende criminelen. En de milieu-impact is groot. Bestrijding is lastig omdat de keten lang is: je hebt de gebruiker, hergebruikers, inzamelaars, handelaars, transporteurs en recyclebedrijven. Bovendien is de grens tussen tweedehands apparatuur en e-waste vaag.

Lees verder op IS-magazine online.

Verslag 17 juni: Opening of the Mundial Festival with Salman Ahmad and Leo Blokhuis

Publicatiedatum: 22 juni 2010

Festival Mundial opened its 24th edition, together with Het Wereldpodium, with an in-depth interview with Pakistani-American Rock Star Salman Ahmad and his wife Samina. The Dutch ‘Pop professor’ Leo Blokhuis led the audience through music clips by a dozen musicians who tried to change the world. ‘Not the texts of their songs changed the world; their personality as musicians brought change’.


 

Before June 2011, the Pakistani-American rock star Salman Ahmad was more or less unknown in the North-Western part of continental Europe. Since that month, Mr. Ahmad and his percussion player Sunny Jain entered the hearts and minds of many visitors of the Festival Mundial.

This festival, focussing on World Music, is one of the largest in the Benelux (Belgium, Netherlands and Luxemburg). The Festival opened on Friday June 17th with an extended interview with Mr. Ahmad, who has recently published his autobiography Rock & Roll Jihad and a cd going by the same title. Two days later, Salman Ahmad and percussionist SunnyJain performed on the Here be Dragons Stage at Festival Mundial. This year, Mundial attracted about 45,000 visitors.

The opening of Festival Mundial took place in ‘Villa the Four Seasons’, a fine mansion in the centre of Tilburg. The event was visited by 120 representatives from the national, regional and local government, as well as representatives from the cultural sector and development NGOs. None of them knew who Salman Ahmad was, but after the interview many recognized this as an omission in their knowledge of World Music in general and in their knowledge of music from the Indian subcontinent in particular.

There is a lot to say about Salman Ahmad. Born in 1963 in Lahore, Pakistan, he moved to New York as a schoolboy. In 1977, he visited a Led Zeppelin concert where he discovered the power of music and decided to become a guitar player. Returning to Pakistan in the eighties, Ahmad tried to cope with the dictatorship of president Zia ul Haq and the emerging power of radical students called the Taliban. After becoming a member of the national cricket team, followed by graduating as a medical doctor, Salman Ahmad rediscovered the guitar during a cricket match in Bangladesh. He became one of Pakistan’s most well-known musicians at the time of the presidency of Mrs. Benazir Bhutto.

Nowadays, Salman Ahmad is a living legend who has sold tens of millions of cd’s all over South Asia, in including India, Pakistan’s arch-enemy. He is a U.N. HIV/Aids goodwill ambassador, was invited by world leaders like Bill Clinton and Kofi Annan, performed together with Melissa Etheridge, Annie Lennox and Peter Gabriel, starred in BBC and CNN documentaries, is currently a college professor in New York and published a well-written autobiography called Rock & Roll Jihad.

‘Why did you include the word ‘Jihad’ in the title of your book?, interviewer Ralf Bodelier asked Ahmad: ‘Jihad is a word that frightens many people in the West. They think about beheadings, killing infidels and Nine Eleven’. Mr. Ahmad shook his head: ‘This picture of Jihad is totally wrong and I would like to change it’, he answered. ‘Jihad is nót synonymous with war or violence. Most Muslims reject the violent approach and stress a non-militant connotation of the word. In fact, Jihad means promoting peace, harmony, tolerance and assistance of other people, no matter who they are, where they live, or what they believe in’.

While the audience listens in utter concentration, Salman Ahmad elaborates on his ideas about Islam, rock & roll music, dialogue, and ‘oneness in diversity’.

‘Listening to each other’s music’, he states, ‘is learning to look at the world through a new lens. Listening to music is seeing with the heart. Music makes all the masks fall down and shows the divine beauty of the other person.’

But music, and culture in general, is vulnerable, Mr. Ahmad realizes. In the past years, life in his home country Pakistan has turned into a horror movie. Moving away from Afghanistan and the rural Swat Valley in the northern part of the country, the Taliban is gaining more influence in mainstream Pakistan. They silence music, close schools, destroy movie theatres, kill dissenters, and flog girls for consorting with men. To Salman Ahmad, the Taliban, and the encompassing movement of Wahabi-islam, are not just opposed by the Western World. It is also contrary to traditional Islam, which is strongly influenced by the tolerant and open tradition of Sufism. ‘Believe me; the majority of all Pakistanis want to grow fragrant flowers, while the extremists only sow evil weeds. If we, ordinary Pakistanis, do not unite and reject their vision of hatred and violence, the Taliban will strengthen and flourish’.

Music is key to Mr. Ahmad. Together with education, music will provide common ground for a journey of light through darkness, extremism, and dictatorship. Because of this, he tries to bring people, cultures and influences together. Interviewer Ralf Bodelier inquires how different kinds of music can influence each other in a quest for common ground. His question is illustrated with movie clips of the 1977 Led Zeppelin rock concert and a concert of the Pakistani Qawwali-singer Nusrat Fateh Ali Khan. Mr. Ahmad takes up his guitar twice, and, accompanied by Dhol-player Sunny Jain, shows the audience what it means to blend oriental and occidental musical styles.

In the eighties, Salman Ahmad met his wife, muse and manager Samina. Dr. Samina Ahmad is a medical doctor too. Besides raising their three children, Samina manages her husband’s music business and hosts popular tv-programs in the USA on healthy cooking, family issues and nutrition. The couple also launched the Salman and Samina Global Wellness Initiative, an NGO that tries to bring people together through music, media and advocacy. Samina Ahmad tells the audience about the necessity of taking care for each other, of increasing awareness of global issues and breaking down cultural boundaries.

Leo Blokhuis, a well-known connoisseur of pop music, leads the final part of the session. He takes the audience through the contemporary history of musicians who have tried to change the world they live in, from Pete Seeger to Rage against the Machine. Mr. Blokhuis states that it is not the texts of these bands that will change the world; it’s the identification with a singer or bandleader that revolutionises everything. ‘Of course, it was important that white musicians like Pete Seeger or Bob Dylan addressed the discrimination against blacks. More important were Fats Domino or Bob Marley plus the white boys and girls from Texas and Virginia who identified with them. The moment they replaced posters Jerry Lee Lewis posters with Sam Cooke’s, change set in’.

Salman Ahmad nods his head. He agrees. Although it’s not only the musician who makes the change, it’s still the music that enlightens our hearts.

Photography: Anjes Gesink www.anjes.nl
Text: Het Wereldpodium

 

 

Verslag 1 juli: Tilburgse Wereldquiz als start van de T-Parade 2011

Publicatiedatum: 4 januari 2010

Vrijdagavond 1 juli startte het eerste lustrum van de T-Parade. Deze samenwerking van het Wereldpodium, het Huis van de Wereld en de T-Parade bestond uit een combinatie van onalledaagse interviews met zowel allochtone als autochtone Tilburgers, twee wervelende optredens van het Kleurrijke Mamakoor en een scherpe, afwisselende en vooral vrolijke Wereldquiz, waar prijzen niet zonder de juiste kennis van multicultureel Tilburg werden weggegeven.

De avond werd enthousiast geopend door de Kleurrijke Mama’s. Veertien vrouwen van van 35 tot 76 jaar en uit alle windstreken zongen ‘liederen met eigen verhalen’. Paul Spapens, geboren en getogen in de regio, journalist, auteur van De Encyclopedie van Tilburg en voorzitter van de Stichting Tilburgse Taol, schetste vervolgens een  historisch beeld van de mondialisering van Tilburg. De stad heeft zich sinds halverwege de twintigste eeuw razendsnel ontwikkeld tot een multiculturele samenleving. Tussen de beroemde oer-Hollandse worstenbroodjes en de exotische paprika’s, aanvankelijk geteeld in de achtertuintjes van arbeiderswoningen, ligt een uitgebreid veld van wederzijdse ontmoetingen tussen Tilburgers uit alle delen van de wereld.
 

Tilburg groeide uit tot een bruisende plek met een verscheidenheid aan talen en religies.Na deze presentatie was het tijd voor deel één van de Tilburgse Wereldquiz. Door een enthousiaste interactie van de presentatoren Nathan de Groot en Lukas Meijsen met de scherpe deelnemers in de zaal, leidde de quiz al snel tot een hoofdprijs, bestaande uit een mand vol lekkernijen uit verschillende delen van Tilburg. Vragen als ‘Hoe hoog is West-Point’ en ‘Wanneer werd het MIDI Theater geopend’ waren peulenschilletjes voor het veelkeurige publiek. Het aansluitende en wederom wervelende optreden van de Kleurrijke Mama’s vormde de opmaat naar de pauze waarin smakelijke hapjes uit verschillende culturen werden geserveerd.

Na de pauze ging Nathan in gesprek met Fara Omarzada en Fernando von Lücken. Fara Omarzada is ‘pas’ tien jaar in Tilburg na haar vlucht uit Afghanistan, inmiddels werkzaam als maatschappelijk werkster. Fernando von Lücken, tijdelijk Tilburger met Argentijns-Duitse wortels, is student psychologie sinds 2009 en ambassadeur van Tilburg University. Op de dag waarop Farah en haar zusje Rita ontdekten dat ze het oer-Hollandse woord ‘puntenslijper’ feilloos konden uitspreken, beseften ze dat hun verlangen om in Nederland te aarden ook in hun taalvermogen was doorgedrongen.

Deel twee van de Tilburgse Wereldquiz stond in het teken van kennis van kleurrijk Tilburg over onze wereld. Deelnemers die goed hadden geluisterd naar Papens’ verhaal hadden een streepje voor. Een glunderende winnares ontving opnieuw een mand met een diversiteit aan cadeautjes.In een afsluitende discussie met Paul Spapens, Fara Omarzada, Fernando von Lücken en het publiek werd duidelijk dat Tilburg iets unieks heeft van zichzelf. De stad is op een ludieke manier en bij voortduring initiatiefrijk. Denk bijvoorbeeld aan Festival Mundial, uitgegroeid tot een evenement van allure en voor iedereen. Tilburg toont het vermogen om via netwerken telkens nieuwe plannen te ontwikkelen en om verder te groeien in het samen beleven van deze veelkleurige stad. Kortom, Tilburg kan terugkijken op een geslaagde openingsavond van de T-Parade.

Tekst: Cora Westerink
Foto’s: Wendy Presser

Verslag 29 september: Ze werken hard, ze drinken veel en ze gaan nooit meer weg. Polen!

Publicatiedatum: 4 oktober 2009

De avond was nog maar net begonnen of er werden al verschillende vooroordelen over Polen ontkracht. Zo is het een fabeltje dat ze te weinig zouden verdienen, hebben ze prima werkomstan-digheden en zijn ze niet allemaal laagopgeleid. Polen blijken ook erg aantrekkelijk te zijn als werknemer. Zo hebben ze een erg laag ziekteverzuim en werken ze hard zonder te klagen. Door de diversiteit aan gasten werd er met verschillende visies naar de werkomstandigheden van Polen in ons land gekeken.

Één van de gasten was Anna Fendor. Zij kwam drie jaar geleden naar Nederland met haar man en kindje. Haar beeld van Nederland was erg positief. In Polen was de economie slecht en Anna kon er geen baan vinden. Ze besloot online te solliciteren naar een baan in Nederland en werd kort daarop uitgenodigd voor een gesprek. Zij en haar man kwamen naar Nederland. Eenmaal aangekomen, belandde Anna achter de lopende band en wel twaalf uur achter elkaar. Haar week bestond uit werken, slapen en werken.

‘Ik moest werken, kwam vervolgens thuis en had maar vijf uur om te slapen.’ Dat was niet bepaald het beeld dat ze in Polen voor ogen had. Vlak na aankomst in Nederland moest ze verschillende papieren tekenen die volledig in het Nederlands waren. Zo wist ze eigenlijk niet wat haar te wachten stond en wat haar rechten zijn.

Deze rechten van Poolse migranten, dat is waar de eveneens uit Polen afkomstige Ela Rodenburg zich mee bezighoudt. Met haar Pools Overlegplatform in Nederland (PLON) komt zij op voor Oost-Europeanen die kampen met slechte werkomstandigheden. Toen zij hier zestien jaar geleden arriveerde, voelde ze zich erg welkom. Nu is dat wel anders. ‘Nu is het aanbod groter dan de werkgelegenheid. We zijn inwisselbaar geworden.’ Dat is volgens haar ook één van de redenen dat Polen in slechte werkomstandigheden belanden en blijven. ‘Ze durven niet voor zichzelf op te komen. Ze zijn bang dat ze dan zo op de stoep staan.’

Nederland telt 303.157 MOE-Landers (migranten uit Midden- en Oost-Europa). Ook een Brabant wonen er veel. De meesten in Eindhoven. Ze werken voornamelijk in de Tuinbouw. Kees Nauta gaf een beeld van de MOE-landers in cijfers. Hij denkt dat er minder Polen naar Nederland zullen komen. ‘Mocht de economie in Nederland steeds slechter worden, waar we toch op af lijken te stevenen, dan zullen er ook minder Polen komen.’ Want in Polen zélf groeit de economie intussen stevig door. ‘Polen het land van de toekomst’, zegt Guido Vreuls, directeur van het Oost-Europa uitzendbureau Otto Workforce.

Otto Workforce is het grootste uitzendbureau voor Polen van Nederland. Veel uitzendbureaus worden als malafide gezien en brengen de Polen in slechte omstandigheden. OTTO Work Force staat niet op die lijst. Zij proberen het goed te regelen voor hun uitzendkrachten. Maar ook zijn bedrijf krijgt kritiek. Zo zouden ook zij geen goede werk- en woonomstandigheden creëren. ‘We moeten dingen verbeteren, maar laten we niet doen of het hel en verdoemenis is.’ Vreuls woont al tien jaar in Polen en vindt bovendien dat we niet in negatieve zin over de Poolse werknemers moeten oordelen. ‘Er bestaat een verkeerd beeld van Polen. Bovendien is het lang niet altijd beter zoals wij het doen.’

De muzikale intermezzo’s op de avond werden verzorgd door de Poolse feestzangers Heaven. In de pauze werden Poolse hapjes geserveerd: papavercake en kwarkgebak. Eerst zong Heaven een Nederlands nummer. Het publiek klapte voorzichtig mee. Maar toen er een Pools liedje werd gezongen, werd het meteen een stuk levendiger. Om de avond helemaal goed af te sluiten werden en nog shotjes wodka uitgedeeld. Hoe we ook over de Polen denken, ze zijn er en ze werken hard. En ja, ze houden van een drankje maar hé, daarin verschillen ze toch niet van de Brabanders?

Tekst: Doortje Cornelissen
Fotografie: Marloes Coppes

Verslag 6 november: Peerke Donderslezing 2011

Publicatiedatum: 30 juli 2009

‘Anderen helpen door onszelf te helpen’

Voor de derde keer op rij organiseerde het Wereldpodium, in samenwerking met vele partners, de Peerke Donderslezing. Dit jaar met Femke Halsema als hoofdspreker en Wim van der Donk als vaste gast en evaluator. Poppodium 013, gewoonlijk rustig op de zondagmiddag, puilde nu uit met ruim 600 bezoekers, ongeveer de helft had voorafgaand aan de lezing, een bezoek gebracht aan de Tilburgse Voedselbank.

Als een cipier zit hij achter zijn bureau. Voor hem staan drie mandjes met zwarte, beige en rode munten. Aan de andere kant munten in dezelfde kleuren maar dan met een gat in het midden. “Daar hebben we het varken uitgehaald”, zegt hij lachend. We staan in het voorportaal van de Tilburgse Voedselbank. Hier staan elke vrijdag mensen in een lange rij te wachten tot ze ‘het paradijs’ mogen binnentreden. De munt bepaalt op welk pakket ze recht hebben: zwart voor grote gezinnen, beige voor kleine of rood voor alleenstaanden/echtparen, al of niet halal. Nu staan wij er. Zo’n driehonderd weldoorvoede, betrokken burgers uit Tilburg en omgeving, de meeste nog nooit bij een Voedselbank binnen geweest of hooguit als vrijwilliger. Een aantal vooroordelen moeten dus eerst uit de wereld geholpen worden. Nee, niet al het eten hier is over de datum, ook de voedselbank moet voldoen aan de Voedsel- en Warenwet en nee, de Voedselbank is er niet voor iedereen en voor altijd, maar alleen voor een bepaalde groep die een verwijzing heeft van Maatschappelijk Werk en dan voor een maximum van drie jaar. ‘Geen pakket, zonder traject’, blijven de bestuursleden van de Tilburgse stichting maar herhalen. Dat wil zeggen: iedereen die hier eten haalt, moet tegelijk werken aan zelfredzaamheid.

Overproductie
De Tilburgse Voedselbank blijkt een goed geoliede organisatie die al tien jaar bestaat en met 30 vrijwilligers wekelijks zo’n 275 voedselpakketten verstrekt waarvan ongeveer 750 mensen eten. Op een ander verdeelpunt in Tilburg worden nog eens 100 pakketten verdeeld. De organisatie heeft goede contacten met voedselproducenten en handelsbedrijven die hun overproductie aan de voedselbank beschikbaar stellen. De Tilburgse organisatie is ook distributiecentrum voor Brabant en Zeeland zodat goederen uitgewisseld kunnen worden. En hoewel niemand graag naar een voedselbank gaat, zijn de Tilburgse gasten relatief verwend. Hun pakketten bestaan wekelijks uit 30 tot 35 verschillende artikelen en zij mogen in de royale markthal aan de Beelaerts van Bloklandstraat zelf hun boodschappen doen. Ze kunnen daar ook blijven hangen voor een kopje koffie met gebak, ‘als we dat hebben’. Zoals alle goede doelenorganisaties kan de Voedselbank altijd donaties gebruiken omdat de gemeentelijke subsidie niet meer dan ongeveer de helft van de onkosten dekt.

Eigen traject creëren
“De eerste keer denk je: als ik maar niemand tegenkom die ik ken”, zegt Annemarie. “Je voelt je klein, bekeken”, vult Tamara aan. Beide vrouwen zijn heel wat keren bij de Voedselbank binnen geweest en zijn heel dankbaar voor deze organisatie. De koudwatervrees van de eerste keer slaat om in een gevoel van saamhorigheid, beiden hebben veel steun gehad aan de andere gasten. Annemarie en Tamara vertellen beiden openhartig hun levensverhaal. We zitten inmiddels met zo’n 600 mensen in een volgepakt 013 voor het voorprogramma van de Peerke Donderslezing 2011. Recht voor het podium zitten Annemarie Bayens, Tamara Jansen en Meike de Jong. Ze praten over hun leven, hoe je van het ene moment op het andere in een diep dal kunt belanden en hoe je er weer bovenop komt. “Je moet kunnen knokken”, zeggen ze allebei, “Maar nu waardeer ik veel meer wat ik heb en zal ik nooit een ander veroordelen.” Na veel moeilijkheden hebben beide vrouwen weer een prettige, eigen woonruimte gevonden en zijn ze actief als vrijwilliger. “Je kunt ook je eigen traject creëren”, zegt Tamara in reactie op de rol van de talloze hulpverleners, alleen al in Tilburg meer dan 30 organisaties. Burgemeester Peter Noordanus en TIWOS-directeur René Scherpenisse  juichen de zelfredzaamheid toe en zijn allebei voorstander van een begeleidingstraject ‘op maat’.

Middenklasse
Nadat iedereen is verkwikt door een smakelijk armeluizensoepje bereid door Wendy en Olga van Wonka Kookt, is het tijd voor het hoofdgerecht van de middag: de Peerke Donderslezing door Femke Halsema. Zij is deze zomer voor stichting Vluchteling in Afrika geweest en heeft choquerende beelden gezien in Liberia en Ivoorkust. Toch begint ze haar lezing niet met een schets van de situatie daar maar met een terugblik op haar jeugd toen ze op zondagmiddagen samen met haar moeder ging kijken naar de ‘goudkust’ van Enschede. ‘Rijken kijken”, noemt ze het, een weliswaar enigszins gênant maar onschuldig vertier.

Via de studies van Tony Judd en Dambisa Moyo maakt Halsema de stap van de elite naar de middenklasse die in de westerse wereld onder druk staat en in de derde wereld overwegend ontbreekt. Een middenklasse geeft stabiliteit aan een samenleving en bevordert de solidariteit, aldus de oud-politica. Bij een gelijkmatige verdeling van de welvaart en beperkte verschillen tussen arm en rijk, is er voor leden van de middenklasse een perspectief: ze kunnen een rol spelen in de samenleving en hebben kans op sociale stijging. Dat motiveert hen om belasting te betalen en het land te helpen opbouwen. ‘We kunnen Afrika helpen door onszelf te helpen’, verklaart Halsema. ‘In een rechtvaardige en gelijkmatige samenleving, houden mensen de ogen open voor anderen die het moeilijker hebben en vluchten ze niet in wrok en rancune.’ Ten slotte breekt Halsema een lans voor de Chinezen die veel in Afrika investeren en de inwoners ‘volwassen’ tegemoet treden. Tegelijk ziet ze ook bij westerse ontwikkelings-organisaties een kentering richting economische investeringen en ondersteuning van bedrijvigheid.

Commissaris van de Koningin van Brabant Wim van der Donk, vaste gast bij de Peerke Donderslezing, evalueert de lezing van Femke Halsema en sluit zich aan bij haar analyse over het belang van de middenklasse. Het neoliberalisme noemt hij een ‘dwaallicht’ waardoor onze huidige morele en culturele crisis is veroorzaakt. Daarvoor in de plaats bepleit hij een nieuwe verzorgingsstaat met behulp van sociale media, een zelfkenniseconomie en een samenleving waarbij de gemeenschap de maat der dingen is. ‘Waarden zijn er niet automatisch, die moet je koesteren en burgerschap moet je oefenen’, aldus de betrokken Brabantse bestuurder.

En na zoveel mooie woorden is het tijd voor muziek. Met stevige beats en polderpolka’s maakt de Bossche band STRAF, 013 weer tot een poppodium waar natuurlijk geswingd mag worden. De fanfare van het ‘bijstere spoor’ roept op om alles uit het leven te halen net zoals Peerke Donders dat eens deed en Annemarie, Tamara en zoveel anderen dat in onze tijd doen.

Klik hier voor de lezing van Femke Halsema.

Tekst verslag: Marianne Dagevos, www.marcada.nl
Foto’s: Marloes Coppes

Naam: Gé Janssens (76)
Woonplaats: Wittem
Beroep: Medewerker bezinningscentrum De Zwanenhof. Ik was directeur, sinds mijn pensionering ben ik op persoonlijke titel betrokken.
Waarom gekomen: Ik ben redemptorist en als Lid van de congregatie Peerke Donders betrokken bij zijn zaligverklaring en het paviljoen.
Eerste reactie: Wat bemoedigend dat zoveel mensen op dit onderwerp zijn afgekomen.
Boeiendste spreker: De twee dames die zo open en nuchter over hun armoede praatten. Ze maakten de problematiek heel concreet. Mooi ook dat ze zich nu allebei inspannen voor anderen.
Opgestoken: Er werd gezegd: maak van je leven een mooi verhaal. Dat vond ik treffend gezegd. Veel beter dan ‘geniet van het leven’, het woord genieten stoort me altijd een beetje.
Minpunt: Het had wat korter gekund, maar misschien is dat ook mijn leeftijd.
Neemt mee naar huis: Deze twee dames zijn uit de armoede geraakt. Maar er zijn nog vele anderen. Sommigen hebben wellicht nooit anders gekend, hoe komen zij er bovenop?
Komt u terug? Graag

Naschrift: ons bereikte het droevige nieuws dat Gé Janssens kort na dit interview is overleden door een verkeersongeval. Hij ruste in vrede.

Naam: Mayke Kikstra (25)
Woonplaats: Tilburg
Beroep: Gemeenteraadslid voor de PvdA
Waarom gekomen: Ik wil weten wat er speelt in Tilburg door veel mensen te ontmoeten en het thema armoede vind ik erg belangrijk.
Eerste reactie: Wow, wat een mooie middag. De combinatie van het bezoek aan de voedselbank, de persoonlijke verhalen en de politieke invalshoek gaf een heel compleet beeld.
Boeiendste spreker: De persoonlijke verhalen over armoede waren het meest indringend. Bureaucratie kan heel cru zijn, blijkt weer.
Opgemerkt: Ik zag vanmiddag weer dat mensen samenbrengen oplossingen biedt. Verschillende mensen spraken Tiwos-directeur René Scherpenisse aan met goede ideeën voor zijn initiatief om sociale woningen energiezuinig te maken.
Minpunt: Femke Halsema zit zo in de materie dat ze nogal wat vakjargon gebruikte, dat was jammer.
Neemt mee naar huis: Ik ga zeker verder denken over de kleine initiatieven die mensen zelf ondernemen tegen armoede zoals de kledingruilparty van Annemarie Bayens.
Komt u terug? Jazeker, dit was ook niet mijn eerste Wereldpodiumbezoek.

Tekst interviewtjes: Marga van Zundert, www.margavanzundert.nl

Maandag 21 november: Wat te doen in Matagalpa?

Publicatiedatum: 29 juli 2009

Masterclass & wereldmaaltijd rond de vraag: hoe kunnen ondernemers bedrijvigheid steunen in Matagalpa, Nicaragua?
Maandag namiddag 21 november organiseert Stedenband Tilburg Matagalpa een Masterclass annex wereldmaaltijd voor ondernemers die bij willen dragen aan bevordering van ondernemerschap in Latijns-Amerika. Het evenement vindt plaats in het Huis van de Wereld aan de Spoorlaan. Op het programma staan zowel snelle interviews met kenners van Latijns-Amerika als gesprekken met ondernemers die reeds betrokken zijn bij projecten in Nicaragua of die er zelf bedrijven hebben opgezet. (meer…)

Verslag 30 november: Techno Nursing in Brabant. En de lessen uit India

Publicatiedatum: 28 juli 2009

Presentator Meike de Jong vraagt het publiek of ze weten wat Slimme Zorg is. Ongeveer driekwart weet het niet. Dan zitten ze goed. Want vanavond leren ze alles over zorg op afstand, beeldspraakverbindingen en mobiele diensten. Over hoever we zijn met het benutten van de mogelijkheden die de technologie ons biedt.  En wat we daarin kunnen leren van het Aravind Eye Hospital in India. Met behulp van moderne technieken worden hier, superefficiënt en kwalitatief hoogstaand, miljoenen blinde mensen weer ziende gemaakt.

Mirjam Smulders van het PON vertelt ons waarom Slimme Zorg hier zo hard nodig is. En waarom de provincie Noord-Brabant zich met het steunen van 16 projecten hier hard voor maakt. De zuidelijke katholieke provincies Brabant en Limburg vergrijzen sneller dan de rest van Nederland. Dat we handen tekort komen aan het bed weet iedereen inmiddels wel. Techniek moet ons helpen dit probleem op te lossen. Met beweegspelletjes op de Wii of allerlei apps op de mobiele telefoon.

In India wordt al op grote schaal slim gebruik gemaakt van technologie. Hanneke Molema ging voor haar promotieonderzoek naar het beroemde Aravind oogziekenhuis in India. Staaroperaties zijn helemaal georganiseerd rondom de vraag van de patiënt. Daardoor werkt het ziekenhuis zeer effectief en kan het ook arme Indiërs opereren. Zo’n zestig procent wordt gratis geholpen. En toch maakt het ziekenhuis winst. Goedkope verpleegkundigen worden uit omringende dorpen gehaald. Ze zijn geschoold in een klein vakgebied. Hun deeltaak doen ze goed en ze hebben tijd en aandacht voor de patiënt. Artsen hoeven zich vervolgens alleen met opereren bezig te houden. Ze zijn zo geroutineerd dat ze tot zestig staaroperaties op een ochtend kunnen doen. Een Nederlandse oogarts doet er in dezelfde tijd hooguit tien tot twaalf. Met de winst die het Aravind Eye hospital maakt wordt nieuwe techniek ontwikkeld en toegepast. In India wonen veel slimme mensen. Degene die in het buitenland gestudeerd hebben, willen graag iets terug doen voor hun land.

Sidekick  Riet Hammen ziet voor Nederland ook wel wat in de manier waarop de verpleegkundigen in India worden geschoold. Specialistisch, laag geschoold en goedkoop. Riet Hammen zet zich in voor zorgruil. De verzorgingsstaat heeft ons lui gemaakt. Ze wil dat ouderen meer voor elkaar gaan zorgen. Ouderen willen wel solidair zijn, maar hebben last van vraagverlegenheid. Ook wil ze dat jongeren meer worden ingezet. Bijvoorbeeld om ouderen te leren omgaan met computers. De oudere en jongere generatie brengt de middengeneratie in de verdrukking. Daarom moeten ze elkaar meer gaan helpen.

In Bangladesh betalen mensen 21 dollarcent aan Health Line voor een telefonisch consult van maximaal drie minuten. Duurt een consult langer, dan betalen ze 7 dollarcent per minuut. Health Line, de organisatie die deze dienst aanbiedt, maakt daarbij winst. Ook de allerarmsten betalen. Toch vindt Bineke Posthumus dit goed te verdedigen. Betaal je het uit subsidies, dan verdwijnt zo’n dienst na een jaar weer. De prijsstelling is zo, dat ook de mensen aan de Base of the Pyramid – de allerarmsten – het kunnen betalen. Zorg in afgelegen gebieden blijft op deze manier toegankelijk voor arm en rijk.

Met de rustgevende klanken van Soudnfullness en de bloedrode bietensoep met mierikswortelzalf komen we even op adem. Dan laat Marion Hanssen ons zien hoe ze rechtstreeks verbinding maakt met de verpleegkundige die vanavond dienst heeft. De zorgcentrale van ZuidZorg is zeven dagen per week 24 uur per dag bereikbaar voor 700 ouderen en chronisch zieken. Patiënten ervaren de zorg op afstand toch als heel dichtbij. Er is altijd één op één contact en je kunt op elk moment van de dag contact leggen. Weerstand zit vooral bij de professionals. De verbinding hapert af en toe. Misschien wel illustratief voor hoe wij in Nederland omgaan met de inzet van technologie.

Want we kunnen nog heel wat leren van India blijkt. Het wordt niet helemaal duidelijk waarom er een nieuw apparaat is ontwikkeld voor Zorg op Afstand. “Waarom niet gewoon via een bestaande computer of laptop” vraagt presentator Ralf Bodelier aan Eveline Wouters en Mariëlle Swinkels. Zij zijn beide betrokken bij Slimme Zorg. Regelgeving en financieringsstructuren vormen vaak een blokkade in Nederland. We hebben hier last van de wet van de remmende voorsprong. De organisatie van de zorg is complex. Ook de vraag van patiënten is vaak complex. Gespecialiseerde zorg zoals in het oogziekenhuis in India kan hier maar op beperkte schaal worden toegepast. Dat het inzetten van technologie zo moeizaam gaat, heeft vooral te maken met ons systeem. We denken veel te veel vanuit organisaties en veel te weinig vanuit de vraag van de patiënt. En we zijn verwend, waardoor we minder slim gebruik maken van wat er al is. Dat is wat we van India kunnen leren.

Meer weten over techno nursing? Lees het opiniestuk ‘Zorg op afstand brengt mensen samen‘ van Ilse Vossen.

Tekst: Ilse Vossen
Foto’s Marloes Coppes

Verslag 7 december: Failed States. Hoe Rwanda er weer bovenop klom.

Publicatiedatum: 27 juli 2009

In 1994 was Rwanda de failing state bij uitstek. Op een bevolking van bijna acht miljoen mensen, vermoordden radicale Hutu bijna een miljoen Tutsi en gematigde Hutu. Een half miljoen vrouwen werd verkracht. Uit angst voor wraak van het Tutsi-leger van Paul Kagame, vluchtten meer dan twee miljoen Hutu naar Congo. De straten lagen bezaaid met lijken. De intellectuele en bestuurlijke top was uitgemoord. De staatskas bleek geplunderd, de overlevenden bleven zwaar getraumatiseerd achter. En in Congo bereidden de Hutu-moordenaars zich voor op de herovering van Rwanda.

In een collegezaal in het Mollergebouw van Fontys Lerarenopleiding Tilburg verzamelen zich op deze grauwe decembermiddag rond de honderd studenten en externe bezoekers om te leren over de genocide van ’94. Maar vooral over de verbazingwekkende opbouw van Rwanda.

‘Hoe Rwanda er weer bovenop klom’ maakt deel uit van een zesdelige serie ‘Failed States’, maar het is al snel duidelijk dat Rwanda al lang geen failing state meer is. In tegendeel, zeventien jaar na de genocide lijkt Rwanda wel een Afrikaanse modelstaat. De economie groeit met zeven procent, in de hoofdstad Kigali schitteren LCD-billboards, de ICT-sector bloeit, moordenaars en slachtoffers lijken een adembenemend proces van verzoening te voltrekken. De armoede op het platteland wordt voortvarend aangepakt, corruptie komt vrijwel niet voor en het aantal vrouwen in het parlement is met 56 procent het op een na hoogste ter wereld.

De centrale vraag van deze namiddag is ‘Hoe kreeg de Rwandese regering van Paul Kagame dit voor mekaar?’ Het is een vraag die wordt gesteld aan de Rwandese Alphonse Muleefu, PhD-student in Tilburg en oprichter van de stichting ‘Against Impunity’ (Tegen Straffeloosheid). Ook wordt de vraag gesteld aan Jerry Tjon, die eerder in 2011 afstudeerde op het ontwikkelingsprogramma van Rwanda in vergelijk met Burundi. Hoofdgast is Immaculée Uwanyiligira, de charmante ambassadrice van Rwanda in Nederland. Presentator Ralf Bodelier knipt de centrale vraag op in een scala aan subvragen en leidt elk onderdeel in met een kort filmpje.

Al snel blijkt dat de Rwandese gasten Immaculée Uwanyligira en Alphonse Muleefu meer zijn dan loutere beschouwers van Rwanda. Zelf verloren beiden talloze familieleden tijdens de genocide. Uwanyligira vertelt dat van haar uit 200 mensen bestaande ‘extended family’ niet meer dan 25 mensen overleefden. Zij studeerde in ’94 in de Verenigde Staten en schetst niet alleen de persoonlijke onmacht om iets aan de massamoorden in haar land te doen. Uwanyligira hekelt ook het falen van de internationale gemeenschap die de genocide had kunnen verhinderen maar verkoos om niet in te grijpen.

Bij een filmpje, vlak na de moorden opgenomen in het plaatsje Nyarubuye, schiet de ambassadeur vol. Want Nyarubuye ligt op twee uur lopen van waar zij opgroeide. ‘This was in my region, in the eastern part of the country. I don’t know if my family was killed this way too. (…)

‘We moeten de Rwandese genocide niet begrijpen als een eruptie van etnische haat, betoogt Alphonse Muleefu. Integendeel: etniciteit werd gecreëerd om het moorden te rechtvaardigen. Wat tot de genocide leidde was zo complex dat het volgens Muleefu bijna niet valt uit te leggen. Belangrijk ingrediënt was in elk geval de rol die de Belgische koloniale macht speelde. Gedurende de kolonisatie schakelden zij één groep in, de Tutsi, om de Belgische belangen te dienen; vlak voor de dekolonisatie droegen zij de macht echter over aan de Hutu, die de Tutsi allengs waren gaan haten. Wanneer een radicale Hutu-overheid vervolgens, in 1959, een decennialange campagne leidt tégen de Tutsi-minderheid, dan wordt al snel duidelijk dat massaal bloedvergieten onvermijdelijk is. De massamoorden van ’94 zijn dan ook geen eruptie van tribale driften, maar een tot in detail georkestreerde slachtpartij. ‘Het was de straffeloosheid waarmee de Rwandese regering in de jaren ’70 en ’80 het geweld tegen de Tutsi en gematigde Hutu aanmoedigde, dat uiteindelijk leidde tot de genocide’, zegt de ambassadrice. ‘Omdat niemand ingreep of de regering tot de orde riep, dacht zij in ’94, “nu kunnen we de klus ook wel afmaken”. Met spontaan etnisch geweld had dat allemaal niets, maar dan ook helemaal niets te maken’.

Sinds 1994 zet de Rwandese regering in op ontwikkeling en verzoening. Op de ontwikkeling van landbouw en ict, van onderwijs en gezondheidszorg. Daalde de levensverwachting van de gemiddelde Rwandees tijdens de genocide tot onder de 25 jaar, wie in 2008 werd geboren mocht weer op 50 jaar rekenen. Hoeveel klinieken en ziekenhuizen in 1994 ook waren verwoest, in 2008 woonde de meerderheid van alle Rwandezen niet verder dan vijf kilometer van een gezondheidspost. Politicoloog Jerry Tjon legt uit waarom dit in Rwanda allemaal lukte. Zijn stelling is dat de ontwikkeling in Rwanda van de grond kwam omdat de overheid deze met kracht aanstuurden én omdat de overheid onder de Rwandezen volop legimiteit genoot. Wanneer je Rwanda vergelijkt met het veel armere buurland Burundi, dan blijkt dat ‘State Capacity’ en ‘State Legitimacy’ de onvermijdelijk zijn voor een land dat zich wenst te ontwikkelen van failing state tot emerging economy.

Ronduit fascinerend zijn de verhalen van Alphonse Muleefu over het proces van rechtvaardigheid en verzoening in Rwanda. Niet minder dan 26.000 lokale rechtbanken ‘Gacaca-courts’ werden opgericht om daders te berechten en verzoening met de slachtoffers weer mogelijk te maken. Dit jaar werden de laatste gacaca’s gesloten. Muleefu: ‘Na de genocide waren 125.000 Rwandezen in hechtenis vanwege hun betrokkenheid bij het geweld. Wanneer zij via de normale procedure waren berecht, had het meer dan 100 jaar geduurd voordat iedereen aan de beurt was gekomen.’

Wanneer presentator Ralf Bodelier ambassadeur Uwanyligira bevraagt aan de hand van een filmpje over de politieke situatie in Rwanda, stijgt de spanning in de zaal. Wat klopt er van de beschuldigingen dat de Rwandese overheid zonder enige vorm van proces tegenstanders vermoord in Congo? Verbergt zich al de slogan ‘we zijn geen Hutu of Tutsi meer, maar Rwandezen’ geen regering die volop door Tutsi wordt gedomineerd? Wat klopt van de beschuldiging dat de regering van president Paul Kagame zowel de pers als de politieke oppositie in de greep heeft en geen kritiek toestaat?

De antwoorden van de ambassadeur meanderen tussen de officiële politieke standpunten van Rwanda – Tal van Rwandezen zijn getraumatiseerd, er zijn nog steeds bedreigingen van voormalige genocidaires, ieder land heeft zijn mediawetten, onze nadruk ligt op eenheid en ontwikkeling- tot een persoonlijke stellingname. ‘Ik zou nóóit voor een overheid werken die mensen vermoordt’. En ‘ja, natuurlijk maken we fouten. Waar het op aan komt, is van deze fouten te leren’.

Zeventien jaar na de ramp, staat Rwanda er beter voor dan ooit en is hoofdstad Kigali een bruisende metropool. Maar het is en blijft een Afrikaanse stad, inclusief sloppenwijken en een snel groeiende bevolking waarvan een groot deel nog onder de armoedegrens leeft. Wanneer het aan de Rwandese overheid ligt, zal dat nog voor 2030 veranderen. Een filmpje over het ambitieuze Masterplan van Kigali toont een stad die in alles wedijvert met steden als Sjanghai of Dubai. Is die ambitie reëel? Ambassadeur Uwanyligira meent van wel. ‘Nú is dit Kigali nog een droom, maar we hebben dromen nodig. Wie niet droomt, heeft geen toekomst’.

Tekst:  Martin de Wolf, Fontys Hogescholen

Foto’s: Marloes Coppes

 

Zaterdag 10 december. Verborgen bestaan. Uitgeprocedeerd en zonder papieren, waar moet je dan naartoe?

Publicatiedatum: 27 juli 2009

Het strafbaar stellen van mensen zonder geldige verblijfspapieren is een schending van mensenrechten. Het is ook slecht voor de samenleving en dwingt mensen tot het leven van een verborgen bestaan. Een brede coalitie van maatschappelijke en religieuze organisaties, vakbewegingen, gemeentes en mensenrechten- en migrantenorganisaties roepen het kabinet op om deze plannen niet door te voeren.

Het Ronde Tafelhuis, Missionair Servicecentrum Tilburg en het Wereldpodium organiseren op 10 december tijdens de Internationale Dag van de Rechten van de Mens een film-forumavond over illegaliteit en mensenrechten.

18.00 uur: ontvangst
18.25 uur: start programma met een inleiding van Prof. dr. Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht
19.00 uur: aanvang film Illégal
21.00 uur: forumgesprek met Marjo Frenk, wethouder gemeente Tilburg (portefeuille asielzaken), Annemarie Busser van Amnesty International Nederland en Jakop de Jonge, Justitia et Pax. De gesprekken worden geleid door Ralf Bodelier.
22.00 uur: afsluiting van de avond door Lydia Verhagen van het Missionair Servicecentrum Tilburg.

Entree: 5 Euro.
Locatie: Het Ronde Tafelhuis, Haendellaan 40, Tilburg.
Klik hier voor meer informatie.

Verslag 24 december Wintervuur. Sfeervolle kerstavond met verhalen van migranten.

Publicatiedatum: 26 juli 2009

Kerstavond 2011 (19.30-23.00 uur). De tweede editie van Wintervuur: een sfeervolle ontmoetingsavond rond persoonlijke verhalen van migranten. Tussen oplaaiende vuurkorven en wereldmuziek treffen migranten, vluchtelingen, asielzoekers, expats en oorspronkelijke Tilburgers elkaar in de zalen, tuin en kamers van Theater De Nwe Vorst.

Met de indrukwekkende toneelvoorstelling As I left my fathers house van theatermaker Bright Richards (Liberia).  Cynthia van Soest (Ghana) verzorgde workshops Afrikaanse dans. Mahjongclub De Vier Winden nam bezoekers mee in de geheimen van dit Oosterse spel. De vertellers die hun persoonlijke verhaal met de bezoekers deelden waren:  Alphonse Muambi uit Kongo (auteur van Democratie kun je niet eten), Yasmine Allas uit Somalië (auteur van o.a. Ontheemd en toch thuis), Othman Aanannaz  ook bekend als rapper Oowtje Ananas (migrant uit Marokko), Homayoon Hakimi (vluchteling uit Iran) en activiste Mona Zhimin Tang (vluchtelinge uit China).

Wintervuur is een coproductie van het Wereldpodium en het  Huis van de Wereld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto’s: Marloes Coppes